De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

LANGERAK

Het dorp Langerak is gelegen in de Alblasserwaard en wel aan de noordzijde, tevens grenzend aan het kleinste stadje van Nederland. Nieuwpoort. Zoals zovele dorpen had ook Langerak een middeleeuws kasteel, dat in het westen van het dorp ca. 300 m van de kerk stond. Van dit kasteel was het oude geslacht Van Langerak afkomstig. De eerste die van dit geslacht vermeld staat, is Gijsbert van Langerak, die in de 2e helft van 1200 leefde. Rond 1400-1440 is door huwelijk van dochter Elburch van Langerak (enigst kind) met ridder Rutger van den Boetzelaer, de heerlijkheid in laatstgenoemd geslacht Van den Boetzelaer overgegaan.

We zullen tevergeefs zoeken naar overblijfselen van het slot van Langerak, want eind 18e eeuw is het totaal gesloopt. Enkel uit de structuur van de sloten en gracht valt de vroegere aanwezigheid van het kasteel nog af te leiden. De boerderij is verbouwd tot woonboerderij en de gehele omgeving met erf en landerijen is een keurig visitekaartje van Langerak. Ten oosten daarvan enkele honderden meters staat de Nederduits Herv. Kerk, een van de oudste kerkgebouwen van ons land.

Eeuwenlang hebben het slot en de kerk het silhouet van Langerak bepaald. Beide gebouwen waren reeds óp grote afstand zichtbaar. Het koor van de kruiskerk dateert uit de 14e eeuw, duidelijk herkenbaar aan de steensoort kloostermoppen. Het schip stamt uit de 16e eeuw, terwijl de toren rond 1500 is gebouwd. Het geheel is tot monument verklaard en in 1912 en 1969 vonden grondige restauraties plaats. Met name de restauratie van 1912 is bepalend geweest voor het voortbestaan van de kerk: De technische staat was al geruime tijd bedroevend slecht. In de 19e eeuw was er van herstel of nieuwbouw niets gekomen.

Maar in 1905 konden de kerkvoogden het verval niet langer verantwoorden. Er werd besloten tot sloop van het oude kerkgebouw en tot bouw van een nieuwe kerk. De algemene synode stelde daar zelfs een geldbedrag voor ter beschikking. De nieuwbouwplannen waren geraamd op ƒ 14.400, hetgeen niet onmiddellijk bijeengebracht kon worden. Via een tip werd het Ministerie van Binnenlandse Zaken hierop attent gemaakt. Zij lieten een rapport opstellen, een plan tot restauratie, die ± 40 mille zou gaan kosten. Dit sprak de kerkvoogdij wel aan, zodat van sloop werd afgezien en in 1908 werd besloten tot restauratie. Toch duurde het nog enige jaren voor het zover was. Door diverse gemeenteleden werd geld toegezegd. In 1911 kon men met het werk beginnen en op 15 oktober 1912 meldde de kerkvoogdij dat het klaar was. Er waren nogal wat veranderingen aangebracht, o.a. de houten ramen werden vervangen door natuurstenen montans met visblaastraceringen. Toch zou deze restauratie niet 'de eeuwen doorstaan', zoals de Rijksarchitect in 1905 hoopte en had voorspeld, want van 1967 tot 1969 volgde er weer een ingrijpende restauratie. De technische staat van de kap was dermate slecht, dat bij regenval de kerkgangers tijdens de dienst moesten gaan verzitten en de organist begeleidde de gemeente onder een zeildoek. Nadat besloten was tot herstel (aanneemsom ƒ 78.000), bleek tijdens de werkzaamheden dat een algehele restauratie noodzakelijk was. Herstel van verzakkingen, meubilair e.d. zou            ƒ 650.000 gaan kosten, waarop door Rijk, provincie en (burgerlijke) gemeente 90% subsidie werd verstrekt. Het geheel is prachtig gerestaureerd door de fa. Woudenberg te Ameide en architect Visser uit Schoonhoven. Een kerkgebouw om met recht trots op te zijn.

