De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze enige Hogepriester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze enige Hogepriester

4 minuten leestijd

'De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.' Psalm 110:4

Gij zijt Priester... Wie is hier aan het woord? David. Ja, en toch zegt David het niet. David geeft alleen maar weer wat hij de Heere heeft horen zeggen. Dé Heere heeft gesproken tot mijn Heere. Het is dus de Vader Die zegt Wie de Zoon is.

Wie is Jezus? Op die vraag zijn vele antwoorden gegeven. Over die vraag zijn dikke boeken geschreven. Mag de Heere het Zelf zeggen? Want het is niet belangrijk wat wij van Christus denken. Het is wèl van levensbelang dat wij leren nazeggen wat de Vader heeft voorgezegd.

Gij zijt Priester... Kan dat eigenlijk wel, een God Die Priester is? Het priesterschap is tóch een menselijke functie? Het offer wordt toch gebracht aan God en niet dóór God?

Wij mensen, moesten offeren, maar we kunnen het niet meer. Adam was priester, maar hij heeft zijn ambt verspeeld. Nu kunnen we alleen nog offeren aan onszelf. Leven tot onze eigen eer.

Maar daar komt HIJ, de tweede Adam. De eeuwige Zoon van God, Die Mens wordt om Zichzelf te offeren op het altaar van het kruis.

Een God Die Priester is. Maar ook een Koning Die Priester is. Dat kon óók niet, dat was uitgesloten. Er zijn veel koningen geweest en nog veel meer priesters. Maar een priester kon geen koning zijn en een koning geen priester. Want alle koningen kwamen uit Juda en alle priesters uit Levi. Maar in de Zoon van Gods rechterhand zijn het koningschap en het priesterschap met elkaar verbonden. Deze Priester uit Juda is dat ook niet van de orde van Aaron - dan had Hij geen Priester kunnen zijn. Deze Priester behoort tot de orde van Melchizedek.

Melchizedek... De mysterieuze figuur uit de Oudheid, van wie we alleen weten dat hij koning was van Salem en priester van de allerhoogste God. In hem vinden we de laatste sporen van het oude priesterschap terug. Midden in een heidense omgeving brengt hij offers aan El-Eljon, God de Allerhoogste.

Van Melchizedek wordt later gezegd dat hij is zonder vader, zonder moeder, zonder begin der dagen of einde des levens. We weten hoegenaamd niets van zijn afkomst en een opvolger heeft hij niet gehad. Zo geruisloos als hij is verschenen, zo geruisloos is hij weer verdwenen.

Kijk nu eens naar de grote Priester over het huis Gods! Hij is zonder begin der dagen, want Zijn uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid. En Hij is zonder einde des levens, want Hij is Priester in eeuwigheid.

Maar dat betekent dan dat de orde van Aaron heeft afgedaan. Want de priesters uit de stam van Levi werden telkens weer opgevolgd. Ieder offer riep om een niéuw offer.

Déze Priester is met Zijn werk gereed. Hij heeft uitgeroepen: het is volbracht. Met één offerande heeft Hij tot in eeuwigheid volmaakt allen die geheiligd worden. En Hij heeft het leven, het onvergankelijke leven ontvangen. Priester in eeuwigheid, want met dat volmaakte offer treedt Hij voor het aangezicht van de Vader. Hij bedient het heiligdom daarboven. En nu kan Hij ook volkomen zaligmaken allen die door Hem tot God gaan.

Hier vallen de beslissingen. Nu kunnen we gerust ophouden met het brengen van onze offers. Nu kunnen we onze pogingen staken om de Heere gunstig voor ons te stemmen. Uit de werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden. Er is maar één Priester, en alleen Zijn offer kan Gods heilig oog behagen.

Hoe kan ik dat weten? Wel, omdat de Heere het Zelf zegt, zweert! De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen. De Heere zweert er een eed op. Hij zal er nooit spijt van krijgen dat Hij Zijn Zoon tot een Priester gegeven heeft.

En Hij vraagt aan ons of we zo'n Priester nodig hebben, of we met zo'n Priester te­ vreden zijn. Zo niet - dat zou gelijkstaan met de Heere te beschuldigen van meineed. Hij zegt dat we zo'n Priester nodig hebben en Hij zegt dat het déze Priester alléén is. En zouden wij dan zeggen: zo'n Priester hoef ik niet te hebben...? Dan blijft er geen slachtoffer meer over voor onze zonde.

Als Hij uw Priester geworden is, dan heeft de Heere nog meer gezworen. Dan heeft Hij ook gezworen dat Hij nooit meer op u toornen of u schelden zal. Want Hij vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust, de hitte van Zijn gramschap is geblust.

Daar is maar één antwoord op. Het loflied dat straks .wordt gezongen, maar nu al geleerd: 'Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloedy en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid' .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onze enige Hogepriester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's