De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was'

Ds. H. Koudstaal: 28 november 1929 - 25 januari 1997

6 minuten leestijd

Op 25 januaii 1997 is Hendrik Koudstaal, emeritus-predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk, overleden. Hij werd 68 jaar.

Ds. Koudstaal mocht 33 jaar als dienaar van het Goddelijk Woord zijn ambtelijk werk hier op aarde verrichten. Hij diende de gemeenten Sleeuwijk, Oudshoorn, Ridderkerk en Baarn. Toen ik met mijn gezin in Baarn woonde, was hij onze wijkpredikant. De laatste twee maanden van zijn leven, waren de rollen omgedraaid. Hij was in Huizen komen wonen en nu was ik zijn wijkpredikant.

Ds. Koudstaal was een man zonder pretenties, zonder eigenwaan, geen scherpslijper, maar een man die eenheid en harmonie zocht, die midden in de kerk wilde staan en daarbij de kleine dingen niet groot maakte en de grote dingen niet klein. Een man ook vol humor voor eenieder die hem beter kende. Een man van het Woord. Met dit Woord heeft hij velen tot zegen mogen zijn. De Heere heeft hem gebruikt om het heil verder te brengen, om Zijn genade uit te delen, om Zijn kinderen te voeden en te doen groeien in het geloof.

De Heere heeft hem opgeroepen om zijn dienst op een andere, volmaakte wijze, voort te zetten, nl. de dienst van de ongestoorde lofprijzing rond de troon van het Lam.

'Als een mens geboren wordt', schreef hij in zijn dagboek Witter dan sneeuw, 'en als een mens gaat sterven, worden er deuren gesloten. Daar heeft een buitenstaander niets mee te maken, dat is zo intiem. (...) Wat is het een voorrecht als een mens sterven mag in de stilte, te midden van hen, die hem of haar lief zijn.'

Dit voorrecht heeft hij genoten. Hij is thuis gestorven, in de intimiteit van de kring van zijn vrouw en kinderen. Zijn vrouw, die zoveel voor hem betekende, met wie hij bijna 40 jaren lief en leed heeft gedeeld, die hem de laatste fase van zijn leven zo liefdevol en toegewijd heeft verzorgd. Zijn vrouw en kinderen, en ook kleinkinderen, die hem zoveel liefde en warmte gaven.

Hij is losgemaakt, heengegaan. 'Wie door de Heere losgemaakt is', schreef hij n.a.v. de tekst 'Gij zult mij leiden door Uw raad en daama zult Gij mij in heerlijkheid opnemen', 'en verbonden is met Christus, gaat Zijn raad "uitdienen" en weet het: op Zijn tijd, naar Zijn bedoeling komt er het moment van heengaan. Maar dan wordt het heengaan een gaan aan de Hand des Heeren. Wat een wonder, wat een genade! Dat wandelen met God wordt ondanks alles: reizen met blijdschap. Dan gaan de deuren hier op aarde dicht, maar dan zie ik een poort wijd open staan, waardoor het Licht komt stromen...'

Hij is door die wijd-open poort naar binnen gegaan.

Dat het hierbij niet om vanzelfsprekende dingen gaat, heb ik hemzelf vaak horen zeggen in de tijd dat ik in Baarn onder zijn prediking zat. Altijd kwam in zijn prediking uit: het is genade als wij mogen geloven, het is een wonder als wij Christus mogen kennen in Zijn werk als Borg en Middelaar.

Dat het allemaal niet vanzelfsprekend is, komt ook uit in de tekst die hij zelf koos voor de rouwdienst: 'De zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was'. Heeft hij hierin niet uitgesproken, hoezeer hij zich herkende in het leven van Jakob?

Net als Jakob heeft hij moeten leren om een zwak, afhankelijk en hulpbehoevend mens te zijn. Net als Jakob bleef hij alleen met God. Met Hem moest hij klaar komen. Vooral de laatste jaren van zijn leven heeft hij het moeilijk gehad. Hij was een kwetsbaar mens geworden, een kasplantje. De Heere worstelde met hem, totdat de dageraad opging. Worstelen, dat is iets van de nacht. Dat is ook de nacht van de twijfel. Voor hem ook de nacht van de ambtelijke twijfel: 'Heb ik het wel goed gedaan? ' Hij was zich bewust van zijn tekorten. De Heere heeft hem beproefd - die nacht was voor hem ook een nacht van beproeving. Maar ook in de beproeving heeft Hij hem gezegend.

De Heere worstelde met hem om Zijn doel met hem te bereiken, om hem klaar te maken, om hem te vormen, om hem te sterken, om hem te troosten. En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was. Pniël: het aangezicht van God. Voor het aangezicht van God gaat de zon op. Het aangezicht van God: de Heere Jezus Christus. De zon: de Zon der gerechtigheid.

Jakob, Hendrik Koudstaal... machtelozen in zichzelf. En toch overwinnaars. Overwinnaar zijn. 'Wij zijn meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.' De God van Jakob, de God van Hendrik Koudstaal. 'Dat is', zo schreef hij in zijn dagboek, 'de God die nabij is en helpt, niet een god, die veraf staat toe te kijken. (...) De God van Jakob is de God die wonderen doet. Hij wil nog bij ons zijn en met ons zijn. Is dat geen groot wonder! Dat wil dus zeggen, dat Hij de God is, die met bedriegers op pad gaat. Wat een wonderlijke combinatie is het: God en Jakob. De Heilige en de zondaar. De Heere en ik. Hoe kan het! En toch zoekt Hij nog zondaren. En toch wordt het ons vandaag nog gezegd: Welgelukzalig de mens, die die God tot zijn hulp heeft. Want die God is de Vader van Jezus Christus, de Redder van zondaren.'

'De zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was.' In deze woorden horen wij een belijdenis, een geloofsgetuigenis. Wij horen daarin: 'De Heere heeft mij boven de twijfel uitgetild'. Hij heeft de woorden van het Woord gebmikt om dit uit te spreken. De dageraad is voor hem aangebroken. De zon is opgegaan, de naicht is voor hem voorbij.

Voor hem is nu in vervulling gegaan wat hij anderen heeft mogen .voorhouden en waar hij zelf van heeft leren leven: de rijke beloften van God, die in Christus 'ja' en door Hem 'amen' zijn. Wij dragen zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen op aan Hem, Die Zijn belofte van zorg en troost ook aan hen heeft toegezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's