De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Geloof en religie in Nederland

Dat schreef prof. dr. H. W. de Knijff boven een onderdeel van zijn Kroniek in Kerk en theologie van juli 1996. We citeren straks zijn bijdrage. Onze keus voor dit thema valt niet zomaar uit de lucht. Wie de vinger aan de pols van de tijd houdt, weet dat eerder dit jaar het zogeheten 'normen en waarden debat' is ontbrand in verschillende media. De leider van de VVD-fractie in de Tweede Kamer Frits Bolkestein deed een oproep om zich aan de christelijke waarden te blijven houden om verdere verloedering in onze samenleving tegen te gaan. En de eindredacteur van het blad 'Socialisme en Democratie', een uitgave van de Wiardi Beckmanstichting (wetenschappelijk bureau van de PvdA) drs. R. H. Cuperus gaf lucht aan zijn zorg over een komende generatie voor wie Jezus, Maria en Abraham totale vreemden zijn en voor wie kerk, bijbel en christendom zo'n beetje op één lijn staan met de zwartwit-tv en de kolenkachel van opa en oma. In het blad Literatuur (tijdschrift voor Nederlandse letterkunde) jrg. 13 nr. 5 sept./okt. 1996 stond de tekst afgedrukt van een lezing die de bekende Neerlandicus prof. Frits van Oostrom hield voor het Titus Brandsma Instituut onder de titel 'De verzuiling voorbij? ' Hij stelt daarin de vraag aan de orde of men gelovig moet zijn (en bij voorkeur katholiek) om iets te begrijpen van de Middelnederlandse geestelijke letterkunde. Hij vindt uiteindelijk zelf van niet. Maar wel stelt ook hij vast dat de onbekendheid met de christelijke spiritualiteit steeds hemeltergender vormen aanneemt. Gediplomeerde vwo'ers die zich aan zijn faculteit in Leiden aanmelden voor de studie Nederlandse taal-en letterkunde blijken massaal onwetend te zijn over Mozes, Johannes de Doper en Gethsemané. Men is daarom gedwongen om eerstejaars studenten Nederlandse taal-en letterkunde elementaire lesjes te laten leren o.a. in bijbelkennis.

We citeren nu eerst prof. De Knijff.

'Men hoort de laatste tijd nogal eens beweren, dat de secularisatie haar ergste tijd gehad heeft en men wijst daarbij dan bijv. op het feit, dat een krant als Handelsblad/NRC vaker en beter theologische en kerkelijke kwesties aan de orde stelt dan tot voor kort het geval was. Nog niet lang geleden leken kerk en theologie daar gezien te worden als een soort folklore, maar het meest irritante waren de schrijvers, die en passant hun frustraties of onkunde terzake van het christendom ventileren wilden. Het had er een tijdje lang de schijn van, dat op theologisch gebied (zelfs bijv. bij bijbelse namen) alles onder het oog van de corrector (bestaat die, nog? ) door kon. Nu, dat is belangrijk beter geworden.

Ik schrijf over een krant, die ik sinds mijn 25e jaar lees en waar ik van houd. Daarom stak de genoemde constatering des te meer. Ik moest dan vaak denken aan landen als Engeland en Duitsland, waar men in de grote pers doorgaans een geheel andere houding aantreft. Hoe verschillend de geestelijke ligging van naties, hoe verschillend in het volksleven de rol en betekenis van kerk en geloof is, hoe anders de relatie tot het christendom als eigen verleden wordt ervaren, - dat wordt bij een bestudering van volkspsychologie op een merkwaardige en mij altijd fascinerende manier duidelijk. Een voorbeeld (uit de literatuur): toen iemand aan de bekende Engelse (uitdrukkelijk) agnostische schrijver John Fowles, de auteur van o.a. het bekende The French Lieutenant's Woman, vroeg, waarom hij toch in zijn romans zo vaak christelijke thema's, bijv. de lotgevallen van een Quakerachtige sekte (in: The Maggots) aan de orde stelde, antwoordde hij: omdat het hier gaat over mijn eigen verleden en juist zulke groepen mij buitengewoon interesseren. Dan de Nederlander en zijn verleden! Als één volk zijn verleden kwijt is, dan is het wel - ten dele ook door onderwijs veranderingen - het Nederlandse. Dit feit speelt ook op het punt van de secularisatie een grote rol.

