De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Innerlijke beschadiging (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Innerlijke beschadiging (2)

11 minuten leestijd

Inleiding: belangrijke vragen

In het voorgaande artikel over innerlijke beschadiging zagen we hoe, tegen de (herhaling van) pijn vanwege die innerlijke beschadigingen, zelfbescherming een belangrijke rol speelt. Zo kan iemand uit angst voor en woede over pijn van vernedering en gebrek aan liefde en bescherming een houding van afstandelijkheid ontwikkelen. Echter, die zelfbescherming die zodoende wel begrijpelijk is, die blijkt maar een beperkte oplossing te zijn. Want er is zo wel een zekere bescherming tegen (herhaling van) pijn, maar dat brengt de nodige nadelen met zich mee en geeft (soms forse) beperkingen in het functioneren. En die beperkingen kunnen weer aanleiding geven tot nieuwe problemen bijvoorbeeld in relaties. Zo'n beperking kan inhouden dat iemand niet goed in staat is tot emotionele betrokkenheid bij anderen en dus al te afstandelijk blijft. Of dat iemand snel op z'n hoede is of zelfs achterdochtig wordt als hij/zij de indruk krijgt dat de ander iets van heni/haar verlangt. Deze problemen zijn nog weer extra moeilijk omdat zo'n houding door de betrokkene in eerste instantie veelal helemaal niet als problematisch wordt   (h)erkend. Om zover te komen zal dan ook enig 'ontdekkend' werk nodig zijn. Maar het kan ook anders gaan. Iemand kan wel degelijk zelf last hebben van zijn of haar afstandelijke houding en met klachten daarover hulp zoeken. Zo iemand zal (niet altijd) van zichzelf willen begrijpen hoe dat komt. Doorleefd inzicht kan hier heel goed verder brengen. Doorleefd betekent in dit verband dat de pijn beleefd en het verdriet erover verwerkt worden.

In verhandelingen over innerlijke beschadiging is nog wel eens een soort van rubricering te vinden van manifestaties ervan. Ik noemde zo-even al afstandelijkheid in relaties. Gevoelens van onwaardigheid kunnen op de voorgrond staan; ik ben niets. Godsdienstige opvattingen kunnen dat idee, zoals de lezer wel zal raden, negatief versterken. Perfectionisme is een andere mogelijke manifestatie van innerlijke beschadiging; ik doe het nooit zo goed als van mij verwacht wordt, ik moet beter mijn best doen. Ik noem nog even overgevoeligheid (met name voor afwijzing) en problemen op het gebied van seksualiteit. Ook deze twee worden in dit verband vaker genoemd (ik kan er hier niet verder op ingaan).

Nu raakten we in de vorige aflevering een gevoelige snaar. Want, zo vragen we ons ook deze keer af, leidt deze zelfbescherming, hoezeer begrijpelijk, ook niet tot beperkingen in de navolging van het liefdegebod? Als dat zo is, moet dat dan geen zonde heten? Ik moet deze vragen hier wel opwerpen (zonder ze te beantwoorden) omdat Larry Crabb, een Amerikaanse psycholoog, deze zaken aan de orde heeft gesteld in zijn boek Van Binnenuit. Werkelijke verandering is mogelijk (1993). Dit boek heeft nogal wat belangstelling getrokken en sluit met deze titel sterk aan bij een thema waar veel gelovigen intensief mee bezig zijn. Crabb is, als ik goed geïnformeerd ben, ook in Nederland geweest. Voor hem lijkt de zaak nogal duidelijk. In zijn redenering gaat het erom dat de zelfbescherming die tekort doet aan het liefdegebod een voedingsbodem heeft in een eisende houding, die hij de zonde van ons hart noemt. Een belangrijk element in zijn betoog luidt, dat ook al is degene die beschadigd werd door de liefdeloosheid van anderen slachtoffer, deze daaraan geen rechtvaardiging kan ontlenen voor eigen eisend gedrag. En daarbij legt hij de vinger bij een zere plek. Wij zouden teveel nood, strijd en aanvechting zijn gaan verstaan als louter psychische processen zonder oog te hebben voor de aspecten die van doen hebben met heiliging van het leven en relaties. Ai, dat doet wel even pijn. Hebben wij aanvechtingen en bestrijdingen in het tussen-menselijke vlak te vaak en teveel geassocieerd met emotionele problematiek op zichzelf, los van de navolging van de geboden van God? Of brengt Crabb ons onnodig in nieuwe gewetensproblemen door ons oude lasten in een nieuw pak op de rug te binden? Hier liggen belangrijke kwesties, die bij gelegenheid nog maar eens aan de orde moeten komen. Ik heb me slechts ten doel gesteld de problematiek aan te snijden en met voorbeelden te illustreren, zodat ik volsta met het signaleren van deze vragen.

