Innerlijke beschadiging (1)
Spanning tussen het
Er is al eerder in deze serie op geattendeerd, dat er een geweldige spanning bestaat tussen het oude leven van voor de vernieuwing van het leven onder de verkondiging van het Woord en dankzij de inwoning van de Heilige Geest en het nieuwe leven sedertdien. De apostel Paulus voert de spanning voortdurend hoog op. We zijn met Christus begraven in de doop en met Hem opgewekt. We waren dood en Hij heeft ons mede levend gemaakt. De gemeente mag er uit leven. Een mens moet wedergeboren worden. 'Verbaast u niet dat het moet', zei mijn leermeester. Verbaast u erover dat Hij het doet! Hoezeer het oude z'n invloed doet gelden, - ondanks de radicale breuk is er kennelijk ook een doorgaande lijn - bijbels gezien is dat een nawerking en ook niet meer dan dat. Echter van aardbevingen weten we dat ook de naschokken nog de nodige schade kunnen aanrichten. Dus opgepast. Ook dat is bij de apostelen te vinden.
Col. 2 : 12-15 is zo'n passage, waarin de werkelijkheid van het heil in en door Christus niet op lijkt te kunnen. In een preekschets over deze woorden lees ik dat het goed zou zijn in de preek vooral kritisch te zijn ten aanzien van wat allemaal aan ons af te lezen zou zijn. Dat laat onverlet dat de christen afstand heeft genomen van wat boos en verkeerd was in het oude leven. En de verandering, de vernieuwing is merkbaar, zichtbaar ook in de levenshouding, in de omgang met anderen, in zovele aangelegenheden meer. Maar we erkennen ook allerlei minder aangename, onhebbelijke trekken aan onszelf in ons doen en laten, die blijven en/of met het ouder worden nog toenemen. Het is nog niet zo eenvoudig om met het eigen verleden klaar te komen om zodoende vrij te raken van allerlei lasten van innerlijke en uiterlijke beschadigingen. Dat blijkt telkens weer taai werk te zijn. Ik stel me voor in mijn bijdrage aan deze serie nu juist aandacht te besteden aan de beschadigingen en vooral hun nawerkingen, die er in het oude leven al waren en kennelijk hun tol eisen of iemand nu werkelijk veranderd is of nog niet. Goethe laat de duivel zeggen: Je blijft, wie je bent. Daar zullen we ons niet bij neer kunnen leggen. Maar een christen heeft redenen om zich niet graag te laten voorstaan op wie hij/zij is. Het is vreugdevoller om te wijzen op wat God aan hem/haar deed ondervinden, zoals in Col. 2 : 12-15.
Ik stel voor dat we naar innerlijke beschadigingen kijken met het voorgaande in gedachte. Mijn voornaamste overweging daarbij is, dat er een gefundeerd perspectief van werkelijke vernieuwing en verandering zichtbaar moet zijn, dat verder reikt dan psychologische verandering alleen en dat ons er voor bewaart dat de duivelse zegswijze van zo-even z'n verlammende tol eist.
Innerlijke beschadiging en psychiatrie
Innerlijke beschadiging is als term niet de uitdrukking die psychiaters en psychotherapeuten plegen te gebruiken om de psychische en emotionele problemen van hun patiënten aan te duiden. Dat iemand beschadigd is door een trauma of door een ontwikkeling onder moeilijke omstandigheden wordt natuurlijk vastgesteld in de diagnostiek en met de betrokkene besproken. Innerlijke beschadigingen worden meestal omschreven in termen van een innerlijk conflict of een innerlijk defect/ tekort. En heel schematisch gezegd ontstaan die defecten eerder in de ontwikkeling ( 0-3 jaar), terwijl de conflicten later ontstaan. Maar beschadigingen kunnen ook later (gedurende het hele leven) ontstaan door trauma's. Anders gezegd, de uitdrukking innerlijke beschadiging zal bij een hulpverlener vrijwel altijd de vraag oproepen in welk opzicht, wanneer en waardoor deze of die persoon innerlijk beschadigd is, op welke wijze die beschadiging doorwerkt in iemands functioneren, welke problemen dat teweegbrengt, welke last iemand ervaart in deze fase van zijn/haar leven. Maar het is meer dan waarschijnlijk dat niet alleen de hulpverlener deze vragen stelt. Overigens, lang niet iedereen met innerlijke beschadiging 'belandt' noodzakelijkerwijze bij de psychiater.
