Orthodoxe protestanten in de slag met de tijdgeest (2)
Referaat Predikantenconferentie Gereformeerde Bond
Is traditie een vaststaand gegeven, een geschenk verpakt in een fraaie doos met een mooi lint eromheen dat je zonder uit te pakken aan een ander doorgeeft? Of gaat het er om dat we dat fraaie lint losmaken en de doos openen om de inhoud er uit te halen en te laten zien van welke grote waarde de inhoud, de gereformeerde traditie, is? Dan kun je zeggen: jammer van die doos en jammer van dat fraaie lint, het was zo'n mooi geheel. Maar beter is te zeggen: doos en lint zijn verpakking, om het cadeau, om de traditie, gaat het. Ik denk dat we ervoor moeten oppassen veel te veel te hechten aan de dozen en de linten en dat we veronderstellen dat de inhoud vanzelf wel meegenomen wordt door de generatie aan wie we in deze tijd het Evangelie verkondigen. Wat ik bedoel met doos en linten? Vooral de trant waarin we het Evangelie wekelijks doorgeven. Verder ook het kader waarbinnen de overdracht van de traditie zich voltrekt. Dat heeft ook alles te maken met de eredienst als de plek en het moment, de kairos bij uitstek waar het heil bemiddeld wordt.
Het gaat er daarbij niet om de dingen zomaar ondersteboven te gooien. Maar wel dat we integer met elkaar omgaan binnen de gemeente des Heeren. Als Paulus bereid was om onder andere de joden een jood en de Grieken een Griek te worden om er vooral maar enigen te winnen voor het Evangelie, dan moeten ook wij daar vandaag toe bereid zijn naar de mens van nu die leeft in een volstrekt geseculariseerde situatie. Opdat jongeren en ouderen, traditionelen en progressieven, voor de schat van het Evangelie gewonnen mogen worden.
Er is voortgaande bezinning nodig over de vraag: hoe dragen we de inhoud van onze traditie over aan de generatie van nu. Anders hebben we straks nog wel een traditie maar nauwelijks mensen meer over voor wie die traditie nog iets voorstelt. Onder ons worden de hier gesignaleerde problemen al te gemakkelijk weggewimpeld met de opmerking: de mens is in wezen in alle tijden dezelfde. Met andere woorden: het maakt niet uit hoe je hem benadert. Maak je niet druk over de tijd en de cultuur waarin we leven. God moet het toch doen en de Geest heeft het beloofd. Dat zal waar wezen, maar waarom gebeurt het dan niet of nauwelijks? Is er dan toch niet meer aan de hand? Ouders zeggen het soms verontrust over hun kinderen: ze zijn zo heel anders dan wij waren in onze jeugd. En dat heeft echt niet alleen te maken met haardracht of muziekkeus. Dat reikt veel dieper. Het gaat om het hele staan in het leven. Trouwens, het gaat niet alleen om de jongeren. Het hele moderniseringsproces gaat niemand voorbij. We zeggen: het gaatje niet in de kou we kleren zitten. Dat wil zeggen: het pakt een mens geducht aan. Ik denk vooral een orthodox mens. Hij wist het altijd zo goed, zo zeker, hij had het allemaal zo in een sluitend systeem. Maar er zijn zoveel vragen, zoveel twijfels. Ik denk dat er veel van waar is wat ik ergens tegenkwam dat het niet alleen van invloed is op de manier waarop mensen het geloof beleven, maar dat het zelfs te maken heeft of krijgt met de inhoud van het geloof.
Ik citeerde onlangs in de Waarheidsvriend uit een artikel van de Nederlands Gereformeerde predikant ds. W. Smouter die boven een bijdrage aan het blad Opbouw schreef: Het gereformeerde leven bestaat niet meer. Hij adstrueerde deze prikkelende stelling als volgt. We raken naar twee kanten mensen kwijt: naar de wereld door de secularisatie én naar de evangelische beweging door overgangen. Maar we krijgen van diezelfde twee kanten ook te ma ken met gedachten die ons gereformeerde leven gaan veranderen en beïnvloeden. De secularisatie krijgt onze gemeenteleden meer en meer in zijn greep. Dat heeft een negatieve, invloed op inhoud en vorm van de geloofsbeleving. En we krijgen evenzeer te maken met een anders gekleurde en getoonzette manier van geloven vanuit de evangelische stroming. Ik kan zijn visie alleen maar beamen vanuit de praktijk ook van het hervormd-gereformeerde kerkelijke leven.
