De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Laat hier geen mens tussenkomen'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Laat hier geen mens tussenkomen'

10 minuten leestijd

Nadat we eerder in deze kolommen een samenvattinghebben gegeven van de lezing, die dr; J. van Beelen hield op de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond op 9 januari 1.1. ('Doet dit. Opdracht voor wie?'), laten we bijgaand ook de tekst volgen van het co-referaat, dat dr. W. de Greef bij deze lezing hield. Red.

Om te beginnen een woord van dank aan het hoofdbestuur voor de uitnodiging om een co-referaat te houden. De mij toegemeten tijd is niet meer dan twintig minuten. Ik moet me dus beperken. Dat is niet gemakkelijk, want Van Beelen stelt een belangrijke zaak aan de orde. Dat wist u natuurlijk al wel. Als u er niet toe kwam om zijn dissertatie te lezen, zult u zeker aandacht geschonken hebben aan de artikelen die vorig jaar september in Theologia Reformata stonden. Van Beelen zelf was één van de schrijvers. Hij mocht reageren op wat anderen in verband met zijn dissertatie naar voren gebracht hadden. En nu worden we opnieuw betrokken bij de zaak die hij aan de orde gesteld heeft. Sommigen denken wellicht: is dat nu zo nodig? Wat Van Beelen in zijn dissertatie naar voren gebracht heeft, wijkt immers af van het normale gedachtepatroon. 'Het leek allemaal zo duidelijk', aldus het opschrift boven het inleidende artikel van collega De Leede in Theologia Reformata. Maar - aldus De Leede - Van Beelen zet een groot vraagteken bij onze vanzelfsprekendheden.

Zeker, wij kunnen naast ons neerleggen wat afwijkt van het bekende patroon. Maar wat schieten we daar mee op? Een afwijkende gedachtegang moet ons juist scherpen tot een nieuw nadenken over dingen die we misschien al te vanzelfsprekend vonden.

Ambtsdragers

De zaak die Van Beelen aan de orde stelt, gaat ons zonder meer aan. In de eerste plaats omdat we ambtsdragers zijn. Wat is de taak die we als predikanten hebben in verband met de viering van het heilig avondmaal? Of hebben we helemaal geen taak? In de tweede plaats: wat Van Beelen aan de orde stelt, heeft ook met de avondmaalsviering zelf te maken. Wat doen we precies als we avondmaal vieren? Vragen zijn het waarover we niet genoeg na kunnen denken. Dat houdt de zaak levend. En dat betreft dan niet alleen ons eigen functioneren. Het heeft uiteindelijk alles te maken met de relatie die er is tussen Jezus Christus en zijn gemeente.

In zijn referaat richt Van Beelen zich op 'het probleem van de bediening'. Het is een aspect van zijn onderzoek naar de relatie tussen avondmaal en ambt. Zie zijn dissertatie. Ik concludeer dat Van Beelen de relatie tussen avondmaal en ambt oplost door te stellen dat de avondmaalsviering een zaak is van de gemeente. Ambtsdragers zijn niet nodig om de viering tot een echte viering te maken. We hoorden dat al direct aan het begin van het referaat. Weliswaar in de vorm van een vraag: is de predikant zó vertegenwoordiger van Christus in de gemeente, dat als hij er niet is, Christus niet tegenwoordig kan zijn in het avondmaal? Maar het antwoord ligt erin opgesloten: de viering van het avondmaal moet door kunnen gaan als de predikant plotseling door ziekte verhinderd is. De avondmaalsviering is immers een zaak van de gemeente. De predikant functioneert bij de avondmaalsviering niet als een middelaar tussen Christus en de gemeente. De gemeente mag daarom ook wat de viering van het heilig avondmaal betreft niet afhankelijk zijn van de dienstdoende predikant. Het avondmaal wordt niet bediend. Het wordt gevierd.

Aan het slot van zijn referaat zegt Van Beelen klaar en duidelijk ten aanzien van de avondmaalsviering: laat hier - in de viering, dus in de relatie van Christus en zijn gemeente - geen mens tussenkomen. Dat laatste spreekt me wat de eigenlijke viering betreft aan. En ik denk dat dit menige predikant geldt.

