Groeien in het geloof (3)
Bijbels fundament van de heilsorde
We eindigden ons vorig artikel met te zeggen, dat de heilsorde een bijbels fundament heeft. We kunnen dat vinden in Romeinen 8 : 29-30. Omdat deze tekst belangrijk is voor ons thema, citeer ik haar. 'Want die Hij (= God) te voren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt'. Er is hier inderdaad sprake van een zekere orde. Beter gezegd: en volgorde, waarin God zijn genade in het leven van Zijn kinderen werkelijkheid laat worden. Ook lezen wij hier, waaruit deze genade bestaat, en hoe de volgorde in de toepassing ervan eruit ziet.
Ze begint daarmee; dat God zijn kinderen 'verordineert'. Dat doet ons denken aan de 'voorverordinering', waarmee Gods verkiezing van eeuwigheid wordt aangeduid. De verkiezing gaat dus in de heilsorde voorop, absoluut voorop, zoals de eeuwigheid absoluut aan de tijd vooraf gaat en God zelf in Zijn genade absoluut de mens een eeuwigheid vóór is. Maar omdat de heilsorde zelf vooral te maken heeft met onze geloofsbeleving in de tijd, begint ze eigenlijk met wat er in Romeinen 8 : 29 op volgt, namelijk de roeping. Want wie God verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen.
Het begint bij de roeping
Ik ga niet te diep erop in, wat wij onder deze roeping hebben te verstaan. Het komt op het volgende neer. De mens begint te geloven, als God hem roept. Dat doet Hij door zijn Woord, met name door de verkondiging daarvan. Tegelijk doet God het door Zijn Geest. Want door de Geest dringt het Woord ons hart binnen en veroorzaakt daar een nieuwe gezindheid. Door de roeping worden wij gemaakt tot wat de Bijbel noemt een 'nieuw schepsel' (2 Cor. 5 : 17). Het leven gaat opnieuw beginnen. Daarom noemt de Bijbel het ook 'weder-geboorte' (Joh. 3 : 3). We worden opnieuw geboren. Eigenlijk staat er: Van Boven geboren. Eerst zijn we uit onze moeder geboren, mede dank zij onze vader. De tweede keer worden wij uit God geboren. We worden dan Gods kinderen. We kunnen echter ook zeggen, dat we dan beginnen te gelóven. Het geloof moet ergens beginnen. Welnu, het begint bij de roeping. Want dan gaan wij God op Zijn. Woord geloven.
Opmerkelijk is wel, dat Romeinen 8 : 29 alleen over roeping spreekt. Blijkbaar moeten wij die andere woorden als vernieuwing, wedergeboorte en geloof tegelijk erin mee-horen.
Dat geldt echter niet van de rechtvaardiging. Die wordt apart genoemd, als tweede schakel in deze heilsorde. 'Die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd'. De rechtvaardiging moet dus iets anders zijn. Dat is ze ook. Ligt in de roeping de vernieuwing als begin van het geloof opgesloten, in de rechtvaardiging ligt de verzoening besloten. Verzoening van onze zonden en schuld. We kunnen ook zeggen: vergeving van onze zonden.
De rechtvaardiging volgt
Opmerkelijk is, dat de rechtvaardiging dus apart wordt genoemd. Ligt zij dan niet opgesloten in de roeping? Er komt nog een vraag bij. Als rechtvaardiging iets anders is dan roeping, wedergeboorte en geloofsbegin, waarom wordt zij als tweede genoemd? Is ze minder belangrijk, of is het, omdat zij op de roeping volgt? Komt de rechtvaardiging pas later?
Nog een derde vraag. Als de rechtvaardiging later komt dan de roeping en de wedergeboorte, is het dan zo, dat Gods kind geroepen en wedergeboren kan zijn, en toch (nog) niet gerechtvaardigd?
Dat zijn vragen, die in onze traditie veel stof tot overdenking hebben gegeven. Ook veel stof tot twist, helaas. Niet alleen theologische, ook kerkelijke twist, zelfs kerkelijke verdeeldheid. En wat het ergste is: door die verschillende meningen is er ook in het leven van menig kind van God verwarring en onzekerheid ontstaan.
Wat gebeurt er met ons, als wij worden gerechtvaardigd?
