De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Duurzame ontwikkeling vraagt duurzame basis voor de samenleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Duurzame ontwikkeling vraagt duurzame basis voor de samenleving

Toespraak NCDO-podium op vrijdag 13 december 1996 in De Doelen te Rotterdam

12 minuten leestijd

Op vrijdag 13 december 11. werd in de Doelen te Rotterdam een groot congres gehouden, uitgaande van de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling (NDCO) over het thema 'De wereld is van God'. NDCO is een volledig door de overheid gesubsidieerde instelling, die in de Nederlandse samenleving brede steun tracht te vinden voor 'een duurzame samenleving'. Nu werd dan een groot podium georganiseerd over de verhouding tussen religie en duurzame ontwikkeling. Mensen van diverse levensbeschouwelijke groeperingen gaven hun visie op waarden, die vanuit hun geloofsovertuiging centraal dienen te staan in de bezinning op 'een duurzame wereld'. Ondergetekende werd uitgenodigd deel te nemen aan een sessie, waarvan het thema was 'Terug naar de bron? ' Daarin moest het onder andere gaan over 'fundamentalisme', ook christelijk fundamentalisme. Hieronder volgt de tekst van de inleidende toespraak, die eerder ook in de accentbijlage van het Reformatorisch Dagblad werd geplaatst. Bijgaand is een verslag van de sessie opgenomen, zoals dat verscheen in het Nederlands Dagblad.

Toespraak NCDO-podium op vrijdag 13 december 1996 in De Doelen te Rotterdam

Bron

Waarom staat 'Terug naar de bron? ' voor deze sessie met een vraagteken? Ik wil liever een uitroepteken plaatsen. Terug naar de bronnen van onze cultuur! Bij de bron is het water het helderst. Ik waag het er daarom op het motto van dit congres te nuanceren. De wereld is van God? Jawel, maar als ik naar de christelijke bron, de Bijbel ofwel de Heilige Schrift ga, kom ik meer te weten. 'De aarde is des Heeren' (Psalm 24 : 1). Het gaat dan om God, die in een relatie, in een verbond is getreden met mensen. Het is de God van Abraham, Izak en Jacob, de God van Israël. Het is voor het christelijk geloof de God en Vader van Jezus Christus. Deze belijdenis aangaande God is voor een c\ms, iQn fundamenteel. Een God die zich kennen laat, die zich verbindt met mensen, die zelf Mens werd.

Een andere psalm werpt hier een ander licht op. 'De hemel is des Heeren, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven' (Psalm 115 : 16). De aarde is van God maar Hij heeft deze aan mensen ge­ geven om er te wonen en om haar te beheren. Aan 'de' mensen, niet aan een bepaalde elite. De aarde is voor de mens. Daar is geen sprake van rechts-ongelijkheid. God is de recht-matige eigenaar. Hij heeft alleen-recht. De mens is bewoner en rentmeester. Daarbij is geen sprake van bevóór-rechten en min der be-vóór-rechten.

God liet intussen de mens niet aan zichzelf over, niet maar wat rondtobben. De mens behoeft er niet zelf maar wat van te maken. Dat mag hij niet eens. Hij kreeg een gids mee voor onderweg. De thora heette dat voor Israël: leer of onderwijzing; Weisung, heenwijzing ook, samengevat in de decaloog, de tien geboden. Samen met Israël heeft de christenheid die onderwijzing oftewel de wet meegenomen in de geschiedenis, in het vaste geloof, dat de geboden geen ijzeren wetten zijn maar voorzien zijn van een belofte van heil voor mens en wereld. De geboden zijn de paaltjes langs de weg van het leven, de mens ten goede. Leven naar de geboden betekent leven tot eer van de Eigenaar. Die Eigenaar beledig of laster je bijvoorbeeld niet! Dat staat ook in de decaloog. Het betekent ook bescherming en beveiliging van het leven in alle verbanden. Om het met een woord van deze dag te zeggen: een duurzame samenleving.