Dienaren

'Laat hier geen mens tussen komen'. Het doet me denken aan Johannes de Doper die klaar en duidelijk zei dat hij de Christus niet was. Hij was slechts voor de Christus uitgezonden. En dan volgt dat treffende beeldende spreken: 'Die de bruid heeft is de bruidegom: maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom.' In de viering van het heilig avondmaal valt het accent op de gemeenschap tussen Christus en zijn gemeente. Daar moet inderdaad geen mens tussenkomen. Maar daar is toch geen sprake van als we als predikanten de avondmaalsviering.leiden? We zijn sinds de Reformatie geen priesters meer. We zijn dienaren. Van Beelen verwijst daar ook naar in het slot van zijn referaat met de woorden: 'Tenslotte: weet u zeker, dat u het avondmaal bedient? Als u de instellingswoorden uitspreekt, bedient u dan het heilig avondmaal? ' Vervolgens stelt Van Beelen klaar en duidelijk: 'En als u niet aan eenieder persoonlijk brood en beker geeft, is er nog maar weinig van de bediening over.'

En dat is ook zo. We zijn geen priesters. We zijn dienaren. Maar desondanks blijft de vraag bestaan: wat is onze taak in verband met de avondmaalsviering? Daar zegt Van Beelen verder niets over, terwijl toch duidelijk is hoe hij daarover denkt. Het is helemaal niet nodig dat een predikant de avondmaalsviering leidt. Dat kan even zo goed, of misschien nog beter, een ander doen. Aldus zijn eigen dissertatie.

Schriftberoep

Van Beelen meent zich op het N.T. te kunnen beroepen als hij een radicale scheiding aanbrengt tussen avondmaal en ambt. Alle accent valt in het N.T. op de gemeente. Zij viert het heilig avondmaal. De woorden: doet dit tot mijn gedachtenis slaan op de gemeente en houden geen opdracht in aan ambtsdragers om'het heilig avondmaal te bedienen.

We kunnen lang en breed over teksten praten. Het probleem daarbij is dat wij van een bepaalde vraagstelling uitgaan: hoe zit het met de relatie tussen avondmaal en ambt? Die vraagstelling speelt in het N.T. geen enkele rol. Toen de voorganger (zal ik maar zeggen) in de tweede eeuw na Christus priester werd, kreeg het ambt gewicht in verband met de sacramenten.

Als we precies willen weten wat onze eigen taak als predikanten in verband met de avondmaalsviering is, worden we niet veel wijzer als we naar het N.T. luisteren. In zijn dissertatie concludeert Van Beelen aan het slot van hoofdstuk 4 (het exegetische gedeelte) ten aanzien van de vragen:1) wie gaat voor bij de viering van het avondmaal? 2) wie nemen deel aan het avondmaal? Zijn er ook die niet kunnen of durven deelnemen? Onze vraagstelling komt in N.T. niet voor. (200)

En één van zijn conclusies in hoofdstuk 5 (de systematische doordenking) is: 'Het avondmaal wordt door de gemeente gevierd. De gemeenteleden handelen samen als één lichaam, al dan niet onder leiding van één van hen. De ambtsdragers hebben in de viering geen specifieke taak. Niemand bedient het avondmaal.' (222)

Regels

Vervolgens geeft Van Beelen in hoofdstuk 6 een aantal kerkrechtelijke regels. Regel 5 luidt: 'Degene die leiding heeft bij de maaltijd, zorgt ervoor dat het bijzondere van deze maaltijd naar voren komt doordat de inzettingswoorden worden uitgesproken.' (225) Hoe reageren we op het betoog dat Van Beelen in zijn dissertatie en in het referaat van vanmorgen voert? Het heeft naar mijn mening weinig zin ons in een discussie te richten op de vraag of predikanten nu wel of niet de avondmaalsviering moeten leiden. In die discussie zal namelijk, zonder dat we ons dat wellicht bewust zijn, onze visie op het avondmaal zelf een belangrijke rol spelen. Wat is avondmaal vieren eigenlijk? Het valt me op dat Van Beelen alles zet op de kaart van de verkondiging. De viering van het avondmaal is, anders dan de prediking, geen verkondiging aan de gemeente. Daarom moet ook niet over bediening gesproken worden. De viering is een verkondiging door de gemeente. (206) 'Zij verkondigt aan de wereld dat de Zaligmaker gekomen is' (207) Maar is dit nu werkelijk de betekenis van de avondmaalsviering dat de gemeente verkondigt wie Jezus Christus voor haar is? Het lijkt me een overaccentuering van een op zichzelf genomen belangrijk element. Paulus heeft het in 1 Cor. 11 wel over het verkondigen van de dood van Christus, maar dat heeft alles met de context te maken. De wijze waarop in de gemeente in Corinthe het avondmaal gevierd werd, was een onwaardige zaak geworden. Een aanfluiting voor de naam van Christus en zijn gemeente. Paulus wil dat het avondmaal zo gevierd wordt zoals Christus het bedoelt, zodat we in de viering een waardig getuigenis geven van wat de dood van Christus voor ons betekent.

