Omgaan met moderne literatuur (7)
Selectie
Het vorige artikel bevatte een, weliswaar grove, dwarsdoorsnede van de moderne literatuur, de literatuur van met name de laatste halve eeuw. Dat leverde een 'wereld' op die ver afstaat van de christelijke levens- en wereldbeschouwing. Ongetwijfeld zullen er lezers zijn die zich de vraag stellen of het wel noodzakelijk is dat de moderne literatuur met kenmerken als hiervoor beschreven in het christelijk onderwijs aan de orde komt. Is negatie niet een betere weg? Het is een heel begrijpelijke vraag. Echter, nog afgezien van de examenprogramma's voor HAVO en VWO waarin de moderne literatuur nadrukkelijk wordt genoemd, er zijn mijns inziens diverse redenen waarom algehele negatie ongewenst is. Zo heb ik in vorige artikelen al gewezen op het belang de eigen tijd te verstaan, op het feit dat opvoeden tot wereldvreemdheid vermeden moet worden en op de taak leerlingen op te leiden tot kritische lezers. Op deze zaken wil ik nog een keer uitvoeriger terugkomen, maar thans wil ik hier dieper ingaan op het punt van selectie. Mijn standpunt moet ik hier wat preciezer formuleren.
Dat komt kort samengevat hierop neer: de christelijke school moet niet de weg opgaan van totale negatie, maar moet wel grenzen trekken. Er is mijns inziens wel degelijk een verschil tussen niet-christelijk en anti-christelijk. Daarom onderscheid ik binnen de niet-christelijke literatuur twee categorieën: aanvaardbare en onaanvaardbare literatuur.
Onaanvaardbare literatuur
Er bestaat een categorie moderne literatuur die op de christelijke school niet thuishoort. Deze categorie noem ik verwerpelijke of onaanvaardbare literatuur. Het etiket 'onaanvaardbaar' kan betrekking hebben op bewust anti-christelijke of godslasterlijke aspecten en tendensen in een literair werk. Het kan ook een gevolg zijn van een alle grenzen overschrijdend, ontluisterend realisme.
Met instemming citeer ik Hans Werkman die in Het boek op mijn bureau, een boekje over de taak van de christen-recensent, het volgende zegt: 'Ik geloof inderdaad dat er een gebied in de literatuur is, dat onbesproken moet blijven. Als leraar-Nederlands wil ik bijv. 'Turks Fruit' van Wolkers niet bespreken met een klas. Ik weet zeker dat de leerlingen er slechter van zullen worden.' Werkman is vooral pertinent in zijn afwijzing - en terecht - als er sprake is van vermenging van erotiek en geloof.
Stuitend realistisch en godslasterlijk
Een christen moet zich er niet voor schamen op een gegeven moment een duidelijk 'nee' te laten horen. Zelfs in zeer open dagbladen als Trouw en De Volkskrant, die doodsbenauwd zijn voor levensbeschouwelijke kritiek, laten critici een enkele keer merken dat het ook hun te bar is. Zo schreef Willy Wielek in Trouw naar aanleiding van een recente Vlaamse roman, die verscheen bij de literaire uitgeverij Houtekiet: 'De roman is vergeven van de vieze kerels (...).' En zijn slotconclusie luidt: 'Zelden zo'n goor boek gelezen.' En Arnold Heumakers, recensent bij De Volkskrant, merkte over een verhalenbundel die bij uitgeverij Querido verscheen, op: het is een bundel 'met een onmiskenbaar pornografische inslag', de verhalen zijn 'smerig' en vol 'perversiteit' en het lichaam wordt daarin getekend als 'een natuurlijke lustmachine waarvan geen enkele in-of uitgang onbenut blijft'. En juist in deze bundel komt ook het godslasterlijke om de hoek kijken: in een bepaald verhaal krijgt bij een bizar kerstspel een varken de rol van de gekruisigde Jezus toebedeeld, wat ook nog eens gepaard gaat met seksuele elementen.
Op het gebied van de moderne film kunnen we hetzelfde constateren. Zo las ik pas in een recensie over een zojuist verschenen film - die dus ook over enige tijd op de tv kan verschijnen! - : de film roept 'de belevingswereld op van lieden voor wie dood en leven, liefde en geweld, tederheid en wreedheid, hetero-en homoseksualiteit tot één pot nat verworden zijn'.
