De verkondiging van het Woord (1)
Van de eindredacteur van ons blad kreeg ik het verzoek om een aantal artikelen te wijden aan de verkondiging.
Het moet gezegd worden dat dit onderwerp zeer omvangrijk is. Te omvangrijk voor één vijf-of zestal artikelen.
Om die reden heb ik mij een beperking moeten opleggen. Na een inleiding hoop ik het profetisch, het priesterlijk en het koninklijk aspect in de verkondiging aan de orde te stellen.
Hoezeer ik mij bewust ben, dat er over deze drie aspecten óók wetenschappelijk het een en ander te zeggen zou zijn, zal ik mij toch niet op dat vlak begeven. Op een pastoraal-meditatieve manier hoop ik iets van de aspecten in de prediking aan het papier toe te vertrouwen. Kortom: wetenschappelijke pretenties hebben deze artikelen niet. Wie toch iets meer daarover zou willen lezen, verwijs ik naar 'Op de hoogte van de heilsfeiten' (Uitg. Kok-Kampen, eindredactie ir. J. van der Graaf) of naar het boek van de hand van dr. H. Jonker 'En toch preken' (Uitg. Callenbach-Nijkerk, 1973).
Preken
Het preken komt voor een dominee iedere week weer terug. Elke zondag wordt van hem verwacht dat hij de kansel beklimt en de woorden Gods aan de gemeente doorgeeft.
Van de prediking kan men zeggen dat zij behoort tot de meest centrale dienst van de kerk. Het is moeilijk in te denken dat op zondag het Evangelie niet verkondigd zou worden.
In de beroepsbrief van een predikant staat de verkondiging trouwens als eerste aangegeven. Hoewel het pastoraat, de catechese en het apostolaat volstrekt niet verwaarloosd mogen worden, staan zij toch in de beroepsbrief na de prediking.
Men kan zeggen dat vanuit de prediking alle andere werksoorten worden verricht. De verkondiging neemt een zeer grote plaats in! Doorgaans wordt een dominee ook op de prediking beoordeeld. Hij kan nog zo'n uitstekend pastor zijn of een voortreffelijk catecheet, maar bij het doorgaan van een beroep geeft de preek mees tentijds de doorslag. Of dit altijd terecht is, is nog maar een vraag. Zelf ben ik van mening dat ook de andere werksoorten zoals pastoraat, catechese enz. van uitermate groot belang zijn.
Wie - om een voorbeeld te geven - het pastoraat verwaarloost, zal bemerken dat de prediking niet die plaats inneemt bij de gemeente zoals het behoort.
Het is waar: wij moeten nuchter zijn. Een dominee is geen schaap met vijf poten. Hij kan niet alles even goed. Evenals ieder ander is hij een mens met beperkingen.
Dat is ook weer niet zo erg als er dan maar gewoekerd wordt met de gaven die men heeft. En wat heel belangrijk is: het één moet niet ten koste gaan van het ander. Als ik dit laatste neerschrijf blijf ik bij mijn stelling dat preken de meest centrale dienst is van de kerk. Voor deze centrale dienst mag een predikant zich inzetten. Hij moet en hij mag daarin zelfs behoorlijk veel tijd investeren. Die tijd moet hem ook gegeven worden.
Van een preek mag men immers zeggen dat die eeuwigheidswaarde heeft. In dit verband denk ik aan wat G. Boer eens op een vergadering van studenten zei. Hij sprak op die vergadering over 'De eeuwigheidswaarde van een preek'. Hij zei onder andere: 'Wanneer een gemeentelid een preek heeft gehoord en hij sterft korte tijd daarna, moet de Heere Zijn Goddelijk amen kunnen laten horen op die preek. Hetzij tot iemands eeuwig behoud hetzij tot iemands eeuwige verdoemenis'.
Het zal duidelijk zijn dat als dit afhangt van een preek, de verkondiging een gedegen voorbereiding vraagt en het niet verkeerd is als er veel tijd wordt geïnvesteerd in de preek.
Preek en gemeente
Hoe komt het dat er een gemeente is? Het antwoord is niet zo moeilijk. De Heere Zelf heeft ervoor gezorgd dat er een gemeente is!
Toch moeten wij niet denken dat de Heere de gemeente 'zomaar' heeft gevormd. Zij is ontstaan dankzij de preek.
Het is bepaald niet overtrokken als ik stel dat er volstrekt geen gemeente zou zijn als er geen verkondiging van het Woord was. Zonder prediking is er geen gemeente.
Daarom moet er iedere zondag prediking zijn. De gemeente blijft alleen bestaan als zij voortdurend naar de prediking blijft luisteren.
Steeds opnieuw moet het ons vanuit het Evangelie bijgebracht worden dat er een God is die ons zoekt. Ook moet het ons steeds verteld worden dat de Heere gelijkt op die vader uit de gelijkenis (Lukas 15). De vader in de gelijkenis staat met innerlijke barmhartigheid op zijn zoon te wachten. Zo staat God de Vader eveneens uit te kijken naar verloren zonen en dochters.
Een gemeente ontstaat en blijft bestaan dankzij de prediking. Het gemeente-zijn houdt op als er geen prediking meer is. Luther houdt ons voor: 'Waar de plasregens van het Evangelie niet meer vallen, waar zelfs geen enkele druppel meer valt, daar verdwijnt langzaam maar zeker de kerk d.i. de gemeente'.
Hier en daar is dit in ons land op te merken. Er is geen gemeente meer, omdat er geen prediking meer is.
Hoewel prediking en gemeente onderscheiden moeten worden, hangen zij toch heel nauw met elkaar samen.