Nu is het in deze artikelenserie niet mogelijk om op al die vragen in te gaan. We beperken ons tot twee. De eerste is: waar bestaat de rechtvaardiging uit? Ik bedoel dan vooral: hoe ervaar je de rechtvaardiging? Wat beleef je, als je wordt gerechtvaardigd? De tweede vraag is: als in de heilsorde de rechtvaardiging inderdaad volgt na roeping, wedergeboorte en geloofs-begin, welke consequenties heeft dit dan voor de geloofsgroei? Daarmee raken wij weer ons hoofdthema. Daarop zal ik dan ook het uitvoerigst ingaan.
Eerst dus de vraag, wat de rechtvaardiging inhoudt. We omschreven haar als verzoening, vergeving van zonden. Op zich is dat duidelijk en is verdere uitleg niet nodig. Moeilijker wordt het, als het gaat om de beleving van de zondenvergeving. Wat maak je mee, als God om Christus' wil je zonden vergeeft? Ook daarover is al veel nagedacht met opnieuw verschil van mening.
Vooral twee lijnen tekenen zich af. We duiden ze aan als: een 'eenvoudige' en een 'dramatische' beleving van de rechtvaardiging. Het woord 'dramatisch' is een typering, waarvoor ik geen beter woord weet, maar die ik graag voor beter geef. Ze wijst op een rechtvaardigingsbeleving, waarin het tussen God en de mens in een geheiligde zin 'dramatisch' toegaat. Ik zal dit straks nader verduidelijken.
De 'eenvoudige' beleving van de rechtvaardiging
Maar ik begin met de 'eenvoudige' rechtvaardigingsbeleving. Ze bestaat daaruit, dat ik oprecht de Heere mijn zonden belijd en dan gelovig mag aanvaarden, dat God om Christus' wil mijn zonden heeft vergeven. Op de vraag, op grond waarvan ik dat geloof, luidt het antwoord: Ik lees mijn Bijbel. Daarin zegt Jezus tot de verlamde: Zoon, uw zonden zijn u vergeven (Mare. 2 : 5). Als ik dat lees, mag ik geloven, dat dat ook voor mij geldt. Voor dat 'u' vul ik mijn naam in. Want ik geloof, dat het ook voor mij waar is, wat God in Zijn Woord zegt. Hierin ligt mijn rechtvaardiging.
Vraagt u nu aan mij: wat beleef je daar nu bij? Dan antwoord ik: niets bijzonders. Ik geloof alleen wat Gods Woord zegt. Dat maakt me wel blij en verwonderd. Wie ben ik, dat de Heere mij deze genade schenkt? Ook ga ik veel van de Heere Jezus houden. Want aan Hem heb ik alles te danken. Het geeft mij ook nieuw perspectief en verlangen om te leven tot Gods eer en mijn naaste te dienen. Maar nogmaals, iets bijzonders beleef ik er niet bij. Zelfs al voel ik die blijdschap niet, geloof ik het nochtans. Omdat ik niet afga op wat ik voel, maar op wat God in zijn Woord zegt. Dat is voor mijn geloof beslissend.
Dat is voor mijn geloof beslissend. Een 'eenvoudige' rechtvaardiging is dus niet anders dan een 'eenvoudig' aanvaarden van wat God in zijn Woord zegt. Iemand zal zeggen: maar is dat wel zo 'eenvoudig'? Nu, daar kun je best iets op afdingen. Ik denk aan de aanvechting, die juist zulke kinderen van God ontmoeten, als bv. anderen tegen hen zeggen: ja maar, zo eenvoudig gaat dat niet. Eenvoudig dan bedoeld als: gemakkelijk, oppervlakkig. Daarvoor zul je meer moeten meemaken, geestelijk. En dat geeft strijd.
De 'dramatische' beleving van de rechtvaardiging
Nu doe ik een poging de zgn. 'dramatische' beleving van de rechtvaardiging te omschrijven. Dat is wèl een bijzondere beleving. Er gaat vaak al een lange tijd van voorbereiding aan vooraf. Deze staat in het teken van steeds diepere ontdekking aan zonden, schuld en verlorenheid. Het loopt daarop uit, dat ik erken, dat God recht heeft om mij te vervloeken en te verdoemen, voor eeuwig.
