De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik zal U verhogen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik zal U verhogen!

5 minuten leestijd

'Ik zal U verhogen, HEERE.' Psalm 30 : 2a

Evenals in de beide vorige meditaties buigen we ons over een stukje uit de woordenschat van het biddende Israël. En opnieuw is het zo'n kenmerkend woord uit de Psalmen: Ik zal U verhogen, HEERE.

Mijn eerste reactie bij dit woord was er een van bevreemding. Het is immers moeilijk voor te stellen dat de Heere, de Almachtige God, het op één of andere manier nodig zou kunnen hebben om door ons 'opgetild' te worden. In de oude theologie werd met grote stelligheid geleerd dat boven God niets groters denkbaar is. God is de Allerhoogste, dus waar slaat dit woord op?

Het kan ons helpen om eerst eens in het Psalmboek na te gaan wat het betekent als een mens verhoogd wordt. Een sprekend voorbeeld vinden we in Psalm 34 : 4, waar hun die 'op de Heere wachten' verhoging beloofd wordt, hetgeen vervolgens inhoudt dat zij de aarde zullen bezitten. Verhoging betekent hier dus zoiets als: op de plek zetten die iemand toekomt. Nu, in dat licht begrijpen we ook wat David in Psalm 30 bedoelt. Het is zijn verlangen, om de Heere in de wereld en in zijn eigen leven de plek te geven die Hem toekomt. En als hij tegen de Heere zegt: ik verhoog U, maakt Hij daarmee ruimte in zijn leven om God op de juiste plek te laten komen. Het is dus een prachtige uitdrukking, waarmee hij de Heere daadwerkelijk de hoogste plek in zijn leven geeft.

De aanleiding voor David ligt in deze Psalm in een concrete uitredding van zijn leven. God had zijn gebed gehoord en zijn vijanden verslagen. En diezelfde concrete aanleiding vinden we in verschillende andere Psalmen: in Psalm 107 : 31, waar zeelieden die op zee bewaard werden opgeroepen worden de Heere te verhogen en verder in Psalm 118 : 28 en Jesaja 25 : 1. Maar soms, in andere Psalmen, ligt de aanleiding niet in de omstandigheden, maar vooral in God Zelf. Een mooi voorbeeld daarvan is Psalm 99 : 5, waar de dichter oproept om God te verhogen omdat Hij heilig is. Niet wat de Heere doet, maar Wie Hij is blijkt hier de drijvende kracht achter de verhoging van God.

Hier zit een diepe les in voor onze gebeden. Ik heb de indruk, dat veel van onze gebeden vooral in de omstandigheden van ons leven en de daden van God hun aanleiding vinden. Dat ligt ook het meest voor de hand, want dat is wat het meest grijpbaar is. Maar de Psalmen laten ons zien wat verdieping van ons gebedsleven zoal kan betekenen. En één van die aspecten is, dat we gaan leren om ons te verheugen en te verbazen over het karakter van God. Maar ook, dat we los van de omstandigheden leren God de plek te geven die Hem toekomt, niet om wat Hij doet maar om Wie Hij is. Als dat in ons leven gebeurt, is er sprake van geestelijke groei.

Tenslotte vragen we ons af: hoe heeft David die 'verhoging' van de Heere nu concreet gestalte gegeven? In de meeste vertalingen van vers 2 wordt met een toekomende tijd vertaald. Daarmee wordt dus een voornemen uitgedrukt. Over de uitvoering van dat voornemen zwijgt de Psalm. In andere Psalmen is het beeld echter helderder. In de reeds genoemde Psalm 107 maar ook in Psalm 34 : 4 wordt duidelijk dat het verhogen van (de Naam van) de Heere voor een Israëliet plaatsvond in de (samenkomst van de) gemeente. Ongetwijfeld gebeurde het ook individueel, maar dé plek was toch wel het huis van God, waar de gemeente tot Gods eer samenkomt. En verder valt op, dat de bidders daar met lijf en leden bij betrokken waren, want in Psalm 99 : 5 en 9 wordt opgeroepen om te buigen voor de Heere. Wie God wil verhogen kan dat blijkbaar niet beter doen dan door zelf door de knieën te gaan. Ik vind het eerlijk gezegd altijd weer jammer, dat onze erediensten het daadwerkelijk knielen voor God niet meer kennen. Waarom zijn we die door en door bijbelse gebedshouding kwijtgeraakt? Ooit maakte ik een interkerkelijke samenkomst mee waar lied 120 uit Opwekking werd gezongen. Dit lied is een bewerking van Psalm 97 : 9. De beginregels van dit lied luiden: Want U, o Heer, bent God, de Allerhoogste. U bent zeer hoog verheven boven elke god'. En het lied eindigt dan met de aanbiddingswoorden: Ik verhoog U!' Iemand uit de evangelische kring ging tijdens het zingen van die regels werkelijk door de knieën. Toen heb ik voor het eerst van mijn leven gezien wat het betekenen kan als je de bovenstaande Psalmregel met lijf en ziel zingt en bidt. Daar wordt je hele bestaan in betrokken. Eerlijk gezegd ben ik wel eens bang, dat veel gemeentezang in onze gemeenten niet meer het kenmerk draagt van deze bijbelse betrokkenheid. Of is dat gezichtsbedrog?

Ik geloof dat de uitdrukking 'ik verhoog U' ons leert dat de ware lofprijzing ons hele bestaan raakt. De Heere is het meer dan, waard, allereerst om Wie Hij is maar ook om wat Hij doet, dat we Hem de hoogste plaats in ons leven geven. Hij is de Allerhoogste! Dat mag blijken uit de woorden die we tot Hem uitspreken, maar ook uit de houding die we voor zijn aangezicht aannemen, thuis en in de gemeente. Maar bovenal mag het wel blijken uit de plek die we de Heere daadwerkelijk geven in ons leven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ik zal U verhogen!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's