Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen een 'Oproep tot gemeenschappelijk schuldbelijden: Wij hebben gezondigd Nederland, kom tot inkeer! (uitgave Evangelisch Reformatorisch Ontwaken). Uit dit geschrift het volgende over de kerkelijke verdeeldheid:
'(...) voortgaande versplintering, die voornamelijk voortkwam uit de zucht om over anderen te heersen (1 Petr 5 : 3), heeft zich ook in andere kerken en geloofsgemeenschappen telkens weer voorgedaan. En dat ofschoon men heel goed de bede van Christus kende: Opdat zij allen één zijn gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U" (Joh. 17:21).
Als wij denken dat ons onrecht is aangedaan, laten wij dan de houding kiezen van onze Heiland. Hij kon Zijn zaak overgeven aan Hem. Die rechtvaardig oordeelt (1 Petr. 2 : 23). En laten we vrede houden met alle mensen en het kwade overwinnen met het goede (Rom. 12:18-21).
Die houding wordt van ons al gevraagd ten opzichte van onze vijanden. Hoeveel te meer ten opzichte van hen die Christus belijden.
Daarom willen wij niet twisten over de vraag wie van ons de meeste schuld heeft aan die kerkscheuringen, maar wij verootmoedigen ons eenvoudig als hervormden tegenover de afgescheidenen en om gekeerd, als synodaal gereformeerden tegenover de vrijgemaakte gereformeerden en omgekeerd, als vrijgemaakte gereformeerden tegenover de Nederlands gereformeerden en omgekeerd, als leden van de Gereformeerde Gemeenten tegenover de leden van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en omgekeerd, als Gesloten Broeders van de Vergadering van Gelovigen tegenover de Open Broeders en omgekeerd, enzovoort. Wij vragen elkaar vergeving over het leed dat wij elkaar vanwege onze zondigheid hebben aangedaan.
Wij verootmoedigen ons ook over onze kerkelijke hoogmoed en zelfverheffing boven de andere kerken. Vanaf onze kansels wordt ons persoonlijk voorgehouden dat we zachtmoedig en nederig moeten zijn als Christus. Maar tegelijk wordt vaak vanaf diezelfde kansel onze kerkelijke zelfvoldaanheid gestreeld. De roem in de eigen kerk wordt goedgekeurd en zelfs gestimuleerd.
En om die roem in de eigen kerk des te gemakkelijker te maken, willen we vaak niet of nauwelijks luisteren naar wat de anderen werkelijk belijden en beleven. Dat heeft tot triest gevolg dat we een karikatuur van hun bedoelingen maken.'
In de Waarheidsvriend d.d. 30 januari II. gaven we in deze rubriek aandacht aan het boekje 'Plichtsgetrouw...', dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het feit, dat ir. L. van der Waal 12 1/2 jaar Europarlementariër was. Het derde stuk, dat we uit dit boekje overnamen, t.w. de uitlatingen van de GPV-collega Blokland over de samenwerking tussen SGP enerzijds en GPV-RPF anderzijds, deed enig stof opwaaien. Intussen heeft de heer Blokland publiekelijk zijn verontschuldigingen gemaakt over zaken betreffende het SGP-hoofdbestuur en de heer Nieuwenhuis. Hoe deze muis een staartje kreeg, blijkt ca. uit onderstaande passage, overgenomen uit het blad Koers van vorige week, waarin Van der Waal zelf aan het woord is.
'Tot slot nog even naar de man om wie het allemaal ging. Leen van der Waal. Eigenlijk wil die er niet zo veel meer over zeggen. Maar na enig aandringen: "Ik heb wel opgekeken van de uitspraken van Blokland".
Klopt het dat niet alleen hij, maar ook u zelf bang bent voor de toekomst van de samenwerking na uw vertrek?
"Ik kan me niet herinneren dat ik me daarover ooit heb uitgesproken. Integendeel zelfs, ik ben er altijd vanuit gegaan dat RPF'ers en GPV'ers net zo veel vertrouwen van de SGP krijgen, als ik altijd van RPF en GPV heb gekregen. Ik ben dus niet bezorgd over de samenwerking als zodanig. Als ik Bloklands nadere uitleg goed heb begrepen, is hij vooral bezorgd over de vrouwenkwestie."