We zijn er niet klaar mee dit slechts te constateren en eventueel te betreuren en verder niks. Het helpt ook echt niet om nog weer eens stevig en luidruchtig allerlei punten op i's te gaan zetten en linten strakker aan te trekken. Ds. Smouter koos in zijn artikel voor de weg van de terugkeer naar de basis. Hij noemt dat inhoudelijk terugkeren tot het evangelie van de genade. Je kunt die terugkeer vorm geven, zo meent hij, door samen te leren bidden, te leren lezen in de Bijbel, te leren liefde te bewijzen aan de medemens. In een functioneel tijdperk als het onze kan deze gerichte manier van omgaan met Schrift en traditie mensen hulp bieden om het geloof te vinden én het te beoefenen in de concrete werkelijkheid van alledag. Al moet ik er eerlijkheidshalve tegelijk bij zeggen het, gelet op de dagelijkse werkelijkheid in veel van onze gemeente een ideaalbeeld te vinden. Nieuwe tijden vragen om nieuwe wegen en nieuwe methoden. Maar je hebt er wel nieuwe mensen voor nodig. En het probleem waar we het over hebben zit vooral in de mensen zelf. Daarom voorzie ik dat het spanningsveld tussen inhoud en overdracht van de traditie verder zal toenemen.
Toekomst
De eindconclusie van dr. Stoffels' studie is onder andere dat het er in het licht van herlevende behoefte aan 'hertovering' van het bestaan en aan een transcendent georiënteerde zingeving, aan veilige havens in een onoverzichtelijke en gevaarvolle wereld nog zo slecht niet voorstaat met het Nederlands orthodox-protestantisme (ik citeer nu letterlijk: ) 'zeker niet als het er in slaagt een aantal verlammende interne tegenstellingen te overwinnen en aansprekende 'moderne' vormen van corrimunicatie van de boodschap te ontwikkelen'.
Sympathiek om een studie met zo'n 'troostrijke rede' af te sluiten, maar daar noem je nu precies de achillespees van het orthodox-protestantisme: de aangrijpende onderlinge verdeeldheid, verlammende interne tegenstellingen.
Jarenlang al investeren we tijd, energie en geloofskracht in het SoW-proces. We strijden voor een kerk met een zo zuiver mogelijke grondslag. Intussen verzwakken onze gemeenten onder invloed van de tijdgeest en velen snappen al minder wat er in die grondslag staat, laat staan dat het hun geloofsleven nog inhoudelijk bepaalt. Versta me niet verkeerd: ik acht de inzet hier bedoeld nog altijd verantwoord en gewenst.
Maar wel denk ik soms: verdient het bezig zijn met de vorm waarin en de manier waarop we de traditie overdragen aan de generatie van nu en van morgen niet minstens zoveel inzet en denkkracht. Niet het hébben van een zuivere kerk is mijns inziens primair, maar het zijn van een levende kerk. Want het geloof der vaderen ontleent zijn waarde alleen aan het gelóóf of liever nog aan God die het geloof geeft en niet aan de vaderen.
Wij hangen als hervormd-gereformeerden over het algemeen hecht aan het institutaire, het historische, het gewordene, het vaststaande, aan nestgeur. Maar we kunnen weten in een tijd te zijn aangekomen waar juist al deze facetten voor veel mensen hun waarde en belang verliezen. Je kunt dat betreuren, maar is het niet juister er rekening mee te houden? Wie gelooft dat Christus de geschiedenis leidt en vooral vóórtleidt, kan in een dergelijke ontwikkeling toch ook vrede hebben? Wat echter niet te stuiten is, is de voortgang in de komst van het Koninkrijk Gods.
De waarheid is niet maar oud en eerbiedwaardig, iets van het verleden, die wij in het heden bijna geforceerd overeind moeten houden. 'De waarheid is veel meer van morgen dan van gisteren' (C. Rijnsdorp). Het besef dat in wezen slechts een dunne wand ons scheidt van Jezus' komst in heerlijkheid, relativeert veel kerkelijke moeiten en inspireert tot inzet om het Evangelie zo klaar en verstaanbaar mogelijk door te geven.
Soms constateer ik bij mezelf een soort berusting in het kennelijk onvermijdelijke van secularisatie en verminderd geestelijk leven. Je klaagt zo makkelijk mee met hen die allerwegen geesteloosheid ontdekken en de tijdgeest ervoor aansprakelijk stellen. Maar dat is toch veel te makkelijk? Dient een gereformeerd mens niet veel positiever, in zekere zin ook veel vrolijker in zijn tijd te staan? Ik las dezer dagen een meditatie van prof. dr. A. A. van Ruler over Marcus 2 : 22 waar o.a, staat dat we jonge wijn niet in oude zakken doen. Het Koninkrijk Gods vergelijkt hij bij de nieuwe wijn die tintelend door alle oude vormen heen barst. Hij betrekt zijn uitleg op de manier waarop we de tijd hebben te beleven. Het gaat ergens naar toe met de tijd. 'De hele tijd is dan als het ware doorzeefd van de toekomst... Het Evangelie leert ons de tijd eschatologisch te beleven'. En als hij de wisselingen en veranderingen in de tijd noemt en de moeite die wij daarmee hebben, schrijft hij heel karakteristiek: Soms is het voor onze heidense oergevoelens niet vol te houden: we zouden ons zo graag eens in een innig verdriet neerleggen in wat is en geweest is. Maar de levende God gaat met ons vóórt, van het een naar het ander'. We moeten tot deze eschatologische beleving van de tijd bekeerd worden, aldus prof. Van Ruler (zie: ichter bij Markus, Nijkerk 1974, blz. 35).
