De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In Op weg met de ander (hervormd gereformeerde gehandicaptenzorg) troffen we een gedicht, de redactie aangereikt door 'een ouder', onder de titel 'Mongooltje':

O Moeder, vloek het uur van mijn geboorte niet,
want al mijn daden zijn door jou bedreven.
Je hebt me met je eigen huid geweven.
Toe, huil niet langer, zing voor mij het lied,

dat je gezongen hebt toen je me droeg
onder je hart. Of ben je 't al vergeten?
Vraag het aan vader, hij zal het wel weten.
Voor tranen heb je later tijd genoeg.

Breng mij naar bloemen in de zonneschijn,
wijs me de vogels en witte vlinders.
Kijk niet gekweld naar al die wijze kinders,
bloos niet beschaamd wanneer er vrienden zijn.

Voor mooie woorden is mijn tong te stroef,
ik hoor niet goed wat de mensen zeggen,
probeer het met je ogen uit te leggen.
Je weet: mongooltjes sterven meestal vroeg.

Bid voor mijn ziel, want zelf kan ik het niet.
Wie weet hoe mooi je kind is na dit leven.
Ons lijden duurt toch eigenlijk maar even.
Toe, huil niet langer, zing voor mij een lied...

Een lezer, die in Benschop bij ds. T. Wegman stage liep, gaf ons de volgende 'blik op de hervormde gemeente in Benschop' door, die we, na wat er reeds over Benschop in de 'Torenspitsen' stond, hier graag ook een plaats geven:

'Sedert 1575 bestaat er reeds een hervormde gemeente in Benschop. Gedurende meer dan 4 eeuwen werd de gemeente gediend door 40 predikanten. De huidige voorganger ds. T Wegman dient, als 41e predikant, deze gemeente pas sinds juli 1994. Gemiddeld staat een predikant dus 10 jaar in Benschop.

Een blik op het predikantenbord leert ons echter dat perioden van 27 jaar (zo bijv. ds. S. van Daalen van 1889-1916), werden afgewisseld met perioden van 2 jaar (bijv. de later zo bekende ds. I. Kievit van 1918-1920).

Opmerkelijk is het verder dat de hervormde gemeente van Benschop slechts zelden gestart is met een kandidaat. In de 20e eeuw zijn dat alleen ds. W. Verboom (1968-1973) en ds. C. Trouwborst (1974-1979) geweest. Laatstgenoemde predikant is daar later overigens, nadat hij op eerste kerstdag 1990 in Zijn Heere en Heiland was ontslapen, ook begraven. Ds. Trouwborst had, evenals andere predikanten vóór en na hem, een nauwe band met de gemeente van Benschop.

Als we nog wat verder teruggaan in de tijd dan ontdekken we op het predikantenbord ook de naam van Vincent van Gogh. Deze predikant, die in 1816 van Ochten naar Benschop kwam, stond daar tot 1822 en vertrok toen naar Breda. Deze Vincent sr. was de opa van schilder Vincent van Gogh. Deze kwam in 1853, te Groot-Zundert - waar zijn vader (Theo) toen predikant was - ter wereld én overleed in 1890 te Auvers sur Oise. De vader van Vincent was de enige van de zes zoons van de Benschopse Vincent die het beroep (!) van zijn vader koos. Ik las ervan dat hij geen bekwaam - wie is dat overigens wel? - predikant was, want levenslang moest hij zich tevreden stellen met kleine Brabantse gemeenten (o.a. Zundert en Rijsbergen; Helvoirt en Haren; Etten en de Hoeven). In een door W. Jos de Gruyter samengesteld boek over Vincent van Gogh uit 1950 las ik o.a.: "Ds. (Theo) van Gogh was een uitzonderlijk en eerbiedwaardig mens. '"Een ijselijk goed ventje'", zo noemde hem op z'n Brabants een oude vrouw te Etten, die hem gekend had en later daarover door ds. L. Aalders aldaar werd ondervraagd. Niet slechts zijn geloofsgenoten adoreerden hem, ook door de katholieke bevolking werd hij geëerd en bemind. Mr Benno J. Stokvis geeft er treffende getuigenissen van in zijn boek '"Nasporingen omtrent Vincent van Gogh in Brabant'".'

Dezer dagen verscheen bij uitgeverij Sun te Nijmegen een weergave in modern Nederlands van het dagboek, dat schepeling Gerrit van der Veer maakte van de overwintering op Nova Zembla (1596-1597), onder de titel 'Om de Noord'. Uit dit dagboek de volgende passages uit begin 1597:

24 januari

'Mooi, helder weer met een westenwind. Ik ben met Jacob van Heemskerck en nog iemand naar het strand gelopen. Hoewel het volgens de berekeningen niet mogelijk was, zag ik als eerste de rand van de zon boven de horizon uitkomen. We haastten ons terug naar het huis om het aan Willem Barentsz te vertellen. Maar als ervaren stuurman wilde hij daar niets van geloven; het zou volgens hem nog zo'n veertien dagen duren voordat we zon zouden zien. Wij hielden voet bij stuk, we wisten zeker dat we de zon hadden gezien.'

25 januari

'De lucht was betrokken en heel donker, de wind west, zodat de mannen begonnen te twijfelen aan onze waarnemingen van de vorige dag. We sloten nog een paar weddenschappen en bleven geduldig wachten of we de zon misschien toch zouden zien. We zagen wel een beer vanuit het z. w. op ons huis aflopen. Sinds de zon wegbleef, hadden we niet één beer meer gezien. We schreeuwden naar hem, en hij liep van ons weg.'

26 januari

'Het was helder weer, maar boven de horizon hingen donkere wolken, zodat we alweer niets van de zon konden ontwaren. De anderen dachten dat we ons de 24ste vergist hadden en lachten ons uit. Maar wij lieten ons niet van de wijs brengen en hielden vol dat we de zon echt hadden gezien, 's Avonds werd de zieke man heel zwak. Hij had een lang, zwaar ziekbed gehad en voelde zich ineens verslechteren. We troostten hem zo goed als we konden met een paar bijbelteksten. Kort na middernacht overleed hij.'

27 januari

'Mooi, helder weer met een z. w. wind. We groeven 's morgens een kuil in de sneeuw vlak bij het huis. Het was zo koud dat we niet lang achter elkaar konden werken. We losten elkaar telkens af en warmden ons intussen bij het vuur. Tenslotte was de kuil zeven voet diep; diep genoeg om de dode man in te begraven. We hielden een soort rouwdienst. We lazen uit de bijbel, zongen psalmen en droegen tenslotte het dode lichaam naar buiten om te begraven. Daarna was het tijd voor het ontbijt. We praatten over de zware sneeuwval en bedachten, dat als het huis helemaal ondergesneeuwd raakte, we altijd nog door de schoorsteen naar buiten konden klimmen. Dat bracht onze schipper op een idee: hij klom in de schoorsteen. Iemand liep snel naar buiten om te zien of Van Heemskerck al bovenop de schoorsteen zat. Toen hij buiten kwam zag hij de zon en riep ons allemaal naar buiten. Wij zagen hem ook, helemaal rond, iets boven de horizon. Niemand twijfelde er meer aan of wij op 24 januari de zon ook hadden gezien. We waren allemaal heel blij en dankten God voor Zijn genade en voor de terugkeer van de heerlijk schijnende zon.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's