De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Door de gemeente, mitsdien door God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Door de gemeente, mitsdien door God

Ingezonden

10 minuten leestijd

Inderdaad, de titel boven dit artikel komt uit het formulier voor de bevestiging van ambtsdragers. In zowel het formulier voor de bevestiging van predikanten als voor dat van ouderlingen en diakenen luidt de eerste vraag: 'Ten eerste vraag ik u, of gij in uw hart overtuigd zijt, dat gij wettig door Gods gemeente, en mitsdien door God Zelf, tot deze heilige dienst geroepen zijt? '

Over de roeping tot het ambt, nauwkeuriger: over het beroepen van predikanten gaat dit artikel.

Nu is daar in het verleden al het nodige over geschreven. De aanleiding tot schrijven ligt dan ook niet in een behoefte aan een theoretisch overzicht van al wat er rond het beroepingswerk kan spelen, maar is heel concreet gegeven door een gesprek waarbij ik betrokken raakte. Een gesprek met een ervaren dominee over het beroepingswerk.

Van dat gesprek werd ik niet blij, integendeel. Er klonk zoveel pijn en verdriet in door en het riep zoveel vragen op dat dit artikel wel geschreven moest worden. Zonder de zaak al te zeer te willen dramatiseren, wil ik het toch nadrukkelijk bedoelen als een duidelijk signaal, in de hoop dat kerkenraden en predikanten er wat mee gaan doen. Het gaat over nood en eerlijkheid, over heiligheid en schijnheiligheid.

Voor ik wat citaten geef uit het gesprek eerst een paar vragen die ik me erbij heb gesteld en waarop ik verderop wil ingaan:

- Herken ik mijzelf in de citaten?

- Gaat het hier om een incidenteel geluid of is dit een voorbeeld van iets wat veel breder leeft?

- Wat zijn de oorzaken van het 'vastzitten' van een flink aantal predikanten?

- Wat kan er gedaan worden om de kwaliteit van het beroepingswerk voor kerkenraden en predikanten te verbeteren?

Nu dan de citaten met een kort voorlopig commentaar. Voor de beeldvorming zij nog vermeld dat de dominee die aan het woord is al jaren een 'bondsgemeente' dient. Van problemen tussen hem en de betrokken gemeente is mij niets bekend.

Eerste citaat

'Je begrijpt dat je met de overvolle beroepingsmarkt ook liever een predikant beroept, die de naam heeft een "preektijger" te zijn en zijn schoenen verslijt met het heen en weer draven in de gemeente... Zo zit dat nu eenmaal feitelijk in elkaar. Ik "baal" daar inmiddels een (heel) beetje van!'

Let op het gevoel dat in deze woorden meeklinkt: pijn, verdriet, frustratie, miskenning, verbittering.

Tweede citaat

'De beroepingsmarkt vertoont de gangbare marktmechanismen, die ook in de "rest" van onze maatschappij van nu gebruikelijk zijn (over wereld-en tijdgelijkvormigheid gesproken!). Ogen- en lippendienst spelen een rol alsook de welbekende netwerken en contacten enz. Het is in de kerk gewoon carrière maken wat de klok slaat.'

Of deze beweringen de werkelijkheid van het beroepingswerk objectief en volledig beschrijven, mag een punt van discussie zijn. Zelf denk ik dat er, ondanks de generalisaties, veel waarheid in schuilt. Feit is in ieder geval, dat de huidige praktijk zo op de betrokken collega overkomt. Dat dwingt op zijn minst tot nadenken over de vraag hoe zo'n beeld kan ontstaan.

Derde citaat

'Het zal echter "mijn tijd" wel uitduren. Ik loop nu al heel wat jaren mee... Het is maar goed dat we weten van een "andere Kerk", waar gelukkig ook andere maatstaven gehanteerd worden.'

Wat jammer dat de motivatie om vol te houden alleen vanuit het geloof in een 'andere kerk' moet komen en niet ook uit de kerk die hier en nu gediend wordt komen kan.

Vierde citaat

'Triest is dat kerkenraden aan dit "spel" met door onkunde en onwetendheid geschraagde blindheid meedoen...'