De thora, de wet róépt om gerechtigheid, om een rechtvaardige samenleving, om zorg en eerbied voor al het geschapene, om broodnodige rust in het wekelijks staken van de arbeid, om bewaking van de menselijke eigendom, alsook voor een rechtvaardige verdeling van wat de Schepper de mens in Zijn schepping heeft gegeven en gelaten. Kortom om normen en waarden, die de menselijkheid bevorderen; het mens-zijn beleefd voor het Aangezicht van God.

De wet is zelfs voorteken van een wereld, van een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal, een thuis hebben zal. Voor die wereld staat Jezus Christus garant.

Vreugde

Het christelijke leven is intussen gekenmerkt door een persoonlijke relatie met God, door verborgen omgang met God, die mogelijk is doordat Jezus Christus, Zoon van God mens is geworden. Maar de God, die christenen belijden, blijft oog hebben voor Zijn hele schepping, voor mens, dier en plant. Het is indrukwekkend hoe vaak in de Schriften van het Oude Testament bescherming van de schepping in beeld komt. Milieubeheer is geen modieus zaakje van hedendaagse wolkenfietsers.

In de wekelijkse sabbat bijvoorbeeld mocht ook het dier delen. En tijdens het sabbatsjaar - één keer in de zeven jaar - mocht ook het land in de rust delen (Lev. 25 : 2). Bomen moesten worden gespaard in oorlogstijd (Deut. 20 : 9). In de woestijn moesten de uitwerpselen worden begraven, om het allemaal schoon te houden (Lev. 23 : 12, 13). En de rechtvaardige kent het leven van zijn beesten (Spr. 12 : 10).

En daarom, het leven met de God van Israël is zo slecht nog niet. Integendeel, het loslaten van normen en waarden, ontleend aan Zijn richtlijnen, ontwricht duurzaamheid en gemeenschapsbeleving van de samenleving. We zien in onze tijd ontwrichting en individualisme als de keerzijde van duurzaamheid.

Het dienen van God kan echter nooit plaats vinden onder dwang. In Israël werd en wordt gesproken over de vreugde van de wet, van de thora. Christenen spreken over de wet als leefregel van dankbaarheid. Een mens krijgt er plezier in om te doen wat God van Hem vraagt. En de mensheid vaart er wel bij.

Liefde

Een grondregel in het Koninkrijk van God is dan ook de wet van de liefde. Daarom kan het christelijk geloof nooit bedreigend zijn voor de wereld. Het gaat om wel-zijn. Die wordt niet bevorderd door dwang of geweld maar door overtuiging, door geestelijke overredingskracht. Een christen is bewogen om mensen, die Jezus Christus niet kennen, omdat ze dan hun doel in het leven missen. Het Evangelie van Verzoening, Verlossing en Bevrijding geeft glans aan het leven volgens Gods inzettingen.

Het is echter het kenmerk van alle fundamentalisme, dat waarheid of waarheidsideeën zo geïsoleerd worden nagestreefd, dat de liefde teloor gaat. Fundamentalisten van allerlei slag en soort hebben de waarheid hoog in het vaandel maar nemen vaak een loopje met de liefde. Kenmerkend voor christelijk geloof is, dat de waarheid in liefde, in de dienende liefde van Jezus Christus, wordt betracht, uitgedragen (Ef. 4 vers 15). Die liefde is niet beperkt tot de eigen christelijke kring, tot de geloofsgenoten. Die liefde betreft ook 'de ander'. Die 'ander' wordt de christen zelfs ten voorbeeld gesteld wanneer hij faalt in de liefde. De barmhartige Samaritaan nam de gewonde aan de kant van de weg liefdevol op toen de priester en de leviet hooghartig passeerden. .

Christelijke liefde betreft zo ook de vreemdeling, de allochtoon, ongeacht nationaliteit, ras of godsdienst. Ook in de thora, in de decaloog geniet de vreemdeling bescherming. Twee voorbeelden: 'En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling zal verkeren zult gij hem niet verdrukken' (Lev. 19 vers 33). Dat is negatief geformuleerd. Maar - positief - hij had ook rechten. De vrijsteden waren ook bedoeld voor de vreemdeling (Num. 35 vers 15). En de weldaden van de wekelijkse sabbat en van het sabbatsjaar, ook in hun sociale betekenis, golden ook de vreemdeling (Deut. 5 vers 14, Lev. 25 vers 6).

