Uit de pers
Het Boek:
veelgelezen, terecht geprezen?
Ik hoef in ons blad nauwelijks toe te lichten welk boek met Het Boek wordt bedoeld. Uit ervaring weet ik hoeveel jongeren maar ook ouderen aan tafel en voor persoonlijk bijbellezen gebruik maken van deze 'eigentijdse verwoording van de Bijbel volgens het principe van de Living Bible' zoals in het voorwoord van deze 'bijbelvertaling' vermeld staat. Je kunt daar van vinden wat je maar wilt, maar de feiten zijn niet anders. Bijna iedere lezer van Het Boek krijgt het gevoel een bijbel in handen te hebben die tenminste te begrijpen is 'voor een normaal en eenvoudig mens', zoals men dan zegt. Wie doordrenkt is in de taal van de Statenvertaling heeft bij lezing van Het Boek soms juist het gevoel geen bijbel meer in handen te hebben. In het blad Interpretatie, tijdschrift voor bijbelse theologie, 4e jrg. nó 8, december 1996, geeft de hervormde predikant van Glanerbrug, ds. Jaco D. Zuurmond zijn commentaar op Het Boek. Het Boek, aldus ds. Zuurmond, noemt zichzelf een 'gedachte-voor-gedachtevertaling'. Wat bedoelt men daar concreet mee? Hij geeft dan een aantal voorbeelden om de vertaalprincipes van Het Boek boven tafel te krijgen. Boven zijn bijdrage schrijft hij: 'Het Boek: een gevoel-voor-gevoel-vertaling'. We citeren eerst wat ds. Zuurmond schrijft over Mattheüs 1:
'Het boek des geslachts van Jezus Christus, den Zoon van David, den Zoon van Abraham. Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, enz.
(Statenvertaling)
De Statenvertaling geeft het in de marge duidelijk aan: In Mattheüs 1 : 1 treffen we een "Hebreeuwse wijze van spreken" aan. De Statenvertalers verwijzen daarbij nog naar Genesis 5:1, waar Mattheüs zijn Hebraïsme aan ontleent. Een openingszin dus met schriftuurlijke diepgang, maar op die manier ook een zin die bepaald niet op het eerste gezicht duidelijk is. En dat nota bene aan het begin van het Nieuwe Testament... Hoe hier "duidelijke taal" van te maken?
Abraham en David waren de belangrijkste voorouders van Jezus. Abraham was de vader van Isaak, Isaak de vader van Jakob, enz.
(Het Boek)
Dat deze vertaling zeer ingrijpend is, valt direct te zien. Volgen we de Statenvertaling (waar Het Boek zich op baseert), dan vallen met name de volgende veranderingen op:
- "Het boek des geslachts" wordt helemaal weggelaten.
- Mattheüs' expliciete citeren van Genesis 5 : 1 wordt onzichtbaar gemaakt. Genesis 5 wordt in Het Boek namelijk vertaald: Hier volgt een lijst van de nakomelingen van Adam..."
- Het woord "zoon" wordt weggelaten, of is het inbegrepen in "voorouders"?
- De volgorde van David en Abraham wordt omgedraaid.
- "Gewon" wordt vervangen door het meer beschaafde "was de vader van".
- Last but not least: "Christus" wordt weggelaten!
De oudtestamentische wortels van Mattheüs 1 : 1 zijn voor Het Boek blijkbaar niet zo van belang. Dan kan ook een veelbelovend woord als "zoon" gemakkelijk vervangen worden. Mattheüs 1 : 1 wordt door dergelijke ingrepen volledig van zijn verhalende kracht ontdaan en omgevormd tot een uittreksel van de burgerlijke stand. Vandaar dat Abraham en David even in de goede volgorde worden gezet. Vandaar ook dat het woord "Christus", gezalfde, moest verdwijnen.
Dat was immers niet de burgerlijke achternaam van Jezus. "Christus" is geen stamboomterm, en hoort dus niet thuis in Mattheüs 1 : 1; zo hebben de vertalers van Het Boek gedacht.