Het zijn helaas niet alleen (sommige) kerkenraden die blind zijn, maar ook predikanten die van het beroepingswerk een 'spel' maken. Wat te denken van de dominee die zich liet beroepen, ook al wist hij op voorhand dat hij het beroep toch niet zou aannemen. Maar ja: "Het is goed als je naam weer eens in de krant staat". Of van de dominee die al besloten had een beroep aan te zullen nemen, maar dat nog niet bekend maakte omdat zijn drie weken bedenktijd nog niet verstreken waren. Dat er 's zondags aan zijn gemeente gevraagd werd om te bidden om wijsheid voor hun dominee met het oog op de te nemen beslissing, werd daardoor een schertsvertoning. Of van die dominee die zich steeds weer liet beroepen, terwijl zijn vrouw telkens verklaarde niet uit hun woonplaats weg te willen vanwege de dingen die haar daar bonden.

De gestelde vragen

- Herken ik mijzelf in de citaten? Voor een deel wel. Dat er vooroordelen over bepaalde (groepen) predikanten bestaan, merk ik ook wel eens. Dat een legerpredikant wel niet beroepbaar zal zijn, is bijvoorbeeld zo'n vooroordeel. En ik heb ook wel eens gemerkt dat voor het verkrijgen van bepaalde functies in de kerk, naamsbekendheid belangrijker is dan aantoonbare kwaliteit. De gevoelens zoals die door de collega worden geuit, herken ik dan ook wel een beetje. Daarmee kom ik eigenlijk al meteen bij de tweede vraag:

- Gaat het hier om een incidenteel geluid of is dit een voorbeeld van iets wat veel breder leeft?

Wanneer ik het geluid, tot op bepaalde hoogte, ook wel wat bij mijzelf herken dan is daarmee al gezegd dat gevoelens van onvrede bij het gangbare beroepingswerk, niet bij een enkel persoon leven. Het gesprek waaruit ik heb geciteerd staat ook niet op zichzelf. Natuurlijk spreek je als collega's wel eens vaker over de vraag of iemand wel of niet aan een nieuwe uitdaging toe is. En dan proefje veel vaker dezelfde gevoelens van teleurstelling en onmacht, wanneer men enerzijds trouw wil blijven aan (dat deel van) de kerk waarin men zich thuisvoelt en anderzijds zich niet gezien en gehoord weet buiten de grenzen van de gemeente die men in alle trouw probeert te dienen.

De stelling dat er in veel pastorieën na verloop van tijd verlangend wordt uitgezien naar een beroep en er veel teleurstelling en frustratie moet worden verwerkt wanneer er maar geen beroep komt, lijkt me dan ook niet uit de lucht gegrepen. Wat dit betekent voor de predikanten die het betreft, hun gezinnen en de gemeenten die ze mogen (moeten blijven) dienen, laat zich raden.

- Wat zijn de oorzaken van het 'vastzitten' van een flink aantal predikanten?

De oorzaken zijn ongetwijfeld velerlei. Er zijn predikanten die niet goed functioneren en daardoor niet beroepen worden.

Wel triest voor de gemeente die ook niet gemakkelijk van zo'n dominee verlost raakt. Er zijn kerkenraden die zich niet afvragen welke dominee geschikt zou zijn voor de gemeente waar ze leiding aan geven, maar die een dominee beroepen omdat gemeente X en gemeente Y hem ook beroepen hebben en hij dus wel goed zal zijn.

Het beroepingswerk vindt vaak plaats in een sfeer van geheimzinnigheid en schijnvroomheid. Een soort mystieke waas, gevoed door semi-vrome opmerkingen en oproepen, onttrekt de echte afwegingen van kerkenraden en predikanten aan de waarneming van gemeenteleden. De echte afwegingen van kerkenraadsleden zijn nogal eens van machtspolitieke aard of worden gevoed door het persoonlijk belang van predikanten. Zolang dat maar helder en openbaar is, hoeft daar nog niet altijd zo veel tegen te zijn. Maar juist de vrome deken waaronder de echte argumenten schuilgaan, maakt de zaak zo bedenkelijk.

De geschiedenis van het beroepingswerk en het geestelijk klimaat in het orthodoxe deel van de kerk zullen wel een rol spelen. De rol van de media is er ook. Via kranten en tijdschriften word je dagelijks van het beroepingswerk op de hoogte gehouden. Dat stuurt, hoe dan ook, het denken van kerkenraden en predikanten.

