Globaal bekeken
Een lezer met de initialen M. M. te B. zond ons onderstaand rijmsel, waaraan hij de titel gaf 'Een kandidaat in nood'.
Een aanstaand V.D.M, moest een enkel jaar geleden,
in een kleine, vacante dorpsgemeente optreden.
Vroeg ging liij van huis, te laat komen is ook zo wat.
ver voor tijd zag hij reeds het kerkje, nabij de stad
Hij zag in de verte het keurig gerestaureerde gebouw,
waar hij die morgen Gods Heilig Woord bedienen zou.
Hij besloot daarom, o wat een dom plan,
nog even zijn auto te parkeren op een dam.
Gespannen vanwege het gewichtige ogenblik,
wierp hij op zijn preek nog een laatste blik.
Weldra was het moment van vertrek gekomen,
dat de kandidaat naar het kerkje op zou stomen.
Zijn automobiel was weliswaar ras gestart,
maar toch raakte de kandidaat geheel verward.
Want zijn Opel weigerde (niet vanwege gebrek aan gas),
zich te verwijderen van het blubberige gras.
Uit de achterbak werd een oude deken genomen,
om het verder slippen der wielen te voorkomen.
Verstomd was onze a-technische kandidaat, toe hij zag,
dat je met zulk materiaal in zo'n situatie niets vermag.
Ondertussen raakten schoenen en kleding danig besmeurd,
'O', dacht hij, 'straks word ik daarom alleen al afgekeurd.'
Noch priester, noch leviet kwamen ter hulp aangetreden,
alleen 2 dames in een autootje kwamen 'kerkafwaarts' gereden.
In groten arren moede klaagde de wanhopige V.D.M.,
zijn nood aan de dames en zij raakten bewogen met hem.
Zij duwden met alle kracht de auto weer op de harde weg,
zelf vielen zij daarbij in de blubber, o wat een pech
De kandidaat, geroerd door deze grote vriendelijkheid,
sprak gewijde woorden van diepe, gemeende dankbaarheid.
Met gezwinde spoed reed hij daarop naar het kerkgebouw,
overdenkend hoe men hem, de moddergeus, begroeten zou.
De begroeting door de altijd attente koster 'Besaan',
was vriendelijk; direct werd naar het toilet gegaan.
Na enkele minuten poetsen betrad de kandidaat de consistorie,
zonder te spreken over de spannende 'blubber'-historie.
Toen ik later hoorde van dit angstig avontuur,
raakte ik - vanwege de humor ervan - bijna overstuur.
Dit gedicht, tot 'leringhe ende vermaeck' geschreven,
wil voorgangers waarschuwen voor zulke dingen in het leven.
Van een lezer in Drachten ontvingen we dezer dagen een boekje van de hand van P. van Schalk, in 1980 uitgegeven onder de titel 'Met vallen en opstaan', geschiedenis van de hervormde gemeente te Drachten. Uit dit boekje twee passages:
• Over ds. Jesaias Hillenius:
'Met de komst van ds. Jesaias Hillenius in 1742 brak een heel nieuw tijdvak aan voor de gemeente Hij zal hier een verwaarloosde stand van zaken hebben aangetroffen. De bouw van de Grote Kerk hebben wij afzonderlijk bekeken, maar het is zonneklaar dat met de ingebruikneming ook een stuk verleden werd afgesloten.
De preken van ds. Hillenius waren niet alleen lang maar maakten ook grote indruk op de toehoorders Zij voelden zich persoonlijk aangesproken door de nadruk die er werd gelegd op het persoonlijke zieleheil en de heiliging van het dagelijks leven.
Reeds in 1744 verscheen er een bundel van zeven preken, waaronder die welke werd gehouden ter gelegenheid van de inwijding van de nieuwe kerk.
Het boek getiteld "Eenige keurstoffen uit het Oude en Nieuwe Testament" telt 666 bladzijden, gemiddeld 95 pagina's per preek. Voor de hedendaagse lezer niet te verteren kost! Dat was vroeger kennelijk anders; deze publicatie beleefde vier drukken. Iemand van deze geestelijke ligging hechtte ook sterk aan de zondagsheiliging. De kerkgangers bleven niet in het ongewisse over de ernst van de zonde die lag in het deelnemen aan publieke vermakelijkheden op zondag zoals kaatsen in de gebuurte en hanebijten (hanengevechten). Zondagen werden op deze wijze zondedagen.
Het lukte ds. Hillenius, met behulp van de sterke arm, een einde te maken aan de volksspelen. Het is de vraag of de grietman zelf zo overtuigd was van de noodzaak van dit calvinistische stempel op het publieke leven, maar dan liet hij het in ieder geval niet aankomen op een botsing tussen het wereldlijk en het geestelijk gezag.
