Een nieuw boek over Ruth uit de Amsterdamse school
Van de hand van professor K. Deurloo en dr. K. van Duin is een boek verschenen over Ruth". Dit bijbelboek behoort tot het derde onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel, de Geschriften. Het is één van de vijf Megillot of 'Rollen' zoals ze worden genoemd. In de synagoge is het gebruik om ze te lezen op bepaalde dagen: het Hooglied op Pasen, Ruth op het Pinksterfeest, de Prediker op het Loofhuttenfeest, de Klaagliederen bij de herdenking van de verwoesting van de tempel en Esther op het Poerimfeest. Het is een boek dat zeker onze aandacht verdient. We beginnen met een korte impressie.
Een korte impressie
Als Ruth het leven heeft geschonken aan Obed komen de vrouwen van Bethlehem Naomi feliciteren. Maar niet in de eerste plaats met de geboorte van haar kleinzoon maar omdat zij zo'n schoondochter heeft. Ruth is voor haar beter dan zeven zonen. Want als deze Moabitische (dus heidense) vrouw haar schoonmoeder niet trouw was gebleven, had Naomi geen deel gehad aan de messiaanse toekomst van Israël. Maar van Boaz kan hetzelfde gezegd worden. Hij stond ook alleen op de wereld. De schrijvers vragen zich af of Boaz in dit verhaal de Heere vertegenwoordigt en Naomi het volk van God en of Gods zaak en Israels toekomst samenvallen dank zij de heidense Ruth (117).
Zij situeren dit bijbelboek in de ballingschap. 'Het feit dat de afgesneden geschiedenis toch doorgaat wordt ondergeschikt gemaakt aan de wijze waarop dit gebeurt, en die is samengevat in de naam Ruth' (113). Het messiaanse perspectief betekent dan dat de volkerenwereld meegenomen wordt in Gods avontuur met Israël (114). Dat perspectief wordt gekarakteriseerd met de naam 'David'(119).
De 'lijst van verwekkingen' aan het slot van het vierde hoofdstuk is gemodelleerd volgens hetzelfde patroon als de geslachtsregisters van het boek Genesis en knoopt daarbij aan. Zij brengen tot uitdrukking dat Israël de eersteling onder de volkeren op aarde is (118).
De werkwijze van de Amsterdamse school
Dit boek is een goed voorbeeld van de werkwijze die toegepast wordt in de Amsterdamse school. Het uitgangspunt is de tekst. Zij spreekt voor zich. Daar zeggen we van harte ja en amen op. Want de Schrift is niet gebonden. Toch komen wij op exegetische gronden tot een volstrekt andere interpretatie van het boek Ruth dan ons hier geboden wordt. Hoe is dat te verklaren? We kunnen niet zeggen dat de schrijvers geen verband zien tussen de overgeleverde tekst en de geschiedenis van Israël. De historische achtergrond van het boek Ruth is echter niet de 'vertelde tijd'. Het verhaal is bewust geënsceneerd in de Richterentijd. Een 'historische fictie' dus (13). Toen was er géén koning in Israël. Iedereen deed maar wat goed was in zijn ogen. Tegen die duistere achtergrond komt de figuur van een toekomstige 'David' des te beter uit. De feitelijke situatie is de joodse ballingschap. Het uitgangspunt is wel de overgeleverde tekst maar dan op basis van de reconstructie van de geschiedenis van Israël door de moderne Schriftkritische bijbelwetenschap. Daarin bestaat een grote variatie. Er zijn volstrekt geseculariseerde en meer behoudende wetenschappers. Maar meestal is het resultaat dat het gangbare beeld van de bijbelse geschiedenis grondig wordt verstoord. De werkelijkheid was anders. Daarbij komt dan nog de vraag of het wetenschappelijk verantwoord is te spreken over een ingrijpen van God in het wereldgebeuren. De Bijbel zegt dat wel en de kerk gelooft dat ook. Maar - zegt men dan - dat kan wetenschappelijk niet worden vastgesteld. Gegevens die men niet kan verifiëren moeten buiten beschouwing blijven.
De historiciteit van de bijbelse geschiedenis
Hiertegenover houden wij vast aan de historiciteit van de bijbelse geschiedenis. Daarbij stuiten wij wel op problemen waar wij (nog) geen oplossing voor gevonden hebben. Maar dat zijn details. Wie hier meer van wil weten kan terecht in het boek van dr. B. Loonstra, De geloofwaardigheid van de Bijbel (1994). Er zijn trouwens ook schijnbare tegenstrijdigheden. Daar heeft Johannes Polyander al op gewezen in 1621. Ze tasten echter niet de structuur aan van de bijbelse geschiedenis. Haar historiciteit ligt vast verankerd in de geschiedenis van de Godsopenbaring. Want de Schriften getuigen van de daden des Heeren. Daarin is samenhang en voortgang. Zij liggen ook ten grondslag aan het kerkelijk jaar
Helderheid gewenst
Voorzover ik zie bestaat op dit punt nog onvoldoende helderheid. Veel publicaties die verwantschap tonen met de Amsterdamse school zijn bedoeld als handreiking voor de prediking. Daarbij wordt vaak aandacht besteed aan het verband tussen een bijbelboek en de tijd van het kerkelijk jaar. Dat brengt ons tot de volgende vraag: Is de prediking gebaseerd op de daden des Heeren als historische gebeurtenissen uit het verleden die beslissend zijn voor ons hier en nu, en het perspectief openen op Gods daden in de toekomst, uitlopend op de verschijning van onze Heere Jezus Christus in heerlijkheid of kan van de prediking niet meer gezegd worden dan dat zij hier en nu geschiedenis schépt? Toegespitst: bestaat Christus alleen in de prediking of is er prediking omdat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en in der eeuwigheid en Hij Zijn dienaren uitzendt met de opdracht: predikt het evangelie aan alle creaturen? Wellicht kan het beantwoorden van deze vraag ons helpen de verschillen tussen ons en de Amsterdamse school beter in kaait te brengen.
Tenslotte
Waardevol in dit boek is de zóveel mogelijk concordante wijze van vertalen: voor de woorden van de Hebreeuwse tekst worden zoveel mogelijk dezelfde woorden in het Nederlands gebruikt. In dat opzicht verdient de Statenvertaling dan ook de voorkeur boven de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap. Gelukkig wordt dat tegenwoordig steeds meer ingezien. De bijbeltekst vraagt er gewoon om. Door het herhalen van bepaalde woorden of zinsneden brengen de bijbelschrijvers Schriftgedeelten met elkaar in verband. Bij een al te vrije vertaling gaan zulke echo's verloren. Een groot orgelwerk klinkt niet op een harmonium in een huiskamer.
Daarvoor heb je de ruimte nodig van een monumentaal kerkgebouw. Maar laten we nu ook weer niet overdrijven. De uitdrukking 'en het geschiedde dat' is een semitsme en betekent gewoon 'toen'. Het wordt pas interessant als het Nieuwe Testmanent zo'n semitisme overneemt. Als bijzonderheid vermeld ik nog dat het Hebreeuwse woord voor 'bloedvriend' aan het begin van Ruth 2 wordt weergegeven met 'bondsbroeder'(31, 35).
Wie van het boek Ruth extra studie wil maken late dit boek niet ongelezen. Het biedt veel informatie over recente publicaties en een uitgebreide literatuurlijst. De feministische exegese neemt daarbij een grote plaats is.
" Karel Deurloo/Kees van Duin, Beter dan zeven zonen. De feestrol Ruth als messiaanse verwijzing, 164 pag., ƒ 29, 90, uitgeverij Ten Have, Baarn 1996.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's