Zijn eerste woorden
'Wat is het dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet dat Ik moet zijn in de dingen van mijn Vader? ' Lukas 2 : 49
Ja, Maria en Jozef hadden het wel kunnen weten dat Jezus moest zijn in de dingen van zijn hemelse Vader.
Zij hadden moeten bedenken, dat Hij tegenover deze Vader zijn eerste verantwoordelijkheid droeg.
Dat moest Jozef, Jezus' vader voor de wet, leren.
Dat moest ook Maria, zijn moeder, leren. Jezus naderde nu immers de leeftijd waarop een joodse jongen zelf verantwoordelijk werd voor het houden van de wet.
Of het instituut van het zoon der wet worden toen al bestond, zoals in later tijd en tot op heden, is niet zeker.
Maar zeker is de opvoeding van Jozef daarop gericht geweest het Kind Jezus de geschiedenis van het volk Israël te leren, de kennis van de Schrift en de kennis van de wet bij te brengen.
Want straks zou Hij zelf zijn wegen moeten kiezen aan de hand van de heilige wet door Israels God gegeven. Maria en Jozef moesten nu leren 'hun' kind af te staan aan zijn hoge roeping, af te staan aan... het kruis.
Jezus' eerste woorden die bewaard zijn gebleven, zijn een vraag aan hen.
Een vraag, waaruit verbazing spreekt. Wisten zij dan niet wat zijn roeping was? Een vraag - waaruit blijkt hoe vreemd Hij in de wereld stond, hoe anders dan alle anderen, de jongens van zijn leeftijd en de volwassenen.
Jezus, als niemand anders vervuld van de dingen van zijn Vader, De wortel van zijn bestaan was dat de Vader Hem liefhad en Hij de Vader.
Wat heeft dat Hem eenzaam gemaakt in deze wereld, ook in de wereld van de godsdienst, omdat nergens voor God plaats is, tenzij Hijzelf plaats maakt.
Opgegroeid in het kleine Nazareth, heeft Hij om zich heen gezien en opgemerkt niet alleen het bezigzijn van zijn moeder en het werk van zijn 'vader' Jozef.
Maar ook de geheimenissen van het leven, dat zich baanbreekt in het bloesemen van de bomen, in het rijpen van de vruchten in wijngaard en olijventuin, in het groenen en groeien van het graan op de akkers. In het zingen en spelen van de vogels, het bloeien van de bloemen op het veld, de wolkenstoeten in de lucht, de wisseling der seizoenen, het geboren worden en sterven. Het sprak Hem alles een taal, het wees Hem naar de Schepper, zijn God, zijn Vader.
Een mysterie is voor ons het opgroeien van Jezus, van pasgeborene tot kind van twaalf jaren, van jongen tot man. Een mysterie dat groeien en rijpen, dat toenemen in wijsheid en genade.
Over al deze jaren ligt een sluier, die slechts eenmaal heel even wordt opgetild. Dat is wanneer Hij met zijn ouders op twaalfjarige leeftijd deelneemt aan de viering van het paasfeest in Jeruzalem.
Wanneer zij na het einde van het feest terugkeren, blijft Hij achter om de dagen door te brengen in de kring van de leraren, de rabbijnen.
Hij hoort naar hen en bevraagt hen, zodat zij versteld staan..
Eerst de derde dag brengt het einde voor de zorg en angst van zijn ouders.
De derde dag, die zo veel vaker in de Heilige Schrift de dag van de beslissing, de dag van de wending is. 'Ten derden dage opgestaan...'
Met deze geschiedenis uit de jeugd van Jezus sluit Lucas het eerste deel van zijn evangelie af. Hij begint en besluit in de tempel.
Daar in de tempel sprak Hem alles op nog weer geheel andere wijze dan in Nazareth een taal van zijn God, zijn Vader.
Het Paaslam, de paasmaaltijd, de offers, de liederen, de gebeden, het onderricht, alles sprak Hem van zijn Vader en wees naar Hem.
Toen zijn daar in de tempel, in een synagoge in het tempelcomplex of in een leerkamer, door Jezus de woorden gesproken die als zijn eerste woorden door de zorg van de Heilige Geest bewaard zijn gebleven.
Woorden, waarmee het Kind Jezus zijn ouders terechtwijst, door hen te wijzen op een andere gehoorzaamheid dan aan hen. Daarom moest Hij in de tempel zijn, waar de dienst van God, Gods openbaring en wet in het centrum staan.
Daar klinkt het eerste woord van zijn zelfopenbaring.
Jozef en Maria hebben het niet vergeten, ook al hebben zij het niet geheel verstaan. Zij hebben moeten leren Hem los te laten, opdat Hij Gods weg zou gaan.
Dit woord is Jezus' levensdevies, zijn levensprogram gebleken: zijn in de dingen van zijn Vader. Soms wordt vertaald, in het huis van mijn Vader.
Naar het Griekse origineel is dat niet onmogelijk. Maar het komt op hetzelfde neer: in het huis van God gaat het om de dingen van God.
Daarin wil Jezus zijn. Daarin moet Hij zijn.
Dat is zijn levensroeping, zo is het de wil van zijn Vader.
Vaker is er in Jezus' leven sprake van dit goddelijk moeten.
Hij mag niet anders. Daarom, hoe nieuw, hoe onwennig dit ook voor Maria en zijn 'vader' is.
Zijn in de dingen van zijn Vader. Zo staat het er.
Zwak is de weergave van de vertaling van het N.B.G.: Ik moet bezig zijn met de dingen mijns Vaders.
Het is voor Jezus geen kwestie van bezig zijn met de dingen van zijn Vader, maar van daarin zijn.
Heel zijn leven op aarde brengt Hij door in de dingen van zijn Vader.
Daar is Hij in zijn element, daarin heeft Hij zijn lust en zijn leven. De dingen van zijn Vader zijn Hem lief, omdat de Vader Hem lief is.
Zijn Vader gaat Hem boven allen en boven alles.
Hier is degene van wie ten volle geldt: 'God heb ik lief...'.
Hij beleeft in zijn hart 'Hoe lief heb ik Uw wet'.
En - verliezen wij dat niet uit het oog - dit alles als de Middelaar en Heiland: Hij bemint de Vader en leeft en ademt in de dingen van zijn Vader tot heil voor allen die pijnlijk aan de weet gekomen zijn dat hun leven zo arm is aan liefde tot God en zo vol vervreemding van Hem, vol afkeer en bitterheid.
De Zoon maakt goed wat wij, opstandige kinderen, bedorven hebben.
Zijn eerste woorden. Ook zijn laatste woorden zijn bekend: 'Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest'. In zijn eerste én in zijn laatste woorden belijdt Hij als Kind zijn God als Vader.
En tussen beide momenten in ligt een leven waarin Hij God als zijn Vader heeft geëerd en gediend, bemind en gehoorzaamd, Gods heilige wet heeft vervuld.
H. R. Müller-Schwefe vatte heel de nood en ontreddering van de wereld samen in de titel die hij destijds een boekje meegaf: 'De wereld heeft geen vader'.
Heel het heil, heel Gods barmhartigheid kunnen hierin worden samengevat: Jezus Christus heeft voor goddelozen Gods Vadernaam geheiligd, Gods Nadtrhart en Vaderhart ontsloten.
Alleen waar Hij gestalte krijgt, wordt ontdekt dat het bestaan slechts zin en inhoud heeft wanneer het betrokken is op God en Hij wordt erkend en geëerd.
Daar wordt God weer gekend en aangeroepen als Vader, de kroon van zijn heerlijke namen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's