Terug naar de genoemde krant. Men treft er sinds enige tijd serieuze discussies aan over theologische zaken (H. Philipse en de hele nasleep van reacties), of op Oudjaar een overweging, die in een kerkblad niet zou misstaan (Marjolein de Vos). De bekende schrijver van Dezer dagen, J. L. Heldring, vraagt zich, vanuit zijn agnostische positie, met zekere volhoudendheid af, of moraal het houdt zonder "metafysische" grondslag. De vaste essayist Bas Heijne stelt de vraag naar de radicaliteit van het kwaad en de weerloosheid van de moderne mens daartegenover (15.3), terwijl de Utrechtse hoogleraar Christien Brinkgreve (11.4) zich verwondert over het feit, dat steeds meer van haar vrienden (n.b. "verstandige, leuke, slimme mensen"!) katholiek zijn of dat zelfs worden, en daarbij niet gehinderd worden door wat voor haar het grote obstakel werd: de autoritaire en masochistische moraal, de emotionele oneerlijkheid enz. Vooral de laatste "column" begint tot de veel aangehaalde citaten te behoren en daar zit al gauw een bedenkelijke en onheuse kant aan, die meer suggereert dan de schrijver bedoelt te zeggen. Ik heb niet het oog op "kansen van de kerk", "het einde van de secularisatie" of iets dergelijks, maar op het feit, dat we wellicht met een opener en billijker atmosfeer te maken krijgen, waarin zonder gefrustreerdheid en bitterheid (die veelal maar al te begrijpelijk zijn) geloof en theologie een eerlijker kans krijgen, het hunne te zeggen, en waarin men ook eens met elkaar zou kunnen discussiëren vanuit een gezamenlijk ervaren verleden. De psychologische oorlog met het eigen verleden kan een mensenleven vergiftigen en ik denk, dat dit ook voor het verleden van een volk opgaat en dat Nederland hiervan een sterk voorbeeld is. Het zou een zegen zijn, als hierin verandering kwam.'

Het gaat veel te ver om te veronderstellen dat de secularisatie op zijn retour zou zijn. Wel lijkt het erop dat het niet langer gênant is het christelijk geloof als een serieuze gesprekspartner te zien. Recent verscheen de bundel Cultuur, politiek & christelijke traditie. Daarin staan onder andere de zogeheten 'Leidse Lezingen' van november dit jaar. De vraag staat centraal naar plaats en rol van de christelijke traditie in cultuur en politiek aan het einde van het tweede millennium. Is er nog een rol weggelegd voor de christelijke traditie of is het christelijk geloof louter privé-zaak geworden?

Eén van de medewerkers aan deze bundel is de al genoemde drs. R. H. Cuperus.

Christelijke traditie waardevol

In het Nederlands Dagblad van 23 november stond een gesprek te lezen van Piet H. de Jong met drs. Cuperus. Hij blijkt een 'kerkverlater' te zijn die met het christendom een haat-liefde-verhouding heeft overgehouden. Toch blijft het christendom uiterst waardevol voor onze samenleving, vindt hij. Hij ziet de Bijbel als een nog steeds onovertroffen altruïstisch manifest. Hoewel zelf geseculariseerd maakt hij zich druk om de effecten van de ontkerkelijking op de samenleving.

'Wat was de aanleiding om uw zorg over de gevolgen van de secularisatie kenbaar te maken? "Dat de kennis over het christendom verdwijnt, verontrust me. Alleen al vanuit historisch en cultureel oogpunt is dat een probleem. Onderhuids speelt mee, dat ik moeite heb met het kortzichtige vooruitgangsdenken, zoals dat door de globaliserings-economen wordt gepredikt. Ik vrees de Nijenrode-mensen, die zeggen een ton in zichzelf te investeren met de bedoeling dat in een jaar of drie terug te verdienen. Die nieuwe economische elite gelooft in de eigen perfectie. Het gevaar dreigt dat zij hun normen aan de samenleving willen opleggen. Dan krijg je een sociaaldarwinisme, waarbij de sterkste wint. Dat denken noem ik een uit de rail gelopen overmoedsdenken. Ik heb de neiging daarbij een verband te leggen met de snelle secularisatie. Tegen dat type denken kunnen sociaal-democraten en christenen een tegenwicht vormen. Zij hebben meer oog voor de beperkingen van de mens, voor een complexer mensbeeld, de mens uit de Bijbel, literatuur en film. Dat element dient in onze cultuur aanwezig te blijven. De christelijke traditie en historisch besef kunnen daarbij dienstbaar zijn" (...)

