De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Grote Nieuws (reactie)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Grote Nieuws (reactie)

11 minuten leestijd

Een lezer uit Scherpenzeel schreef dr. M. J. Paul te Dirksland een brief n.a.v. zijn artikelen in deze kolommen over de Groot Nieuws Bijbel en Het Boek. Op verzoek van dr. Paul en met instemming van de schrijver nemen we deze brief, voorzien van een antwoord van dr. Paul, hier op. Red

Geachte dominee Paul, Na het lezen van uw artikelen in de Waarheidsvriend over Bijbelvertalingen (28 nov. en 5 dec. '96) heb ik er behoefte aan hierop te reageren.

Ik heb met interesse uw artikelen gelezen, vooral omdat het om een zaak gaat van geestelijk levensbelang. Want het gaat om de vraag op welke wijze, in welke taal, het Woord van de levende God naar ons toe komt.

En dat is een belangrijke zaak. Het wonder van Pinksteren was immers ook o.a. al een talenwonder. Iedereen hoorde de apostelen in hun eigen taal spreken.

Het was ook niet voor niets dat bij de reformatie de Bijbel aan het volk gegeven werd.

Het blijkt, dat het vertalen van de Bijbel een moeilijke zaak is. We mogen aannemen dat ook bijbelvertalers van deze tijd de Bijbel zo goed mogelijk willen vertalen. Op de vraag wat dan goed is, gaan de meningen uiteen. U verschilt van mening met de vertalers van GNB en in principe ook met die van Het Boek. Dat mag, dat respecteer ik.

Problemen

Als gewoon gemeentelid zit ik echter met een groot probleem. Hoewel ik in de Ger. Gem. ben opgevoed en sinds 25 jaar elke zondag tweemaal onder een Gereformeerde Bondspreek verkeer, krijg ik steeds meer problemen met het verstaan/begrijpen van de Statenvertaling. Ondanks het feit dat ik deze taal van huis uit spreek en altijd zeer betrokken ben geweest op het Woord van God.

Toch begrijp ik de Statenvertaling steeds minder.

Zo heb ik bijvoorbeeld enige tijd geleden nog een commentaar moeten raadplegen toen ik in de brief aan de Romeinen las over het 'der zonde gestorven zijn', of 'der zonde dood zijn'. Kleine woordjes die toch zeer belangrijk zijn. En dan heb ik het nog niet over allerlei ingewikkelde zinsconstructies, die voor een eenvoudig mens nauwelijks meer te begrijpen zijn. Of over allerlei woorden waarbij ik wel aanvoel wat het ongeveer betekent, maar ik die rationeel niet goed helder krijg, tenzij ik het opzoek. Daardoor missen steeds meer woorden de oorspronkelijke scherpte. Het valt mij ook op, dat in veel preken een deel besteed moet worden aan de beantwoording van de vraag wat er nu eigenlijk staat. Jammer van de tijd, vind ik dan.

Daarnaast ervaar ik, dat o.a. door het taalgebruik in de kerkdiensten, dat verwant is aan en gevormd is door de Statenvertaling, de kerkdiensten en daardoor ook de beleving van de aanwezigheid van God in het dagelijkse leven voor velen steeds verder van hen komt af te staan. Blijkbaar is de Bijbel iets van het verleden en kan men alleen in een 'vreemde', verouderde taal over God spreken. Dus heeft God ons in deze tijd ook weinig meer te zeggen. Ik geloof dat hier ook een van de oorzaken ligt van de secularisatie. De secularisatie gaat ons ook niet voorbij. Ook wij hebben daar dagelijks mee te strijden.

Als mijn vrouw en ik dit al hebben, hoe vergaat het dan onze kinderen? Zij begrijpen het niet en naarmate zij ouder worden, accepteren zij het ook niet, dat zaken die zo belangrijk zijn, niet in normaal, hedendaags Nederlands kunnen worden vertaald. Bovendien blijkt, dat bepaalde teksten of berijmde psalmen, die bij ons bepaalde goede herinneringen of gevoelens oproepen, hen absoluut niets zeggen. Ze begrijpen ze eenvoudig niet en worden er ook niet of nauwelijks door aangesproken, terwijl ook zij zeer betrokken zijn op het geloof en een levende relatie met de Heere Jezus hebben. Ze genieten van de directe taal van bijv. Het Boek en van Opwekking.

Datzelfde ervaar ik ook als ik GNB of Het Boek lees. Toen ik deze vertalingen voor het eerst las, kon ik er iets van begrijpen, dat mensen in bijvoorbeeld Derde wereldlanden, die voor het eerst de Bijbel in hun eigen taal lezen, verrukt van vreugde zijn. U als predikant kunt zich dit misschien niet of nauwelijks voorstellen. U bent immers dagelijks met de Bijbel en klassieke commentaren etc. bezig, u denkt als het ware in die taal. U zit wel met de vraag: hoe leg ik dit in normaal Nederlands uit? Maar een gewoon gemeentelid kan die vertaalslag niet of nauwelijks maken. En ik vraag me dan ook af, waarom zou ik die vertaalslag moeten maken? Laten deskundigen dat maar goed doen, dan kan ik geen eigen verkeerde vertaling maken.