Welke "gedachte" wordt nu in de "gedachtevoor-gedachte-vertaling" weergegeven? Niet de gedachte dat zogenaamde geslachtsregisters misschien ook vertellen van een wonderlijk geheimenis, en dat dit geheimenis door alle tijden heen samenkomt in deze éne, die daarom "Christus" genoemd wordt... Alle woorden die naar dit geheimenis verwijzen, worden door de vertalers van Het Boek getrouwehek weg-gezet, tot en met "Christus" toe. Deze woorden moeten wijken voor de enige gedachte die blijkbaar voor de "gedachte-voor-gedachte-vertaling" mag tellen, namelijk die van de kale historiciteit.'
Er is nog een Schriftgedeelte dat ds. Zuurmond als voorbeeld noemt om zijn ingrijpende kritiek op de vertaalprincipes van Het Boek te illustreren en wel Mattheüs 4:
'In Mattheüs 4 : 14-16 wordt expliciet uit Tenach geciteerd:
"Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet zeggende: Het land Zebulon en het land Nafthali [aan] [den] weg der zee over de Jordaan, Galilea der volken:
Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en degenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan.
(Statenvertaling)
Mattheüs citeert hier Jesaja 9 : 1 (8 : 23). Het citaat is gecompliceerd, temeer daar Mattheüs niet alleen hele stukken weglaat, maar ook nog iets verandert. Jesaja sprak bijvoorbeeld niet van "zitten" in de duisternis, maar achtereenvolgens van "wandelen" en "wonen". Voorafgaand aan het citaat laat Mattheüs het woordje "wonen" wél klinken, namelijk in 4 : 13, waar van Jezus wordt gezegd dat Hij gaat "wonen te Kapernaüm, aan de zee (!), in het gebied van Zebulon en Nafthali". Zo wordt het Jesaja-citaat door de gehele perikoop heen geweven.
Wat is nu de gedachten die volgens Het Boek vertaald moet worden?
'Niet lang daarna verhuisde Hij naar Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd: "Zoals Hij aanvankelijk smaad heeft gebracht over het land Zebulon en het land Naftali, brengt Hij later glorie naar de weg van de zee aan de andere zijde van de Jordaan, het woongebied van de heidenen. Het volk dat in de duisternis voortgaat, zal een groot Licht zien; een Licht dat straalt over hen die in een land van dichte duisternis wonen.'
(Matth. 4 : 13-16, Het Boek)
Zetten we ook hier de belangrijkste veranderingen op een rijtje:
- "Wonen" wordt "verhuizen". Tevens wordt de "zee" veranderd in "het meer van Galilea". Gemeten aan geografische normen is dat zeker juister. Op deze wijze wordt de mogelijke relatie met het Jesaja-citaat dus teruggebracht tot het niveau van een geografisch-biografische mededeling.
- "Vervullen" wordt vertaald door "in overeenstemming zijn met".
- Het eerste gedeelte van het citaat wordt nu compleet geciteerd. Dit wellicht om te voldoen aan de vooronderstelling van Mattheüs dat de lezer op de hoogte is met de volledige passage. Overigens wordt in Het Boek zowel in Jesaja als in het citaat bij Mattheüs de aanduiding "Galilea" vervangen door "woongebied". Dat kan, maar is op zijn minst toch tamelijk eigenzinnig, want ook de Septuaginta leest hier gewoon "Galilea".
- Het woord "licht" wordt consequent met een hoofdletter geschreven. Dit is een interpretatie van de vertalers! De veranderingen die Mattheüs invoert ten opzichte van de oorspronkelijke Jesaja-tekst, worden in Het Boek geretoucheerd. In plaats van "zitten" klinkt nu dus weer "voortgaan" en "wonen".
