De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Innerlijke benadering (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Innerlijke benadering (2)

10 minuten leestijd

Hoe krijgt nu dus vanuit christelijk standpunt die innerlijke benadering vorm? Laten we uitgaan van het woord van Paulus in Galaten 2 vers 20: Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Dat 'niet meer ik' geeft duidelijk de breuklijn aan in het innerlijke leven van een christen. We hebben daarover nagedacht, toen het ging over innerlijke verdorvenheid en innerlijke vernieuwing. We herhalen dat hier niet. Wel wil ik er op wijzen, hoezeer dus het innerlijk leven en beleven van een christen bepaald wordt door Christus. Hij is Wijnstok, waarin de rank van ons leven hecht. Zo'n rank betrekt uit de wijnstok al haar levenssappen en groeikrachten. We zijn afhankelijk van Christus voor de kracht van ons leven, maar niet minder voor de inhoud van ons leven. Het mag zich vormen naar Zijn model. Bovendien maken Christus en Zijn koninkrijk ook de richting en het doel van ons leven uit.

Innerlijke benadering is voor een christenmens dan ook altijd benadering vanuit en door en in Christus. En dat is dan tegelijkertijd ook een geestelijke benadering. De Heilige Geest geeft Christus gestalte in de harten en levens van zondaren! Toen op de laatste dag van het Loofhuttenfeest het water uit Siloam over het tempelplein vloeide, riep Jezus: wie in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien. Joh. 7 : 38. Johannes legde  daarbij uit: dat gaat over de Heilige Geest, die met Pinksteren komen zou. Het geloof in Christus opent een bron van levend water in ons binnenste. In ons denken, spreken en doen stromen de wateren van de Heilige Geest naar anderen toe. Dat is eigenlijk de goede schat van zijn hart, waaruit de goede mens, goede vruchten voortbrengt. Matt. 12 : 45.

Belangrijk is hier de fundamentele rol van het geloof. In Efeze 3 vers 17 horen we Paulus voor de gemeente bidden, dat Christus door het geloof in hun harten mag wonen. In Galaten 2 : 20 lezen we ook nog, dat Paulus in hetgeen hij in het vlees leeft, leeft door het geloof in de Zoon van God.

Geloof is een relatie-woord. Het geeft betrokkenheid, verbondenheid, afhankelijkheid aan. We zagen al, hoe in het algemeen de gedachte van de onafhankelijke vrije persoonlijkheid niet klopt. Maar voor de christen geldt dat dubbel. Zijn innerlijk is geen vat, of een vaatje, dat in de vernieuwing of wedergeboorte min of meer volgegoten wordt met christelijkheid en waarmee dan vervolgens zelfstandig geopereerd kan worden.

We zijn en blijven afhankelijk van Christus, zoals Hij in Zijn Woord tot ons komt. Van het toegesproken worden, de toezegging in het Woord moet ik het als innerlijke, geestelijke mens telkens weer hebben. Toen Jakob door Pniël ging, rees de zon hem op. Hij was hinkende aan zijn heup. Het Woord van God dat ons veroordeelt, moet ons altijd vrijspreken en als christen poneren. Het zegt ons van Godswege aan, dat we der zonde dood zijn en Gode levend door Christus Jezus. Zo alleen kan ik mijn weg gaan, mijn leven leven. Het Woord van God is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

Innerlijke benadering betekent christelijk gezien, dan ook niet anders, dan de dingen bezien en beleven vanuit het Woord Gods, dat haar hart vindt in Christus. Dat Woord mag ik horen en vanuit dat Woord mag ik denken en leven. Je kunt dan ook zeggen, dat innerlijk leven antwoordend leven is. Je benadert en beleeft de dingen in antwoord op de roep van God, die je hebt gehoord. Hoe centraal moeten in zo'n leven dan ook niet de Bijbel en de Kerk met haar prediking staan! Wij putten niet uit eigen bron, wij zijn en blijven afhankelijk van de middelen, die God gaf om Zijn roep te horen en te verstaan.