Kortom de taal wordt een barrière in de overdracht van het evangelie.

Wonderen

En dan lees ik het slot van uw artikel. U mag best weten, dat ik er emotioneel onder werd. Sinds een klein jaar bid ik regelmatig of de Heere ons Zijn Woord wil geven in onze moderne, huidige taal, zodat we er direct door worden aangesproken. En dan lees ik, dat u ten diepste blijft hangen in de constatering dat de NBV nieuwe sjibbolets zal opleveren en dat deze vertaling niet in onze kerken gebruikt zal worden. In onze kringen zijn er wel dogmatici maar geen vertalers, zo schrijft u.

Realiseert u zich, dat u hiermee in feite de NBV voor onze kringen hebt weggeschreven en dat we dit blijkbaar lijdelijk moeten aanschouwen?

Is er dan geen God in deze tijd? Waarom hebt u niet opgeroepen tot gebed? Het duurt nog vijf jaar eer deze vertaling gereed is. Wij hebben toch een God van wonderen? Hij is toch de Machtige. Zijn arm is toch niet korter geworden? Hij zegt toch, dat Hij zelf voor zijn gemeente zal zorgen en dat Hij ons alles schenkt wat wij in de naam van de Heere Jezus aan Hem vragen? Of geloven we dit niet meer? Hebben we onszelf er niet voor over? Durven we onze nek niet uit te steken? Is het u dan geen zorg dat we zo weinig missionair zijn, en dat we het er, op zijn best nog moeilijk mee hebben, om ongelovigen in hun taal (die ons via een goede, niet volmaakte, vertaling wordt aangereikt) aan te kunnen spreken? Waar is de bewogenheid over de onmacht van ons Gereformeerde Christenen om het Evangelie door te geven aan onze ongelovige buren of onze dorps- en stadgenoten? Hebben wij er ons bij neergelegd dat zij verloren dreigen te gaan?

Onmacht

Wij hebben kritiek op de moderne theologie, en terecht, en wij willen onze kinderen bij de Bijbel houden en het liefst bij de gereformeerde theologie en terecht, maar wat doen wij ervoor?

Wij bieden hen een bijbelvertaling uit 1600 aan, de belijdenisgeschriften vertalen we niet in modern Nederlands, sterker nog, we bekritiseren mensen die ze wel vertalen, zoals bijvoorbeeld de Geref. Vrijgemaakten in 1981 al deden.

Zien wij niet juist hierin de onmacht en geesteloosheid van onze gemeenten? En het ergste is dat we het wellicht ontkennen of de problemen verkleinen of bij anderen zoeken, in plaats dat er opgeroepen wordt tot verootmoediging, schuldbelijdenis en gebed. Ik ben er van overtuigd dat alleen in die weg de Heere in genade naar ons zal omzien. Hij staat gereed om ons te helpen, maar blijkbaar hebben wij Hem niet nodig.

Blijkbaar zijn wij tevreden hoe het allemaal gaat. Als we maar rust en een oppervlakkige eenheid (soms vermoed ik alleen in vormen etc.) hebben.

Nogmaals: Waarom toch moet een bijbelvertaling per se in zo'n ouderwetse taal? Stel dat we nog helemaal geen bijbelvertaling zouden hebben, zou de Bijbel dan in een onbegrijpelijk, statig verouderd Nederlands vertaald worden?

Waarom kunnen in de Derde wereld begrippen worden aangepast aan de cultuur, omdat de mensen het anders niet of verkeerd begrijpen en waarom kan dat bij ons niet?

Oproep

Mag ik u dringend vragen om in de Waar­ heidsvriend op te roepen tot gebed voor de bijbelvertalers van de NBV en aandacht te vragen voor de nood waarin wij verkeren? Ik ben er van overtuigd dat de Heere zich zal ontfermen. Dat is Zijn eigen belofte. Laten we erom gaan bidden in plaats van de vertaling (bij voorbaat) te veroordelen.


Het Grote Nieuws (antwoord)

Geachte heer Plaisier,
U hebt een indringende reactie gegeven op de twee artikelen 'Hoe helder is het Grote Nieuws?'. Op mijn verzoek en met uw toestemming is uw brief gepubliceerd.

