Boekbespreking
Matthew d'Ancona en Carsten Peter Thiede, Ooggetuige van Jezus. Nieuw licht op het ontstaan van het christendom door de ontdekking van papyrusfragmenten, uitgave Callenbach, Nijkerk, 1996, 254 blz., ƒ 39, 90.
In dit boek doen een journalist en een papyroloog verslag van de nieuwe datering van de zgn. Magdalen-papyrus, die in het begin van deze eeuw door Reverend Charles Bousfield Huleatt geschonken was aan het Magdalen-college. De papyrusfragmenten bevatten enkele zinsdelen uit Mattheüs 26. Doorgaans werden zij gedateerd tegen het einde van de tweede eeuw. Thiede meent te kunnen aantonen dat de fragmenten uit de jaren 60 dateren en dat op grond daarvan bewezen is dat het eerste evangelie reeds rond 70 na Chr. geschreven zou zijn. Voor de bewijsvoering is onder meer gebruik gemaakt van handschriften uit Qumran. Heeft hij gelijk? Wie geen deskundige op dit terrein is zal moeilijk kunnen nagaan of de argumentatie steekhoudend is. Ondergetekende acht zich daartoe dan ook niet in staat. Wel heb ik me al lezend afgevraagd of zo'n miniem stukje tekst zulke verstrekkende conslusies toelaat. In een vakblad heeft Thiede zich veel voorzichtiger uitgelaten over de datering van de Magdalen-papyrus.
Valt er op dit punt wel zoveel te bewijzen? Blijven we in de verschillende visies toch niet vaak zitten met hypothesen?
Goede redenen om een bepaalde datering aan te nemen is nog wat anders dan een onomstotelijk bewijs. Dat vraagt om wetenschappelijke bescheidenheid.
De auteurs leggen grote nadruk op het gebruik van afkortingen voor heilige namen in deze papyrus als een bewijs dat het God-zijn van Jezus al vroeg door christenen beleden is. Maar daar hebben we toch deze fragmenten niet voor nodig. Reeds de oudste brief van Paulus (ongeveer 48) spreekt over Jezus als de Zoon van God en als de Heere.
Dat de in wetenschappelijke kringen doorgaans gehuldigde kritische visie op het ontstaan van de evangeliën allerminst vaststaat is waar. Thiede en d'Ancona zijn niet de enigen die pleiten voor een vroegere datering. Hun pleidooi voor een serieus nemen wat door evangelicale wetenschappers naar voren gebracht wordt deel ik ten volle. Hun verzet tegen de vooroordelen van kiitische geleerden is eveneens op zijn plaats. Maar dat moet dan wel met respect gebeuren. De toon waarop over nieuwtestamentici gesproken wordt is niet sympathiek en mijns inziens niet dienstig voor de dialoog onder de vakgenoten.
Moeten we de zelfverzekerde en parmantige toon van het boek op rekening van de journalist schuiven die er een vlot leesbaar verhaal van wilde maken? In dat opzicht is hij stellig geslaagd. Het boek laat zich vlot lezen. De beschrijving van het leven van Charles Huleatt is boeiend. En ook krijgen we waardevolle informatie over de antieke schrijfcultuur.
Inzake de liefde voor het getuigeriis van de Schrift als betrouwbare boodschap weet ik me met de auteurs verbonden.
Maar wie teveel wil bewijzen - en dat dan bovendien ook nog verpakt in een dergelijk suggestief betoog - loopt gevaar zijn hand te overspelen en niet meer gehoord te worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's