Boekbespreking
Willem J. Ouweneel, Geloofszekerheid, uitgeverij Medema te Vaassen, 1996, 176 blz., prijs ƒ 19, 95,
In de serie 'Geloofsleven' schreef de bekende auteur dr. Ouweneel het eerste deel over de zekerheid van het geloof. Het geheel is een bewerking van een drietal lezingen die hij over dit onderwerp hield in Papendrecht voor een grote kring belangstellenden. In drie hoofdstukken gaat hij uitvoerig in op de vragen die er bij velen leven over de zekerheid een kind van God te zijn. Hij doet dat op bekwame, pastorale wijze. Na een uiteenzetting volgt er steeds een serie vragen waar hij antwoord op geeft.
In hoofdstuk 1 gaat het om de vraag of er geloofszekerheid mogelijk is. Hij belicht deze vraag vanuit Romeinen 3 en 4. In hoofdstuk 2 gaat hij in op de vraag: 'Blijf je zondaar tot je dood? ' Hij gaat hierop in vanuit Romeinen 5 en 6. Het derde hoofdstuk bespreekt het thema: 'Ik ellendig mens!' vanuit Romeinen 7 en 8.
Ik heb dit boek met grote belangstelling gelezen. Telkens dacht ik; amen. Maar niet altijd. Dat betreft vooral de vraag hoe het nu zit met de gelovige ten aanzien van de zonde, het zondaar zijn, het vleselijk zijn en het oude mens zijn. Ouweneels standpunt wordt heel duidelijk als hij zegt: de gelovige is geen oude mens meer. Er is nog wel de werkelijkheid van de oude natuur in het leven van de gelovige, maar de oude mens is met Christus gekruisigd. Ik denk dat de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de werkelijkheid genuanceerder ligt. De ene keer zegt Paulus dat gelovigen de oude mens hebben afgelegd en de nieuwe mens hebben aangedaan (Kol. 3 : 9-10), maar de andere keer zegt hij weer dat gelovigen de oude mens moeten afleggen en de nieuwe moeten aandoen (Efeze 4 : 22-24). Bij de bespreking van Rom. 5 maakt Ouweneel een tegenstelling tussen het feit dat gelovigen vroeger (voor hun bekering) zondaars waren, maar nu niet meer. Maar dat staat er niet. Vroeger waren we zondaars, maar nu zijn we gerechtvaardigd (Rom. 5 : 8 en 9). Om met Luther te spreken: we zijn tegelijk zondaar en tegelijk rechtvaardig. De Heidelbergse Catechismus spreekt over ook een proces van sterven van de oude mens en een proces van opstaan van de nieuwe mens in het léven van de gelovigen (vraag en antwoord 88 t/m 90). Me dunkt: als gelovigen hebben we het volle heil voor de volle honderd procent in Christus. Maar in ons zelf hebben we niets, maar dan ook niets. Vlak voor onze dood zullen we moeten belijden: Wir sind Bettier, das ist wahr' (Luther). We blijven spreken niet met één woord: ik ellendig mens' of: Ik dank God door Jezus Christus', maar met twee woorden, zowel: Ik ellendig mens' als 'Ik dank God door Jezus Christus' (Rom. 7 : 24-25).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's