De 'lost generation'
Het heeft weinig zin hier een reeks namen en titels te noemen. De kern waar het om gaat is dat er een categorie onaanvaardbare literatuur bestaat, met pornografische of godslasterlijke inslag. Eén groep jonge schrijvers wil ik hier wel noemen. Ze worden wel aangeduid met de verzamelnaam 'Nix'. Het betreft jonge schrijvers van nu, de zogenaamde 'lost generation' (verloren generatie), auteurs als Ronald Giphart die in hun werk een frontale aanval doen op elke vorm van goede smaak. In hun werk heerst de wereld van de snackbar, drank, drugs en seks, een wereld van verdoving. Het is een wereld van de volstrekte leegte, zonder welke diepere waarden dan ook. In één van die boeken - een korte roman van een Vlaams schrijver - komt een hoofdpersoon voor die leeft in de sfeer die ik hiervoor schetste. Hij verkeert, onder invloed van drugs, in een fantasiewereld waarin hij een blonde motorrijder aanbidt en vergoddelijkt. En dan lezen we op een gegeven moment: 'Blonde Motorgod, Heersende Koning op een troon. Vader van angst, lust en pijn, van vernedering en onderwerping.' Men lette op de hoofdletters: God de Vader wordt hier vervangen door een motorgod. Dit noem ik godslasterlijk. Nee, die generatie van 'Nix' heeft u en mij,
Nee, die generatie van 'Nix' heeft u en mij, heeft onze jongeren niks te bieden, geen enkele diepere menselijke waarde, geen enkel verrijkend inzicht.
Waarde of inzicht
Met deze laatste opmerking ben ik gekomen bij de derde grenspaal. De eerste twee waren: stuitend, mensonterend realisme en godslasterlijkheid. De derde is: het al of niet aanreiken of blootleggen van waarden die algerneen menselijk zijn of van een inzicht dat onze kijk op de werke lijkheid verdiept of verrijkt.
Laat ik een duidelijk voorbeeld geven hoe het wèl kan. Voor mij ligt de roman Karakter van Bordewijk. Het is een klassieker in onze 20e-eeuwse letterkunde. Bordewijk was géén christelijk auteur en Karakter is géén christelijke roman. En toch is het een indrukwekkend boek, dat ons in bepaalde opzichten een dieper inzicht geeft in het menselijk leven.
De hoofdpersoon in de roman is Jacob Katadreuffe. Hij maakt een buitengewone carrière, zij het met vallen en opstaan. Hij begint op een van de laagste sporten van de maatschappelijke ladder: jongste bediende op een groot advocatenkantoor. Na intensieve studie waarvoor hij jarenlang alles opzij zet, slaagt hij voor het examen meester in de rechten en wordt hij compagnon op het kantoor waar hij als loopjongen is begonnen. Aan het eind van de roman komt hij tot een onthutsend inzicht: hij heeft de mensen in zijn omgeving verwaarloosd en hun raadgevingen niet opgemerkt. Die mensen zijn: zijn moeder, zijn vader, een vriend en een vriendin die voor hem een goede echtgenote had kunnen worden. Zo lezen we aan het slot van de roman de diepborende zin: 'Toen zag Katadreuffe dat vier mensen in zijn leven waren en het was alles een droefheid (curs. door mij). Maatschappelijk geslaagd door een sterk 'karakter', maar in menselijk en sociaal opzicht mislukt: Het leven van Katadreuffe is een catastrofe!
Dit inzicht reikt Bordewijk ons aan, een inzicht dat ook voor christenen veelzeggend is. Het gaat in Karakter om universele waarden, waarden van het menselijk leven. Zo heeft dit niet-christelijke boek ook voor de christen-lezer een herkenbare boodschap. Daarom behoort deze roman tot een andere categorie dan de romans van de generatie van 'Nix' die ik hierboven noemde.
Grenzen
De christelijke school zal grenzen moeten trekken. De grenspalen zijn: ontluisterend realisme, godslasterlijkheid en het afwezig zijn van diepere waarden.
De christelijke school die met die grenspalen rekening houdt, zal dat zichtbaar moeten maken in de opbouw van de schoolbibliotheek en het opstellen van de advieslijsten. En de docent zal dat zichtbaar moeten maken in wat hij in de klas behandelt. Dat laatste betekent géén negatie van alle niet-christelijke literatuur, maar wel een gerichte, verantwoorde keuze. Een keuze die enerzijds wereldvreemdheid vermijdt, maar anderzijds de grenzen in acht neemt die ik hierboven heb aangeduid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's