Groeien in heiliging (1)
Wij kunnen onze tijd typeren als een tijd van ethisch relativisme en van moreel verval. Velen wensen volstrekt niet door anderen op hun gedragingen te worden aangesproken. Gods geboden kunnen best nuttig zijn, maar zij bepalen tenslotte zelf hoe ze zullen handelen en welke gedragsregels zij zullen volgen. Daar moet een ander zich niet mee bemoeien. Welke gevolgen een dergelijke instelling heeft voor allerlei relaties tussen mensen laat zich raden. Nu de Bijbel als ondubbelzinnige morele autoriteit is weggevallen, zien we de consequenties in onze samenleving; van heiliging is geen sprake. Het leven valt uiteen en de ontbinding wordt steeds meer zichtbaar.
Tegelijk moeten wij zeggen dat in de kerk de heiliging ook niet de grootste prioriteit heeft. Velen die zich christenen noemen lijken geïnteresseerd in de vraag van de zondenvergeving en willen zich graag verzekeren van een plaatsje in de hemel. Zij hebben de neiging van hun godsdienst iets te maken dat voldoening geeft. Het gaat hen meer om het zelfbehagen dan om het behagen van God. Een goede gezondheid en een gelukkig gezin, niet te veel zorgen en positieve gevoelens, daar verlangen zij naar. Maar dat God een heilig God is, die Zijn volk oproept tot een heilige levenswandel, is voor hen geen werkelijkheid. En dat in het Nieuwe Testament de gemeente van Christus voortdurend wordt opgeroepen tot een nieuw leven wordt vergeten.
Het zou de moeite waard zijn allerlei teksten die hierop wijzen eens na te gaan. We zullen ontdekken dat dit in de brieven telkens aan de orde is. Wij kunnen zeggen dat de heiliging Gods bedoeling is voor al Zijn kinderen, toen Hij het plan opvatte hen te behouden. Hij heeft ons immers in Christus uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde (Ef. 1:4).
De heiliging blijkt zelfs heilsnoodzakelijk te zijn. Denkt u alleen maar aan dat woord uit de Hebreeënbrief: 'Jaagt de vrede na met allen en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zien zal' (Hebr. 12 : 14). Het nieuwe leven dat geleefd wordt door de Heilige Geest en zichtbaar wordt in allerlei verbanden, is zonder meer noodzakelijk. Het is kennelijk niet een extraatje, dat ook gemist zou kunnen worden. Wie de heiliging schrapt, schrapt het heil zelf. Zo dringend is het bijbelse spreken over de heiliging. Wie haar verwaarloost of haar betekenis terzijde stelt, zal God niet zien.
Misverstand
Het blijkt dat er, als het om de heiliging gaat, nogal wat misverstanden bestaan. Velen denken dat het hierbij aankomt op onze prestaties. Bij de vergeving is God aan het werk. Hij spreekt ons vrij op grond van Jezus' verdiensten. Maar bij de heiliging moeten wij aan het werk. God spreekt vrij van schuld en straf en nu is aan mij de opdracht om in een levenslange strijd mijn leven te vernieuwen.
Soms wordt de heiliging vereenzelvigd met een hele serie specifieke geboden en verboden - de lijst wisselt per groep. En wij horen het: nu moet je voortaan dit doen en dat laten. Maar de ervaring is na enige tijd zo teleurstellend. We hadden allerlei voornemens, maar veel verder dan voornemens kwam het niet. De verleidingen bleken weer te sterk en van een heilig leven kwam zo weinig terecht.
Er wordt daarom wel eens gedacht dat afzondering en eenzaamheid, een zich blijvend terugtrekken van alles wat met het gewone menselijk leven te maken heeft, behulpzaam zouden kunnen zijn, of zelfs noodzakelijk voor de beoefening van de heiliging. Het is zeker waar dat, als we een heilig leven willen leiden, een regelmatige afzondering om met God alleen te zijn, van belang is. Maar wat hier bedoeld wordt, is dat we dichter bij God zouden kunnen leven als we onszelf het gemeenschapsleven met onze familie en met de maatschappij zouden ontzeggen. En dat is beslist niet waar.