Ik stel me voor de lezers voorbeelden van innerlijke beschadigingen en hun gevolgen te presenteren en die te bespreken. Daarbij kies ik niet voor het opvallende of buitengewone of wat zo schrijnend in het oog kan lopen. Het gaat me om 'gewone' belastende zaken, die de mensen om wie het gaat niet zonder hulp konden oplossen, en die in hun veelvuldig voorkomen wijd verbreid zijn. De voorbeelden die ik geef lijken me dan ook nogal herkenbaar, niet alleen van horen zeggen, maar ook bij de lezers zelf.
Eerste voorbeeld
Dhr. A. is 31 jaar oud en sinds kort gehuwd. Hij had wel eerder relaties gehad, maar die waren op niets uitgelopen. Hij heeft een administratieve functie, die hij al bij een aantal kantoren heeft gehad. Maar ook in zijn huidige baan is hij niet echt tevreden. Hij is sowieso over een aantal zaken in zijn leven niet tevreden, behalve over zijn relatie met de Heere. Die betekent erg veel voor hem. Hij vertelt zo rond z'n 25e jaar tot bekering gekomen te zijn. Er heeft inmiddels een aantal gesprekken plaatsgevonden. De ene keer loopt het wat minder gespannen dan de andere keer, maar het valt me op dat de spanning telkens nogal hoog is en blijft. Aan het begin van een gesprek vraagt hij of ik getrouwd ben, hoeveel kinderen ik heb en waar ik woon. Nu is dat soort van informatie over een therapeut niet zozeer een geheim, maar de afspraak die ik met hem heb luidt, dat hij over zichzelf, over zijn belevenissen vertelt; de therapeut doet dat niet. Dat is helemaal geen ongewone afspraak voor een dergelijke therapie. Bovendien voordat we begonnen, is de werkwijze zo besproken. Op zijn vraag zeg ik dan ook dat ik me kan voorstellen dat hij in die dingen geïnteresseerd is, maar dat ik betwijfel of ik er goed aan doe om daar meteen antwoord op te geven en dat ik benieuwd ben naar wat hem met die vraag bezighoudt.
Wat er dan gebeurt is niet mis! De spanning neemt onmiddellijk toe. Onderkoeld woedend maakt dhr. A. duidelijk dat hij dat absolute onzin vindt. Dit is toch werkelijk te gek voor woorden. In elk normaal, vriendschappelijk contact is het toch zeker de gewoonste zaak van de wereld dat je aan elkaar zulke zaken vraagt en elkaar vertelt en nog zoveel dingen meer. Wie denk ik wel dat ik ben om zo bot te doen! Ik geef aan nogal onder de indruk te zijn van zijn geladen reactie en dat ik zie dat hij bepaald niet tevreden is met mijn houding, maar dat het tegelijkertijd toch zo is dat wij niet zo'n gewoon, vriendschappelijk contact met elkaar hebben zoals hij bedoelt en dat het gesprek dus anders kan lopen dan hij verwacht. Nu ja, dat maakt het allemaal alleen nog maar erger. Hij herhaalt zijn kritiek en beschuldigingen aan het adres van de therapeut en staat erop dat hij antwoord krijgt op zijn vraag. Als u mij zo behandelt, dan behandelt u mij als een object en niet als een mens.
Nu leg ik dhr. A. de volgende gedachte voor. Weet u, zou het zo kunnen zijn dat u mij op de proef stelt? Ik bedoel, u stelt mij op de proef met het stellen van uw vraag om te zien of ik u net zo zal behandelen als u zich door veel anderen behandeld voelt. U voelt zich door vele anderen als object behandeld, door uw stiefvader, door uw klasgenootjes op de lagere school, door uw vriendinnen, door uw chefs. Stilte. En betekent als object behandeld worden voor u niet agressief behandeld worden, gepest worden? Zodoende bent u ook zo op uw hoede en bent u zeer alert op tekens en signalen, die erop zouden kunnen wijzen dat het weer gebeurt. Nu kan ik ook uw kwaadheid op mij beter begrijpen. Dhr. A. bevestigt, dat het inderdaad zo is wat betreft het op de proef stellen en dat hij alert is. De spanning zakt, maar hij schrikt enigszins van de strekking van mijn opmerking wat betreft zijn relaties in heden en verleden. Er ontstaat een gesprek waarin hij over zichzelf vertelt. Hij vertelt over zijn pijn en verdriet als kleine jongen. Hij vond geen gehoor. Zijn alertheid nu heeft van doen met zijn angst opnieuw pijn gedaan te zullen worden. Hij beschermt zich met een dikke muur om zich heen. Gepest worden en alleen zijn draaide zich in zijn beleving als het ware om tot een houding in de trant van: ik heb niemand echt nodig, ik sta boven ze. Maar hij is er woedend over. Hij denkt dat zijn woede gevolg is van nieuwe vervelende ervaringen door toedoen van anderen. Het lijkt er echter meer op dat zijn woede het hem onmogelijk maakt mensen anders te zien dan als mensen die hem vroeg of laat pijn doen. Dat blijkt ook wel. Zijn eerdere relaties liepen mis omdat hij zo weinig toegankelijk was, zo afstandelijk. Op zijn werk zijn er conflicten omdat men hem zo hooghartig, zo kritisch vindt. Hij erkent dat ook wel, maar vindt het allemaal nogal overdreven. Dat het zijn relaties niet ten goede komt moge duidelijk zijn. Zijn vrouw is een nogal beschadigd iemand. Hij heeft zich over haar ontfermd. Van haar heeft hij niets te vrezen. Alleen, ik ben bang dat hij van haar ook niet zoveel te verwachten heeft als het gaat om zijn eigen pijn en frustraties. En het zou kunnen zijn dat hem dat in de toekomst opbreekt, omdat hij dan toch weer alleen is en daar boos en teleurgesteld over zal zijn.