Terwijl de vertalers van Het Boek zelf naar believen wijzigingen aanbrengen, staan ze het Mattheüs niet toe op zijn beurt speels met zijn bronnen om te gaan. Dat Mattheüs wel eens iets zou kunnen bedoelen met zijn kleine wijziging ("zitten" in de duisternis is bijvoorbeeld nog troostelozer dan "voortgaan" en "wonen"), kwam blijkbaar niet bij de vertalers op. En wat ingrijpender is: die vraag kan bij de lezers van Het Boek nooit meer opkomen, omdat de tekst simpelweg aan het begrip van de vertalers is aangepast.
Wat is nu de gedachte, die de "gedachte-voorgedachte-vertaling" hier heeft willen vertalen? Waarom moest het Jesaja-citaat van Mattheüs aan de oorspronkelijke Jesaja-tekst worden aangepast? Blijkbaar is de vertalers heel wat gelegen aan een optimum aan vooral formele overeenstemming. De vertaling lijkt zodoende vooral uit op een versterking van gevoelens van zekerheid: "zie je wel, het klopt echt"! Het geografische "kloppen" is in deze gedachte het bewijs dat Jezus het "Licht" is.
De uitleg van "vervullen" als "in overeenstemming zijn met" is een hermeneutisch/dogmatische beshssing. Op zich is daar niets mee mis, elke vertaling moet soms zulke beslissingen nemen. Waar vervolgens echter terwille van de overeenstemming het Jesaja-citaat wordt aangepast, om zo het bewijs dat het inderdaad "klopt" te verstevigen, daar wordt de dogmatiek aan de Schrifttekst opgelegd. En dan is het wel mis.'
Twee Schriftgedeelten die in deze kersttijd aan de orde kunnen komen in de prediking. Ds. Zuurmond noemt ook nog als voorbeeld Genesis 22. We laten dat hier ongeciteerd, maar noemen wel de conclusie die op grond van genoemde overwegingen getrokken wordt:
'Het Boek maakt van de Schrift een verzameling "verhaaltjes". Blijkbaar vindt Het Boek deze verhaaltjes van tamelijk slechte kwaliteit, want regelmatig grijpt Het Boek in de tekst in. Geen zin is zijn bestaan zeker Laat staan dat ook maar één woord, hoe vaak ook herhaald in een passage, heilig is. Zelfs de titel "Christus" in het allereerste vers van het Evangelie moet er aan geloven.
De ingrepen van Het Boek gaan het gestelde doel van duidelijkheid en begrijpelijkheid vaak te buiten. Vele ingrepen in Het Boek zijn (in tegenstelling tot de Groot Nieuws Bijbel) expliciete veranderingen van de tekst. Dikwijls lijken dogmatische en/of hermeneutische concepties (historiciteit, gelovigheid, tekst-zekerheid, enz.) aan deze veranderingen ten grondslag te liggen.
De "gedachten" die de lezer van Het Boek uiteindelijk aangeboden krijgt zijn derhalve vooral de gedachten en vrome gevoelens van de vertalers. Deze vertalers stellen alles in het werk om elke andere interpretatie dan de hunne zorgvuldig uit te sluiten. Het Boek heet daarbij vooral bedoeld om randkerkelijken de toegang tot de Schrift te vereenvoudigen. Waar in de praktijk Het Boek vooral opgang doet in kerkelijke kring, moet veeleer het omgekeerde worden gevreesd: Het Boek zal vele kerkdijken de toegang tot de Schrift ontnemen.'
Fundamentele kritiek die grondige bezinning vraagt van ieder die de Schriften lief zijn om haar inhoud. Jammer is dat een vertaling uit 1637, terecht geroemd om haar getrouwheid en correctheid als vertaling, door haar op veel punten achterhaald taalgebruik echter bij een toenemend aantal kerkmensen onverstaanbaar geworden is. Het Boek kan geen echt alternatief zijn. Voorzover ik altijd heb begrepen, willen de samenstellers dat ook helemaal niet. Maar in de praktijk is dat helaas wel in toenemende mate het geval geworden. De kennis van de inhoud van de Schriften wordt er niet echt door bevorderd, hoe schriftgetrouw de achtergrond van de Stichting Living Bibles International ook moge zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's