Het zou niet volledig zijn om niets over het orgel te schrijven. Het eerste orgel was een gebruikt orgel uit Genemuiden. Per turfschip is het in 1914 aangevoerd via de Lek en in kisten over de dijk gedragen, kosten ƒ 1.200. Het had een mechanische structuur en de windvoorziening geschiedde met de hand, oftewel de orgeltrapper; de bouwer was Jan Proper uit Kampen. In 1952 waren er zoveel gebreken, dat er een ander orgel ingebouwd werd door C. A. Vlot uit Oud-Alblas. In de jaren 1967-1969, bij de grondige restauratie, werd het orgel opgeslagen in de pastorie en weer opgebouwd en gedeeltelijk vernieuwd door J. Kamphuis uit Rotterdam. Inmiddels bleek ook dit orgel weer gebreken te vertonen en werd besloten een geheel nieuw orgel te laten inbouwen in de bestaande orgelkast. Dit is uitgevoerd door fa. Pels & Van Leeuwen uit 's-Hertogenbosch, kosten ± ƒ 200.000, een prachtig orgel.

De pastorie is in 1754 door de weduwe van wijlen burgemeester van Amsterdam mr. Cornelis Trip, vrouwe Maria Ie Seutre, bijvrouwe van Oude en Nieuw Goudriaan en Van Langerack over Leek, geschonken, met daarbij de opdracht 'het oude en vervallen Gemeene Lands Huijs buijten kosten van de opgeseetenen te doen opbouwen tot een Pastorij'. Door de tijd is deze pastorie bij herhaling gerenoveerd bij de komst van een nieuwe predikant. Zo is er ook nog een jeugdgebouw gesticht: 't Anker, kosten ƒ 340.000, merendeels door zelfwerkzaamheid gebouwd. Kerk, pastorie en 't Anker, een niet weg te denken 3-eenheid in onze kerkelijke beleving, hebben een plaats in de harten van allen.

De kerkelijke gemeente bestaat uit 785 leden, waarvan 167 lidmaten. De zondagse erediensten worden bezocht door ±130 personen. Zoals beschreven bestaat het kerkgebouw al eeuwen en is zoals zovele (zo niet alle) een Rooms-Katholieke kerk geweest. In het jaar 1567 was er een pastoor genaamd Mattheüs Ricaldi, oud 44 jaar, wonende sinds Allerheiligen 'lestleden' in het dorp Langerak. De pastoor was te weten gekomen dat de Heer Van Boetzelaer en de Heer van Asperen met hun twee zonen in tegenwoordigheid van het eenvoudige volk gedisputeerd hadden over de 'nijeuwe religie'. De een was Mennonist en de ander Calvinist. Dit was de pastoor te bar.

Hij schreef een brief aan het Bisdom Haarlem, waaronder de parochie behoorde, over de slechte toestand van kerkelijk besef. De gehele gemeente was geïnfecteerd, zodat er wel 500 tot 600 communicanten waren verleid. Het mocht niet baten. Ondanks alles ging de Reformatie door in Langerak en kwam er één kerk en wel de Nederduitsch Herv. kerk. De eerste predikant. Petrus Valbius, kwam in 1612. In 1619 vertrok hij naar Zegveld. In totaal zijn er door de eeuwen heen 51 predikanten geweest. De 52e is de huidige predikant, ds. C. G. Visser

Tenslotte nog iets over de klok. Vele klokken zijn in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gestolen, geroofd, weggehaald om omgesmolten te worden voor oorlogstuig. Zo ook de Langerakse klok, die dateerde uit 1748, gegoten door Ciprianus Crans. Daarvoor is na de oorlog door de burgerlijke gemeente een nieuwe klok ingeplaatst, zodat de roep naar kerkgang weer gehoord kan worden. Er staat een aubade op de klok, onder de titel De klok roept van vijf strofen, waarvan ik er één u niet wil onthouden:

En is Gods dag gekomen ten dienst gewijd aan Hem Zij roept ons weder kerkwaarts met vreugdevolle stem. Dan klept haar bronzen klepel een heerlijk zalig lied 'De Heiland is u wachtend komt toeft toch langer nief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's