Bijbel zonder God

Maar kun je Bijbel losmaken van God? "Ik zou het jammer vinden met het verlies van het 'godsbegrip' en het 'hiernamaals' die hele intellectuele en culturele erfenis terzijde te schuiven. De christelijke traditie is mij te veel waard , om te zeggen: 'exit christendom'. Het is natuurlijk lastig een Bijbel zonder God te denken, maar vergis je niet: dominee Nico ter Linden met zijn Het verhaal gaat doet niet anders. Hij maakt er literaire, synibolische verhalen van. In zekere zin voel ik me met hem verwant, maar in de opstelling van veel moderne theologen zit iets hypocriets. Ze blijven in de christelijke traditie staan, zingen liederen over God en lezen bijbelteksten voor, onderwijl wetend dat het allemaal anders geduid moet worden, veel symbolischer, terwijl het kerkvolk dat niet weet of niet wil volgen." (...)

Taal-probleem

U heeft zich afgevraagd, waar de kerken en de theologen blijven in het moraal-debat. Kunt u dat toelichten?

"Kerken zouden moeten proberen de kloof tussen de geseculariseerden en de christenen, te overbruggen. Tot dusver slagen ze er niet in op een heldere manier met hun omgeving te communiceren. Als ik moderne theologische boeken lees, zijn die niet te volgen. Een willekeurige burger die een kerk binnenloopt, zal er niets van snappen. Het taalgebruik staat stijf van jargon en aannames. Ik merk het ook bij Andries Knevels 'Het elfde uur': dan is er een christen die in een taal praat waar een nuchter mens niets van begrijpt. Dat heeft wellicht te maken met de gedachte van 'wij' die het licht hebben gezien, en 'zij' die in duisternis wandelen. Een echte dialoog veronderstelt een taalgebruik dat door alle gesprekspartners wordt begrepen. Christenen gebruiken vaak een taal die autistisch is, alleen voor de binnenwereld te vatten.

Daar zit ook, wat ik noemde, mijn heimwee naar het CDA en ook mijn respect voor Schutte van het GPV. Zij worden gedwongen hun bijbelse inspiratie te vertalen in politieke, menselijke, argumenten. Dan kan het gebeuren dat iemand als Schutte zelfs genoemd is als kandidaat-voorzitter van de Tweede Kamer. Dat vind ik boeiend".'

In een artikel in het dagblad Trouw van 16 november gaat dezelfde drs. Cuperus ook uitvoerig in op de vraag of er nog hoop is voor het christendom? Het is één van de bijdragen in een reeks onder het thema 'De toekomst der religie' in het katern 'Letter& Geest'. Cuperus schrijft er boven: Hoe meer secularisatie, hoe meer bijbelse gerechtigheid. Ik denk dat hij helaas gelijk heeft als hij stelt dat we in ons land in een atheïstische samenleving zijn beland. De God van de Bijbel wordt massaal doodverklaard, zoals de wijsgeer Nietzsche eind vorige eeuw voorspelde. Bedoeld wordt dan wel het traditionele godsbeeld van het christendom.

'Dat het secularisatieproces massaal de persoonlijke levenssfeer zou hebben bereikt, demonstreert ook een nieuwe term die de theoloog Houtepen voor de Nederlandse situatie heeft bedacht. Hij spreekt van agnosme als een verschijnsel dat zich massaal zou hebben verspreid. Agnosme staat dan voor een leefvorm waarbij men God links laat liggen of van God niet langer weet heeft. Anders dan het agnosticisme, dat een theoretisch beargumenteerde positie ten opzichte van God veronderstelt, gaat het bij "agnosme" om een tamelijk geestloos afscheid van God en christendom: "God hoeft niet meer zo nodig".

Nederland lijkt op dit punt een curieuze gidsrol te vervullen. Secularisatie heeft hier haar duidelijkste gezicht gekregen in de gestokte overdracht van het christendom van de generatie van verzuiling en wederopbouw aan de "protest-generatie" van babyboomers. Men zou dit de wraak van de verzuiling kunnen noemen. Nergens werd het christendom zo benepen, repressief en intolerant geleefd als in het verzuilde Nederland, nergens werd er dan ook zo hard van weggerend. Het conflict-tussen de vooroorlogse generatie en hun wild gekapte offspring veroorzaakte een kaalslag in de overdracht van geloof en christelijke traditie. Met unieke consequenties. Want met het wegvallen van kerk en geloof voor vrijwel een gehele generatie is het christendom geleidelijk aan verdwenen uit de sfeer van opvoeding, onderwijs en zingeving. Het kwijnt meer en meer uit de "culturele canon" van de samenleving weg. Of zoals de historicus Peter van Rooden het eens stelde: "Op den duur wordt politiek bedreven, geld verdiend, onderwijs gegeven, kunst geschapen en medische zorg aangeboden alsof er geen God bestaat".'