Tweede voorbeeld

Dhr. B. is 32 jaar oud. Hij is gelukkig gehuwd en heeft twee kinderen, een zoon en een dochter. Hij heeft samen met zijn vader een klein transportbedrijf. Aanvankelijk was hij in dienst bij zijn vader. Hij is enige zoon. Sinds kort is hij compagnon en volledig mede-eigenaar. Wat zo opvallend is aan deze vriendelijke man, is dat hij zo z'n best doet. Hij doet z'n best op zijn werk, bij zijn vader, bij collega's en concurrenten. Hij doet minder zijn best in zijn gezin. Zijn vrouw is daar niet helemaal tevreden over. Dat wordt versterkt door het gegeven dat ze bij het bedrijf wonen. Dus als er wat is, dan..., precies, dan doet hij z'n best. Ook de therapeut zou zeer tevreden kunnen zijn met een patiënt, die in de therapie zo z'n best doet. Hij is een sympathieke man en zal dan ook niet zo gauw ruzie hebben, laat staan ruzie maken.

Probleem is alleen dat hij zo onzeker is. Als de kwartaalcijfers naderen slaat hem de schrik om het hart. Dan wegen de op zichzelf niet uitzonderlijke financiële lasten enorm zwaar. Dan wordt het vooruit­ zicht somber en gaat hij piekeren en twijfelen. En dan is deze sympathieke man ineens een ramp voor z'n omgeving. Zijn vrouw heeft er zo'n beetje een kind bij. Zijn vader begrijpt niet waar hij zich druk over maakt. Zelf wordt hij er misselijk van.

De gedachte ligt natuurlijk voor de hand om te denken dat hij door zo z'n best te doen die onzekerheid als het ware tracht te compenseren. Door stevig m'n best te doen kan ik een wal opwerpen tegen onzekerheid en twijfel. En dat gaat kennelijk ook wel goed zolang de lasten niet te groot zijn. Dus, zolang er niet teveel tegelijk op hem afkomt en zich niet teveel onverwachte dingen aandienen. Maar wanneer verantwoording afgelegd moet worden over cijfers en productie, dan wordt het kennelijk teveel. Vooral sinds hij mede-eigenaar is. Maar dat verklaart nog niet waarom en waarover deze man zo onzeker is. Daar is ook eigenlijk geen reden toe, vindt hijzelf. Waarom doet hij zo z'n best? Waarom wil hij de beste zijn?

Wel, wat denkt u van de volgende gedachte? Als je goed je best doet, zelfs de beste wilt zijn, dan is het aannemelijk dat je flink gewaardeerd zult worden als het je lukt. Je zult wellicht zelfs bewondering oogsten. Ook al zult u dat natuurlijk overdreven vinden, want je deed 'slechts' je best. Dit is nogal herkenbaar. Maar als iemand nu zo z'n best doet omdat hij/zij zo onzeker is, is het dan wellicht zo dat je onzeker bent over de vraag of de belangrijke anderen je wel zien, het met jou wel zien zitten, je wel waarderen, wel van je houden? En is je best doen daarom zo hard nodig omdat je uit de reacties op je prestaties iets kunt opmerken van die waardering, waar je zo enorm behoefte aan hebt? En is het ook niet mogelijk dat het verborgen idee niet of onvoldoende gewaardeerd, geliefd te zijn, de onzekerheid en twijfel daarover, tevens een heleboel verdriet en boosheid bij zich heeft, die niet uitgesproken konden (kunnen) of mochten (mogen) worden al was het maar uit angst dat de ander je dan helemaal niet meer zou mogen?

Waard zijn wat je presteert

Zo ongeveer heb ik mijn gedachte in stappen voorgelegd aan dhr. B. In aanvang vond hij deze inbreng wel interessant en herkende hij met name het eerste deel over waardering oogsten en er behoefte aan te hebben, dat anderen hun waardering zouden laten merken en dat uitblijven ervan hem onzeker maakt. Hij herkende dat ook wel als een manco in zijn ouderlijk gezin. Maar de rest vond hij niet erg logisch want zo'n beroerde jeugd had hij niet gehad, zijn ouders waren altijd goed geweest, dus....