Innerlijk leven is een gave. Het is ontwaken. In de aanraking van de Heilige Geest gaat het licht over ons op. Maar het moet tegelijkertijd beoefend en gevoed worden. Het Bijbelwoord moet ik telkens weer tot mij door laten dringen in stille bezinning en overdenking. In de kerk moet ik het mij altijd weer laten verkondigen. Daarom houd ik de gang van mijn leven dicht bij de kerk, bij het volk van God. Soms ga ik die gang, terwijl mijn hart ver en vreemd is, maar ik ga haar wel. Want over de droge rivierbedding stroomt straks weer het levende water. Juist omdat geloof niet in gevoel opgaat, kan christelijke innerlijkheid soms haast iets vormelijks, iets uitwendigs krijgen, ook al zal ze het daar op den duur niet bij kunnen houden.

We gebruiken die middelen ook samen. Ik kan de gemeenschap van de heiligen niet missen, waar innerlijke benadering gemeengoed mag zijn. Alleen samen met al de heiligen reiken we aan het verstaan van de breedte en lengte en diepte en hoogte van de liefde van Christus. Niet de kluizenaar in zijn grot is de meest innerlijke mens. Het is die mens, die leeft door het geloof in de Zoon van God en die voor dat geloof zich altijd maar weer moet laten gezeggen door het Woord.

Dat doorbreekt in principe ook al het elitaire in het innerlijke geestelijke leven. Er zijn stromingen geweest in de christelijke geschiedenis, waarbij christenen ingedeeld werden. Er zouden gewone christenen zijn en verlichte, die zozeer de goddelijke natuur deelachtig zijn, dat ze boven de middelen zijn uitgegroeid. Ongetwijfeld is er sprake van groei in innerlijke geestelijke benadering. Maar zulke groei kent nooit een overgang naar het wandelen door aanschouwen en niet door geloof.

Na deze verkenningstocht naar de algemene karaktertrekken van de christelijke innerlijke benadering, willen we nog proberen haar wat meer praktisch in te kleuren.

Hoe benaderen we bijvoorbeeld de natuur! Moet dat niet het karakter van de liefde dragen? Liefde, waaraan noch eerbied, noch nabijheid ontbreekt. Liefde, die gesteund wordt door het geloof en gestuwd door de hoop. In het geloof belijden en beleven we de natuur als schepping van God. Als geheel, maar ook in elk onderdeeltje daarvan. In haar schoonheid mogen we de schoonheid van haar Schepper erkennen en bezingen. In psalm 19 vinden we er een mooi voorbeeld van. De luchten, de wisselingen van dag en nacht, de zon die haar baan beschrijft langs de hemel, ze zijn alle even zovele stemmen van de glorie Gods. Hetzelfde klinkt in psalm 8, waar de heerlijkheid van Gods Naam op de ganse aarde wordt bezongen. Innerlijke benadering betekent de dingen zien in dat licht. We kijken en luisteren naar de dingen met de ogen en oren van ons geloof. We hebben ze lief om Hem die ze in het aanzijn riep tot Zijn vreugde en tot Zijn eer

Daarbij zijn ze bijbels gezien zelf belangrijk. Er is een zogenaamde innerlijke benadering, die door de dingen heen wil kijken naar het eigenlijk geheim. We treffen dat bijvoorbeeld aan bij de dichteres H. Roland Holst.

'Dus kunnen we allen levensangst verleeren
en omringd van begrepen ogen wonen
zoo we de dingen uit de onzek're zonen
der zinnen heffen naar de ziele-sfeeren'

We zijn dan in een ander klimaat dan het bijbelse. Dat ademen we wel bij dichters als Jacqueline van der Waals en Guido Gezelle:

'Mij spreekt de blomme een tale.
Mij is het kruis beleefd,
Mij groet het al te male.
Wat God geschapen heeft.'

Innerlijk met de dingen omgaan betekent dus oog en oor hebben voor de schoonheid van hun Schepper, die ze weerspiegelen. Dat brengt ook eerbied mee. We hoeden ons er voor die schoonheid aan te tasten. Ongetwijfeld mogen we de hof die God ons gaf om in te wonen en te leven ontwikkelen, bebouwen en bewaren. De onderzoekende afstandelijke wetenschappelijke benadering van de dingen hoeven wij niet te verachten. Alleen zij moet blijven binnen het kader van een diepere, inniger, geestelijker manier van omgaan met de dingen. Binnen dat kader krijgt ze haar bescheiden plaats en vindt ze haar grens. Zulke liefdevolle omgang met de dingen bergt ook nabijheid in zich. We zijn immers zelf ook schepselen, we worden gedragen door dezelfde levenskracht als al het andere. De Geest, die het gelaat van het aardrijk vernieuwt, is ook de stuwkracht van ons bestaan. In Hem leven en bewegen wij. We zijn ook een in hetzelfde doel, namelijk de verheerlijking Gods.