Elkaar nodig

Als we het heilig avondmaal vieren, gebeurt er meer dan dat we daarin de dood van Christus verkondigen. We hoeven maar te luisteren naar onze eigen reformatorische traditie en we merken dat er verscheidene kanten aan de betekenis van de avondmaalsviering zitten. Natuurlijk mag de traditie, ook de eigen reformatorische traditie, niet bepalend zijn voor onze opvattingen. Maar wij zijn vandaag de dag niet de eersten die naar de bijbel luisteren. Calvijn zegt dat we als uitleggers van de bijbel elkaar nodig hebben om elkaar aan te vullen want niemand weet alles alleen. Zo worden we bewaaid voor zelfoverschatting. Luisteren naar de traditie is belangrijk, omdat we in ons enthousiasme of wat dan ook over het hoofd kunnen zien wat anderen voor ons gezien hebben.

Het valt mij al luisterend naar de Reformatoren op, dat zij wat de avondmaalsviering betreft niet alles zetten op de kaart van de verkondiging. Het is waar, Zwingli deed dat aanvankelijk wel. Maar hij is'er later van terug gekomen en gaf toen volop ruimte aan het element van de versterking van ons geloof. Als Calvijn het in de Institutie over de betekenis van het avondmaal heeft, neemt de gedachte dat we in de viering van het avondmaal versterkt worden in het geloof de eerste plaats in. Vervolgens noemt hij het aspect van de belijdenis. Het derde element is dat de viering ons aanspoort tot onze plicht om christenen te zijn.

Hebben de Reformatoren zich vergist toen ze het element van de versterking van ons geloof op de eerste plaats zetten? Dat ze dat deden heeft stellig te maken met het feit dat ze de sacramenten nauw verbonden wilden houden met het Woord. Calvijn spreekt over de sacramenten als aanhangsels van het Woord. Dat betekende beslist niet dat hij het avondmaal als een bijkomende zaak beschouwde. Hij was er voor dat het avondmaal elke kerkdienst gevierd werd.

De Reformatoren hadden naar mijn idee sterk oog voor het element van de gemeenschap in de avondmaalsviering. Het brood is de gemeenschap met het lichaam van Christus. En de beker der dankzegging waarover we de dankzegging uitspreken is de gemeenschap met het bloed van Christjis (zie 1 Cor. 10). In de avondmaalsviering biedt Christus zichzelf met al zijn goederen aan ons aan en wij nemen hem door het geloof aan. Zo vieren we de gemeenschap. Het avondmaal is een feest. Het feest van de gemeenschap.

Het is naar mijn mening een versmalling van de betekenis van het avondmaal als we alles zetten op de kaart van de verkondiging. We hebben het dan alleen maar over wat wij doen. Zeker, in dat verband kunnen we nog zeggen dat Christus de Gastheer is die het ons door zijn Geest geeft, dat we de betekenis van zijn dood verkondigen kunnen. Maar zo doen we Christus naar mijn mening niet voldoende recht. Hij geeft zichzelf in de viering. Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doet dit tot mijn gedachtenis. ... Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt (zie Lucas 22 : 19 en 20; vgl. 1 Cor. 11 : 24 en 25). In de avondmaalsviering geeft Christus zichzelf aan ons. En wij geven ons aan Hem. En zo vieren we de gemeenschap. Dat houdt ook in dat we de betekenis van de dood van Christus verkondigen en dat we een krachtige aansporing ontvangen om christenen te zijn.

Ten slotte: Het lijkt me belangrijk dat het avondmaal in een kerkdienst gevierd wordt na de dienst van het Woord. Dat de predikant de leiding van de avondmaalsviering heeft en de inzettingswoorden spreekt, is verre van vreemd, maar noodzakelijk is het niet; tenminste niet noodzakelijk in die zin dat als hij dat niet doet er van een echte avondmaalsviering geen sprake meer is.

Ik dank u voor uw aandacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Laat hier geen mens tussenkomen'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's