De Man van het Licht
Het wordt verteld van wijlen dr. A. A. Koolhaas, toen hij predikant was in Amersfoort. Maar het kan net zo goed een algemeen 'verhaaltje' zijn. Koolhaas stond beneden aan de trap van een huis in de binnenstad, waar hij twee of drie hoog een rand-of buitenkerkelijke wilde bezoeken. Van boven klonk de vraag wie daar was. 'De man van het licht', was het antwoord. En hij kon boven komen.
Wat is een mooier en treffender aanduiding voor een dominee dan 'man van het licht'? ! Het geldt niet alleen in de kersttijd, waarin hij allerwegen opdraaft om van het Licht te getuigen, en waarbij hij alle moeite moeten doen het kunstlicht te Boven te komen. Het geldt voor al zijn bezig zijn. Maar, hoewel het van de pastores in speciale zin geldt, geldt het in afgeleide zin van allen, die ooit in de kring van het Licht werden getrokken. Mensen van het Licht!
Paulus
Paulus was zo'n man van het licht. Ooit een vervolger van Gods gemeente, die zijn taak in deze hoog opnam! Toen hij echter op het punt stond de volgelingen van Christus gebonden naar Jeruzalem te brengen, werd hij getrokken uit de duisternis tot het Licht (Hand. 9). Snel, 'schielijk' omscheen hem een licht van de hemel.
Omdat het niet gemakkelijk was - zegt Calvijn - een zó grote overmoed in te tomen, een zó woedende aanval te breken, een zó blinde woede van dwaze ijver te blussen, 'kortom dit méér dan ongebonden beest te temmen', moest Christus een teken van Zijn majesteit geven. Hij was het niet waard, dat Christus hem 'door het zachte juk van Zijn Geest tot gehoorzaamheid zou brengen'. Want - zo vervolgt Calvijn - hoewel de vromen bij het aanschouwen van God allemaal beven, moest Paulus nog meer sidderen, toen hij voelde dat de goddelijke almacht van Christus tegen hem gekeerd was. Zolang hij te paard zat versmaadde hij hoogmoedig de stem van Christus. Hij moest ter aarde vallen. De bliksemschichten waren niet van de lucht! Maar in dit alles was het de stem van Christus, die hem tot inkeer en tot omkeer bracht. 'Wie zijt Gij, Heere? ' 'Ik ben Jezus, die gij vervolgt'. En Jezus zond hem een broeder om hem de handen op te leggen. zodat hij - blind inmiddels - weer zien kon en vervuld werd met de Heilige Geest.
Terstond
Het ging toen snel toe bij Paulus. Terstond preekte hij in de synagoge Christus. Van het éne moment op het andere werd de Christus-bestrijder en christen-vervolger een Christus-getuige. Hij was terstond van Christuswege dieper ingeleid, zegt Calvijn. Hij overtuigde de joden in Damascus, dat Jezus de Christus was. Zo mocht hij, als ontijdig geborene, met de andere apostelen een man van het Licht worden. Hij trad in het spoor van de apostel Johannes, die van zichzelf mocht zeggen door God gezonden te zijn. Johannes was zelf het Licht niet maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou (Joh. 1 : 8). Dat gold ook van Paulus, terstond na zijn krachtdadige bekering. Zijn weg om tot Christus te komen was kort en krachtig. Het Licht omscheen hem plotseling. Maar even plotseling als hij het Licht gezien had, zo direct ging hij er ook van getuigen. Hij zou later ook wel (eens) vertellen hoe het allemaal toegegaan was op die weg van Damascus. Maar in zijn prediking wilde hij van stonde af aan niemand anders weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Paulus werd een man van het Licht. Hij was uiterlijk omgeven geweest door licht en innerlijk doorstraald geworden door de verlichting van de Heilige Geest, maar hij werd terstond Lichtdrager. Zoals de maan slechts licht geeft bij de gratie van de zon, waarvan deze het licht reflecteert, zo ging de man van het Licht, Paulus, het Licht van de Zon der gerechtigheid weerkaatsen, het Licht, waarvan Simeon had gezongen: 'een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël'.
Getuigen
'Want God, die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene die in onze harten geschenen heeft om te geven verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus', schrijft Paulus later aan de Korinthiërs (2 Kor. 4:6).
Paulus wist van innerlijke ver-lichting maar wilde niet en nooit weten van innerlijk licht. Een christen wordt be-straald, ver-licht, maar geeft niet uit zichzelf licht af. Het gaat om de kennis van Gods heerlijkheid vanwege Christus, die dè Man van het Licht is.
Er zijn momenten in dit ondermaanse, dat er sprake is van maansverduistering. Het licht van de zon kan dan de maan niet of slechts gedeeltelijk bereiken. We spreken ook van zonsverduistering. Die bestaat eigenlijk niet. De zon straalt immers altijd. Maar ze kan (geheel of gedeeltelijk) voor ons oog verduisterd zijn. Zo is het in het christenleven. De Zon der gerechtigheid geeft altijd haar heilzame stralen af. Maar ze kunnen ons niet altijd bereiken. Er schuift verduisteringsmateriaal tussen Christus, de Man van het Licht en onszelf. Daarvan is sprake wanneer we ons naar binnen keren, naar innerlijk licht speuren. Daarvan was bij Paulus geen sprake. Terstond en altijd predikte hij Christus, de grond van zijn heil buiten Hem.