De teleurstellende ervaringen die op dit punt vaak worden opgedaan hangen allemaal samen met het feit dat het leven van de heiliging eigenlijk gezien wordt als een aanvulling van onze kant op wat God begonnen is. Wij vergeten dan dat ook de heiliging valt onder de genade, en dat deze evenals de rechtvaardiging door Christus is verworven. Wij missen ten enenmale de bekwaamheid om dat nieuwe leven zelf voort te brengen. De heiliging is de vrucht van Christus. Alleen als God ons aanziet in Christus, zijn wij heilig. Paulus schrijft aan de gemeente van Corinthe: Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, die ons geworden is wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing' (1 Cor. 1 : 30).
God neemt geen genoegen met half werk. Hij vraagt honderd procent heiligheid. Wel, in Christus zijn wij volkomen heilig en mankeert er niets aan ons leven (Kol. 2 : 10). In Christus hebben alle gelovigen niet alleen vergeving van de zonde, maar ook de vernieuwing van het leven. Het komt dus helemaal aan op het in Christus zijn: de gemeenschap met Christus, een hartelijke geloofsverbondenheid met Hem, die het Hoofd is. Dat betekent tegelijk een leven van kruisdragen en zelfverloochening. Het is een levenslange strijd tegen ons eigen ik, om helemaal ons door Christus te laten gezeggen.
Voortgang
Tegelijk is met het bovenstaande niet alles gezegd. De heiliging die wij in Christus hebben is volstrekt objectief en buiten onszelf gelegen. Het gaat hier om de volmaakte heiligheid van Christus, die ons deel is vanwege onze gemeenschap met Hem. Maar wij moeten tegelijk bedenken dat in de Bijbel ook sprake is van een proces. Van een omvorming naar het beeld van Christus. Wanneer de Heilige Geest in ons woont, is er ook sprake van een intensivering, van een verbreding en verdieping van het nieuwe leven. Waar eens de hardnekkige tegenstand van het vlees volkomen de overhand had, daar krijgt nu door de Geest een gewillige en oprechte gehoorzaamheid de overhand. Onze wil wordt vernieuwd en omgebogen (Dordtse Leerregels III/IV, 16). De Heilige Geest verandert onze houding - in plaats van vijandig tegenover Gods wet te staan, beginnen wij ons er in te 'verlustigen' (Rom. 7 : 22). Wij vinden Zijn geboden dan niet zwaar, maar veel meer heilig, rechtvaardig en goed (Rom. 7 : 12). Er is sprake van een hoe langer hoe meer haten en vlieden van de zonden (Heidelbergse Catechismus antwoord 89). De heiligen beginnen naar al de geboden van God te leven.
Wij kunnen hier spreken van een zekere procesgang. Bij Calvijn en ook bij andere hervormers komen we met een zekere regelmaat de uitdrukkingen tegen als 'meer en meer', 'van dag tot dag', en 'dagelijks toenemen'. Wanneer de Geest ons leven leidt is er sprake van groei, een wasdom, een toenemen, waarbij inderdaad van voortgang sprake is. Door de kracht van de Geest gaan wij de zonde doden en tegenstaan, en God gehoorzamen uit dankbaarheid en liefde.
U begrijpt dat deze gehoorzaamheid niet enkel en alleen een zaak is van onze wil en onze vastbeslotenheid, maar veeleer een dagelijks vertrouwen op de Geest voor Zijn kracht die het mogelijk maakt te gehoorzamen. Daarom kunnen wij ook spreken van een voortgaande heiliging.
Naar die voortgaande heiliging wordt in het Nieuwe Testament stilzwijgend verwezen op al die plaatsen waar wij worden aangemoedigd om te groeien, te veranderen, de daden van de oude mens af te leggen en ons te richten op de wil van God. Het is uiteraard niet mogelijk in het kader van deze artikelen dit uitputtend te behandelen. Toch wil ik enkele Schriftplaatsen noemen die op dit punt bepalend zijn en waaruit duidelijk wordt dat er sprake is van voortgang in het christen leven.
Ik denk aan dat woord van Paulus waarin hij ons oproept onszelf te reinigen van alle besmetting van het vlees en van de geest, en zo onze heiliging te voleindigen in de vreze Gods (2 Cor. 7:1). Het gaat er voor de apostel dus om de heiligheid tot haar einddoel te brengen. Alleen zo bereikt God het eindresultaat dat Hij op het oog had, toen Hij hen in Zijn heilsplan betrok. En het werkelijke doel van God is reine, zuivere, heilige mensen van hen te maken. Daar worden alle gelovigen toe opgeroepen. De vreze Gods is hun tot een krachtige prikkel. Zo volmaken zij hun heiligheid. Bovendien verwijst de apostel in diezelfde tekst naar de beloften waarin wordt gesteld dat God hun God en Vader zou zijn, en dat Hij hen tot Zijn zonen en dochters zou maken. De consequentie van het hebben van zulke beloften is dat allen die Christus volgen, volledig breken met elke vorm van ongezonde compromissen. Ons uitwendig leven en ons inwendig bestaan wordt voortdurend verontreinigd. Dat vraagt steeds weer om reiniging. Alles overziende zal het duidelijk zijn dat de gelovigen niet in één keer het einddoel bereiken. Ze zijn op weg. Het gaat naar het gestelde doel.
