'Doet dit': opdracht voor wie?
Wat maakt de positie van een predikant als bedienaar van het heilig avondmaal zo uniek, dat zonder hem het avondmaal niet gehouden kan worden? Wanneer ruim de helft van de avondmaalsgangers ontbreekt, maar hij is er, dan gaat het wel door. Een nogal prikkelende vraag komt op: kan Christus niet tegenwoordig zijn in het heilig avondmaal wanneer de predikant ontbreekt?
In de inzettingswoorden volgens Lukas 22 komen we de tekst tegen: 'dat is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis'. Deze gedachtenis concentreert het heilig avondmaal op Jezus Christus en op wat Hij doet. Hij is het Lam van God, dat gekruisigd wordt.
Paulus zegt dan ook: wij gedenken Zijn dood. Zijn sterven heeft te maken met onze zonden. Zijn dood gedenken is in die zin schuldbelijden. Zijn sterven heeft te maken met Zijn genoegdoening als offer. Zijn dood gedenken is ook belijden, dat in Jezus verzoening is, de macht van de zonde is doorbroken. De uittocht uit het slavenhuis begint in Hem. In Jezus' sterven hgt ons leven. We gedenken Zijn lijden en sterven. Dat is meer dan een terugdenken aan. Hij is de Levende, Die aanwezig is. Hij is de Gekruisigde en wij sterven met Hem, etend van het brood en drinkend uit de beker, die Hij ons aanreikt. Het avondmaal is Zijn maaltijd voor velen.
[Als inleidende opmerking bij het referaat had ik gezegd, dat men de dissertatie niet moest lezen als een volledige avondmaals-of ambtsleer Het onderwerp, in de ondertitel aangegeven, geeft een beperking in de uitspraken, die over avondmaal en ambt worden gedaan. In het referaat heb ik in het bovenstaande aangegeven, dat er wel degelijk meer is, zonder dat ik pretendeer nu wel alles gezegd te hebben. Ook nu nog begrijp ik niet, waarom dr. De Greef dit heeft genegeerd en mij verwijt, dat ik de betekenis van het avondmaal versmal. Inderdaad geeft Christus zich en het avondmaal is er teken en zegel van, maar wie spreekt over de plaats van de ambtsdrager, die Christus zou vertegenwoordigen, kan die vertegenwoordiging niet laten slaan op het zichzelf geven; indien er van bediening sprake is, geeft de ambtsdrager niet zichzelf, maar het brood en de beker.]
'Doet dat tot Mijn gedachtenis.' Wat is nu het doen? Er zijn twee mogelijkheden:
a. Het doen verwijst naar het nemen, danken, breken en geven, wat Jezus zo-even gedaan heeft. Doen in de zin van uitdelen aan anderen.
b. Het doen verwijst naar het aannemen en het delen met elkaar wat je van Christus ontvangen hebt.
Bij de andere evangelisten ligt alle nadruk op het aannemen en delen. We zien, dat aan de gemeente de opdracht is gegeven om de dood des Heeren te gedenken. Deel daarin met elkaar. De middeleeuwse theologie leert, dat deze opdracht aan de geestelijken (die immers de Kerk zijn) is gegeven, die daarbij de taak kregen om het brood ook uit te delen. Wanneer we als protestanten zeggen, dat de avondmaalsviering aan de gemeente is opgedragen, kunnen we niet op grond van dezelfde teksten zeggen, dat sommigen de opdracht hebben gekregen om het te bedienen. Andere teksten uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament brengen niet tot een tegenovergestelde conclusie. Eén voorbeeld: de lijn priester - predikant kan niet. Het priesterambt zet zich volgens Hebreeën niet als bemiddelende instantie voort in het kerkelijk ambt. Christus is de enige Hogepriester en Zijn gelovigen heten een koninklijk priesterdom.
Maar de traditie? De Reformatie geeft aan onze traditie als grondregel: sola Scriptura. De Schrift is de kritische instantie over de traditie van de kerk. We maken daarbij de volgende onderscheidingen:
1. De traditie is overlevering van de Heilige Schrift.
2. De traditie biedt ons een aanvulling op de Schrift op die plaatsen waar de Schrift zwijgt.
3. De traditie is strijdig met de Schrift.
In de discussie van het afgelopen jaar werd het tweede verschillende keren als argument genoemd. De Bijbel zwijgt, de traditie laat zien dat er toch een bediening is. Als dit waar is, kunnen we ons daarbij niet op een ius divinum beroepen, maar spreken we over een menselijke instelling, die derhalve te veranderen is. Dan is het niet meer: het avondmaal moet worden bediend door een geordineerd ambtsdrager, maar: het avondmaal kan worden bediend door een geordineerd ambtsdrager.