Daar ging vervolgens enige tijd overheen. Er gaat echter toch iets bewegen. Niet zozeer wat het verleden aangaat, maar wat zijn functioneren in het heden betreft. Hij merkt dat er veel meer zaken zijn waaraan hij zich irriteert en soms ergert dan hij aanvankelijk voor mogelijk hield. Althans, voorheen voelde hij zich dan schuldig en redeneerde hij zijn irritaties voor zichzelf weg. Hij merkt nu dat hij over een aantal dingen allang helemaal niet zo tevreden is en dat sommige voor hem belangrijke personen hem ronduit teleurstellen. En in plaats van z'n hand over z'n hart te strijken en iedereen (met name zijn ouders) het vooral naar de zin te maken door zijn best te doen, begint hij meer en meer te zeggen wat hij er van vindt. Het verrassende voor dhr. B. is, dat hij merkt dat hem dat oplucht, dat hij serieus genomen wordt, dat ze hem helemaal niet laten vallen, dat hij tijd durft vrij te maken voor ontspanning en bezig zijn met zijn gezin, zonder dat iemand hem erop aankijkt. Integendeel zijn vrouw en kinderen hebben er plezier in. Niet alleen door prestatie in het werk blijkt hij een waardevol mens te zijn. Hij wordt zich ook bewust dat hij zo niet is opgevoed. Aandacht en liefde waren thuis gekoppeld aan prestatie (cijfers op school) of ziek zijn. Hij had geleerd dat een mens waard is wat hij presteert. Langzaamaan gaat hij een en ander herzien. Voor dhr. B. zijn deze gewaarwordingen genoeg om zonder therapie verder te kunnen.

Prestatie en het eerste gebod van de liefde

Stel, u bent onzeker over de liefde, waardering en aandacht die anderen voor u hebben. Onze liefde en waardering voor anderen kan daardoor het karakter krijgen van liefde voor anderen ten behoeve van onszelf (denkt u nog weer even aan Crabb) om alsnog door bijvoorbeeld hard te werken, liefde en aandacht te krijgen. We hebben anderen nodig om onze behoeften te verkrijgen. Ondertussen verkeert u onder een prediking die er geen misverstand over laat bestaan dat God Zijn kinderen liefheeft. Alleen, wie Gods kinderen zijn blijft een vraag. Met andere woorden, ik blijf onzeker over de vraag of God mij nu wel of niet op het oog heeft. U kunt zich wellicht voorstellen dat zoiets naadloos aansluit bij het beleven van iemand als dhr. B. Wat zijn geloof betreft stond het dan ook helemaal stil. Want met betrekking tot anderen kun je nog je best doen en hard werken. Met betrekking tot God heeft dat geen zin. Zijn liefde voor God is vooral omwille van zichzelf; een 'voorzienigheids-geloof, noemt hij het. Dus er blijft niet veel meer over dan afwachten zonder veel liefde en met veel besef van plicht en schuldgevoel. Met andere woorden, de drijvende kracht achter kerkgang en alles wat ermee samenhangt lijkt meer een zaak van vrees voor straf (bij verzaking van plicht) dan een 'kinderlijk' vertrouwen. Maar ja, uit dit voorbeeld blijkt nu juist dat het kinderlijk vertrouwen beschadigd is. Ook hier levert een innerlijke beschadiging dus een enorme spanning op in relatie tot het gebod van de liefde tot God.

Hoe nu verder?

Hoe moet het nu verder met aanvankelijk verborgen gevoelens als boosheid, verdriet, teleurstelling en pijn? In de twee voorbeelden werden we gewaar dat mensen hun gevoelens als het ware ontdekken, verdragen in plaats van verbergen. Ik attendeer erop dat ze dat deden in een relatie, in deze voorbeelden in een relatie met een therapeut. Een relatie al dan niet met een therapeut is een onmisbaar-element in zo'n proces. Maar dat krijgt dan ook zó een vervolg dat mensen zich gaan uitspreken over wat hen dwars zit, bezwaart en hindert in de relaties die ze hebben, en zich ook meer leren uitspreken over wat hen troost, vertrouwen geeft, boeit en aanspreekt. Tussen mensen kan dat (veelal) tot emotionele verdieping en verruiming van de relaties leiden. De relatie, de liefde, de vriendschap groeit. De liefde, vriendschap voor anderen omwille van onszelf (de eisende houding) groeit naar een genegenheid voor en verbondenheid niet de ander omwille van de mens die hij/zij is. Hier groeit iets van de liefde die de vrees overbodig maakt. Maar geldt dat nu ook tussen God en mens? Het ligt voor de hand om te denken dat als men al nauwe­ lijks met zoveel lastige en moeilijke gevoelens bij mensen terecht kan en durft uit angst voor afwijzing, het wel onmogelijk moet schijnen om ermee bij God aan te durven komen. En toch gaan de parallellen hier ver. Innerlijke genezing gaat over het ontdekken en uitspreken voor elkaar en voor God van al die moeilijke, pijnlijke gevoelens, de verborgen kanten ervan om geheeld en bevrijd in de ruimte te mogen gaan. Het wordt tijd voor het vervolg van deze serie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Innerlijke beschadiging (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's