'Avondmaal kan ook zonder dominee'
'Dat de predikant de leiding van de avondmaalsviering heeft en de inzettingswoorden spreekt, is verre van vreemd, maar noodzakelijk is het niet. Tenminste niet noodzakelijk in die zin dat, als hij dat niet doet, er van een echte avondmaalsviering geen sprake meer is.' Co-referent dr. W de Greef kon gisteren op dit punt met hoofdspreker dr. J. van Beelen instemmen, maar met diens benadrukken van het verkondigend karakter van het avondmaal ('u zet alles op déze kaart') kon hij totaal niet uit de voeten.
'Een uitholling van de avondmaalsviering!', ageerde De Greef gisteren bewogen voor het 'forum' van Gereformeerde Bondspredikanten, in de Doornse bossen. Dit gevoelige moment tijdens de discussie werd niet opgelost door een samenbindende opmerking vanuit de zaal. 'Ja' en 'nee' bleven tegenover elkaar staan.
Van Beelen promoveerde vorig jaar op een studie over de verhouding tussen avondmaal en ambt. De Greef mist daarin node het benadrukken van de gemeenschap tussen Jezus Christus en zijn gemeente, en dat is nu juist het wezen in de viering. Of om het met een beeld van A. A. van Ruler te illustreren: aan de avondmaalstafel geven bruid en bruidegom elkaar een kus.
Van Beelen vond dat De Greef een te beperkte visie op verkondiging heeft en daarom van uitholling kan spreken. Hij beklemtoonde verder dat zijn dissertatie noch een uitgewerkte avondmaalsleer, noch een uitgewerkte ambtsleer wil bieden, maar De Greef vond dat hij met deze opmerking zich er te gemakkelijk van afmaakte. De bespreking leverde ook een vraag op over avondmaalsmijding. In een recent rapport van de hervormde visitatoren-generaal wordt niet alleen hierover gerept, maar ook over de avondmaalsterzijdestelling in bepaalde gemeenten (slechts één of twee keer per jaar of helemaal niet). Verder zijn er plaatsen bekend waar bij verkiezing van ambtsdragers de voorkeur van de gemeente uitgaat naar mannen die juist geen avondmaal vieren.
Een andere predikant had bovendien in Van Beelens proefschrift gelezen, dat het niet noodzakelijk is als ambtsdragers deelnemen. In de beantwoording bleek dit genuanceerder te liggen. Dr. Van Beelen schrijft dit, ook gegeven een gebroken situatie: 'Mijn opmerking wilde aangeven, dat avondmaalsmijding een probleem is van de héle gemeente. Je moet je niet alleen concentreren op die enkele ambtsdragers die niet aan tafel gaan'. Door voortgaand Schriftuurlijk onderwijs is er misschien verandering te bewerkstelligen, dacht Van Beelen, want in principe kan avondmaalsmijding niet als het belijdende leden betreft.
De Randwijkse hervormde predikant liep in zijn lezing diverse bijbelteksten langs om te concluderen dat deze geen directe aanleiding geven om aan een ambtelijke bediening van het avondmaal te denken. Je kunt op grond van de Bijbel niet zeggen dat er een opdracht is aan sommigen om het brood te breken en uit te delen aan anderen. 'De middeleeuwse theologie leert dit wel': denk aan de priesters als middelaars tussen God en mens. Van Beelens standpunt, dat zich alleen wil baseren op de Schrift, staat daarmee wel haaks op de gereformeerde traditie en op wat Calvijn heeft geschreven.
Zijn visie heeft ook gevolgen voor de praktijk. Zo voelt Van Beelen niet zoveel voor een avondmaalsviering zittend aan de tafel, omdat daarbij de predikant te nadrukkelijk overkomt als degene die de leiding heeft. De individuele gemeenschap met Christus komt volgens hem beter uit de verf, als gemeenteleden naar voren lopen in een rij, bij de predikant het brood ontvangen en de beker uit de hand van een diaken.
En in een gereformeerde kerk in Quebec-City maakte hij mee, dat het brood en de beker wijn door de rijen gingen. Men hield het brood (wijn) vast totdat iedereen had. Van Beelen: 'Allen aten (dronken) toen tegelijkertijd' en dat maakte diepe indruk op hem. 'Voor mijn gevoel was de bedienaar veel verder op de achtergrond dan bij andere vormen.'
Wat doet u? vroeg hij daarna zijn hoorders; lopend avondmaal, zittend aan tafels, staande in een kring misschien? Het antwoord liet zich op grond van de massaal opgestoken vingers snel raden: zittend aan tafels. Maar als dan in Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus staat dat ik brood en wijn uit des dienaars hand ontvang, wat houdt het zittend avondmaal dan in? legde Van Beelen voor. 'Dat zit tussen bediening en gemeenschappelijk handelen in. Ik zou dan haast zeggen: Toe dan, ga toch eens een stapje verder. ..' ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's