Kleine domineesspiegel
Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond mogen wij u hartelijk welkom heten op de concio 1997. Als altijd is dit een gelegenheid om elkaar te ontmoeten, gemeenschap te oefenen en onze geest te verruimen. Pastorieën zijn eenzame huizen. Temiddelen van een veelheid van mensen kun je daar soms geweldig verlaten zijn. Daar komt nog bij dat veel predikanten soms te maken hebben met bijna onoplosbare moeilijkheden. Deels berusten die conflicten op de leer, maar anderdeels komen ze voort uit onze levensordening. Over die eerstgenoemde zwarigheden zouden we vandaag ook wel wat kunnen zeggen, maar dat doen wij niet. Ik wil u vandaag leiden naar een pastoraal panopticum. Een soort domineesspiegel u voorhouden. Wij doen dat tot een soort zelfonderzoek met de hoop dat wij er eens over zullen nadenken. Weest u er van verzekerd dat een blik in die spiegel ons heilzaam zal zijn.
Wij kiezen uit de overvloed van stof voor ditmaal een drietal woorden uit 1 Timotheüs 3 : 2. Paulus spreekt in het verband van de tekst over de ambtsdragers. Aan hen moeten hoge eisen worden gesteld. Bij de keuze van een opziener moet ernstig worden bedacht de hoge betekenis van het ambt. Ook door de kandidaat zelf, die toont zich beschikbaar te stellen. Op drie sociale eigenschappen legt Paulus de nadruk. Er zijn er natuurlijk veel meer, maar wij menen dat dit drietal belangrijk is.
1. Matig
In de eerste plaats moet de ambtsdrager zijn 'matig'. Wij Hollanders denken daarbij direct aan het gebruik van sterke drank. Dat is niet verkeerd, maar de betekenis van dit woord is veel breder en dieper ook. Het is de vertaling van het Griekse woord sóphrón. Dat betekent bezonnen, bezadigd, vol zelfbeheersing, ingetogen. Dit woord speelt een grote rol in het stoïcijnse gedachtegoed. Wij moeten daarbij niet denken aan een levenshouding, altijd in de plooi, altijd even ernstig. Maar bedoeld is vooral, dat men zijn leven onder controle heeft en zich niet laat meeslepen door allerlei onbekookte fantasieën. Wie 'matig' is, heeft een zuiver gevoel van maat, een besef van eigenwaarde, een juiste speurzin van datgene wat er rondom ons zich aandient.
Het woord wordt gebruikt voor de bezetene, die het legioen onreine geesten had gehad en door Jezus was genezen. Men zag hem zittende en gekleed en wèl bij zijn verstand. Uiterlijk en innerlijk was de man dezelfde niet meer. Behoorlijk gekleed was hij ergens gaan zitten en hij gedroeg zich heel verstandig. Het wordt ook gebracht tezamen met nuchterheid en waakzaamheid in het geheel. Op deze manier komt er een eschatalogisch accent in. Wie 'matig' is houdt zijn levènskoers op de wederkomst van Christus gericht. Dat wordt het grote doel van ons leven.
Daarentegen wie dronken is en met vrome dromen over zichzelf en de wereld nadenkt, die kan niét echt bidden. Want bidden veronderstelt niet uit de zogenaamde werkelijkheid in een geestelijke wereld vluchten. Het is precies omgekeerd. De bidder ontwaakt voor de werkelijke situatie en de waakzame bidt met open ogen. Daaruit ontstaan de goede werken. Het is onthutsend op te merken hoe de vrome mannen van het Reveil oog gehad hebben voor de échte situatie van ons volk in de vorige eeuw, terwijl daarentegen de fanatieke liberalen droomden van een ideale wereld, waarin eenvoudig de gewone man niet bestond. Hetzelfde is ook op te merken in de diepgravende biografie van Adolf Hitler van de hand van Joachim Fest. Hitler liep aldoor maar te fantaseren, maakte het ene plan na het ander, maar presteerde niets. Zelfs de generaals uit zijn omgeving hebben aan het einde van de Tweede Wereldoorlog opgemerkt hoezeer Hitler leefde in een droomwereld.
