De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Ds. Iz. Kok, Woorden der zaligheid; uitg. J. J. Groen en zn. Leiden 1996; 344 blz.; ƒ49, 50.

In dankbare herinnering aan alles wat de auteur van bovengenoemd boek in de vijf gemeenten die hij mocht dienen, in het bijzonder door zijn bezielende prediking voor ons mocht betekenen, kondig ik hierbij zijn postuum verschenen boek aan, getiteld 'Woorden der zaligheid'.

In augustus 1995 ging ds. Kok van ons heen - te Veenendaal, de laatste gemeente die hij mocht dienen, na een langdurig ziekbed, 65 jaar oud.

'Zo mag mijn man spreken, nadat hij gestorven is', schrijft zijn vrouw op één van de bladzijden voorin het boek. En dat gebeurt dan ook in dit boek. Het is eigenlijk een bevlogen pastorale preek, doorgloeid door de begeerte om ons nog eens onomwonden duidelijk te maken, wat het is om Hem te kennen. Die het Leven is. Het gaat in dit boek over roeping, wedergeboorte, geloof, bekering, rechtvaardigmaking, heiligmaking en heerlijkmaking. Dus over de zogenaamde heilsorde. 'Stukken die niet van Christus, noch van elkaar zijn te scheiden.'

Ds. Kok heeft deze onderwerpen gedurende twee jaren als hervormd predikant in zijn gemeente (Rotterdam-Zuid) op gemeenteavonden behandeld. Ook schreef hij erover in de 'Hervormde Vaan', het orgaan van de Bond van de Nederlandse Hervormde Mannenverenigingen op g.g.).

'Woorden der zaligheid' is een boekwerk geworden dat doorademd is met de geest van de Schrift en belijdenis, in het bijzonder van de Dordtse Leerregels. In deze traditie wenst de auteur zeer beslist te staan, terwijl hij daarbij herhaaldelijk ook de naam van ds. I. Kievit noemt, aan wie hij kennelijk veel te danken heeft (bijv. op blz. 136 over de bekende uitspraak van de Dordtse Leerregels over godzalige ouders die niet moeten twijfelen aan de zaligheid van hun vroeggestorven kinderen).

Toegespitst op het thema van het boek betekent dat: staan in de heilzame spanning tussen hyper-en hypocalvinisme (zie o.a. blz. 27v). Dat houdt in: a) geen beperkt evangelie waarin de beloften van God voorwaardelijk, d.i. slechts aan de uitverkorenen worden aangeboden (o.a. blz. 238). En b) ook geen antinomiaanse geloofsleer waarin geen plaats is voor de noodzaak van het bevindelijk (leren) kennen van de drie-enige God. Zo kennen wij het uit de prediking van de Erskines waar ds. Kok zo vaak mee bezig was. Met een sterk accent op het bevel van de bekering en geloof.

Om een kernzin uit het boek te noemen: 'Worden wij door Gods genade wedergeboren als Gods souverein werk zonder ons in ons, met het geloof als vrucht, dan is daarna de wedergeboorte vrucht van het geloof (blz. 103).

Treffend is ook, dat de behandeling van de bekende stukken uit de heilsorde wordt 'onderbroken' door hoofdstukken over het gebed (tamelijk uitvoerig zelfs) en de ambtsbediening van Christus (heel kort overigens), terwijl het hoofdstuk over Gods verkiezend welbehagen vlak voor dat over de heerlijkmaking is geplaatst.

Hier en daar zouden wij wellicht genuanceerder formuleringen gezocht hebben, bijv. waar sprake is over de vraag, of historisch geloof ongeloof genoemd kan worden (167vv: het roept volgens ds. Kok om zaligmakend geloof; zie ook blz. 205). Of om een ander punt te noemen: over de bedelaarsgestalte van het geloof (bidden is niet bedelen; we hebben een genaderecht, de cheque van Gods belofte'). Maar deze dingen zijn vooral een kwestie van woordkeus.

Wat mij bijzonder opviel, is de gedreven, maar niet minder persoonlijke (harte-)taal van het boek, een getuigenis van de hoop die in hem was en waarvan hij in de laatste regels getuigt: 'Er komt nog een alsdan, namelijk in het uur van sterven. Alsdan zullen wij eeuwig aan de Heere wedergeven, wat wij niet geroofd hebben. Dat moeten wij vanwege de ondoorgrondelijke grootheid van Zijn liefde. Alsdan zullen wij in heerlijkheid in de Heere eindigen en aanbiddend getuigen: 'Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen'.

Het boek is fraai uitgegeven. Een boek voor stille uren. Om mee tot zichzelf in te keren, bovenal om ermee tot de levende God Zelf te gaan. Ik vraag me wel eens af, of de gereformeerde beweging in de kerken van Nederland - einde tweede millennium na Christus - nog wel genoeg geestelijk weerbaar is om stand te kunnen houden tegen de wassende stroom van geestelijke uitholling, ook onder ons. Moge dit boek een blijvende bijdrage zijn tot verdieping en weerbaarheid. 'Opdat wij het pand, ons toebetrouwd, bewaren'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's