Cultuur

Een cultuur als de onze is ooit gestempeld geworden door de heilzame waarden, die de God van Israël, voor christenen de God en Vader van Jezus Christus, heeft gegeven. In onze tijd van diepgaande secularisatie worden christelijke tekenen in onze cultuur één voor één geëlimineerd. Te denken valt aan huwelijkswetgeving, wetgeving inzake bescherming, beschermwaardigheid van menselijk leven, en vandaag de zondag. Onder 'paars' is sprake van opruiming, die naar mijn overtuiging niet allen niet heilzaam is, niet bevorderlijk voor een duurzame samenleving, maar eerder de ontwrichting van onze cultuur bevordert. Een specifiek voorbeeld hiervan is wat minister Dijkstal dezer dagen met de zondag voor bleek te hebben. Ik herhaal: dit is cultuurontwrichting. Als dit gebeurt met een beroep op de rechten van de vreemdeling, is dat een oneigenlijk beroep. De vreemdeling heeft in de levensordening van God recht op bescherming maar hij heeft, evenmin als autochtoon, geen recht om die levensordening zelf te veranderen.

Wanneer christenen ook vandaag opkomen voor normen en waarden, ontleend aan de thora en - nieuwtestamentisch - aan het heilbrengend evangelie van Jezus Christus mag dat geen fundamentalisme heten. Het gaat over fundamentele vraarden, die alle mensen 'ten goede' zijn. Leven met zulke waarden is leven in gehoorzaamheid aan God, aan die God, die ooit een verbond met Noach sloot en toen zei: 'Mijn boog heb ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken van het verbond tussen Mij en de aarde... Als de boog in de wolken zal zijn, zo zal ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is' (Gen. 9 vers 14-16). De wereld is van God? De aarde is des Heeren! Hij is trouw aan Zijn verbond met de schepping en vraagt van de mens vertrouwen en gehoorzaamheid.


'Opruiming van christelijke normen ontwricht cultuur'

