De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De leerschool van het Seminarie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leerschool van het Seminarie

9 minuten leestijd

Gedurende de afgelopen twee jaar volgde ik, samen met ruim dertig andere collega's, de evaluatieweken voor predikanten in de eerste gemeente. Deze cursus, die gegeven wordt op het Seminarium Hydepark te Doorn, vormt een verplicht onderdeel van de opleiding tot predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. Nu vermoed ik, dat verschillende lezers de indruk hebben, dat sommige predikanten die de cursus volgden deze ook echt als een 'verplichting' hebben ervaren. Als dat zo is, is dat waarschijnlijk te danken (of te wijten) aan stukjes die in de loop van de tijd in kerkbladen of zelfs in de landelijke pers verschenen. Met name in de periode, dat wij de cursus op Hydepark volgden, verschenen dit soort berichten. Deze berichten gavèn velen stof tot nadenken, sommigen stof tot het publiceren van weer andere berichten en enkelen zelfs stof tot nog drastischer daden.
Uiteraard hebben ook wij veel nagedacht over de betekenis van Hydepark voor onze vorming en toerusting in persoonlijke en ambtelijke zin. En nu, nu de cursus is afgerond en we dus het geheel kunnen overzien, trek ik de stoute schoenen aan, om enige overwegingen aan het papier toe te vertrouwen. Hoewel ik dit artikel op persoonlijke titel schrijf, heb ik er toch veel in verwerkt wat in gesprekken met anderen op het Seminarie aan de orde kwam. Verder hebben enkele van mijn medeseminaristen dit stuk gelezen en er van harte mee ingestemd, hetgeen mij de vrijmoedigheid geeft om tot publicatie over te gaan.
De eerste reden om dit te doen ligt hierin, dat wij een goede tijd achter de rug hebben en met dankbaarheid terugzien op vele goede dingen die we ontvingen. Dat betreft in de eerste plaats de vele mogelijkheden om allerlei praktische kanten van het werk te bespreken en te evalueren. Dat er ook dingen waren waar wij vragen bij hadden, doet aan dat gegeven niets af.
De tweede reden voor dit artikel ligt in het feit, dat we de indruk hebben, dat er op het Seminarie dingen konden gebeuren die elders in de kerk vaak vrijwel onmogelijk zijn. En we hopen dat dit artikel een bescheiden bijdrage zal mogen zijn in de bezinning op de vraag hoe we vandaag de dag met elkaar omgaan in de kerk.
Hieronder volgt nu puntsgewijs een aantal overwegingen over dingen die we ontvingen, leerden en ontdekten.

Groeiend besef van de vitaliteit van eigen traditie
Eén van de onontkoombare aspecten van het hele gebeuren in het Seminarie is, dat ieder op zijn minst wordt uitgedaagd zich te bezinnen op de waarde van de vitaliteit van de eigen traditie. Dat gebeurde dus ook met ons. En we hebben het als een zegen ervaren, dat juist in de ontmoeting met anderen in de kerk de vitaliteit en de kracht van het gereformeerd belijden hoorbaar en voelbaar werd. Telkens opnieuw werden we ons bewust van de rijkdom van het Evangelie, zoals dat door de gereformeerde theologie is opgedolven en verwoord. Wanneer we alleen in de eigen vertrouwde kring verkeren, realiseren we ons vaak niet hoe rijk we zijn met bijvoorbeeld onze belijdenisgeschriften. Maar als het dan tot een echte ontmoeting komt, zoals dat in het Seminarie op allerlei momenten kon, realiseer je je hoe waardevol ze zijn. Ze vormen een klankbodem voor het verstaan van de Schrift, een richtlijn voor een evenwichtige prediking, een handvat voor breed en diep Bijbels onderwijs in welke vorm ook en een uitdrukking van diep beleefd geloof.
Nu is het feit, dat wij dat zo ervaren hebben natuurlijk geen garantie, dat dat ook bij anderen het geval was. Maar het mooie was wel, dat er op zijn minst momenten waren, dat ook anderen, die soms de belijdenisgeschriften nauwelijks gebruiken of kennen, iets van het waardevolle ervan herkenden en erkenden. In elk geval; het Seminarie bleek voor ons een plek te zijn, waarin het gesprek rond de belijdenis plaats kon vinden. En waarschijnlijk is het tekenend voor de situatie in de kerk van vandaag, dat wij daarvan opkeken en erdoor verrast werden. Het is onze ervaring tot nu toe, dat andere samenkomsten of vergaderingen deze gelegenheid meestal niet (meer) bieden. En dat is zonde, in de dubbele zin van het woord!

Groeiend besef van ons soms te massieve spreken
In nauw verband met de vorige ontdekking was er echter ook iets anders. Want hoewel er soms momenten waren dat onze 'geijkte' woorden anderen goed leken te doen, waren er ook momenten dat ze anderen pijn deden of tot heftig verzet brachten. En het heilzame van het Seminarie is dan, dat er ruimte is om na te gaan waar dat dan op vast zit: op de boodschap of op de boodschapper. Natuurlijk was het wel eens zo dat het vast zat op het eerste, maar eerlijk gezegd was het heel ontdekkend, dat juist ook het laatste nogal eens het geval was. Juist omdat we ons zo gedragen en gesterkt voelen door de eigen traditie, lopen wij, hervormd-gereformeerden, nogal eens het gevaar over gevoelens en motieven van anderen heen te walsen. En dan is het beschamend, maar ook heilzaam als dat je eens wordt gezegd. Want ook dat hoort immers bij de zelfkennis, die volgens Calvijn en bovenal volgens de Schrift een onmisbaar onderdeel van het geloof is. En vanuit die zelfkennis komt er dan ook ruimte om te leren en verder te groeien. Hieronder willen wij proberen te verwoorden, waarin het Seminarie voor ons een leerschool was.