Ook als predikant kun je blind zijn voor de wezenlijke situatie van een gemeente. Hetzij door gebrek aan persoonlijk geestelijk leven, hetzij doordat wij blind zijn door richtingsfanatisme, of ook door een gebrek aan een gezonde karakterstructuur. Maar een warm geloofsleven, uit het Woord gevoed, bewaart voor een theoretisch bestaan. Ja, dat leidt tot een rechte waardeschatting ten opzichte van theologische modestromingen. Zelfs een academisch bestaan kan leiden tot een ivoren torenleven. De rechte maat komt uit het Woord, levendgemaakt door de Geest. Wie daaruit leeft krijgt ook een diepteblik op wat rondom hem gebeurt.
2. Eerbaar
Een tweede sociale eigenschap hier genoemd is: eerbaar. Voor ons gevoel draagt dat woord dezelfde trekken. Dat is niet verkeerd, maar het is te zwaar aangezet. Het oorspronkelijke woord kosmios is moeilijk te vertalen. Het Duits heeft hier het woord würdig. Het Engels modest. Een prachtige weergave is het Franse socialle. Mijns inziens treft dat het beste. Wat bedoelt dit woord? Wel - er zit een fijnzinnige samenhang tussen het eerste en het tweede begrip. Wie 'sóphron' is naar zijn karakteraanleg en levenshouding, die is 'kosmios' in zijn uiterlijk levensgedrag. De persoonlijke omgang met het Woord Gods door het levend geloof stempelt ons optreden. Met een exegese zo fijn als een naald merkt Bengel in zijn Gnomon op: De nieuwe mens heeft iets feestelijks. Hij verafschuwt alles wat bevlekt, onordelijk, onbeleefd, onmatig, heftig, nalatig is. Hij haat wat geaffecteerd is; duister, weerzinwekkend, haveloos en naar is. En u moet dan eens horen wat dezelfde Bengel nog meer zegt: 'Selbst in der Notdruft der Natur und in den Dingen, die sich auf Einnehmen, Verdauen und Ausführen beziehen, wartet er sparzam und gleichsam unbemerkt ab, und halt die Spuren des verweslichen Körpers geheim'.
De oude Engelse exegeet Barnes spreekt over: 'of good behaviour'. 'A minister of the Gospel should be a finished gentleman in his manners, and there is no excuse for him if he is not.' Dat staat er dan en daar kunnen wij het dan mee doen. Het oude Griekse woordenboek van Mtiller geeft een drietal schakeringen aan. Eerst wijst kosmios op ordelijk, vredelievend. Dan is een andere betekenis: aan zelftucht onderworpen, fatsoenlijk. Een derde accent vinden wij bij Plutarchus: kosmopolitisch. Het woord duidt op een levenshouding die respect afdwingt. Van binnenuit levend naar de maat van het Woord Gods komt naar buiten openbaar, dat edele zelfbeheersing naar de Geest onze levensloop bepaalt. Het is niet een klein burgerlijke houding, evenmin een patricische. Maar die breed flexibele opstelling, die toch niet benauwd is of vaag. 'Netjes' is te smal, 'deftig' te zwaar belast. De vroegere Gelderse adel stuurde zijn zonen naar kostscholen waar in het takenpakket 'maintien' werd gegeven. Ik vrees, dat wij hier wel het een en ander hebben verloren. Je merkt soms wel eens dat een vlot populaire houding gewild is. Maar 'kosmios' is wellevendheid. Door een innerlijke bediening van de Geest weten wij onszelf in te schatten, maar ook hebben wij oog voor andere behoeften. Het is een zogenaamd fingerspitzengefühl. Het vraagt vrijwillige aanpassing aan de cultuursituatie van de gemeente. Wij achten het een kwaad teken, dat veel moeilijkheden in pastorieën daarop zijn terug te voeren.