Innerlijke beschadiging en zelfbescherming
Is dit nu zo'n 'alledaagse' innerlijke beschadiging, die herkenbaar zou kunnen zijn voor menigeen die dit leest? Nu, dat lijkt teveel beweerd. Maar in allerlei mildere vormen is het wel degelijk herkenbaar. Innerlijke beschadigingen kunnen het gevolg zijn van onvoldoende of geen veiligheid en emotionele warmte en betrokkenheid in het gezin van herkomst. Als er in zulke omstandigheden ook nog sprake is van agressiviteit, dan maakt dat de voorwaarden voor een gezonde emotionele ontwikkeling nog ongunstiger. In elke opvoedingssituatie leert het kind leven. In dergelijk onveilige situaties leert het kind overleven. Overleven heeft te maken met een vorm van zelfbescherming tegen mogelijke herhaling van de nare ervaringen, die soms als nare herinneringen een leven lang meegaan. Dat is in het verhaal van dhr. A. duidelijk aanwezig. Hij heeft een vorm van zelfbescherming ontwikkeld, die bestaat uit afstand houden en op zijn hoede zijn. Dat is hem zo eigen geworden, dat hij dat zelf niet ziet. Maar de gevolgen die gen er niet om. Want de zelfbescherming van toen lijkt inmiddels meer tegen hem te werken dan in zijn voordeel. Hij verliest er mensen door. In zijn beleving blijft de geschiedenis zich herhalen: mensen laten hem aan zijn lot over. Maar in feite roept hij het zelf over zich af: mensen kunnen hem niet bereiken. Het is deze behoefte aan zelfbescherming als gevolg van een innerlijke beschadiging, die maakt dat een heleboel zaken in het leven van dhr. A. niet goed lopen met onvrede als gevolg.
Zelfbescherming en het gebod van de liefde
Ik attendeer nog op één aspect. Dat is de kwestie van het gebod van de liefde in het leven van de nieuwgeboren mens. Daarmee kom ik terug op de spanning tussen oud en nieuw leven, waarmee ik dit artikel begon. Het is namelijk te verwachten dat zoals in het leven van dhr. A. die zelfbescherming ten koste gaat, ongewenst en onbedoeld, van de liefde tot de naaste. Het blijkt namelijk een lange weg van de liefde voor onszelf omwille van onszelf en voor anderen omwille van onszelf naar de liefde voor God omwille van Hemzelf en voor de anderen omwille van God. Het moeilijke en weerbarstige van zelfbescherming zoals we die hier tegenkomen is niet alleen de emotionele belemmering die het geeft op allerlei terrein zoals bijvoorbeeld in relaties, maar christelijk gezien ook de beperking ten aanzien van het liefdegebod. Juist de bestemming om lief te hebben kan grote, helende invloed hebben op ons innerlijk. Zelfbescherming als gevolg van innerlijke beschadiging heeft juist het risico in zich aan deze liefde niet werkelijk toe te komen, aan deze liefde maar moeizaam te kunnen helen en groeien. Dat zal dan ook een belangrijk aandachtspunt zijn in innerlijke genezing. Onverwacht wellicht komt daarmee ineens ook een element van ethiek, van levenshouding de therapie binnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's