Op 29 december 1746 ging de grietman zelfs nog een flinke stap verder. In een brief gericht aan alle Smallingerlandse predikanten wijst hij er op dat enige personen, zowel bejaarden (= volwassenen) als kinderen zich niet ontzien op zondag en op andere dagen openlijk te vloeken, te zweren en vuile woorden te gebruiken. Als deze overtreding wordt geconstateerd, zullen de daders op water en brood worden gezet. Voorts kwam het voor dat kinderen op zondag op straat speelden. Welnu, dat was ook verboden. De sanctie was een geldboete of, bij financieel onvermogen, water en brood achter de tralies.
De gerechtsdienaars werd gelast streng op de naleving van deze verboden te letten en de predikanten werd verzocht een en ander vanaf de preekstoel bekend te maken. Ds. Hillenius moet met genoegen aan dit verzoek gevolg hebben gegeven, als hijzelf de grietman er niet toe heeft gebracht deze brief te doen uitgaan.
Deze predikant hat het getij mee. Men beleefde onrustige tijden. De veepest richtte grote slachtingen aan onder het vee. In 1744 openbaarde deze ziekte zich hier voor het eerst op de Pastorieplaats op het Noord. Er werden in Friesland regelmatig biddagen uitgeschreven. Wij kunnen wel raden dat ds. Hillenius een rechtstreeks verband legde tussen rampen en zondigheid.
Wij stonden al even stil bij het Pachtersoproer in 1748 maar vermelden dit hier pro memorie om de bestaande publieke onrust te illustreren.
Er zou verband kunnen bestaan met de hevige emotionele uitbarstingen die hier omstreeks 1750 voorvallen tijdens kerkdiensten. Kerkgangers beginnen hardop te huilen; hun lichamen schudden en beven en sommigen vallen flauw. Ook tijdens catechisaties krjjgen de emoties soms de overhand.
Deze verschijnselen kwamen ook elders in Nederland voor Zij staan bekend onder de naam "Nijkerkse Beweging". Deze geestelijke beroering trok de aandacht tussen 1749 en 1752. In de Zuidoosthoek van Friesland was vooral Gorredijk het brandpunt van deze beweging.
Ds. Hillenius zal deze Nijkerkse beweging in Drachten eerder positief dan negatief hebben beoordeeld; het paste wel in zijn piëtistische en dus wat naar het mystieke neigende opvattingen.
Deze voorganger is de geschiedenis ingegaan als een man die veel betekend heeft voor de gemeente. Dat zal waar zijn, maar wij staan te ver in de tijd van deze man af, om een billijk waardeoordeel aan zijn werkzaamheden te kunnen verbinden.
In 1759 kwam er een einde aan dit werkzame leven.'
• Diakenen in de 18e eeuw:
'Voor de diakenen moet er in de 18e eeuw een breed arbeidsveld hebben gelegen, maar wij weten, eigenlijk niet hoe die taak werd ingevuld.
Wij lezen wel over regelmatige verstrekking van geld, winkelwaren, een heel, een half of een kwart brood, kleding, schoeisel, enz. maar wij worden niet gewaar welke maatstaven men hanteerde.
Maar misschien kunnen wij iets van de sfeer proeven als wij het gedicht lezen waarmee Rommert Harmanus, jeneverstoker, de diaconieboekhouding in het jaar 1767 begon:
Door U Voorsienigheit, o groote Albestier
Ben ik aan deese plaats, in dees Gemeente hier
van U nu aangestelt en van de Raad verkooren
Tot een besorger van den armen na behooren
om hantreiking te doen aan haar die zijn in nood
Na dat elks stant vereist, van kleeding, geldt en brood
Nu is mijn beede dog dat Gij aan mij wilt geeven
wijsheit, voorsigtheit en alles wat daar neeven
Ik hiertoe nodig heb tot dienste van dit werk
Tot nut van de gemeent, tot voordeel van ons kerk
Geef dat een ygelijk hiertoe blijmoedig geeve
Die Gij geseegent hebt op dat den armen leeve
En Gij so lof ontfangt van rijk en arm 't saam
Tot haarer saligheit, tot eere van U Naam.
Gelet op stijl en inhoud dringt de gedachte zich op dat dit dichtwerk op bestelling door Bernardus Fabricius (Baern Lap) gemaakt zou kunnen zijn.'
In Dagblad Trouw troffen we de volgende 'medicinale gezegden''inzake 'het journalistendom':
'Geen nieuws is goed nieuws, geen journalisten zelfs nog beter.' (Nicolas Bentley)
'Vroeger hadden de mensen de pijnbank, nu de pers.'(Oscar Wilde)
'De dure krant van vandaag is de gratis verpakking van morgen.' (Anonieme visventer op Rotterdamse markt)
'Als de pers niet bestond moest men haar niet uitvinden.' (Honoré de Balzac)
'Een ramp voor het land, een zegen voor de krant.' (Willem Breedveld).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's