'Kosmios' duidt er op, dat een zekere ontwikkeling vereist is. Mij dunkt, het verdient aanbeveling de klassieken bij te houden. Onze letterkunde heeft op dit punt nogal wat te bieden. Het kan in dit opzicht geen kwaad een enkele tak van wetenschap in het oog te houden. Kerkgeschiedenis is hier dienstig; en vooral niet te vergeten die stromingen, die ons met de tijdgeest kritisch op de hoogte houden. Het natuurlijke worde door het geestelijke gelouterd. Het komt eropaan bepaalde stijvigheden en houterighedén af te sterven en ons te oefenen in een soepele natuurlijkheid.
3. Gastvrij
De derde sociale eigenschap is de toetssteen voor de beide vorige kwaliteiten. Filoxenos - gastvrij zijn. Merkwaardig dat dit talent volgt op kosmios. Het laat zich denken, dat dit het geval is. Sóphron is het fundament voor kosmios en kosmios openbaart zich in gastvrijheid. Nauwelijks enig ding bevordert de gemeenschap der gelovigen zozeer als de gastvrijheid. Zonder deze deugd is een warm en blij gemeenteleven niet mogelijk. Wij weten wel, dat deze gastvrijheid in het oosters gemeenteleven noodzakelijk was, vanwege gebrek aan hotels. Maar het komt ons voor, dat een vriendelijke opname in huis naar aanleiding van verschillende gelegenheden een toenemende betekenis heeft. Gastvrijheid vraagt liefde, openheid voor de broeder en zuster. Je moet dan gemakzucht nalaten en het familie-egoïsme. Gastvrijheid vraagt offers aan tijd, kracht en geld. Het geldt uiteraard voor de gehele gemeente, maar deze deugd vormt een testcase voor de pastorie. Wij horen nogal eens de klacht: je komt nooit binnen bij de dominee. Dat is een zeer kwalijke zaak.
Wij weten wel: vooral sommige gemeenten onderhouden een bijzonder familiegekonkel. Je komt er niet in. Maar wie in de pastorie de deur op een kier zet, ontneemt zich ook de gelegenheid in de kieren van het gemeentelijk leven te zien. Natuurlijk is er recht op privacy in de pastorie, maar wat berooft men zich van een zegen, als er nooit eens iemand binnenkomt! Het zijn doorgaans niet de kwaadste leden van de gemeente die nauwer contact begeren. Kosmios zijn wordt geoefend in gastvrijheid. Een grote taak is daarbij weggelegd voor de predikantsvrouw.
Het komt voor de opmerkzame beschouwer al dra uit, hoe ongastvrij onze tijd is. Het is de tijd van omheiningen en sierhekken bij uitstek. Daarachter zit de burger verschanst. Daarom - openheid voor gasten geeft de sfeer van de gemeente aan. Het is de levenszenuw van een gemeente, die licht in de wereld wil uitstralen. Onwetend hebben sommigen engelen geherbergd. De winst is groter dan het verlies.
Gastvrijheid is een samengestelde deugd. Er is voor nodig een open hart, gulheid, mensenkennis, beleefdheid, fijngevoeligheid, belangstelling, zelfbeheersing en zelfverloochening. U ziet wel, dat deze deugd de torenspits van de drie genoemde deugden is. Zij kan zonder een levend geloof niet bestaan. Vatten wij nu samen, dan is sóphron de basis van het gemeenteleven, voorzover het rust op het Woord. Kosmios vormt de muren en de ramen. Maar gastvrijheid is de deur, waardoor men naar buiten en naar binnen komt.
Het spreekt geheel vanzelf, dat dit drietal sociale deugden alleen geleerd wordt in een nauwe omgang met Christus. Hij moet ons oog oefenen voor wie wijzelf zijn. Voorts wil Hij door de Geest ons leren met elkaar om te gaan. Zien wij nog dieper, dan is er tweeërlei lijn. Een verticale: van boven naar beneden. En een horizontale: van de ene mens naar de andere. Door de Geest der genade worden wij verbonden met ons Hoofd en Heere. En door dezelfde Geest worden wij aan elkaar gesmeed: matig, eerbaar en gastvrij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's