De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Orthodoxe protestanten in de slag met de tijdgeest (1)

Bekijk het origineel

Orthodoxe protestanten in de slag met de tijdgeest (1)

Referaat concio Predikantenconferentie Gereformeerde Bond

12 minuten leestijd

Inleiding

'Theologen zeggen dingen die te mooi zijn om waar te zijn, sociologen zeggen dingen die te waar zijn om mooi te zijn', aldus het adagium van prof. dr. G. Dekker die onlangs afscheid nam als hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

Op zo'n uitspraak valt uiteraard het een en ander af te dingen. Theologen zeggen soms ook dingen die mooi zijn omdat ze waar zijn. Dingen inderdaad té mooi om waar te kunnen zijn als je alleen maar rekening houdt met je eigen menselijk beperkte mogelijkheden. Maar de theo-loog spreekt vanuit God. En Zijn mogelijkheden overtreffen al onze verwachtingen en berekeningen. Ik vermoed echter dat prof. Dekker als godsdienstsocioloog ons theologen iets anders onder de aandacht wil brengen. De boodschapper van naderend of van reeds aanwezig onheil, krijgt nogal eens de schuld van wat hij boodschapt, terwijl hij niet veel meer dan alleen maar zijn plicht doet en feiten op een rij zet en analyseert.

We hebben zojuist een godsdienstsocioloog dingen horen zeggen die kennelijk waar zijn al zijn ze niet allemaal even mooi. Tenminste, zo heb ik de studie van dr. Stoffels ('Als een briesende leeuw - Orthodox-protestanten in de slag met de tijdgeest', Uitgeverij Kok Kampen 1996) leren waarderen en interpreteren. Ware dingen zijn niet altijd fraaie dingen. Maar een orthodox gereformeerde is een voorstander van ontdekkende boodschappen (zégt hij tenminste altijd) en daarom zou een godsdienstsocioloog door hem moeten worden gewaardeerd als hij hem zo'n onthullende spiegel voorhoudt.

De spa moet er nog dieper in, heb ik onder ons weleens horen zeggen na een toch waarlijk niet zo oppervlakkige publicatie. Daar houden wij toch onder ons van? De dingen moeten maar bij de naam genoemd worden.

Welnu, wij zijn daar in de richting van de tijdgeest danig druk mee geweest de jaren door. Dr. Stoffels heeft voor zijn onderzoek gebruik gemaakt van een hele reeks publicaties over ons thema. Ik heb niet de indruk dat hij lang heeft moeten zoeken eer hij voldoende materiaal had. Heel veel boeken zouden onder ons niet verschenen zijn als de wereld niet zo 'modern' zou zijn geworden. Sommigen hebben zelfs naam gemaakt dankzij de door hen fel gewraakte tijdgeest.

Kortom, we haken in op dingen ons onder de aandacht gebracht door een socioloog waarvan we zullen moeten toegeven dat ze te waar zijn om ontkend te worden. Een theoloog heeft wel een andere invalshoek al moet hij oppassen de feiten niet vroom toe te dekken en onder de tafel te vegen. Met enige tegenzin stuitte ik op de zes criteria waaruit zou moeten blijken dat ik tot de echte, zuivere orthodox-protestanten moet horen: geloof in een leven na de dood, geloof in het bestaan van de hemel, geloof in het bestaan van de hel, geloof in het bestaan van de duivel, geloof dat Adam en Eva echt bestaan hebben en geloof dat de Bijbel het Woord van God is.

Nu begrijp ik ook wel wat de bedoeling van deze peilstok is naar rechte en echte geloofsovertuigingen. Toch is het me net iets te formeel en daarom te oppervlakkig. Ik ging er juist door twijfelen aan het gehalte van mijn eigen orthodoxie. Ik kan niet elk moment met de revolver op mijn borst 'ja ik, van ganser harte' zeggen op al deze vragen, terwijl ik toch meen óók de Geest van God te hebben. En ik ben er van overtuigd dat er orthodox-protestanten zijn die op alle zes gevraagde criteria volmondig 'ja' zeggen, maar intussen ontkennen tot de ware gelovigen te behoren.

Sociologisch onderzoek kan resultaten opleveren die mooier lijken dan dat ze voor honderd procent waar zijn. En ze zijn soms minder waar omdat het er in werkelijkheid mooier uitziet. De wereld, ook die van de orthodox-protestant, valt in sommige opzichten ook nog weleens een keertje mee. Aan mij is onder andere gevraagd hoe ik mede naar aanleiding van de studie van dr. Stoffels de situatie in hervormd-gereformeerde kring inschat en beoordeel.

