De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgaan met moderne literatuur (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met moderne literatuur (6)

11 minuten leestijd

Naoorlogse of moderne literatuur

Het vorige artikel ging over christelijke literatuur en de opdracht van het christelijk onderwijs daaraan royale aandacht te besteden. Maar daarmee is de kous niet af. Het christelijk onderwijs moet niet opleiden tot wereldvreemdheid.

Veel literaire teksten zijn niet christelijk. Dat geldt voor vroegere eeuwen, het geldt in nog veel sterkere mate voor de 20e eeuw. Met name in de tweede helft van onze eeuw - na WO II - vonden ingrijpende veranderingen plaats in leef-en denkklimaat. Tengevolge van de secularisatie zijn levens-en wereldbeschouwing van miljoenen in ons land diepgaand gewijzigd. We leven in een postchristelijk tijdvak. Omdat juist de moderne literatuur het christelijk onderwijs voor de grootste problemen plaatst, volgen hier eerst enige aspecten van de letterkunde uit de laatste halve eeuw.

Er waren aanzienlijke verschillen tussen de periode voor de Tweede Wereldoorlog en daarna. Dit is in belangrijke mate veroorzaakt door de oorlog zelf: de terreur yan het fascisme, de volkerenmoord, de verschrikkingen van de techniek als product van het menselijk vernuft, al deze elementen hebben diepe sporen nagelaten in het bewustzijn van de naoorlogse mens. En de literatuur staats daar niet los van, want zij functioneert als thermometer en barometer in het eigentijdse klimaat, ze registreert de 'temperatuur' en doet uitspraken over het 'weer' dat op komst is.

Bij het etiket 'het naoorlogse klimaat' moet ik wel twee kan tekeningen plaatsen. Allereerst moeten we beseffen dat ook in de perioden daarvóór verscheidene denkers en schrijvers zijn aan te wijzen die met hun gedachtengoed als het ware vooruitwijzen naar de periode na 1945: men denke bijvoorbeeld aan het diep verankerde atheïsme van Multatuli in de 19e eeuw en van E. du Perron en Menno ter Braak in het interbellum. En in de tweede plaats is 'naoorlogs' wel erg ruim: we leven inmiddels een halve eeuw na WO II en het 'klimaat' van de negentiger jaren is zeker niet gelijk aan dat van de vijftiger jaren. Wanneer hierna dan ook een aantal naoorlogse tendensen in de literatuur ter sprake komen - die niet los staan van het leef--en denkklimaat - , dan moet men deze te zamen zien als een zeer grove dwarsdoorsnede die geen recht doet aan accentverschillen en ontwikkelingen in de diverse decennia.

Existentialisme

Anbeek constateert in zijn literatuurgeschiedenis over de periode 1885-1985: 'Voor de jongeren na 1945 bestond er een oorlog van verschil tussen hun leefwereld en het proza vóór 1940.' En daaraan is te koppelen de 'Blaman-Hermans-Van het Reve-lijn', het naoorlogse proza van de ontluistering, met hoofdpersonages zonder idealen (noch religieus, noch politiek, noch ideologisch), een sterk accent op de lichamelijkheid van de mens (met name de onderste helft van het lichaam) en een reducering van liefde tot weinig meer dan seksualiteit en lichamelijke handelingen.

Het is veelzeggend dat de invloed van Ter Braak en Du Perron en van Franse existentialisten als Jean Paul Sartre en Albert Camus na de oorlog veel groter is dan daarvoor. Blijkbaar was er direct na de oorlog een goede voedingsbodem voor hun ideeën die stoelen op een principieel atheïsme.

Het existentialisme van Sartre - dat zijn literaire oeuvre doortrekt - is een fundamentele doordenking van het moderne levensbesef, van het bestaan van de mens die in zijn visie op de aarde geworpen is. De mens is op aarde zonder noodzaak. Stonden aanvankelijk elementen als wanhoop, angst, onzekerheid en eenzaamheid in zijn denken centraal - reeds de titel van zijn roman La Nausée (De walging) illustreert dit - dit evolueerde naar een existentialisme van de morele keuze. Een kernbegrip bij Sartre is het menselijk bewustzijn. In dat bewustzijn, de geestelijke activiteit, het denkvermogen ligt de menselijke vrijheid. Voor Sartre bestond er geen bovenpersoonlijke macht en geen enkele universele zekerheid waarop de mens zich kan beroepen en waarmee hij zijn daden kan rechtvaardigen. De enige zekerheid is de dood en daarna het niets. Het ging Sartre om authentiek, waarachtig handelen in het nu. Dat betekent altijd kiezen. Ook nietkeuze - passiviteit - houdt een keuze in. Zij die niet kiezen zijn in zijn opvatting slaven van een systeem, lafaards..

