Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?
'Mijn God, mijn God! Waarom hebt Gij mij verlaten? ' Psalm 22 : 2a
Er is in deze Psalm iets onvoorstelbaars aan de hand. God, de God van Israël, lijkt iets te doen wat absoluut niet bij Hem past: Hij heeft een mens, die op Zijn Naam vertrouwde, verlaten. Hij heeft David, een Israëliet, die zich vastgreep aan de oude beloften voor het nageslacht van Abraham, in de steek gelaten. De Heere, de God van Israël, had Jakob in de droom een rijke belofte gedaan: En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal, waarheen gij trekken zult, en Ik zal u wederbrengen in dit land; want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik zal gedaan hebben, hetgeen Ik tot u gesproken heb' (Gen. 28 : 15). En David leefde, als een getrouw Israëliet, met deze belofte, die hij ook op zichzelf toepaste. En nu, op een cruciaal moment in zijn leven, gebeurt het onvoorstelbare: God heeft hem verlaten.
Wat nu? Rustig afwachten? Berusten! Nee! David spreekt uit wat in zijn hart leeft. Eerlijk en direct. Zoals een vriend met een vriend spreekt (Ex. 32 : 11). En hij yraagt: waarom? Waarom hebt U me in de steek gelaten? Zo ken Ik u niet! Uw daden spreken tegen wat U beloofd hebt.
Ik vind het heerlijk dat dit woord in de Bijbel staat. Telkens opnieuw ontmoet ik mensen, die bang zijn dat zij opstandig worden. Ze zeggen bijvoorbeeld: je moet niet vragen 'waarom' maar 'waartoe'? Maar David vraagt niet 'waartoe'? Nee, hij stort zijn hart uit. Hier wordt geworsteld met een door en door betrouwbare God. En daar worden gelovigen van alle tijden toe aangespoord. Want wie eerlijk wordt voor God, ook in zijn waaroms, zal merken dat hij of zij God niet verliest maar juist vindt.
In dat kleine woordje 'waarom' klinkt niet alleen wanhoop, maar vooral een toon van ongeloof door: Dit kan, in het licht van zoveel beloften, toch niet waar zijn?
Daarom is het zo treffend, dat David zijn waaromvraag begint met de aanspraak 'mijn God''. De God tot wie hij zijn vragen richt is geen verre, verheven en onbegrijpelijke God. Nee, het is zijn God. Dat wil zeggen: de God van Israël, de God op wie zijn vaderen vertrouwd hebben (vers 5) en die ook hij tot zijn God heeft gemaakt. Waarom? Omdat die God begonnen was om het volk waaruit hij voortkwam tot Zijn volk te maken. Als David dus zegt 'mijn God', dan roept hij geen God aan die hij naar zijn eigen beeld geschapen heeft, maar de God van Israël. De God Die Zich in woord en daad heeft laten kennen.
Als vanzelf schoot me het thema van de aanstaande boekenweek in gedachten. Dat thema luidt 'Mijn God'. Wie de voorpublicaties wat heeft gevolgd zal hebben bemerkt, dat dit thema voor allerlei mensen ruimte biedt om hun persoonlijk gekleurde gevoelens over god en religie te uiten. Ik schrijf het woord god met opzet met een kleine letter, want in wat tot nu toe in de pers verscheen klonk weinig door van de belijdenis van de God van Israël, Die de God en Vader van Jezus Christus is.
David bidt tot 'zijn God'. De God van zijn vaderen. De ware God. Hij doet dat op een cruciaal moment en wijst latere geslachten de weg om op andere cruciale momenten van kennelijke Godverlatenheid eerlijk te worstelen met God. Velen zullen uit Psalm de moed hebben geput om ook hun eigen waaroms tot God uit te schreeuwen. Maar hoe cruciaal de Godverlatenheid van ons mensen ook zijn kan, crucialer dan dat ene moment in het leven van de grote Zoon van David kunnen ze nooit zijn. Want als Jezus aan het kruis hangt daalt een diepe duisternis over Hem neer. Er gebeurt iets onvoorstelbaars: Christus, de ware Zoon van God, die voor Zijn Vader door het vuur gaat, wordt door Hem verlaten. En ook in Zijn hart komt de waaromvraag op. Waarom hebt Gij Mij verlaten? En we zien, dat onze Heiland doet, wat ons in deze vier meditaties over de Psalmen heeft beziggehouden: Hij put voor Zijn gebed uit de woordenschat van de Psalmen. Daarmee doet Hij, wat Hij als zoon van Israël leerde van zijn vader(en). Daarmee geeft Hij onderwijs aan ons, om op alle denkbare momenten van ons leven te leren putten uit de woordenschat van de Psalmen. En bovendien bidt Hij daarmee niet alleen voor Zichzelf, maar voor Zijn hele volk. In Zijn waaromvraag worden alle waaroms van ons mensen opgenomen en voor Gods troon gebracht.
En daarmee is er iets fundamenteels veranderd met onze waaromvragen. Als wij geloven in de Heere Jezus kunnen ook wij cruciale momenten van Godverlatenheid meemaken. Momenten dat het kan lijken, dat God ons totaal in de steek heeft gelaten. Maar sinds dat cruciale moment op Golgotha kan dat eenvoudig niet meer waar zijn. Want daar, in die uiterste Godverlatenheid werd die van mij opgenomen door mijn Borg en Middelaar.
En daarom kan ik niet beter eindigen, dan met die prachtige zin uit ons avondmaalsformulier. Daar lezen we over Christus, die aan het kruis geroepen heeft: 'Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? ' Waarom deed Hij dat? Opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten worden.
Soms is er nog steeds reden de woorden uit Psalm 22 te bidden. Maar wie ze bidt in de gemeenschap van Christus weet het zeker: De God Die me nu even verlaten lijkt te hebben zal omwille van Christus voor eeuwig 'mijn God' zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's