Torenspitsen-Gemeenteflitsen
HASSELT (1)
Een verhaal over de kerk en gemeente van Hasselt te schrijven is niet eenvoudig. Als men het geheel door de eeuwen bekijkt, komt er een innerlijk conflict. Dit wordt duideljk bij elk kerkgeschiedkundig onderzoek. Moe kan men worden van het menselijk gekrakeel en het streven naar macht. Men kan ook met de vraag blijven zitten: Hoe heeft God Zijn Woord tot nu toe nog zo in stand kunnen houden? Maar er wordt wel eens gezegd: Kijk naar de Koning en niet naar zijn onderdanen.
Al in de 13e eeuw is er sprake van een kerk te Hasselt. Hasselt is net zoals zoveel andere steden ontstaan op een duinenrij langs de rivier het Zwartewater, in het verleden de Ae genoemd. Mensen vestigden zich bij de best doorwaadbare rivierovergang. Door Lebuinus, die in de 8e eeuw vanuit Deventer door Salland trok om de mensen met het evangelie bekend te maken, zal ook het bevolkingsdeel van Hasselt op den duur met dit evangelie in aanraking zijn gekomen. De eerste kerk was grotendeels van tufsteen gebouwd. Schriftelijke bronnen wijzen op de benoeming in 1344 van een priester te Hasselt, die dagelijks een vroegmis moest lezen. Na 1380 werd de huidige kerk te Hasselt (aan de Markt) gebouwd. In de fundering werden enkele bouwelementen van de vorige kerk verwerkt. Tijdens de kerkrestauratie van 1963-1968 werden elementen gevonden, die waarschijnlijk dateren uit de 13e eeuw.
De nieuw opgebouwde kerk werd gewijd aan Stephanus, de bekende martelaar, genoemd in Handelingen 7. Stephanus werd meteen de stadspatroon. Hij is symbolisch in het stadswapen verwerkt.
De bouw en vergroting van de huidige kerk hebben zeker wel anderhalve eeuw geduurd. In 1497 was de kerk met zijn imposante toren gereed in de vorm zoals hij nu nog te zien is.
De betekenis van de kerk in de Middeleeuwen
Om zo'n groot gebouw tot stand te brengen is veel hulp nodig. Die hulp werd ook van alle kanten gegeven. Allereerst vanuit strategisch oogpunt. Hasselt was een hanzestad en lag in het Overijsselse gebied dat vroeger het O versticht genoemd werd. Hasselt behoorde tot het bisdom Het Sticht (Utrecht). De bisschop had veel belang bij de hulp van Hasselt tegen o.a. roofzuchtige edelen als die van Rechteren, Voorst en Bukhorst. Hij kon Hasselt belonen door het stadsrecht te verlenen (ca. 1252), en hij verschafte geldmiddelen voor de opbouw van de kerk. Een voorbeeld hiervan: Floris van Wevelikhoven, bisschop van Utrecht, verleent in 1380 een aflaat van 40 dagen aan allen, die geschenken geven voor het herstel van de verbrande kerk te Hasselt. Diverse bisschoppen hebben op een dergelijke wijze aflaten verleend. Het overige geld kwam binnen via kerkelijke omslagen van de inwoners van de stad Hasselt. De kerk was in feite een kerspelkerk, d.w.z. het erbij behorende gebied was veel groter dan alleen de stad Hasselt. Er werd dus ook een kerkelijke omslag geheven van de kerspelburen van de kerk, zoals Staphorst, IJhorst, Rouveen en Zwartsluis. De kerken in deze plaatsen kwamen pas later tot ontwikkeling.
Het kerkelijk leven voor de reformatie
Wie in de 14e eeuw, de bloeitijd van de stad Hasselt, de kerk binnen ging, kon er van alles meemaken. De kerkganger kwam onder de indruk van de vele wandschilderingen. Een daarvan, aan de torenwand, is nog bewaard gebleven. Vooor Hasselt met zijn rivierovergang was deze schildering zeer toepasselijk. Het stelt Christophorus (Christusdrager) voor, die het kind Jezus over de rivier droeg, wadend door allerlei gedrochten, waarbij hij tot de ontdek king kwam dat de last steeds zwaarder werd. In beelden waren er allerlei voorstellingen te zien. Nu nog zijn de versieringen te zien aan de eindafsluitingen van de gewelven, bijvoorbeeld een St. Nicolaas als sluitsteen. Gebeeldhouwde hoofdjes, die neerzagen op de mensen (nu nog in de consistorie). Er was altijd wel wat te doen. Er waren twee orgels voor de koren, waarvan het kleinste op het schépenkoor stond. Er waren minstens tien altaren. ledere dag van de week werd er een mis gelezen of werd er gebeden voor het zieleheil van gestorven of voor nog levende mensen. Opdrachtgevers hiervoor waren vaak stichters van vicariën met het daarbij behorende altaar, die hiervoor een legaat hadden gegeven.
De missen werden in het latijn gehouden en er werd in het latijn gezongen. In het oud-archief van Hasselt bevindt zich nog een oud missaal dat hiervoor gebruikt werd. De altaren waren gewijd aan o.a. St. Nicolaas, O.L. Vrouwe en alle apostelen en evangelisten, St. Petrus, St. Paulus en St. Bartholomeüs, Cecilia, 11.000 maagden en St. Elisabeth.
Dan was er ook nog de Hasselter kermis, een jaarlijks terugkerend kerkelijk feest met jaarmarkt, waarbij de kramen rondom de kerk op de Markt werden opgesteld. Daarbij was er ook de veelkleurige stoet, die in processie van de kerspelkerk naar de Heilige Stede ging. Hasselt was in 1328 al een bedevaartplaats waar vele duizenden pelgrims van heinde en verre op bezoek kwamen bij de plaats die bekend was als de Heilige Stede.