Enkele naoorlogse tendensen

In diverse naoorlogse tendensen van de literatuur herkennen we verwantschap met het gedachtengoed van het existentialisme. Er is sprake van een naoorlogs leef- en denkklimaat, een voedingsbodem waarin de ideeën van deze filosofie konden wortelen, ook zonder grondige bestudering.

Enkele van die naoorlogse tendenties - nogmaals, het is eeri grove dwarsdoorsnede - zijn de volgende: het loslaten van zekerheden en normen, existentiële eenzaamheid, seksualiteit, absurditeit, engagement en zoeken naar identiteit.

Behoudend of behouden?

Godfried Bomans maakt in een van zijn opstellen de volgende opmerking: 'Iemand die voor het slapen gaan neerknielt en bidt, kan men niet behoudend noemen. Men kan alleen zeggen dat hij iets behouden heeft. En de man, die gewoon in bed stapt, is dat kwijt.'

Ik vind het een schitterende opmerking en wel om twee redenen. Allereerst maakt alleen al de formulering - het spel met 'behoudend' en 'behouden' - duidelijk dat we hier met taaikunst, met literatuur te maken hebben. In de tweede plaats is het een opmerking die rnodel staat voor een groot deel van de naoorlogse literatuur: heel veel wat een christen 'behouden' heeft, is losgelaten, uit het zicht verdwenen, of nog sterker: wordt weggetrapt. Ik ga kort in op de hierboven genoemde tendensen.

Het loslaten van zekerheden

Een opvallend kenmerk van de naoorlogse literatuur is het loslaten of verdwenen zijn van overgeleverde normen, waarden en zekerheden, zowel godsdienstig als politiek en sociaal. Het diepst ingrijpend is de vergaande secularisatie, de principiële Godloosheid, het leven zonder enig metafysisch, bovennatuurlijk perspectief. In het postchristelijke denken is er alleen plaats voor het bestaan in het nu en ontbreekt elk zicht op een leven na dit leven. In Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans is de hoofdpersoon Alfred iemand die elke vorm van geloof achter zich heeft gelaten en medelijden heeft met de andere mensen die nog in 'sprookjes' geloven en zo 'in slaap gesust' - de diepste laag van de titel! - willen worden.

Sprookjes, nonsens, in slaap sussende systemen: zo typeert de scherp analyserende Hermans via zijn hoofdpersonage elke vorm van religie en elke politieke overtuiging. In deze roman komt dan ook de scherpe uitspraak voor: 'God is een woord dat niets betekent.'

De keerzijde hiervan is de leegte, gepaard gaande met allerlei vormen van angst, wanhoop, bedreiging en het besef van nietigheid. Zoals Alfred in Nooit meer slapen zich realiseert:

Op dit moment gaat een tipje van de sluier omhoog die over het hele leven ligt: dat ik altijd en in alles weerloos, machteloos en vervangbaar als een atoom ben (...).

Existentiële eenzaamheid

Een tweede aspect is de eenzaamheid, die veel dieper reikt dan slechts alleèn-zijn. De mens wordt op zichzelf teruggeworpen, hij is een individu dat geen wezenlijke relatie met de ander kan aangaan. Dit is de existentiële eenzaamheid, die inherent is aan het menselijk bestaan en waarop een roman als Eenzaam avontuur van Anna Blaman is gebouwd. Het leven als een eenzaam avontuur, zoals ook het volgende fragment uit de roman Het gevaar van Jos Vandeloo illustreert, waarin de hoofdpersoon Alfred Benting zijn medereizigers in de trein beziet:

Er waren meer mensen in de trein gekomen. Ze hadden onverschillige gezichten en geen één had interesse voor een medereiziger Als een last droegen ze de tragiek van de moderne eenzaamheid op hun rug. De sleutel van de menselijke ontmoetingen is sedert jaren zoek.

Seksualiteit

De mens zonder houvast, zonder zekerheden is - als hij tenminste niet in passiviteit en lethargie vervalt - op zoek naar 'vulling'. De grote aandacht voor de seksualiteit, het lichaam 'van onderop' is daaruit voor een belangrijk deel te verklaren. Seksualiteit niet alleen te beschouwen als een reactie op waarden en normen van voorheen, maar vooral ook als een poging even de eenzaaniheid te doorbreken. Maar ook, zonder de seksualiteit, de aandacht voor het lichaam op zich, zoals in De avonden van Gerard Komelis van het Reve, waarin de hoofdpersoon herhaaldelijk voor de spiegel staat om zijn haarinplanting en gebit te bekijken: Dient de aftakeling zich al aan?