Nood
Al jaren ben ik overtuigd van de noodzaak van een nieuwe vertaling die de plaats inneemt van de Statenvertaling (SV). De wetenschappelijke kennis van de grondtalen en van gewoonten uit de tijd van de Bijbel is zoveel toegenomen, dat een nieuwe vertaling wenselijk is. Naast dit wetenschappelijke argument komt met steeds meer kracht een praktisch argument naar voren. Als predikant heb ik gemerkt dat de taal van de SV moeilijk te gebruiken is bij het evangelisatiewerk, bij
randkerkelijken, bij verstandelijk gehandicapten en bij catechisanten- met een meer praktische dan theoretische opleiding (bijv. landbouwschool of technische school in plaats van Atheneum). En dan
heb ik het nog niet over de basisschool en de zondagsschool. Jaren terug hoorde ik reeds van diverse godsdienstleraren op reformatorische scholen dat het gebruik van de SV in steeds meer gezinnen (vermoedelijk de helft) werd vervangen door het lezen uit kinderbijbels. Het Boek was toen
nog niet aanwezig. Deze situatie heb ik kort genoemd in de inzet van mijn eerste artikel. Deze inzet is beslissend, want dat betekent dat de SV haar langste tijd gehad heeft. In de praktijk lopen we vast, terwijl Luther juist zei dat we naar de markt moeten gaan om de taal van de gewone man te leren kennen. In die taal moet de Bijbel overgezet worden. De vertalers van de SV hebben gekozen
voor een iets moeilijker taal, maar toch heel bewust aansluiting gezocht bij de taal uit hun tijd. Als wij reformatorisch willen zijn, zullen we dezelfde houding in de praktijk moeten brengen en niet kunnen teren op het verleden. Uit uw brief blijkt dat ik de situatie toch nog niet ernstig genoeg ingeschat heb. Uw reactie is een hartenkreet die gehoord moet worden. Het gaat erom dat wij met
zijn allen overtuigd raken van de huidige nood, die in de toekomst alleen maar erger wordt.

Supervisor
Het Nederlands Bijbel Genootschap heeft gevraagd of ik supervisor wilde worden van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV). Na enige aarzeling heb ik daarin toegestemd. Het betreft een interkerkelijke bijbelvertaling, die door veel kerken aanvaard zal worden. De trefwoorden 'brontaalgetrouw'
en 'doeltaalgericht' geven aan dat men getrouw aan het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks wil vertalen, en dat gericht op de doeltaal, het Nederlands. Gemiddeld kan dat een iets moeilijker Nederlands zijn dan bij de Groot Nieuws Bijbel, maar het moet in ieder geval hedendaags en verstaanbaar zijn. Als supervisor zou ik de gelegenheid krijgen vertaalproeven te beoordelen en voorstellen te doen tot verbetering. Daar heb ik de afgelopen tijd volop gebruik van gemaakt.
Hetzelfde geldt voor andere supervisoren uit de reformatorische en evangelische hoek. Ik moet zeggen dat de vertaalcommissie in de afgelopen tijd uiterst zorgvuldig te werk is gegaan en de opmerkingen van de supervisoren grondig wikt en weegt. Meer dan eens werd de vertaling
aangepast. Natuurlijk is het mogelijk dat er in de toekomst beslissingen vallen die voor ons onaanvaardbaar zijn. Maar op dit moment is dat echt niet het geval. Ik heb geen enkele
reden om de NBV weg te schrijven en heb dat in de vorige artikelen ook niet bedoeld

Sjibbolets
Aan het eind van het tweede artikel signaleer ik de beoordeling op sjibbolets. Daarmee
bedoel ik dat nieuwe vertalingen in onze kring lang niet altijd beoordeeld worden op hun weergave van de grondtaal, maar op overeenstemming met of afwijking van de SV. Als we zien hoe er gereageerd is op de kleine taalkundige verbeteringen die ingevoerd zijn bij de 'Editie 1977' van de SV is er alle reden tot pessimisme. U spreekt over vormendienst en verstarring. Het is mijn vrees dat hier een belangrijke oorzaak ligt dat we niet uit de bestaande situatie geraken. De Gereformeerde Gezindte kiest er voor om niet een eigen nieuwe vertaling te maken. Daarbij laat ik in het midden of dat wenselijk is. Ik heb overigens niet gezegd dat er in onze kring wel dogmatici zijn, maar geen vertalers. Er zijn m.i. voldoende vertalers aanwezig, maar de kerkelijke
verdeeldheid in de Gereformeerde Gezindte werkt verlammend. Vanuit de genoemde praktische noodzaak om tot een vervanging van de SV te komen, moeten wij kiezen uit de bestaande
mogelijkheden: Groot Nieuws, de parafrase Het Boek of de NBV. Geen van deze vertalingen voldoet aan alle wensen. Maar laten wij die vertalingen dan ook eerlijk beoordelen en niet verwerpen op grond van enkele 'sjibbolets'. Ik eindigde de artikelen met het schetsen van deze situatie. Zolang wij van mening zijn dat de SV nog goed voldoet, zal de NBV geen schijn van kans hebben, ongeacht hoe goed of hoe slecht die is. Slechts wanneer wij erkennen dat de huidige situatie met de SV niet veel langer meer kan duren, komt er uitzicht op andere mogelijkheden.

Uitweg
Van harte ben ik het met u eens, dat de geestelijke weg van verootmoediging en
gebed de beste is en dat er dan een uitweg kan en zelfs zal komen. Het is inderdaad in geestelijk opzicht te weinig om alleen de huidige stand van zaken weer te geven. Daarom dank ik u hartelijk voor uw reactie.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Grote Nieuws (reactie)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's