Deelt u zijn zorg als het gaat om de vrouwenkwestie?
"Dat is natuurlijk een moeilijk punt. De partij heeft weinig ruimte. Aan de andere kant is in het verleden ook uitgesproken dat men een langdurige samenwerking niet lichtvaardig zal verbreken. Ikzelf heb geen moeite met een vrouw op een onverkiesbare plaats, maar in mijn partij ligt het gevoelig. Natuurlijk zou het het mooiste zijn als GPV en RPF geen vrouw op de lijst zetten. Dan is er geen probleem."
Al met al een onverkwikkelijke zaak. Het was immers uw feestje.
"Het was mijn feestje. Ik heb het buitengewoon betreurd dat deze dingen op deze manier in de publiciteit zijn gekomen. Overigens was het niet alleen mijn feestje. Het was natuurlijk meer nog het jubileum van de Eurofractie. Het is een fantastische middag geweest. En dan werpt zo'n affaire een smet op de feestvreugde."
In uw partij is nogal scherp gereageerd op de uitspraken van Blokland. Er werden woorden gebruikt als "verbijstering" en "vertrouwenscrisis".
"Zij reageren inderdaad behoorlijk aangeslagen. Ik heb daar begrip voor."
Denkt u dat de affaire uw verhouding met Blokland heeft geschaad?
"Nee. Blokland en ik hebben de zaak grondig uitgepraat. Hij heeft ook aan mij z'n excuus aangeboden. Daarmee is voor mij de zaak gesloten, gezien ook de goede samenwerking in de afgelopen jaren. We moeten een keer uit kunnen glijden. Na excuus is er dan geen enkele reden om niet gewoon samen verder te gaan."
Dat Blokland een snelle leerling is, bewijst hij aan het einde van het telefoongesprek. "Mag ik het stuk dat u gaat schrijven wel eerst lezen? Je weet maar nooit hoe uitspraken misverstaan kunnen worden.'
.
Naar aanleiding van het gedicht 'Mongooltje', vorige week in deze rubriek overgenomen uit 'Op weg met de ander', ontvingen we een brief van een lezeres, die we, met haar toestemming, hier overnemen:
'Wat daarin staat is bepaald niet opwekkend en voor een gedeelte ook achterhaald. Maar laat ik eerst maar beginnen om mijzelf voorstellen.
Gehuwd, moeder van 4 kinderen, waarvan de jongste dochter een mongool is, wat ik trouwens een akelig woord vind. We spreken liever over verstandelijk gehandicapt of het syndroom van Down.
Maar goed, onze dochter is 23 jaar, een gezellig spontane jonge vrouw, die met veel energie door het leven gaat. Ze kan redelijk verwoorden wat ze ziet, hoort, of voelt. Ze geniet van "haar kerkdiensten" (aangepaste diensten). Zingt graag, vindt h heel fijn om naar de aangepaste catechisatie van onze wijkpredikant te gaan. En zondags gewoon naar onze eigen wijkkerk. Ze is niet superintelligent ze kan bv. niet lezen. Maar mensen met het Down syndroom kunnen heus wel bidden, maar dat moet je ze leren, net als andere kinderen.
En mensen met een Downsyndroom sterven tegenwoordig meestal niet meer vroeg. Ik ken er heel die de 50 al ruimschoots gepasseerd zijn.
Het gedicht is misschien 40 jaar geleden van toepassing geweest, maar nu? met zoveel aandacht voor mensen met een verstandelijke handicap en voor hun ouders.
Ik vind de redactie van "Op weg met de ander" ook niet verstandig om zoiets te plaatsen. De lezingen die de afgelopen weken zijn gehouden door "Op weg met de ander" over belijdenis en avondmaal vind ik heel wat positiever
Die verslagen stonden in het RD.
Natuurlijk hebben ouders in de beginperiode de tijd nodig om hun verdriet, om het anderszijn van hun zoon of dochter, een plek te geven. Maar het is echt niet alleen kommer en kwel.
En gelukkig kunnen we altijd bij onze hemelse Vader terecht. Hij is er altijd.
En heeft ons Zijn Zoon gegeven en Die is ook voor deze mensen op aarde gekomen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's