Dat wil niet zeggen dat alles op hetzelfde niveau zou staan. Praten met de bomen, zoals prinses Irene dat suggereert, veronderstelt een intuïtieve communicatie als de eigenlijke en is een onderwaardering van de gave van denken en spreken, die God aan mensen gaf.

Die innerlijke benadering der dingen wordt gestuwd door de hoop. We sluiten onze ogen niet voor de harde werkelijkheid. Onze zonde heeft diepe sporen getrokken in het bestaan. Paulus schrijft, dat het ganse schepsel tesamen zucht en tesamen als in barensnood is tot nu toe. Maar God heeft in Christus alle dingen verzoend met zichzelf. Het kruis heeft op de aarde gestaan. Zo strijkt vanuit de toekomst het morgenlicht van Gods koninkrijk over de schepping. De schaduwen steken des te schriller en dreigender af. Maar het nieuwe komt. Er is hoop. De schoonheid van de dingen nu krijgt om de belofte van God iets lenteachtigs. De grote zomer komt.

En is daarmee in principe ook niet mijn innerlijke benadering van mensen gestempeld? Draagt die ook niet het merk van liefde in geloof en hoop? Dat sluit een zakelijke benadering van mensen allerminst uit. In conflictsituaties kan dat gewoon geboden zijn. Bij medische ingrepen is afstand noodzakelijk. Maar dat afstandelijke mag nooit verworden tot manipulatie. Het mag nooit tot gevolg hebben, dat we de heelheid en de uniekheid van deze concrete mens uit het oog verliezen. Dat oude moedertje in het ziekenhuis met haar blaasontsteking mag nooit de 'blaas van 234' worden. Die vrouw of man mag nooit een gebruiksvoorwerp worden om mijn seksuele lust te bevredigen.

Mensen innerlijk benaderen is ze net als de dingen vol liefde tegemoet treden. Vol liefde zonder voorkeur, of het moest juist voorkeur zijn voor het verachte en ellendige. Zoals Franciscus van Assisi in navolging van Christus er een eer in stelde om melaatsen te omhelzen.

Zulke liefde ziet aan die ene mens als schepsel Gods niet voorbij. Met hartelijke aandacht en respect voor het eigen geheim van deze mens gaan we met hem of haar om. Door de buitenkant heen zoeken we het hart, dat verscheurd en geschonden hunkert naar genezing.

In 1 Kor. 13 wordt helemaal duidelijk hoe innig zulke geestelijke liefde samengaat met geloof en hoop. Het geloof, dat het bloed van Christus reinigt van alle zonden, geeft hoop voor ieder mens. Voor de innerlijke benadering zijn er dan ook geen hopeloze gevallen.

En als het over het grote gebeuren gaat, waarin mensen en dingen betrokken zijn, ook dat benaderen we innerlijk gezien vanuit het Woord. In het geloof, dat God de HEERE regeert, in de liefde, die het in alle verwarring uithoudt, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. In de hoop, dat door de barensnood van de tijden heen Gods koninkrijk zeker komt. Zo lezen we de krant vanuit de Bijbel. We lezen ook onze eigen kleine levensgeschiedenis vanuit Gods Woord. Luisterend en kijkend leven is dat. In de berijming van psalm 85 zingen we: Merk op mijn ziel, want antwoord God u geeft. Dat tekent een innerlijke benadering van dingen, mensen en gebeurtenissen. Vanuit het Woord van God in Christus dat ons hart en leven raakte, mogen we het spreken Gods horen. Soms horen we het helder en duidelijk. En verwonderd en dankbaar, of ootmoedig en beschaamd ontvangen we het. Soms is dat spreken Gods onbegrijpelijk. Vragend en worstelend wendt ons hart zich tot dan tot Hem, tot het de rust vindt van overgave en aanvaarding, omdat Hij die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft ons alle dingen zal schenken. Dat is de hoop en het vertrouwen, waarmee we in het leven mogen staan. Het 'binnenpretje' zoals ooit Van Ruler het noemde. Dat 'binnenpretje' maakt ook de moed uit, waarmee we voortgaan de nieuwe dag tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Innerlijke benadering (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's