De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Hier volgen enkele 'krenten uit de pap', genomen uit het boek van Willem Breedveld en John Jansen van Galen over Gaius, 'De onverstoorbare gang van W. F. de Gaay Fortman (uitgave Scheffers, Utrecht), namelijk over twee hervormd gereformeerden politici.

Over It. gen. L. F. Duymaer van Twist

'De Gaay Fortman is in 1934, op drieëntwintigjarig leeftijd, toegetreden tot de ARP. Hij spreekt zijn verbazing uit over de automatische wijze waarop in Den Haag wonen tot gevolg heeft dat "in onze wereld onmiddellijk de dominee of een ouderling op bezoek kwam om je in te schrijven bij de gereformeerde kerk, meteen ook iemand van de commissie-van-beheer van de Vrije Universiteit die je noteerde als donateur, in de regel een mevrouw voor de zending en tenslotte een vent van de partij. Dat was het welkom".

Het is "de enige periode" in zijn leven waarin hij afdelingsvergaderingen bezoekt. "Voorzitter was de generaal Duymaer van Twist, die volgens mijn vader al zijn rangen in jacquet doorlopen had, want hij was als jong officier al lid van de Kamer geworden had ontslag uit de dienst gekregen maar was wel steeds bevorderd. Hij was de man van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm - die kerels waren gek op hem! Ik heb op zo'n vergadering het woord gevraagd over het verkiezingsprogram; ik vond dat er te weinig sociaals in stond, dat ze te weinig deden tegen de werkloosheid. Toen zei Duymaer: 'Jonge man, weet je wel dat dit program gemaakt is door de knapste koppen in de partij, mensen met levenservaring, mensen ook van grote bekwaamheid: dacht jij nou werkelijk dat jij daar nog iets aan verbeteren kon? ' En toen Van der Kooy, die een belangrijke functie had op Economische Zaken, mij in bescherming nam, werd die ook helemaal afgedroogd: of hij er wel aan dacht dat hij er als ambtenaar aan gehouden was dit program uit te voeren als het werkelijkheid werdl Een allerzotste vertoning! Na zoiets huilde ik uit bij Gerbrandy die dan zei: 'Nou jongen, dat is niks, dat gaat over en dan gaan wij het vertellen; het is een goed ding dat de mens sterfelijk is'."'

Over ds. H. G. Abma

'Maar wij gingen als bewindslieden niet te biecht bij de fracties. Ach, ik ging weleens theedrinken in de Tweede Kamer omdat ik er toch schuin tegenover zat. Dan liep je in de rookkamer altijd wel tegen iemand op. Ik sprak er nogal eens met Huub Franssen. We waren op elkaar gevallen, we wisselden van alles uit en ik hem hem herhaalde malen raad gevraagd, trouwens ook aan Abma van de SGP. Abma was een wijs man en een vrome vent in de goede zin van het woord, de enige die per se Excellentie tegen mij wou blijven zeggen.'

In het boek 'Geleefd geloven' ('Geschiedenis van de protestantse vroomheid in Nederland', uitgave Van Gorcum, Assen), waaruit we ook vorige week iets overnamen, troffen we een passage van de hand van wijlen dr. J. J. Buskes, waarin hij de gerefomeerde vroomheid beschreef, 'zoals hij ze had leren kennen van zijn vader, een gereformeerde timmermansbaas begin twintigste eeuw'.

Myn vader was inderdaad vroom en zijn vroomheid droeg de gereformeerde signatuur Zijn leven was ook stijlvol. Hij werd geheel bepaald door de wekelijkse kerkgang, de dagelijkse bijbellezing - driemaal per dag - en het dagelijks gebed. Heel zijn leven was dienst van God en deze dienst was de zin en het doel van zijn leven, nooit een last, maar altijd een vreugde. Verder dan de lagere school heeft hij het niet gebracht. Romans heeft hij nooit gelezen. In de bioscoop of de schouwburg heeft hij nooit een stap gezet, niet omdat dit niet mocht, maar omdat het in zijn leven niet paste en het buiten zijn gezichtskring viel. Dit betekende volstrek niet, dat hij zonder cultuur was. Het tegendeel was het geval, maar zijn cultuur was er één van een ge heel eigen karakter Hij leefde in de wereld van de bijbel - hij kon 's avonds laat, na een dag hard werken, heel rustig enkele uren In de bijbel zitten lezen - en Calvijns Institutie, die hij zeker vijf keer gelezen en in zich opgenomen had. Zijn bijbelkennis was fenomenaal. Kuyper, Abraham de Geweldig vormde hem iedere dag door De Standaard en iedere zondag door De Heraut...

Zijn leven werd gedragen door een diepe eerbied voor het Woord Gods en een sterk besef van het recht Gods. In zijn gebed aan tafel sprak hij God aan als Heere onze God en slechts zelden als Vader, niet omdat hij niet van Gods Vaderliefde wist, maar omdat hij vreesde, dat deze Vaderliefde voor hem en ons te vanzelfsprekend zou worden en wij met God te vlot en te gemakkelijk zouden omgaan De verborgen omgang met God was echter in zijn leven de dragende en stuwende kracht. Het recht Gods en de heiligheid des Heeren bepaalden zijn gedachten over het kerkelijk leven en het persoon lijk geloofsleven. Maar dwars daar doorheen was het de goedertierenheid des Heeren, waaruit hij leefde...­ Het was zijn sterk besef van het recht Gods, dat hem ertoe dwong zich aan te sluiten bij de Doleantie. Dit recht werd door de Hervormde Kerk als kerk niet erkend en dat was in zijn ogen ­een gruwel.'

Hier volgt een gebed van de bekende filosoof-natuurwetenschapper Blaise Pascal (uit Joh. Kuhn, 'Onze Vader', Ten Have, Baarn), en een woord van Maarten Luther:

• Pascal

'Heere, ik weet, dat ik maar een ding weet: 
dat het goed voor mij is u te volgen,
en dat het slecht voor mij is, u te beledigen.
Ik weet niet, wat beter voor mij is -
gezondheid of ziekte,
rijkdom of armoede, 
en evenzo bij alle dingen van de wereld.
Amen.'

• Luther

'En als de wereld voor duivels was
en al wou zij ons helemaal verslinden, 
dan nog moesten wij niet zo bang zijn,
het moet ons toch lukken.
De vorst van deze wereld,
doet zich erger voor dan hij is,
dat komt doordat hij veroordeeld is.
Eén woordje kan hem vellen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's