Mijns inziens zijn er echter wel duidelijke gegevens in de Schrift, waardoor wij niet moeten spreken van een bediening, maar van een gemeenschappelijk vieren van de maaltijd des Heeren, met nadruk op het feit dat Christus de Gastheer en het onderwerp van deze maaltijd is. Het gaat om Hem.
Dat maakt Paulus ons duidelijk in 1 Korinthiërs. Hij noemt de gemeente het Lichaam van Christus. Dit betekent, dat als de gemeente de eenheid verbreekt, zij van de apostel de vraag naar zich toe krijgt: is Christus dan gedeeld? Je kunt de gemeente nooit los zien van de Heere. De gemeente is Zijn lichaam en dat zien we aan de heilige maaltijd. Om het met Leo Jud in zijn catechismus van 1541 te zeggen: 'Denn wenn der Mensch den Leib Christi, das heisst seine heilige Gemeinde, nicht richtig unterschiede und also nicht, wie es sich gebührt, von diesem Brote essen würde, so asse er sich selber ein Gericht'.
Nu zijn er meer beelden om de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente weer te geven. Sommige beelden zeggen dat Jezus als Gods Zoon tegenover haar staat. Hij is de Koning, haar Heere. Hij is ook de Zoon des mensen, de tweede Adam, onze oudste Broeder, de medelijdende Hogepriester. Deze dubbelheid willen we handhaven en niet een eenzijdige nadruk leggen op Zijn tegenover als God noch op Zijn naast-ons-staan als mens. De gemeente is daarom een tegenover van Christus als Zijn kudde, de discipelen, de onderdanen. Maar zij is ook Zijn lichaam. Zijn broeders en zusters, waarin Zijn Geest woont, zoals zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus het prachtig verwoordt en daarbij zegt: 'vlees en Zijn vlees en been van Zijn gebeente'. Dat betekent geen identificatie. De Heere is en blijft de eerste. We spreken van het lichaam van Christus en kunnen daarvoor niet in de plaats zeggen: het lichaam van de christenen.
[Teveel reacties verwarden 'gemeente i.p.v. ambtsdrager' met 'gemeente i.p.v. Christus'. Juist de uitdrukking 'lichaam van Christus' laat zien dat de gemeente er is IN Hem. Anders is zij er niet.]
Het aspect van lichaam van Christus zijn komt tot uiting in het avondmaal. Wij hebben geen bemiddelende priester daarbij nodig. Het is jammer, dat als de reformatorische traditie het priesterschap afwijst, zij teveel bevoegdheden van de priester overdraagt aan de predikant. Wie Calvijns Institutie IV 3.6 leest, ziet dat hij de bediening van de sacramenten door de predikant verdedigt met een beroep op Matth. 28 : 19 en nota bene Lukas 22 : 19. Hij volgt zonder meer de traditionele uitleg zonder uit te leggen hoe hij daartoe komt.
Geen bediening door een ambtsdrager. In de hervormde traditie komen we de bediening dus wel tegen. Er zijn daarbij verschillende vormen van avondmaalsviering, waarvan ik er zelf een drietal in relatief korte tijd heb meegemaakt.
1. In onze eigen gemeente kennen we de onder ons meest gebruikelijke vorm van het zitten rond een tafel, waarbij de voorganger het brood breekt en de schaal laat rondgaan, en eveneens de woorden bij de beker uitspreekt en die laat rondgaan.
2. In een andere gemeente zag ik het zogenaamde lopende avondmaal; de gemeenteleden lopen naar voren in een lange rij, ontvangen van de predikant het brood en van een diaken de beker. Mijn ervaring daarbij was, dat de gemeenschap met Christus op deze manier veel individueler is dan bij het zitten aan de tafel, en dat waardeer ik ten zeerste negatief en niet positief, wat een verslag in een krant ervan maakte!
3. In een Eglise Réformée in Quebec-city spreekt de predikant de inzettingswoorden uit, neemt een heel brood en breekt het in twee stukken. Twee gemeenteleden lopen met de stukken brood langs de rijen, ieder breekt zelf een stukje brood af, wacht tot iedereen heeft en men eet tegelijkertijd. Met de wijn in kleine bekertjes is er een gezamenlijk drinken. De bedienaar is voor mijn gevoel dan veel verder op de achtergrond dan bij de andere vormen.
Onder ons is meestal de viering aan tafel. Is dat bediening? In Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus staat: 'ten andere, dat Hijzelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zeker tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en de drinkbeker des Heeren als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus, uit des dienaars hand ontvang en met de mond geniet'. Dat is bediening. Wat wij als voorgangers aan tafel doen, als we niet aan ieder persoonlijk brood en beker geven, is geen bediening, maar zit tussen bediening en gemeenschappelijk handelen in. Waarom zouden we niet dat ene stapje verder doen?
(Samenvatting referaat predikantenconferentie Gereformeerde Bond op donderdag 9 januari in Driebergen.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's