Afhankelijk van de Heilige Geest
Verder zou ik willen wijzen op dat woord uit Filippenzen 2: Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen (Fil. 2 : 12b, 13). In vers 12 drong Paulus er bij de gelovigen in Filippi op aan om ijverig aan hun heiliging te blijven werken. Hij drong er bij hen op aan om de aanwezigheid van de heiliging in hun dagelijks leven door hun gehoorzaamheid aan Gods geboden te tonen, en de goddelijke karaktertrekken, die de apostel elders omschrijft als de vruchten van de Geest, aan te nemen. Deze vermaning is gebaseerd op het vertrouwen dat Gods Geest in hen werkzaam is. Hij is in hen werkzaam om inzicht te geven in Zijn wil, om in hen innerlijk een verlangen om Zijn wil te doen, te stimuleren, en hun wil zo te veranderen dat zij werkelijk wensen te gehoorzamen. Maar bovenal geeft Hij hun de kracht, zodat zij in staat zijn Zijn wil te doen.
Duidelijk wordt dat wij als gelovigen niet passief zijn in dit veranderingsproces. Wij zijn niet als blokken marmer, die tot een prachtig beeld worden omgevormd door een beeldhouwer (J. Bridges). God heeft ons een geest en een hart gegeven, waarmee wij ons overgeven als Hij Zijn werk in ons doet. We raken er helemaal bij betrokken. Wij gaan leren de zondige neigingen te doden of wat die zondige neigingen opwekt te vermijden. Wij gaan de zonden in al zijn vormen doden door de Geest en andere gewoonten aannemen.
Om dit laatste duidelijk te maken gebruikt de bekende Engelse auteur J. I. Packer het beeld van een kind dat zijn vader wil helpen de schutting te verven. De vader houdt de hand van het kind met de kwast vast en stuurt deze, en bij iedere streek zijn beide actief betrokken. Als wij ons inspannen om biddend de zonden te doden en de wil van God te doen in dit leven, dan werkt de Geest met ons mee en stuurt als het ware onze hand. Alle werkelijke vooruitgang moet aan Hem worden toegeschreven, hoeveel zelfverloochening en moeite dat ook moge hebben gekost. Zonder de invloed en de kracht van de Geest in ons leven, zouden wij nooit in staat zijn de zonde te laten en de wil van God in praktijk te brengen.
Verlangen
Het zal u duidelijk zijn dat er door de gemeenschap met Christus een intens verlangen in ons is gekomen om oprecht voor God te leven. Wij jagen ernaar! U moet voor uzelf eens nagaan hoe vaak dat woord in het Nieuwe Testament voorkomt als het gaat om activiteit en geestelijke inspanning. Ik noem enkele voorbeelden. Jaagt de liefde na (1 Cor. 14 : 1); jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaarnheid, zachtmoedigheid (1 Tim. 6 : 11); in plaats van kwaad met kwaad te vergelden moet te allen tijd het goede nagejaagd worden (1 Thess. 5 : 15). Ernaar jagen... Stel uzelf maar de vraag: waar zet ik mijn hart op, waar trek ik tijd voor uit, waaraan geef ik voorrang in mijn leven?
Er is voortgang in de heiliging. Zonder die voortgang is ze eigenlijk ondenkbaar. Maar wij dienen altijd weer te bedenken dat die voortgang evenals haar oorsprong volstrekt door Christus wordt bepaald. Wij worden als christenen nooit zelfstandige mensen, die het om zo te zeggen in onze vingers hebben en die een heilig leven in onze eigen kracht kunnen leiden. Dat te denken zou een geweldige vergissing zijn en ook op een diepe teleurstelling uitlopen. De voortgang leidt altijd naar Christus toe. Het is de Heilige Geest die zowel het willen als het werken in ons werkt. Het is God die in Zijn genade door Zijn Geest in ons aan het werk blijft om ons meer en meer aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's