Kerstliedje
In verre, povere streken,
Daar stond een hutteke kleen.
Waarnaar de sterrekes keken.
Als wisten ze 't wonder beneen.
De herders In Bethlehems weiden.
Die hoorden een zalig gerucht.
Lijk zoete melodieën.
Gezongen door englenvlucht.
Zoekt 't Jezuskind
Armen, Gods beminden;
Herders laat uw kudden eenzaam staan.
Om zijn huis te vinden.
Ze waren diep bewogen
En zochten lang In de nacht.
Waar sneeuwen vllnderkes vlogen
En strooiden sneeuwwitte vacht.
Zo vonden ze 't wichteke zoete,
In 't stalleke schamel en koud.
Waarom, waarom een kribbe.
Geen wiege van zilver en goud?
Eenvoudig kind.
Maak de mensen schone.
Simpel als het stalleke ginder ver.
Opdat God er wone.
Maria lachte dromend,
Heur heerlijk kindeke toe.
Al wist ze zieleleed komend.
Al waren heur ogen zo moe.
En wijl ze voor Jezuke neurde
Een lledeke hemels van toon.
Toen zag ze In kindekes ogen:
Golgotha, een kruis en een kroon.
Kerstmisnacht,
Kom ons hart vervromen,
Nacht van heilig leed en
stil geluk.
Nacht van blanke
dromen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's