Preek en prediking
Het is goed om een onderscheid aan te brengen in preek en prediking. Van de preek zegt Van Dale (een woordenboek) dat zij een rede is die op de kansel wordt gehouden voor een vergaderde gemeente. Deze rede heeft de godsdienstige intentie (bedoeling) om te vermanen, te onderwijzen en te vertroosten.
Wanneer wij echter over de prediking spreken denken wij aan een veel dynamischer zaak. Het woord 'dynamisch' heeft onder andere met kracht en beweeglijkheid te maken. De prediking heeft kracht in zich. Bovendien doet zij iets. Zij richt zich tot het hart van een jongere of oudere. Het woord 'prediking' wordt door de al eerder genoemde Van Dale omschreven als : 'de verkondiging van Goddelijke waarheden'.
Zoals Van Dale spreken wij doorgaans niet. In de kerk spreken wij heel eenvoudig en zeggen: prediking is de verkondiging van Gods Woord.
Welnu, die verkondiging behoort er iedere zondag te zijn. Hierbij maak ik de aantekening dat het een wonder van God is, dat op zovele plaatsen in ons land die verkondiging er nog is. Ook moet men er niet gering over denken dat er op zondag zich nog altijd meer mensen onder de verkondiging van het Woord scharen dan dat er naar de voetbalvelden gaan.
Kennelijk werkt de Heere nog altijd onder ons. Dat mag met dankbaarheid erkend worden, hoewel ik daarbij niet uit het oog verlies dat er miljoenen zijn in ons land die op zondag niet (meer) onder het Woord worden aangetroffen.
Drie gestalten
Men moet naar mijn mening voorzichtig omgaan met wat Karl Barth in zijn geschriften heeft nagelaten. Van. sommige zienswijzen kan men bepaald niet zeggen dat zij gereformeerd zijn. Toch is het niet zo dat wij niets van hem zouden kunnen leren. Ik denk zo aan zijn opmerking dat de genade niet goedkoop is. Nu, dat is zij bepaald niet. Gods eigen Zoon heeft Zijn leven moeten geven om genade te verwerven. Genade heeft bloed gekost. Het bloed van het Lam. Denk erom dat dit bloed kostbaar d.i. dierbaar is.
Ook denk ik aan deze opmerking dat de genade senkrecht von oben komt. Dat wil in gewoon Nederlands zeggen dat de genade loodrecht van boven komt. Helemaal niets van ons komt erbij. Genade wordt aan goddelozen geschonken... om niet. Zij is door niets of niemand te verdienen.
Terecht legt Barth sterke nadruk op het genadekarakter van het heil. In een tijd waarin er meer aandacht is voor ervaring in plaats van openbaring mag dit wel goed ter harte genomen worden.
De ervaring - zo men wil: de bevinding - komt op uit de openbaring. Let wel: Godservaring is niet los verkrijgbaar. De openbaring, het Woord Gods, ligt daaraan altijd ten grondslag.
Ervaring of bevinding zonder openbaring heeft meer met het gevoel te maken dan met de gezonde bevindelijkheid die uit het Woord opkomt.
Maar er is nog iets wat wij van Barth kunnen leren. Hij spreekt onder andere over de drie gestalten van het Woord Gods. Als eerste spreekt hij over het vleesgeworden Woord (Jezus Christus), vervolgens over het Schriftgeworden Woord (Genesis 1 tot en met Openbaring 22) en tenslotte over het gepredikte Woord van God.
Deze drie gestalten zijn op elkaar betrokken. Het gepredikte Woord op het Schriftgeworden Woord en die beide weer op het vleesgeworden Woord.
Wat houdt nu de verkondiging van de Schriften in? De verkondiging van de Schriften wil zeggen dat de gemeente het Woord van God hoort. De Heere spreekt Zelf tot haar. Over dit laatste is Calvijn zich tot op het laatst van Zijn leven blijven verwonderen dat de Heere door de verkondiging van Zijn Woord spreekt en dat Hij daarbij gebruik maakt van 'mannetjes uit het stof verrezen'.
Dat bij het horen van de verkondiging van het Woord van God een bepaalde attitude van de gemeente belangrijk is, zal wel niet verder uitgewerkt behoeven te worden. Deze attitude heeft zij niet van zichzelf (de gemeente heeft niets van zichzelf) maar van de Heilige Geest.
Het Woord van de verkondiging omvat de gehele Schrift. Daarmee zeg ik vanzelfsprekend niet dat in één preek alles gezegd móet worden wat in de Schrift staat. Dat is ten enenmale onmogelijk.
Ik bedoel veeleer te zeggen dat men in de prediking geen stukken laat liggen die voor het geloofsleven en met name voor de groei daarvan belangrijk zijn.
Van harte onderstreep ik dat in de prediking in allerlei varianten de rechtvaardiging van de goddeloze om niet aan de orde wordt gesteld. Maar er is meer! De heiliging van het leven is een niet minder groot stuk dan de rechtvaardiging van de goddeloze. Ook de gerechtigheidsvragen mogen in de verkondiging aandacht hebben, omdat dat zij met name bij de profeten een grote plaats innemen. Ook wordt ons in de Schrift zorg voor de schepping geleerd. Het 'tota scriptura' (geheel de Schrift) omvat zoveel dat een enkel leven te kort is om dat duidelijk te verklaren en toe te passen.
Reformatie
Terecht heeft Barth ons gewezen op de drie gestalten van het Woord. Het was echter niet iets nieuws. Wat de reformatie ons dienaangaande heeft geleerd, heeft hij weer in herinnering geroepen. Hij weliswaar met een sterkere concentratie op het vleesgeworden Woord dan in de reformatie is gebeurd. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's