Privé domein
Dr. Stoffels merkt aan het eind van zijn studie op dat ook orthodox-protestanten in feite de moderne scheiding tussen privé domein en publiek domein hebben aanvaard. Daar ziet hij de oorzaak liggen van het feit dat wij wel een aantal waarden en normen krachtig verdedigen, maar ons niet druk maken vanuit ons beginsel over bij voorbeeld het systeem van ondernemingsgewijze productie. Dat valt, denk ik, niet te ontkennen.
Maar, zou ik dan willen zeggen, juist omdat het geloof voor veel mensen in hun privé domein toch nog zo'n belangrijke rol speelt, hebben ze de christelijke gemeente zo verschrikkelijk hard nodig om geestelijk op de been te blijven. En juist daarom is de samenkomst van de gemeente nog ons belangrijkste bruggenhoofd naar de levens en harten van onze gemeenteleden. Het is zaak dat men zich daar dan ook thuis weet en zich geestelijk begrepen voelt. Daar gaat het er dan ook op of onder. Zo voel ik dat zelf ook in de verkondiging van het Evangelie. Een geweldig spanningsveld brengt dat met zich mee. Zijn wij ons dat bewust? Kerkbanken vol moderne mensen. Mensen van wie er zijn die zo hun twijfels hebben over al die vastigheden en zekerheden die wij hun vóórhouden. Mensen die moeite hebben met het gebed. Mensen die veel minder stellig denken dan wij soms preken. Onder hen zijn gelukkig ook nog altijd veel jongeren die nieuwsgierig in de zin van heil-begerig zitten te luisteren, de voorganger en de kerkgangers observeren of er voor hen ook iets te leren en vooral of er wat te beleven valt. Er zijn ook anderen die in onze onzekere tijd zoeken naar een houvast voor zichzelf voor nu en voor later. Maar er zijn er ook die onder de druk en onder de indruk van de tijd bezig zijn af te haken. Soms ook omdat ze afknappen op onze vaak zo weinig inspirerende erediensten.
Kansen
Wat een gelegenheden, wat een kansen geeft onze God ons nog steeds. Laten we er bezield en verheugd gebruik van maken. We hoeven ons niet al te zeer te laten neerdrukken door de muizenissen en vermoeienissen van de kerkelijke praxis. We hoeven ons ook niet al te zeer temeer te laten slaan door de tijd waar we doorheen trekken. We zijn daarin niet alleen. De Geest is onze Parakleet. In elke tijd is Jezus Christus Dezelfde Die Hij gisteren was en morgen ook nog zal zijn. Met het oog op Zijn spoedige komst haasten we ons in eenvoud en beslistheid in Zijn voetspoor te treden. In de Evangeliën zie ik hoe Jezus Zich aansluit bij Zijn tijdgenoten. Hij stapt hun leefwereld binnen en slaat Zijn tent onder hen op. Hij raakt bewogen als Hij de schare ziet, herderloos en daarom stuurloos. Hij gaat concreet op hun noden in. Hij zoekt contact met mensen aan de rand van de samenleving. Hij hekelt schijnheiligheid, maar heelt gebroken levens.
Deze Jezus Die zo dichtbij de mensen staat en zo vlak naast hen gaat, dient ons tot voorbeeld. Hij doet zo heel gewoon. Juist daarin is Hij in Zijn dagen zo heel bijzonder. Farizeeën zitten stijf en stug op de leer. Maar Jezus leert blijmoedig en overtuigd het Leven uit God leven. Verhalen verhelderen Zijn bedoeling. Zijn daden zijn vensters in de deur die toegang geeft tot het Rijk van God.
Weest Mijn navolgers, gij Mijn discipelen die weldra het derde millennium misschien binnengaat. Laat uw lot-en tijdgenoten door de vensters zien, naar voren en naar boven. Want heus, de gouden eeuw van Christus' gemeente ligt niet ergens achter ons, maar die ligt vóór ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's