'De kans op een kakofonie is vandaag uitermate groot', waarschuwde voorzitter Boerma in het
thuishonk van het Rotterdams Philharmonisch Orkest De Doelen. 'Het gesprek over religie heeft doorgaans een hoog emotioneel gehalte, maar we nemen het risico.' Twaalfhonderd mensen
waren gisteren in Rotterdam voor het congres De wereld is van God. So what? De multireligieuze
bijeenkomst was belegd door de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling (NCDO). 'Meneer Van der Graaf, beschouwt u zichzelf als een fundamentalist?' In één van de workshops tijdens het grootse NCDO-congres werd de algerneen
secretaris van de Gereformeerde Bond aan te tand gevoeld. Van der Graaf was één van de
'drie actief gelovige mensen' die onder leiding van freelance journalist Moustapha Oukbih zouden
debatteren over de invloed en macht van fundamentalisme. Zouden debatteren, want meneer Abu Oessama, de Brusselse woordvoerder van de islamitische Algerijnse partij FIS, kwam niet opdragen. Of hij bleef wijselijk achter de schermen, want er was reeds veel oppositie tegen zijn komst. Via pamfletten, maar ook verbaal. Toen een Iraanse vluchtelinge na vijf vergeefse
pogingen eindelijk mocht vragen waarom Oessama überhaupt was uitgenodigd, kwam het thema
in beeld: 'Terug naar de bron?' Van der Graaf plaatste uitroeptekens waar NCDO vraagtekens had gezet. 'Terug naar de bronnen van onze cultuur! Daar is het water het helderst. De wereld is van God? De aarde is des Heeren. Het gaat om God die in een relatie, een verbond is getreden met mensen. De God van Abraham, Isaac en Jakob, voor het christelijke geloof de Vader van
Jezus Christus.' In een korte inleiding trok hij een aantal lijnen op het gebied van micro- en macro-ethische vragen. 'Milieubeheer is geen modieus zaakje van hedendaagse wolkenfietsers.' En: 'Grondregel in het Koninkrijk van God is de wet van de liefde. Fundamentalisten van allerlei slag en soort hebben de waarheid hoog in het vaandel, maar nemen vaak een loopje met de liefde. Wanneer christenen ook vandaag opkomen voor normen en waarden mag dat geen fundamentalisme heten. Het gaat om fundamentele waarden, die alle mensen ten goede zijn'. Concreet: 'Onder "paars" is sprake van een opruiming van christelijke normen en waarden, die niet bevorderlijk is voor een duurzame samenleving, maar cultuurontwrichtend werkt'. Voor panellid H. Rambaran (hindoe) klonk dit allemaal veel te stelling. 'De wereld is van God? Ik weet niet eens wie of wat Hij is. De wereld is een Mysterie, waarin wij verblijven; wij vergaan, de wereld gaat verder. Terug naar de bron? Welke? Wij hebben geen gezaghebbende heilige boeken, of het moeten de veda's zijn, een verzameling ideeën, die in elke tijd en cultuur moeten worden vertaald naar het heden. Maar dat is en blijft altijd mensenwerk.' Van der Graaf daarentegen sprak, om niet te zeggen getuigde over 'de Bijbel die ons van Boven is gegeven. Een brief van God'. Oukbih: 'Maar dat spreekt mensen niet aan...' Van der Graaf: 'Ik ben er ongelooflijk dankbaar voor dat Hij zich door die brief heeft laten kennen in Jezus Christus. Dat kan alleen door overreding en overtuiging'.
De panelleden waren nog amper op stoom of de workshop veranderde al vrij snel van karakter.
Het multireligieuze publiek in de zaal verkoos een rechtstreeks gesprek met Van der Graaf, dat
bij vlagen een apologetisch karakter had. Oukbih slaagde er niet in het thema op tafel te houden.
Het leek wel of iedere vragensteller een trefwoord uit een grabbelton greep: de geschiedenis
van de slavernij, hebzucht en doodslag, de plaats ~van de vrouw (met name in het ambt). Van der
Graaf: 'Wat ik ook verwacht zou hebben, dit (laatste) niet'. Is het christendom geen mannenzaak?
'In Christus is noch man noch vrouw', citeerde hij Paulus. 'Maar goddank is er verscheidenheid.
Het gaat er ook wel om welke grondlijnen je trekt vanuit de Bijbel. Die zijn niet door óns bepaald, maar hebben we van God gekregen.' Gelach in de zaal. 'Zei ik iets verkeerds?' Een andere vraag. 'U hebt uw rotsvaste geloof; een moslim ook. Met welk recht wilt u vasthouden aan de zondag?' Van der Graaf: 'Ik plaats geen is-gelijk-teken tussen de religies. De andere godsdiensten staan voor mij op een ander plan. En als de minister met het oog op de multiculturele samenleving de zondag als rustdag wil loslaten, vind ik dat absoluut verwerpelijk. Dan zaag je de tak door waar je op zit'. De islamitische vluchtelinge bleek het er mee eens. 'Dijkstals pleidooi is gewoon ingegeven door de 24-
uurs economie.' Islamoloog dr. J. Slomp ging een eind met Van der Graaf mee ('Je moet recht
doen aan de geschiedenis, de sociale en religieuze dimensie van de zondag'), en betoogde dat
het creativiteit en tolerantie vereist om het probleem van de religieuze pluraliteit op te lossen,
als 'nog slechts 60% van de bevolking zegt te hechten aan de zondag'. Van der Graaf: 'Tolerantie
is niet afhankelijk van meerderheid of minderheid'. 'Luistert u wel voldoende naar andere godsdiensten', vroeg een dame de voorman van 'de Bond'. 'Luisteren is iets anders dan alles relativeren. Er wordt steeds gesproken over "stellige uitspraken" en een "sterk geloof'. Ik heb niet
zo'n sterk geloof. Ga maar eens een week met me mee. Maar ik heb een sterke God, die zijn
handen naar mij uitsteekt, óók als ik de mijne niet naar Hem kan opheffen.'
(N.D.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Duurzame ontwikkeling vraagt duurzame basis voor de samenleving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's