Het juridische komt hier dus weer naar voren. Want God veroordeelt niet zo maar. nee, Hij doet dat als Rechter, die de rechterstoel beklimt. Vóór Hem staat de zondaar, aangeklaagd en gedagvaard vanwege zijn overtreding. Satan speelt daarbij ook een rol. Hij is immers de 'aanklager der broederen'. Maar ook de wet laat haar vloek horen. De Rechter moet dat alles toestemmen. Hij is immers rechtvaardig. Dus blijft er niets anders over dan dat Hij over de aangeklaagde en schuldig bevonden zondaar Zijn vonnis velt. De zondaar moet dat vonnis ook nog ondertekenen en dus erkennen als een rechtvaardig vonnis. Hij moet dat niet alleen, hij wil het ook. Want zo eerlijk is hij intussen wel gemaakt door de ontdekkende werking van de Geest.
Maar wat gebeurt er? Staande voor Gods rechterstoel, met Satan aan de ene kant en de Wet aan de andere kant, die beiden hem aanklagen, treedt daar ineens een Derde tussenbeide. Die Derde is Jezus. Hij gaat vóór de aangeklaagde zondaar staan, tussen hem en de Rechter. Hij gaat tot de Rechter spreken. Hij zegt: 'Ik wil niet, dat deze (= de zondaar) in het verderf nederstort. Want ik heb verzoening voor hem gevonden door mijn bloed.' De Rechter luistert naar Hem en aanvaardt Zijn pleidooi. Dit bloed is inderdaad voldoende om de zondaar vrij te spreken. Nu is de schuld betaald en weggedaan, en dat 'naar recht'. Er is volkomen voldoening gegeven door Jezus, die Zijn zoenbloed liet vloeien op Golgotha's kruis. Zo wordt de zondaar vrijgesproken. Gerechtvaardigd gaat hij naar huis als de tollenaar uit de tempel (Luc. 18 : 14).
Ik noemde dit de 'dramatische' beleving van de rechtvaardiging. Het zal nu duidelijk zijn, waarom ik ze zo noemde. Hier is niet alleen sprake van een eenvoudige aanvaarding van het Woord van God, dat spreekt van vergeving. Hier wordt de rechtvaardiging voltrokken in de vierschaar Gods. Het is een bijna-visueel gebeuren, heel ingrijpend. Het is ook een uniek gebeuren. Het gebeurt slechts eenmaal in een christenleven. Eens en voorgoed mag hij nu wéten, dat God hem als een doodschuldige heeft vrijgesproken en dat hij in vrede mocht heengaan.
Is er voorkeur?
We willen geen beoordeling van beide geloofs'gangen' geven. Alleen dit. Er zijn uit het verre en nabije verleden namen van predikanten te noemen, die exclusief de voorkeur gaven aan de tweede beleving van de rechtvaardiging. Ze zeiden: alleen als je gerechtvaardigd bent in de vierschaar van God, ben je echt gerechtvaardigd, anders niet. Dat lijkt me te exclusief. Calvijn blijkt beide vormen van rechtvaardigingsbeleving legitiem te achten. In zijn Institutie (III, 11-14) spreekt hij over de rechtvaardiging als zonder meer geloven in Gods belofte tot vergeving der zonden.
Maar ook schetst hij ze als een gebeuren, waarin God als rechter de zondaar voor zijn rechterstoel daagt en hem brengt tot erkenning van volledige doemwaardigheid. Opmerkelijk is, dat we bij Calvijn niets merken van een spanning tussen beide. Hij zag ze als een eenheid, zij het met verschillende accenten.
Daar wil ik me graag bij aansluiten. Het lijkt me pastoraal wijs en vooral bijbels. De Schrift acht wel de rechtvaardiging (vergeving der zonden) als zodanig wezenlijk voor ons behoud (Rom. 3). Maar zij bindt ons niet aan een bepaalde beleving ervan. De Bijbel maakt er geen systeem van. Het gaat ook om geloofs'gangen', die God met Zijn kinderen houdt.
De vraag is wel, welk verband er is tussen deze rechtvaardiging en het groeien in het geloof. Daarop gaan we volgende keer nader in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's