Armenzorg (2)
De grondslag
Iemand, die jarenlang het gezicht heeft bepaald van het diaconale leven in de Nederlandse Hervormde Kerk voor de tweede wereldoorlog was J. H. Adriani. Hij was diaken te Utrecht en bestuurslid van de Federatie van Diaconieën. Hij heeft veel geschreven in het Maandblad voor Kerkelijke Armenzorg/Diakonia. Ook was hij de auteur van het boek: Voorlezingen over armenzorg en maatschappelijk werk. Dit boek was in de jaren '40 en '50 het verplichte handboek voor een ieder, die bezig was met (bestrijding van) armoede.
Het eigene van de kerkelijke armenzorg is volgens Adriani; dat er tussen de leden van de christelijke gemeente een band wordt verondersteld met God en daarmee met elkaar. Die band is de grondslag voor de zorg, die men aan de armen betoont en zal daar ook de inhoud van zijn. Men is er dus nooit mee klaar door alleen goederen en zelfs goede algemene raad te geven:
Deze grondslag geldt nog steeds in de omgang van christenen onderling. Een ieder, die omziet naar een ander, dient zichzelf af te vragen, wat voor hem of haar de band met de Heere God inhoudt. Dat zal altijd een band zijn gestoeld op de genade ons bewezen in het dienende en zorgende werk van Jezus Christus, waar wij door het geloof deel aan mogen hebben onder de belijdenis van onze zonden. Dit mag misschien heel bekend zijn en haast overbodig om te noemen, maar toch is dit in het geheel van de zorg voor elkaar van groot belang. Om te beginnen houdt dit de belijdenis in, dat wij allen de zorg van de Heere Jezus nodig hebben en in ons omzien naar elkaar steeds weer de bemoediging en kracht alsook de vermaning meekrijgen. Bemoediging, omdat de zorg voor elkaar ten diepste niet afhankelijk is van mijn eigen krachten. Vermaning, dat wij niet denken, dat alles door onze goede daden en onze eigen krachten wel goed zal komen. Teruggaan tot op deze grondslag behoedt ons voor een tweedeling bij de armenzorg in die zin, dat er meerdere en mindere mensen zouden zijn. In het licht van de verdienste van Christus zijn wij uit onszelf allen zondaren en allen afhankelijke mensen. Afhankelijk van Zijn genade.
Het doel
Het doel van de armenzorg was bij Adriani het opheffen van de arme uit zijn armoedige staat. Dat is gemakkelijker omschreven dan in praktijk gebracht. Eerst dienen wij te weten, wat armoede dan eigenlijk is. Wanneer leeft men in armoedige omstandigheden? Een van de definities van armoede is, dat het een situatie is, waarin men niet meer kan beschikken over eigen levensbehoeften, ofwel, dat men de eigen leefsituatie niet zelf kan beheersen.
Het gaat er om, dat de mens weer de middelen en kracht heeft om zelfstandig te functioneren. In die zin is armoede niet alleen begrensd tot de financiën waar men al dan niet de beschikking over heeft. Voorop staat daarom, dat men (weer) leert met de eigen situatie om te gaan. Daarbij kan het voorkomen, dat iemand om deze ontwikkeling mogelijk te maken, ook financieel wordt ondersteund. Men moet zich wel afvragen of dit doel niet te hoog gegrepen is. De kerk heeft niet zomaar de verantwoordelijkheid over alle armen. Ten eerste is de overheid geroepen om de structurele oorzaken van armoede aan te pakken; ten tweede zou kerkelijke zorg voor alle armen praktisch in deze tijd niet haalbaar zijn, gezien de positie van de kerk in de maatschappij. Niemand mag in beginsel uitgesloten worden gedachtig aan de woorden van Paulus: 'Laat ons goed doen aan allen', maar om juist daarvoor een stevige basis op te bouwen voegt hij eraan toe: 'maar het meest aan de huisgenoten des geloofs'. Daarom zal zelfstandig functioneren altijd een functioneren in de christelijke gemeenschap zijn. Dat is niet een verkapte manier van evangelisatiewerk doorvoeren met als dekmantel onderlinge dienstverlening, maar dat is een kader aangeven waarin christelijke dienstverlening als werkelijke zorg voor elkaar gestalte kan krijgen. Mensen, die zo opgenomen worden in de christelijke kring, zullen nooit gedwongen worden tot geloven, maar wel vanuit die geloofsgemeenschap de zorg ervaren.