Situatie

Bevinding lijkt nog altijd het huismerk van de Gereformeerde Bond te zijn als je zo her en der je oor te luisteren legt, ook al is vanaf 1981 de beweging 'Het Gekrookte Riet' ontstaan naast de GB die 'opwekking, verbreding en verdieping van het bevindelijke geestelijke leven naar Schrift en Belijdenis voorstaat'. Als je als Bonders in het geheel van de Hervormde Kerk weer even tot bedaren moet worden gebracht, wordt dat meestal ook gedaan met uitspraken als 'we kunnen het bevindelijk element in onze kerk niet missen en daarom willen we u er zo graag bij houden.' Laten we er van uitgaan dat zo'n uitspraak niet alleen iets in zich heeft van een kerk-politieke manoeuvre, dan blijft de vraag: Hebben wij vandaag nog echt iets te bieden op bevindelijk gebied? Of moeten we juist hier de invloed van de tijdgeest constateren? Ik herinner me een uitspraak van onze vroegere voorzitter, ds. W L. Tukker: 'Naarmate men meer is gaan spreken over het bevindelijke als het kenmerkende van de Gereformeerde Bondsprediking, is de bevinding zelf in de gemeente teruggelopen' (De weg van het Woord, Kampen 1979, blz. 286). Hij zei dat dertig jaar geleden in een kader waarin hij waarschuwde voor vervlakking en toenemend formalisme.

Ik moet eerlijk zeggen het prototype van de 'bevindelijke mens' weinig meer tegen te komen onder ons. Hij lijkt verdwenen zoals 'God uit Jorwerd is verdwenen', om het met de titel van het onlangs verschenen boek van Geert Mak te zeggen, waarin hij aantoont hoe zelfs in een klein Fries dorp de laatste halve eeuw bijna alles veranderd is onder invloed van de tijd. Wat bedoelen we en wie of wat hebben we op het oog als we dan toch iedere keer weer die zogeheten bevindelijke mens naar voren schuiven als zou uit het verdwijnen van dat type mens blijken hoe somber het er toch wel onder ons voor staat? Je kunt daar heel nostalgisch over praten en preken. En daar bovendien ook in wezen uiterst formeel de 'gelaat - gewaad en gepraat' criteria op blijven toepassen. Maar is dat het dan echt?

Nou ja, dat is er onder ons nauwelijks nog. En voorzover het daarbij gaat om authentiek-geloofsmatige bevindelijkheid, is dat een verlies. Maar dan moeten we tegelijk niet over het hoofd zien dat er gelukkig nog veel bijbels geloof en geloofsleven is, al staat dat in een eigentijds kader uiteraard.

En ik ben geneigd te zeggen: je vindt dat méér onder de jongere generatie dan bij velen van mijn eigen generatie, die ten dele nog is opgegroeid in een tijd dat het ouderwets bevindelijke nog aanwezig was in veel hervormd-gereformeerde gemeenten. Door de jaren is dat bevindelijke onder ons grotendeels verdwenen.

Of dat erg is? Kun je daaraan merken dat 'de tijden donker zijn'?

Daar kun je verschillende antwoorden op geven. Ik constateer onder ons soms een neiging om te blijven hangen in het nostalgisch achterom zien naar een tijd die absoluut voorbij is. Je kunt dat in allerlei opzichten misschien betreuren, maar een feit is het: Vroeger is voorbij. En wie toch blijft hangen in dat verleden, raakt er al meer door gebiologeerd, verliest zicht op het heden en weet met de toekomst al helemaal geen raad.

We moeten de werkelijkheid onder ogen willen zien. De tijd inclusief de bij hem horende geest gaat gewoon door. Je kunt er jezelf als dominee misschien nog enigszins voor afschermen in je tamelijk beschermde bestaan. Hoewel, je moet dan wel een hele grote berg zand in je pastorietuin laten aanleggen om er je hoofd in kwijt te kunnen. Maar onze gemeenteleden ontgaan de kolossale veranderingen niet die er om hen heen, maar vooral ook dwars door hen heen zich afspelen.

Tijdgeest

Uit de studie van dr. Stoffels blijkt hoe vanuit orthodox-protestantse kring de moderniteit vooral bestreden is rond de vragen van huwelijk en seksualiteit, begin en einde van menselijk leven, gebruik en misbruik van moderne media. Begrijpelijk, juist hier wordt de tijdgeest zichtbaar en meetbaar.

Toch heb ik soms de indruk dat we zo over het hoofd dreigen te zien dat de gevolgen van de moderne tijd onze gemeenteleden veel dieper raken. Je kunt je aan genoemde ethische strijdpunten ook nog een keer optrekken en jezelf het gevoel geven dat je er toch wat tegen doet, tegen de geest van de tijd.

Maar je kunt tegen abortus en euthanasie protesteren, fulmineren tegen de moderne media, maar intussen een voluit modern mens zijn wat betreft de beleving van de werkelijkheid om je heen en je omgaan met de gegevenheden van een volstrekt godloze cultuur. Het je eenzijdig richten op moderne ethische vragen en dan ook nog geselecteerd en beperkt tot die we noemden, kan onbedoeld een escape worden voor de achterliggende problematiek van de vertolking van het Evangelie naar de mens van deze tijd.