Cuperus' opmerking over de benepen en onderdrukkende manier waarop in ons land het christelijk geloof werd geleefd moge dan wellicht enigszins gekleurd zijn. door eigen ervaringen, er zit wel veel herkenbaars in voor wie in dezelfde traditie is groot geworden. Mij viel op hoe hij indirect bezwaar maakt tegen de aangepaste vorm van theologie bedrijven zoals die aan het licht komt in de bijbeluitgave van Nico ter Linden (zie ook citaat uit Ned. Dagblad).

'Het merkwaardige feit doet zich nu voor dat de hierboven geschetste ontwikkeling zich tot binnen de theologie afspeelt. Ik ben geen kenner op dit terrein, maar neem verbaasd waar hoe hedendaagse theologen de "God uit mijn jeugd" inmiddels hebben doodverklaard. En dan heb ik het niet over een orthodox-fundamentalistisch godsbegrip, maar over het elementaire godsbegrip van kerk en catechismus: God als betekenisvol transcendent "Opperwezen". De exegese van de Bijbel heeft inmiddels zulke symbolische en metaforische vormen aangenomen, dat men op de vraag of er überhaupt een God bestaat - toch de kernidee van het christendom - niet meer kan antwoorden. Aan het woord God wordt geen beschrijvende inhoud meer gegeven. De traditionele opvatting is verlaten, maar een nieuwe betekenis lijkt niet te zijn uitgekristalliseerd. Herman Philipse duidt deze wending in de theologie in zijn Atheïstisch Manifest aan met "semantisch atheïsme"; je zou dat met godsverbastering kunnen vertalen. Philipse mag dan wat grofbesnaard argumenteren en met ontkomen aan een zeker "filosofisch fundamentalisme", hij heeft hier wel een punt te pakken. Het godsbeeld van het christendom is in de moderne theologie zodanig gefragmenteerd, gehumaniseerd en geïndividualiseerd geraakt, dat het de volgende conclusie uitlokt: en gelooft er zelf niet meer in. Niks openbaring, maar naar een woord van Kuitert: Alles over boven komt van beneden". In plaats van het christelijk geloof uit de kerkelijke catechismus is het christelijk geloof tegenwoordig zoiets als "existentieel humanisme". De daarbij behorende taal is gedrenkt in een soort Vrijmetselaars-retoriek: od als innerlijke kracht, als antwoord op het niet-zichtbare, als uitdrukking van het "geheel". Het christendom en godsgeloof lost zich op in een sterk subjectief - en daarmee collectief betekenisloos - metaforisch spreken. Daarbij moet men zo'n beetje Hebreeuws kunnen spreken om de finesses van dit "neo-" of postmoderne christendom nog te kunnen begrijpen. Is het dan een wonder dat het beeld van "het algemeen betwijfeld christelijk geloof" (Kuitert) zo trefzeker gekozen bleek, al was het maar als aanduiding van de vervreemding tussen kerkelijke intelligentsia en kerkgangers? Hoe dan ook, de "erosie van binnenuit" - de doodverklaring van het Godsbegrip van catechismus en Vaticaan - toont aan tot hoever de secularisatie is voortgeschreden.' Kennelijk trapt een geseculariseerd mens daar ook weer niet in. Schrijnend is de conclusie van Cuperus: e secularisatie zit in de huidige theologie zelf. Intussen blijft de vraag: oe moet het dan wel? Ons taalgebruik heet autistisch. Dat van Ter Linden is in wezen 'verlakkerij'. Blijft niet de Boodschap een bericht van de 'andere kant' waar wij van nature geen antenne voor hebben? De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die van de Geest van God zijn. Hij kan ze ook niet verstaan, zegt de apostel, omdat ze geestelijk onderscheiden worden (1 Kor. 2 : 14). Hij mist er het orgaan voor. Intussen bedoelen we dat niet als een vrome uitzwaaier die zou suggereren dat wij het wèl weten. Ook wij zijn die 'natuurlijke' mens. Verstaan wij wel?

Cultuur, politiek en christelijke traditie, dr. P. B. Cliteur, dr. A. Th. van Deursen, dr. C. J. Klop, dr. G. G. de Kruijf, dr. B. van Stokkom e.a. Leidse Lezingen 1996. Callenbach Nijkerk, 189 blz. prijs ƒ 34, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's