Een leerschool in ootmoed en eerlijk luisteren
Het Seminarie heeft ons eens te meer de noodzaak laten zien van een ootmoedige luisterhouding in het kerkelijk gesprek. Tot echte ontmoetingen kan het in de kerk alleen komen, wanneer we, echt luisterend naar de antwoorden, vragen naar elkaars motieven en verlangens, elkaars twijfels en zekerheden, elkaars vreugden en aanvechtingen. Dat betekent niet, dat je niet mag staan voor je overtuiging. Integendeel zelfs. Maar van onze belijdenis vraagt dat om een ootmoedige luisterhouding. Immers: als onze eigen woorden te groot worden, ontnemen ze het zicht op de grootheid van datgene wat we mogen belijden. En daar komt bij: als we belijden dat onze belijdenis de waarheid van de Schrift vertolkt, betekent dat niet dat wij zelf altijd de waarheid vertolken. En dus worden we geroepen om ootmoedig te zijn.

Een leerschool in vertolking van wat we belijden
Als we het over vertolking hebben, brengt dat ons meteen op een ander leerpunt. De ontmoetingen in het Seminarie hebben ons met kracht bepaald bij de levensnoodzaak om datgene waar we voor staan te vertolken naar anderen. En dan blijkt maar al te vaak, hoe moeilijk dat is. Er is in de kerk een enorme taalbarrière ontstaan, waardoor we elkaar soms nauwelijks meer verstaan. Eenzelfde woord kan door twee theologen soms totaal verschillend begrepen worden. En wanneer we dus in het geheel van de kerk tot een echt geestelijk gesprek willen komen, zullen we ons moeten inspannen om onszelf verstaanbaar te maken. Misschien dat juist wij, als hervormd-gereformeerden, wel het grootste risico lopen een soort geheimtaal te spreken, die onszelf een gevoel van veiligheid geeft, maar anderen buitensluit. Maar wat was het heilzaam, voor onszelf en anderen, dat we ertoe uitgedaagd werden, keer op keer, om die weg van vertolking en verantwoording op te gaan. Want juist die weg leidt tot het zoeken naar de kern van de zaak, datgene wat echt onopgeefbaar is.

Een leerschool in theologische bezinning
Dat leidt dan als vanzelf tot het volgende punt. Het Seminarie bleek voor ons ook een voortdurende stimulans te zijn tot voortgaande theologische bezinning. Juist als het komt tot een kerkelijk gesprek, ontstaat de noodzaak dingen verder te doordenken. Immers: we merkten, dat we direct of indirect bevraagd werden op vele onderdelen van ons theologische denken. En steeds weer bleek de waarheid van de stelling, dat ware theologie begint met het stellen of toelaten van fundamentele vragen. Welnu, in die zin was Hydepark voor ons een volop theologisch gebeuren. In een aantal onderdelen van het programma gebeurde dat heel bewust, bijvoorbeeld in de gezamenlijke Bijbelstudies aan de hand van meditaties van O. Noordmans. In andere onderdelen gebeurde het wat meer terloops, maar telkens opnieuw rezen de theologische vragen. We hebben gevoeld, hoe diep de nood van de kerk is en dat die nood een gezamenlijke nood is. We hebben soms opgehoord van dingen die anderen hebben ontdekt in de Schrift. We zijn soms geschrokken van de clichés in onze preken en hebben de noodzaak gevoeld om de oude dingen nieuw te zeggen. We hebben gemerkt dat er soms meer te zeggen is, dan onze belijdenis uitspreekt.
Kortom: voor ons betekende het kerkelijk gesprek van Hydepark een sterke stimulans om niet alleen dominee te zijn, maar ook meer en meer theoloog te worden. Juist de theologische verscheidenheid, met alle weerbarstigheid van dien, bleek een voortdurende prikkeling in die richting.

Een leerschool voor het kerkelijk gesprek
Het wordt tijd voor een afrondende opmerking. Wij hebben het Seminarie ervaren als een leerschool voor het kerkelijk gesprek. Dat daarbij de verdeeldheid, de gebrokenheid en ook de ingezonkenheid van de kerk soms schrijnend aan het licht kwam, moge duidelijk zijn. Maar dat neemt niet weg, dat juist daar, in de luwte van de Doornse bossen, ruimte werd geboden en gevonden voor het gesprek dat, niet in het minst als gevolg van het Samen op Weg-proces, in veel opzichten is verstomd.
Ongetwijfeld speelt mee, dat wij - in hetzelfde huis waar ook de synode regelmatig vergadert - nergens over hoefden stemmen. Dat geeft meer ruimte om vrijuit te spreken. Maar hoe dan ook, we willen graag gezegd hebben, dat we iets ervaren hebben van de zegen van een eerlijk kerkelijk gesprek, zelfs als daarbij grote verschillen en breuklijnen openbaar kwamen.
En verder willen we hiermee het verlangen uitspreken, dat er in het geheel van de kerk maar niet minder in de eigen kring weer ruimte zal komen om naar elkaar te luisteren en van hart tot hart met elkaar te spreken. Hoe spannend dat soms is, hebben we in de afgelopen tijd soms heel schokkend ervaren. Maar bovenal overheerst de dankbaarheid voor die momenten, dat de ruimte er was. Als een geschenk, om zuinig op te zijn. Een geschenk, dat hopelijk vrucht zal dragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De leerschool van het Seminarie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's