De inhoud
Dat geeft meteen al aan, wat de inhoud van de zorg is voor elkaar. Die inhoud is geestelijk. Dat wil zeggen: op elk terrein waarop men zorg voor elkaar draagt, staat de afhankelijkheid van de Heilige Geest voorop. Daarmee heeft het geestelijke zijn beslag op zowel zaken die de ziel als die het lichaam, die zowel de eeuwigheid als de tijd aangaan. Deze zaken zijn niet te scheiden, ook niet voor iemand, die vanuit zijn of haar geloof andere mensen zorg biedt. Als men elkaar meeneemt om tot een volwaardig lid van een gemeenschap te worden, dan wordt natuurlijk meteen de vraag gesteld naar het wezen van die gemeenschap, die wij met de woorden van de 12 artikelen de gemeenschap der heiligen mogen noemen. Wat stellen onze gemeenten voor als deze vraag wordt gesteld? Hoe gaan wij in deze tijd als gemeenteleden met elkaar om? Is het voor buitenstaanders aantrekkelijk om in deze gemeenschap opgenomen te worden, juist omdat in het middelpunt van deze gemeenschap de liefde van Christus staat vanuit zijn verzoenend sterven en zijn opstanding uit de dood en deze genade en liefde ook zijn weerslag heeft op ons gemeenteleven? Armenzorg is daarom in de eerste plaats zorg voor de kerkelijke gemeente, niet om deze naar ons idee aardig te laten functioneren, maar om niet menselijk te werk te gaan als wij onze opdracht om goed te doen geestelijk willen verstaan en uitvoeren. De inhoud van armenzorg zal daarom nooit een meerderwaardigheidsgevoel tegenover en minderwaardigheidscomplex mogen zijn, maar een zich samen scharen onder Gods woord en weten, dat, hoe we elkaar ook benaderen, wij als afhankelijk mens nooit boven een ander mogen staan.
De grenzen
Daarmee zijn ook meteen de grenzen gegeven van de zorg voor elkaar. De grens ligt er niet bij, dat de 'arme' behoort tot de geloofsgroep van degene, die zich tot hem of haar wendt, maar wel in het geloof van die hulpverlener zelf. Namelijk, dat een hulpverlener zelf ook hulpbehoevende is en wel afhankelijk van de genade van Christus. Dat maakt armenzorg een zaak van gemeenschap. De gemeenschap met de Heere en op grond daarvan met elkaar. Wie buiten deze gemeenschap wil werken, werkt buiten de grenzen van christelijke zorg voor de naaste.
Daarom is het ook geen oplossing om armen op te roepen om desnoods maar individueel broden weg te nemen. Niet alleen, omdat stelen nu eenmaal buiten de wet is, maar omdat je daarmee de arme zijn of haar zaken zelf maar op laat lossen buiten de christelijke gemeenschap om. In wezen is dat het afwijzen van de verantwoordelijkheid voor elkaar.
De toepassing
Tenslotte de toepassing. Hoe gaan we aan het werk. Dat armoede, ook in ons land in veel variaties bestaat, is duidelijk. Helaas is ook duidelijk, dat de kerk ook in het kader van de zorg voor de armen helemaal aan de rand van de samenleving is komen stalen. Dat houdt echter niet in, dat we ons maar van de grote maatschappelijke problemen af moeten wenden. Integendeel, ook hierin mogen wij het christelijk getuigenis door laten klinken vanuit het offer van Christus. Aandacht en zorg voor hen die arm zijn vanuit de christelijke gemeenschap betekent ook, dat de diakenen de gemeente hierin zullen voorgaan en leiden. De ambtelijke verantwoordelijkheid voor deze zorg zullen we nooit mogen omzeilen. De diakenen zullen echter wel samen , met de hele kerkenraad en zo samen met de hele gemeente wegen zoeken om als basis en bedding de gemeente tot een , zorgzame gemeente te maken waarin het voor degene die arm is goed is om te vertoeven.
Om dat te bereiken zal de gemeente voor haar Heere de eigen zonden en tekortkomingen belijden en juist vanuit de wetenschap, dat men van zichzelf arm is voor God de andere armen benaderen om samen naar lichaam en ziel van genade te leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's