De weg, waarlangs mensen tot het Licht komen, kan geheel verschillend zijn. Bij Paulus moest er bliksemlicht aan te pas komen. Anderen worden geleidelijk, méér en méér verlicht. Timotheüs werd van jongs af geleid in de wegen des Heeren. Het Licht was er niet minder om. Paulus zond Timotheüs, zijn 'lieve en getrouwe zoon in de Heere', dan ook tot de Korinthiërs om - zegt hij heel opvallend - hen indachtig te maken 'mijn wegen, die in Christus zijn, gelijkerwijs ik alom de gemeenten leer'. (1 Kor. 4 : 17). Timotheüs was op een andere wijze tot het Licht gekomen dan Paulus, maar als het om Christus, de Man van het Licht ging was hun getuigenis gelijk. Hun beider getuigenis was getuigenis van het Licht.
De Weg
Bekering van mensen wordt vaak als heel indrukwekkend ervaren wanneer deze plotseling, krachtdadig plaatsvond. Maar achter krachtdadige bekering ligt vaak een leven, waarover veel schuld beleden moet worden. Paulus had de gemeente Gods vervolgd. Door Gods krachtdadige ingrijpen werd de wolf een lam, de bok een schaap. Zo zijn in de loop der tijden vloekers bidders, openlijke vijanden vrienden geworden. Daarvoor was - om in het beeld van Paulus te blijven - bijzondere kracht des Geestes nodig. Van zulke bekeringen zijn soms beschrijvingen vastgelegd. Bij uitgeverij Den Hertog verscheen recent een bundel, waarin aandacht wordt gegeven aan vroegere 'vromen' in de Alblasserwaard, bijvoorbeeld Jan den Besten in Noordeloos, die krachtdadig van de kroeg tot de kerk bekeerd werd en wiens (geestelijk) leven alom respect afdwong. Bij anderen gaat het zachtmoediger toe. Maar de uitwerking is dezelfde, namelijk het getuigenis aangaande het Licht.
Getuigen
Paulus mocht tot voor koningen en overheden getuigen van de heerschappij van Christus, van het Licht der wereld. Zijn bizondere bekering werd gevolgd door een bizondere roeping. In Handelingen 22 - toen men Paulus zocht te doden ! - vertelde hij over zijn weg, maar hij herinnerde direct ook tóén aan het woord van Ananias, die hem had gezegd: 'Want gij zult Hem tot een getuige zijn bij alle mensen, van wat gij gezien en gehoord hebt' (Hand. 22 vers 15).
Welke weg de Heere ook met zijn kinderen in het algemeen en met zijn dienaren in het bijzonder gaat, het gaat erom Hèm tot een getuige te zijn.
Dat getuigenis hangt niet van onze weg af maar wordt bepaald door Hem, die de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Dat getuigenis hangt niet af van de intensiteit van het Licht, dat ons omscheen, maar wordt bepaald door Hem, die in het Kerstevangelie Zon der gerechtigheid heet, altijd stralend, nooit verduisterd.
En naarmate een mens meer van Hem, meer van het Licht, dat Hij brengt, uitdraagt, des te meer zal er ook sprake zijn van ver-lichting van de kennis van Christus.
Kerstlicht
Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen, zegt Johannes. Dat is de bittere realiteit in deze wereld, alle kerstlicht, dat dezer dagen ontstoken wordt, ten spijt. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn. De Geest moet daar zelf aan te pas komen, krachtdadig of in het suizen van een zachte stilte.
De mens wordt getrokken uit de duisternis tot het wonderbare Licht. De Man van het Licht laat Zelf door Zijn Geest licht schijnen in een hart, dat buiten Hem duister is en dat, wanneer het niet voortdurend verlicht wordt, duister blijft. Maar wie Hem aangenomen heeft - en dat is toch de wondere wisselwerking met het getrokken worden - die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worderi, namelijk die in zijn Naam geloven (Joh. 1 : 12). 'En we hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.' (Joh. 1 : 14)
'Het verhaal gaat' is de titel van de vertelbijbel van Nico ter Linden. Afgezien van de inhoud is het een treffende titel. Het verhaal gaat, ja! Het kerstverhaal, als boodschap van het Licht, gaat de wereld door, omdat er mannen en vrouwen zijn, die niet kunnen zwijgen van het Licht, dat ze ooit zelf hebben gezien en van de Stem, die ze ooit zelf hebben gehoord. Ze zijn zelf het Licht niet, ze hebben ook geen innerlijk licht. Ze getuigen slechts van hèt Licht.
Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld weg neemt! Het Kind werd Man. Het Kerstkind werd Man van smarten. Toen het geboren werd was er diepe duisternis in de wereld. Maar herders werden omschenen door de heerlijkheid des Heeren. En zo werden mensen als Paulus, en een stoet van mensen na hen de eeuwen door, door hetzelfde Licht omschenen. Om Lichtdragers te zijn. Daarom gaat het kerstverhaal verder.
Wie is daar? De Man van het Licht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1996
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's