En juist als het om dit beslissend gebeuren van de vertolking van het Evangelie gaat, is blijven hangen in het verleden onvruchtbaar. Je kunt de Bijbel, een bijbelvertaling, belijdenisgeschriften, een theologie, een preektrant, een kerkelijk jargon zó sacraliseren dat je er helemaal niets meer mee beginnen kan, schreef dr. C. Rijnsdorp eens jaren geleden en mijns bevatten die woorden een grote kern van waarheid.

Heb ik het mis als ik vermoed dat daar onder ons de echte problemen te vinden zijn als het gaat om de slag met de tijdgeest? We zitten in toenemende mate met het klemmende vraagstuk van de communicatie van de inhoud van onze traditie naar de generatie van nu en van morgen. Ja, misschien zitten we er niet mee. Maar dan komen we er wel een keer mee te zitten. De essentialia van onze traditie komen slechts moeizaam of nauwelijks over. Als ik het verkeerd zie of de situatie te somber inschat, dan hoor ik dat graag. Maar mij bekruipt in toenemende mate het vaak beklemmende gevoel in prediking en catechese dat het al moeilijker wordt de communicatie tot stand te brengen.

Iemand zei het onlangs zo tegen me in een gesprek dat we hadden over de prediking zoals die in hervormd-gereformeerde kring over het algemeen gebracht wordt: Er is onnodig veel ruis tussen zender en ontvanger van het Evangelie. De 'transmitter' belemmert de overbrenging van de boodschap. En als de transmissie van de motor niet werkt, dan komt de wagen stil te staan. De overbrenging van wat ons bezielt, wil niet echt lukken. De zaak stagneert ook al bevolken nog velen onze kerkdiensten. Hoe komt dat?

Er zijn externe factoren die de bemiddeling bemoeilijken. Onze gemeenten zijn kleurrijk geworden, diverser en daarom pluriformer. De leefwereld van onze gemeenteleden is zeer verscheiden. De problemen waar mensen tegenop lopen en elke dag mee te maken hebben, zijn veel complexer geworden dan voorheen. De mensen worden bijna dagelijks volgegoten met informatie, soms over hele diepe levensvragen. Dat vraagt om ordening vanuit het Evangelie. Wat is de weg die God wijst in het concrete leven van alledag? Wat zegt ónze traditie daar over? Kunnen we daar vandaag nog wat mee?

Evangelie

De vraag daarbij is: Willen we onze mensen echt te hulp komen vanuit het Evangelie? Verstaan we hen omdat we midden onder hen staan? Onze preken stellen veelal de kwestie van de heilstoe-eigening in ruime mate aan de orde. Maar weten onze gemeenteleden eigenlijk wel wat dat heil is dat toegepast moet worden? Zijn er niet voor velen de voorvragen? Wie is God? Hoe beleef ik dat Hij er is in mijn dagelijks leven als mens van deze tijd? En dan God niet als een kracht in me, maar als een Persoon boven en tegenover me? Hebben niet veel mensen daar minimaal zicht op en slechts een flauw vermoeden van? En is daarom veel 'geestelijk leven' niet veel meer dan een soort gevoel dat hopelijk in een kerkdienst even naar boven komt als het meezit? En bestaat ons 'geloof voor de rest alleen maar uit een bepaalde manier van leven, de onder ons vertrouwde 'way of life'. Een aantal dingen doe je wel en een aantal dingen doe je niet. Neem je het wat strenger, dan hoor je bij die vleugel van de gemeente. Neem je het wat anders op, dan word je tot die andere kant van de gemeente gerekend.

Iemand zei me onlangs: jullie preken zijn zo uniform, zo voorspelbaar, zo volgens een vast concept. Een bepaalde groep mensen krijgt iedere zondag te horen wat ze kennelijk volgens jullie inschatting willen horen. Het zijn vooral de mensen die van zekerheden houden en daarin elke week bevestigd willen worden, die niet van lastige vragen houden. Ik geef toe: dat is tamelijk extreem geformuleerd en daarom niet helemaal billijk. Toch heeft het me tot nadenken gestemd over mijn eigen preken en daarom zeg ik het ook vanmiddag maar. U mag het uiteraard verder naast u neerleggen.

Ik denk wel: wie willen wij eigenlijk bereiken als we bezig zijn in onze gemeenten. Willen we zoveel mogelijk iedereen, alle categorieën, aanspreken? Of zijn we tevreden als een bepaald deel met ons instemt en laten we de rest in principe schieten?

De vraag die hiermee samenhangt, is: wat willen we overdragen? Alleen een reeks vormen, gebruiken, ritualia waar geen syllabe aan veranderd kan en mag worden? Of is het onze hartstocht om het wezen, de inhoud, de essentie over te dragen?

U kent wellicht het beeld dat Godfried Bomans ooit in dit verband gebruikt moet hebben. Bomans is vijfentwintig jaar na zijn dood inmiddels ook in orthodox-protestantse kring een gezaghebbend getuige geworden, heb ik uit de pers begrepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Orthodoxe protestanten in de slag met de tijdgeest (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's