Kerkelijke instanties die over van alles en nog wat een mening hebben, zijn op het punt van het beroepingswerk meestal zeer terughoudend en heel genuanceerd. Een beetje meer moed bij het leiding geven aan de kerk zou hier misschien helpen. En zo zijn er vast meer oorzaken. Het is al met al een nogal complexe materie. Van een echt personeelsbeleid voor predikanten is in onze kerk echter geen sprake. Dat heeft natuurlijk te maken met het presbyteriale karakter van de Nederlandse Hervormde Kerk. Maar of daarmee het laatste is gezegd, is voor mij zeer de vraag.

- Wat kan er gedaan worden om de kwaliteit van het beroepingswerk voor kerkenraden en predikanten te verbeteren?

Pasklare oplossingen heb ik ook niet. Maar een paar voorstellen ter verbetering van de situatie wil ik wel ter discussie stellen. Ze zijn wellicht niet alle even origineel, maar als ze helpen de bezinning breed op gang te brengen, is het doel van het formuleren van de voorstellen bereikt.

1. Kerkenraden moet gevraagd worden elke predikantsvacature in een advertentie te melden. Dit voorkomt onrust bij predikanten die niet op een beroep zitten te wachten (en bij de gemeenten) en het geeft mogelijkheden aan anderen die wel belangstelling hebben, die belangstelling ook te laten blijken. Kerkenraden moeten wel de vrijheid houden om mensen uit te nodigen om te solliciteren, maar mogen alleen een sollicitant beroepen. Bijkomend voordeel is, dat men als kerkenraad niet met een hele serie bedankjes wordt geconfronteerd. Predikanten hoeven nu niet af te wachten, maar kunnen zelf initiatief nemen tot verandering van gemeente. Waarom zou je wel predikanten voor zendings-en evangelisatiewerk werven d.m.v. een advertentie en niet voor gemeentewerk? En wanneer dat adverteren en selecteren biddend wordt gedaan, zouden we dan minder op Gods leiding mogen rekenen, dan bij de huidige praktijk? Juist wanneer we een open sollicitatieprocedure gebruiken bij het beroepingswerk, ligt het ook meer open welke predikant de weg van de gemeente kruist, dan wanneer kerkenraden hun eigen lijstjes van bekende namen afwerken.

2. Gekoppeld aan een gereguleerde sollicitatieprocedure zouden predikanten en kerkenraden een arbeidscontract moeten sluiten voor een bepaalde tijd. Tegen het eind van de termijn kan worden bezien of men met elkaar verder wil en voor hoe lang. Meer vrijheid geeft meer beweging en meer beweging stimuleert het leven van gemeenten en predikanten. Minder vanzelfsprekendheid dwingt predikanten en kerkenraden en gemeenten ook om meer in elkaar te investeren; niet in tijd en geld, maar wel in kwalitatieve zin.

3. Predikanten moeten in financieel opzicht aan de landelijke kerk verbonden worden, zodat ze voor hun rechtspositie niet afhankelijk zijn van de gemeente die ze dienen en omgekeerd gemeenten niet financieel vastzitten aan een bepaalde predikant. Dit vergemakkelijkt ook tussentijdse losmaking bij ernstige problemen.

4. Traktementen en emolumenten moeten :

volledig gelijk getrokken worden, zodat financiële argumenten geen oneigenlijke rol kunnen spelen, bij het al of niet willen werken in een bepaalde gemeente.

Van de vele haken en ogen die er, ook kerkrechtelijk, aan deze voorstellen kunnen vastzitten, ben ik mij bewust. Of en hoe die kunnen worden opgelost, zal nader moeten worden bekeken.

Waar ik vooral naar toe wil is een meer bewust personeelsbeleid voor predikanten en naar een soepeler verhouding tussen predikanten en gemeenten. Niet alleen en in de eerste plaats op zakelijke gronden, maar omwille van eerlijkheid en openheid in de werkverhoudingen van predikanten.

En vooral om te komen tot een oplossing voor de klemmende situatie waarin een aantal predikanten ongewild terecht komt door de huidige praktijk van het beroepingswerk, met alle pijn en verdriet die daarbij komt kijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Door de gemeente, mitsdien door God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's