De geestelijkheid
Merkwaardig is de tweespalt te noemen in de 15e en 16e eeuw. Er stonden diverse partijen tegenover elkaar. Men kan spreken van verdeeldheid. Belangrijk voor Hasselt en de kerk was de adellijke familie Mulert (voorouders van koningin Elisabehth van Engeland). De Mulerts stonden in hoog aanzien bij de bisschoppen van Utrecht, , maar zij stonden vooral bekend als ondersteuners van de beweging, die wij 'de Moderne Devotie' noemen, waartoe ook de bekende Thomas a Kempis behoorde. Egbert Mulert uit Hasselt schonk zijn landerijen te Dalfsen aan het Agnietenbergklooster te Zwolle, toen de broeders daar omstreeks 1380 moesten vluchten. De Mulerts stichtten ook het Mariaklooster te Hasselt, dat tot dezelfde beweging behoorde. Zo zie je dat de Mulerts evenals het Mariaklooster beschermd werden tegen de kerk en overheid te Hasselt. In de kerk is nog steeds een grafzerk met het familiewapen van de Mulerts te zien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel broeders van de Moderne Devotie in Hasselt werden aangetroffen.
Thomas a Kempis was te gast in het Mariaklooster en hij moet ingevolge de verplichtingen van het Agnietenbergklooster, meegedaan hebben aan de processie naar de Heilige Stede. Het Woord kwam al in de 15e eeuw in Hasselt in druk uit. Door Peregrinus Barmentlo verschenen er bijbelse hoofdstukken in wiegedruk, wat in die tijd zeer uniek te noemen is, zodat het Woord verbreid kon worden.
In de kerk zal als bezoeker ook Casper Amon geweest zijn. Deze heeft volgens een oud geschrift een Hebreeuwse grammatica gemaakt, waarvan o.a. Maarten Luther gebruik gemaakt heeft.
ledere priester in de kerk was betrokken bij een altaar of vicarie. Hij putte daaruit vaak diverse en vele inkomsten. Deze functie werd hem toegewezen door de raad van Hasselt. Meestal bleef dit in familiebezit. Als er een vicarisplaats vacant werd, was er vaak onderlinge strijd. In 1480 liep de twist hoog op. Het ging zover, dat bemiddeling van de geestelijkheid van Deventer nodig was. Ondertussen werd alle priesters in de grote kerk en de Heilige Stede verboden om nog enige godsdienstige handeling te verrichten. Aan het eind van de 15e eeuw en in de 16e eeuw waren er buiten de grote kerk nog drie andere kerken tot stand gekomen: de kerk van het Mariaklooster (Baangracht), de Heilige Stedekerk (Eiland) en de Heilige Geestkerk (Raamstraat/Hoogstraat). Het erbij bedienen van die kerken gaf de priesters veel aanleiding tot twist, die zo hoog opliep, dat er in 1533 drie priesters streden om de bediening in de parochiekerk en de Heilige Geestkerk. De priester Albert Smit van Almelo had al diverse jaren deze bediening uitgevoerd, wat door de raad van Hasselt oogluikend werd toegelaten. Op bevel van de stadhouder Georg Schenk werd hij van zijn post ontheven en - wat de ergste straf voor een priester was - hij werd geëxcommuniceerd.
In de loop van de 16e eeuw kwam het pastoorschap in verval door de verarming van de stad, veroorzaakt door de vele oorlogen. Hierdoor ontstond ook een nalaten van de godsdienstplicht door de mensen. De aangestelde pastoren namen hun taak ook niet meer zo serieus. Zo klonk er als klacht over pastoor Johan Cornelis, dat hij bij het uitdelen van het brood gezegd zou hebben: 'Zo eet gij het, zo vreet gij het', in plaats van de woorden 'hoc est corpus meum' (dit is mijn lichaam). Deze pastoor werd daarom op 4 februari 1575 afgezet. De laatste pastoor van Hasselt was Thomas van Dinxlaken, die door de reformatie gedwongen werd te vertrekken en zich in Zwolle vestigde.
De reformatie
Omstreeks 1572 is er sprake van een geuzenbezetting te Hasselt. Op dat moment werd er een beroep gedaan op de predikant Henricus Middendorp te Steinfurt, die het op 11 oktober 1572 liet afweten, omdat de Prins van Oranje zijn leger had afgedankt.
Vervolgens was Hasselt weer in Spaanse handen en direct daarna kwam er, op 29 december 1572, ook een Spaans gebod om in verband met wederdoperij en rebellie in godsdienstzaken e.d., elke week een processie te houden.
Hoewel Hasselt omstreeks 1580 trouw had gezworen aan de Staatse zaak, had het zich nog steeds niet toegerust voor 'de nieuwe leer'. Dit gebeurde pas op 26 oktober 1582, toen een vendel Staatse soldaten uit Zwartsluis 's ochtends bij het openen van de poorten Hasselt bij verrassing innamen. Daarna kwamen er enkele zwarte bladzijden in de rechtsgeschiedenis van Hasselt. Rooms-katholieke alsook gereformeerde burgers maakten elkaar het leven ondraaglijk. Het duurde nog jaren voor er weer rust was in de stad.
De beelden in de kerk werden neergehaald en tot spot in het naburige Steenwijk op de muren bij de wacht gezet. Het inwendige van de kerk en de mooie grafschriften werden vernield. Veel graffragmenten zijn nu nog te zien in de kerk. Men ziet er allerlei meestertekens en diverse familiewapens, zoals bv. een vis van het geslacht Telvoren (Teelvoom).
D. Westerhof
scriba H. ten Klooster
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's