De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrije aftocht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije aftocht

5 minuten leestijd

'Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.' (Joh. 18 : 8)

De evangelist Johannes zal de nacht van Gethsemané nooit vergeten. Hij was er immers zelf bij. Wat de andere evangelisten niet meedelen, mag hij doorgeven.

Opeens wordt de stilte van de nacht wreed verstoord. Een verward rumoer klinkt langs de helling van de Olijfberg. Het komt steeds dichterbij en wordt meer en meer luider. Fakkels verspreiden hun licht in de donkere tuin. Lantaarns werpen hun schijnsel tussen de bladeren door. Met Judas als gids komen Romeinse soldaten en leden van de tempelpolitie naderbij. Zonder de gebeurtenissen af te wachten stapt Jezus naar voren. Hij behoudt het initiatief en vraagt: 'Wie zoekt gij? '

'Jezus de Nazarener', is het antwoord. De reactie van de Heere laat niet op zich wachten: 'Ik ben het'. Daarmee is meer gezegd dan we op het eerste gezicht zouden vermoeden. In het evangelie van Johannes komt het getuigenis van Jezus steeds weer terug:

Ik ben het brood des levens
Ik ben het licht der wereld
Ik ben de deur der schapen
Ik ben de goede herder.
Ik ben de opstanding en het leven
Ik ben de weg, de waarheid en het leven
Ik ben de ware wijnstok.

Zo heeft Jezus Zichzelf kenbaar gemaakt. Nu het in deze nacht eropaan komt, verzwijgt Hij het niet, maar vat Hij al Zijn getuigenissen over Zichzelf samen in het antwoord: 'Ik ben het'. Het besef klinkt erin door, dat Hij door God gezonden is.

Zoveel macht en majesteit spreekt er uit de woorden van Christus, dat de soldaten achterover op de grond vallen. Haastig krabbelen ze overeind. Weer neemt de Heere als eerste het woord. Hij is het, die de gang van zaken bepaalt. Opnieuw vraagt Hij: 'Wie zoekt gij? ' Voor de tweede maal zeggen de soldaten: 'Jezus de Nazarener' . Waarop de Heere zegt: 'Ik heb u gezegd, dat Ik het ben! Indien gij Mij zoekt, zo laat dezen heengaan'.

De Heere neemt het voor Zijn leerlingen op. Hier is Hij de Herder, die Zijn leven stelt voor de schapen. Hij bedingt hier vrije aftocht voor hen.

Al mediterend komt mij die andere tuin voor de geest: de hof van Eden - het paradijs. Daar is Adam op de vlucht voor God, nadat hij net woord van God ongehoorzaam geworden is. Hier in de hof is Jezus Christus, Die niet wegloopt om Zich te verbergen. Hij komt vrijwillig naar voren om Zich over te geven. Hij had een overmacht van engelen de opdracht kunnen geven om Hem te bevrijden, maar Hij deed het niet. Vrijwillig buigt Hij Zich en gaat het zwaarste deel van Zijn lijden tegemoet. Johannes geeft als kanttekening, dat we hierin een vervulling mogen zien van het woord van Jezus in het hogepriesterlijke gebed: 'Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren'.

Zo horen we in het lijdensevangelie hoe tussen God en ons het wonder plaatsvindt, dat Gods eigen Zoon in onze plaats gaat staan. De profeet Jesaja hééft daarvan al de toonhoogte aangegeven: 'De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden'.

Daar is geen verklaring voor te geven. Hier straalt alleen zondaarsliefde door. Het diepste van de liefde is toch, dat ze de plaats van de lijder wil innemen.

Zo zouden we als ouder de pijn van ons kind willen overnemen, als we zien hoeveel het lijdt. Zo wilde Mozes na de afgodendienst met het gouden kalf tussen God en Israël in staan om het volk van de ondergang te redden. Hij zei: Delg mij nu uit Uw boek, dat Gij geschreven hebt.

Maar ouders kunnen met al de liefde van hun hart de pijn van hun kind niet overnemen. Mozes kan voor het volk geen middelaar zijn, want hij is ook zelf een zondaar. Maar in Getsemané is Christus, Die het kan en het ook doet. Hij staat daar voor allen, die Hem hebben lief gekregen of nog zullen lief krijgen. Voor heel Zijn Kerk, die Hij bijeen brengt uit alle volken.

Zo is Jezus de weg van de Vader gegaan. Als jongen van 12 jaar was Hij daarmee al bezig. Nu gaat Hij tegenover Zijn vijanden dezelfde weg van geloof en gehoorzaamheid. Het is de weg van de grote Hogepriester, die ons in alles gelijk is geworden behalve de zonde. Als de apostel Paulus hierover nadenkt, spreekt hij van de Middelaar tussen God en mensen, de Mens Jezus Christus.

Wie door Gods Woord en Geest oog kreeg voor zijn schuld tegenover God, die dankt de Heiland voor Zijn zondaarsliefde: ook voor mij wilde U deze weg van het lijden gaan.

Alleen door het geloof met Hem verbonden kunnen we voor God bestaan. Laten we daarom niet aan Christus voorbijgaan! Augustinus stelt de indringende vraag: 'Als één straal van de goddelijkheid van de vernederde Christus de bende doet neerstorten, wat zal dan het lot zijn van allen, die niet hebben gewild, dat Hij Koning over hen zou zijn? '

Daarom is het genade, dat de dag van het heil voor ons nog niet voorbij is. Bij Hem mag u schuilen met uw zonde en schuld. De wonderlijke ruil en vrije aftocht in Gethsemané komt dan ook u ten goede: voor Hem het oordeel, maar voor u de vrijspraak, voor Hem de vloek, maar voor u de zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vrije aftocht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's