Gij vindt niets!
Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets. Psalm 17 : 3a
Wie ernaar verlangt om te leren bidden vindt in de Psalmen een schat aan woorden die tot God uitgesproken kunnen worden. Maar soms zitten daar woorden bij die ons in grote verlegenheid brengen. Zo'n woord waar we eigenlijk geen raad mee weten, omdat het niet past in onze geloofsbeleving en in de lijn van de dingen die we 's zondags van de kansel horen.
Zo'n woord vinden we in Psalm 17 : 3a. Je moet het maar durven: tegen de Heere zeggen dat je ervan overtuigd bent dat Hij niets heeft gevonden (of zal vinden) bij een grondig onderzoek van je hart. Dat is toch hoogmoed van de ergste soort? Dat druist toch in tegen al onze gereformeerde beginselen? Zo lijkt het wel, maar David heeft het dan toch maar gedurfd deze woorden uit te spreken.
Sommigen hebben geprobeerd deze woorden weg te verklaren. Er is gezegd: dit is achterhaald, oudtestamentisch spraakgebruikt. Anderen namen heel snel de toevlucht tot een oplossing in Christus. Op allerlei manieren is geprobeerd alle spanning uit dit woord te halen. Maar als deel van het Psalmboek behoort deze uitspraak tot de woordenschat van het geloof. En dus moeten niet wij dit woord, maar moet dit woord ons veranderen.
Om dit woord te kunnen begrijpen moeten we proberen de situatie van David in te zien. Wanneer we de Psalm in zijn geheel lezen wordt duidelijk, dat David zich temidden van vijanden bevindt. Wie dat zijn is hier, net als in de vele andere Psalmen, niet duidelijk. Maar blijkbaar speelde in de vijandschap die hem omringde het verwijt van oneerlijkheid en onzuiverheid een rol.
Wanneer we in dat licht vers 3 lezen wordt er opeens heel veel duidelijk. David heeft blijkbaar wakker gelegen van de toestand. Terwijl het donker om hem heen stond en de stilte van de nacht hem vervulde, had David een gesprek met God. In het Oude Testament - maar ook in het leven van gelovigen vandaag - is dat een bekend gegeven. In de nacht, als het rumoer van de wereld zwijgt, komen de innerlijke gedachten het meest naar voren. Maar juist ook dan komt God ons het meest nabij. En zo kwam de Heere ook tot David. De Heere bezoekt hem. Waarom? Om hem te troosten? Nee, niet in de eerste plaats. David heeft ervaren hoe op dat moment, onttrokken aan het oog van zijn vijanden, zijn hart door de hoogste Rechter werd onderzocht. God stelde een onderzoek in naar zijn motieven, naar zijn diepste beweegredenen; Hij onderzocht of David oprecht was. En de uitslag van het onderzoek is positief: God vond geen onzuivere motieven in hem.
We lezen niet hoe het hart van David zo zuiver was geworden. Was er al veel zelfonderzoek aan vooraf gegaan? Had hij soms eerst schuld beleden? Was hij zo heilig geworden? Het staat er niet. Maar duidelijk is: David was heel eerlijk geworden, voor zichzelf en voor God. En hij durfde God recht in de ogen te zien.
U voelt hopelijk, dat dit woord een onvoorstelbare diepgang heeft. Wat is het belangrijk, dat het tot onze persoonlijke woordenschat behoort. Het is immers een woord dat ons dwingt om eerlijk te worden voor God. En natuurlijk: wie gelooft staat niet iedere dag onder de hoogspanning van dit woord. Maar er zijn vele momenten in het leven, dat het met minder zeker niet toe kan. Cruciale momenten, waarin we voor beslissingen staan. Heel concreet: durven wij, ambtsdragers en 'gewone' gemeenteleden, deze woorden biddend tot God uit te spreken met het oog op ons standpunt ten aanzien van Samen op Weg en de consequenties die wij daaruit menen te moeten trekken? Is het mogelijk deze woorden te bidden als wij te maken hebben met verschillen in geestelijke lig ging binnen de gemeente? Kan dit ons gebed zijn met het oog op conflicten en ruzies waarin wij betrokken zijn?
Gij vindt niets! Dat is de norm, die God ons ten aanzien van deze dingen voorhoudt. Ik geloof, dat iedereen die dit woord in alle oprechtheid voor God wil uitspreken eerst heel wat op te ruimen en te belijden heeft. En verder zal ook het uitspreken zelf, wanneer dat van harte gebeurt, ontdekkend en confronterend zijn. Juist dan zullen onder vermeende geestelijke motieven listige vleselijke motieven zichtbaar worden. Maar daarom is dit zo'n heilzaam woord. Omdat we door de Heere geroepen worden om het uit te spreken ziende op Hem, in Wie geen onrecht gevonden werd: Jezus Christus, de Rechtvaardige. In Zijn licht kunnen we eerlijk worden voor God. En bovenal: bij Hem is vergeving voor al onze dubbelheid.
Gij vindt niets! Dit is een confronterend woord. Maar vaak zijn juist zulke woorden het meest heilzaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's