Absurditeit

Tegen deze achtergrond moeten we plaatsen het besef dat absurditeit - absurd wil zeggen: niet logisch, niet verklaarbaar - en zinloosheid de meest fundamentele kenmerken van het leven zijn. Als God niets is, als de mens een nietig wezen is in een nietige atmosferische laag, dan kunnen ook zijn leven en daden alleen maar niets en zinloos zijn. Zo dienen we de volgende passage in Nooit meer slapen te verstaan:

Nog nooit heb ik zo zeker geweten iets te beleven dat zo volkomen voor niets was en onmogelijk kan worden naverteld, (...). Wat ik ook doe, wat mij ook zal gebeuren, ik zal het niet hebben gewenst. Een geheim bewustzijn ontbloot zich. (30)

Er zijn overigens ook andere mogelijkheden dan zinloosheid en absurditeit: een nieuwe 'religie' die het wegvallen van de oude moet compenseren. Ik noemde hierboven reeds de seksualiteit. De hoofdpersoon in Rituelen van Cees Nooteboom brengt deze houding in praktijk:

Want daar was geen twijfel aan, die dag waren vrouwen zijn religie geworden, het centrum, de essentie van alles, het grote karrewiel waar de wereld op rond draaide.

Seksualiteit beleeft hij als een van de 'compensaties' voor 'ledigheid, eenzaamheid, angst', een van de nieuwe rituelen die de leegte moeten vullen. Ook kunst kan die functie vervullen, voorwerpen door mensenhanden gemaakt, die iets van het hogere suggereren.

Engagement

Ook is er de mogelijkheid van het engagement. Engagement betekent letterlijk 'verbintenis', vandaar dat het vroeger in de hogere kringen het woord was voor 'verloving'. Voor de literatuur betekent het - in ruimere zin - betrokkenheid bij het eigentijdse leef-en denkklimaat en - in engere zin - betrokkenheid bij het wereldgebeuren, het stelling nemen tegen sociale en politieke misstanden. Aan het slot van de bekende roman De aanslag van Harry Mulisch beseft Anton, de hoofdpersoon:

(...) dat de stem van een mens zo luid gemaakt kon worden, had toch ook alles te maken met het bestaan van atoombommen.

En dit is de reden dat hij steeds meer uit overtuiging mee gaat lopen in een breed opgezette vredesmars in Amsterdam.

Zoeken naar identiteit

Het zoeken kan zich ook richten op de eigen identiteit, op vragen die Walter van den Broeck formuleert in Aantekeningen van een stambewaarder, een speurtocht naar zijn voorgeslacht: 'Wie zijn wij? ' 'Waar komen wij vandaan? ' 'Waar gaan wij naar toe? '

Het zoeken van de ontheemde mens naar zijn afkomst en eigen verleden is een belangrijk thema in de romanliteratuur van de laatste decennia. Ik denk bijvoorbeeld aan de vrij recente roman De naam van de vader (1993) van Nelleke Noordervliet, het verhaal van een zoektocht naar de onbekende Duitse vader.

Zoeken naar identiteit, naar het wezenlijke van de mens die geen enkel metafysisch perspectief meer heeft, komen we ook tegen in het boek dat het afgelopen jaar maandenlang bovenaan de toptien-lijst voor fictie heeft gestaan: De vriendschap van Connie Palmen.

Postmodernisme

De desoriëntatie van de mens en de principiële twijfel aan de kenbaarheid van de werkelijldieid zijn fundamentele aspecten van de literatuur van de laatste decennia. Voor die levenshouding wordt thans veelal de term 'postmodernisme' gebruikt. Het gaat om een kritisch-intellectuele houding, zonder geloof in een hogere werkelijkheid, met een zeer sceptische instelling tegenover 'waarheden' en met een diep besef van het fragmentarische van ons kennen. De twijfel is fundamenteler dan ooit daarvoor, er is geen enkel 'geloof meer, het leven kent geen enkele samenhang, de werkelijkheid is onkenbaar en ongrijpbaar. In het postmodernisme overheerst de scepsis op alle levensterreinen, het vrijblijvend engagement, het kiezen uit een veelheid van mogelijkheden zonder je te binden, het relativeren van elke zekerheid.

Een moeilijke weg

Een christen-docent die zijn leerlingen in bovenstaande literatuur de weg wil wijzen - niet negeren, maar ook niet ongeremd loslaten op al het stuitende, weerzinwekkende en godslasterlijke dat de moderne literatuur biedt - staat voor een uiterst moeilijke taak. Hij zal zelf meer moeten lezen dan zijn leerlingen om ter zake kundig te zijn. En uit die veelheid zal hij een verantwoorde selectie moeten maken. Ik meen dat die verantwoorde keuze mogelijk is, die bijvoorbeeld inhoudt dat wèl Heren van de thee van Hella Haasse aan de orde komt maar niet Turks fruit van Jan Wolkers. Maakt hij zo'n keuze niet, dan gaat hij zijn verantwoordelijkheid uit de weg, zijn verantwoordelijkheid als christelijk opvoeder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Omgaan met moderne literatuur (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's