Boekbespreking
T. E. van Spanje, Inconsistentie bij Paulus? Een confrontatie met het werk van Heikki Raisanen, uitgave Kok, Kampen, 1996, 238 blz., ƒ 49, 50.
We worden niet verwend in ons land met dissertaties op het gebied van de theologie van het Nieuwe Testament. Daarom is het verheugend dat Van Spanje, sinds maart 1996 docent aan het St. Pauls United Theological College in Limuru (Kenya) een thema uit de paulinische theologie tot promotieonderwerp heeft gemaakt. Het resultaat van zijn onderzoek werd op 18 december jl. in Kampen bekroond met het behalen van de doctorstitel, waarmee we hem van harte gelukwensen.
Van Spanje analyseert in zijn proefschrift de opvattingen van de Finse nieuwtestamenticus Raisanen ten aanzien van Paulus' visie op de wet en Israël. Volgens Raisanen zou Paulus zich schuldig maken aan inconsistenties in zijn betoog, hetgeen te verklaren is uit het feit dat Paulus redeneert vanuit Christus en diens werk en bovendien een vertekend beeld geven van het joodse spreken over wet en verbond. Als Paulus de werken der wet stelt tegenover het geloof verschilt zijn visie niet van die van het jodendom, dat niet beschuldigd mag worden van wetticisme. Het laat zich verstaan dat Raisanen de lutherse interpretatie van Paulus verwerpt.
Daarnaast geeft Raisanen een hypothetische historische verklaring voor het inconsistente spreken van Paulus vanuit de invloed van de Hellenisten op de visie van de apostel en de conflicten met de latere jodenchristenen. Ook ten aanzien van Romeinen 9-11 ziet Raisanen tal van tegenstrijdigheden in Paulus' betoog en een scherpe tegenstelling tot 1 Thessalonicenzen 2. Van Spanje laat zien dat de Finse nieuwtestamenticus beïnvloed is door Wrede en met name ook E. P. Sanders.
In een beoordelende bespreking wijst Van Spanje de visie van Raisanen af. De fout van Raisanen is volgens hem dat deze geen oog heeft voor het contextuele spreken van de apostel, de pastorale aard van zijn brieven, de retorische betoogtrant en het feit dat binnen één brief de verschilende fragmenten een eigen theologische uiteenzetting hebben.
De waarde van dit proefschrift ligt voor mij vooral in de uitvoerige en heldere analyse van de geschriften van Raisanen. Wie een fair en goed overzicht wil lezen over de visie van Raisanen kan hier terecht, waarbij je dan op de koop toe moet nemen dat de auteur wel erg uitvoerig is met de citaten van Raisanen en anderzijds nogal eens nalaat de publicaties te noemen van Raisanens gesprekspartners. Zo lees je bv. op blz. 24, noot 42 : 'Raisanen verwijst ook naar O'Neill', maar de lezer moet maar raden om welk boek of artikel van O'Neill het gaat. Op de volgende bladzijde worden Lyonet, Mauser en Bornkamm genoemd zonder dat vermeld wordt om welke boeken of artikelen het gaat. Terecht onderstreept Van Spanje in deel B contra Raisanen het contextuele en pastorale element in de brieven van Paulus. Toch roept juist dit tweede deel vragen op. Vooreerst wordt het methodisch niet helder hoe de auteur aan zijn driedeling: pastor, retor, theoloog komt. Waarom de ene passage aan Paulus als pastor en de andere aan Paulus als retor wordt toegekend wordt niet verantwoord. Spreekt bv. Paulus in 1 Thess. 2 alleen maar als pastor en niet als theoloog? Bovendien maakt Van Spanje niet helder voor zijn lezers in hoeverre we nu inderdaad van een retorische analyse kunnen spreken. De exegese van de betreffende Schriftgedeelten is daarvoor te summier en daardoor niet altijd overtuigend (bv. bij Rom. 7 : 1-6 en Gal. 3 : 10vv.). Terecht verzet Van Spanje zich er tegen 1 Thessalonicenzen 2 en Romeinen 9-11 tegen elkaar uit te spelen. Zijn betoog had aan diepte gewonnen als hij de uitvoerige studie van T. J. Baarda over 1 Thessalonicenzen 2 geraadpleegd had.
De nadruk op de contextualiteit van Paulus' spreken en op het gegeven dat zijn brieven gelegenheidsgeschriften zijn brengt de auteur op blz. 152-154 tot de uitspraak dat Paulus niet in de eerste plaats kan (mag) beoordeeld worden op een dogmatisch niveau. In een noot verwijst hij naar een studie van Hübner over de wet bij Paulus en zegt dan: 'Wat Hübner heeft gedaan (een monografie geschreven over de wet bij Paulus) is dus een zeer hachelijke onderneming. Sterker, het is niet juist een dogmatisch exposé te geven over: "de wet bij Paulus", voor wat betreft zijn integrale brieven'. Het is me niet duidelijk wat Van Spanje hier precies bedoelt. Ik deel met de auteur de visie dat Paulus geen dogmatische tractaten schreef, maar zie anderzijds niet in waarom je ook als je rekening houdt met het briefkarakter geen samenvattende studie over de wet of de verzoening of Israël bij Paulus zou kunnen schrijven. Ik ben erg benieuwd hoe de schrijver dan de bijbelse theologie en de relatie tussen exegese en dogmatiek ziet.
In het hoofdstuk over de plaats van Raisanen binnen het nieuwtestamentisch onderzoek in de twintigste eeuw gaat Van Spanje voorbij aan de auteurs die zonder de visie van Raisanen te delen toch ook gewezen hebben op de eenzijdigheid en de versmalling in de lutherse interpretatie van Paulus. Dat is jammer, want nu zou je de indruk kunnen krijgen, dat de lezer moet kiezen tussen een lutherse uitleg of die van Raisanen.
Mijn vragen nemen niet weg dat ik dit boek geboeid gelezen heb. Het behandelt een actueel thema, dat met name in de bezinning op de relatie met Israël voortdurend weer opkomt. En tegelijk vormt het een belangwekkende bijdrage aan de geschiedenis van de nieuwtestamentische wetenschap in onze eeuw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's