De verkondiging van het Woord (2)
Een vorige keer beëindigde ik het artikel door te schrijven dat het gepredikte Woord effectief (werkzaam) is.
Door dit te stellen bevind ik mij in goed gezelschap. Zowel Luther als Calvijn én de gereformeerde belijdenisgeschriften brengen deze gedachte naar voren.
Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus windt er geen doekjes om als hij duidelijk stelt dat de Heilige Geest het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie.
Nog iets krasser komt het ter sprake in Zondag 31. In die zondagsafdeling wordt de verkondiging van het Woord zelfs één van de sleutels genoemd waardoor het Koninkrijk der hemelen voor de gelovigen geopend en voor de ongelovigen gesloten wordt.
De verkondiging van het Woord is dus van het hoogste belang. Dat dit alle aandacht van de prediker vraagt, zal duidelijk zijn! Het mag niet voorkomen dat er op zaterdagavond nog even naar een tekst gezocht moet worden. Voor een preek mag gerust een ruime dag en zelfs wel meer worden uitgetrokken.
Geen gemoedelijk praatje
De prediking is maar geen gemoedelijk praatje. Zo'n preek kan weliswaar aangenaam in het gehoor liggen, maar zij zet ons niet in beweging.
In een gemoedelijke preek wordt er geappelleerd aan ons gemoed. Allerlei gevoelige snaren worden aangeraakt die er na de preek weer slap bij hangen. Het Woord beklijft niet. Er gebeurt niet wat er van Maria staat geschreven, dat zij alles wat zij gehoord had in haar hart bewaarde. Letterlijk staat er in Lukas 2 : 19: Doch Maria bewaarde deze woorden alle te zamen, overleggende die in haar hart'.
In een preek gaat het er dus om dat het Woord Zich vasthecht in ons hart en werkzaam is door de Heilige Geest. Let wel: in een gemoedelijke preek staat doorgaans meer de christen centraal dan de Christus.
De apostel Paulus weet niemand anders te verkondigen dan Jezus Christus en die gekruisigd. Als daarom een kind thuiskomt uit de kerk en vader vraagt waarover de dominee gepreekt heeft, behoort het antwoord van het kind niet anders te zijn dan dat de dominee over de Heere Jezus, gekruisigd en opgestaan, heeft gepreekt.
Wellicht denkt iemand nu: Maar mag het werk van de Heilige Geest door het Woord in een mens dan niet worden uitgedragen? Dat mag zéker gebeuren! Als het dan maar op deze wijze gebeurt dat de christen niet wordt losgemaakt van Christus. Buiten Christus om zal er niets gezegd kunnen worden van een weg die de Heere met ons gaat en over het werk dat Hij in ons verricht.
Nogmaals: er mag worden verhaald van een weg die de Heere met Zijn kerk gaat. Toch blijf ik het onderstrepen: Christus móet altijd centraal staan!
De oplettende lezer zal wel gemerkt hebben dat ik schreef over een weg die de Heere met Zijn Kerk gaat. Een weg! Daarmee wil ik zeggen dat er meer wegen zijn die naar Christus en het volle heil leiden.
Een Abraham is weer anders geleid dan zijn kleinzoon Jacob. Een Samuel is een toch enigszins andere weg gegaan dan een Manasse. Wat zijn er een verschillende wegen aan te wijzen in het leven van de discipelen.
Veel en velerlei zijn de wegen des Heeren. Wel maak ik daarbij de aantekening dat er punten van herkenning zijn. Gemakshalve noem ik die zoals de Heidelberger ons die voorhoudt: ellende, verlossing en dankbaarheid.
Maar tussen die herkenningspunten kunnen de wegen nog o zo verschillend zijn. Wie goed naar een boom kijkt, zal merken dat er aan die boom geen twee bladeren gelijk zijn. Alle zijn verschillend van vorm, soms ook van kleur. Ik weet wel: soms gaat het om details. Zij zijn voor het oog niet eens altijd duidelijk te onderscheiden. Niettemin zijn er de verschillen zoals ik die heb opgesomd.
Hetzelfde geldt voor de weg die de Heere met Zijn gemeente en met een ieder afzonderlijk gaat. Om die reden moet een prediker in de verkondiging van het Woord niet altijd met één en dezelfde weg komen aandragen. Wanneer dat gebeurt, bestaat de mogelijkheid dat de gemeente in slaap valt of haar gedachten niet langer bij de preek houdt. Want vorige week en de week daarvoor heeft men ook al over die ene en zelfde weg gehoord.
Maar afgezien van de dreiging dat de gemeente in slaap valt, is er nog iets anders. Iets wat veel erger is!
Door het verkondigen van één en dezelfde toeleidende weg, doet men de Schrift te kort. Ook doet men het vleesgeworden Woord (Christus) te kort. Immers, wat is Hij tijdens Zijn omwandeling een verschillende wegen met mensen gegaan. Met de blindgeborene toch weer anders dan met Levi in zijn tolhuis. Desondanks gingen zij belijden dat Jezus Christus hun Heere en Heiland was.
Wanneer er steeds van één en dezelfde weg wordt gesproken, kan het zijn dat de Heilige Geest beknot wordt in Zijn werken.
Natuurlijk, ik ben het direct met u eens dat de Heilige Geest een Persoon is en dat Hij een onweerstaanbare kracht bezit. Toch moeten wij niet vergeten dat wij met gedachtenspinsels - ook over de wegen die de Heere met een zondaar móet gaan - de Heilige Geest in de weg kunnen staan. Ja, dat wij Hem zelfs kunnen tegenstaan. Laat het Woord maar zijn loop hebben. De Heere heeft Zijn zegen beloofd aan een getrouwe verkondiging van het Evangelie met Christus daarin als het brandpunt.
Geen stichtelijk woord
De verkondiging van het Woord is ambtelijke dienst. In die dienst behoort de bediening der verzoening voluit tot zijn recht te komen. Daarmee wil ik zeggen dat er in de preek een behoorlijke tijd wordt uitgetrokken én voor de uitleg van de tekst én voor de toepassing.
De uitleg (exegese) mag er maar niet een beetje bij hangen. Want de uitleg van de Schriften heeft alles met de toepassing te maken.
Wel denk ik dat het goed is dat uitleg en toepassing in de verkondiging door elkaar lopen. H. Jonker noemde dit: het zogenaamde synthetisch preken.
De oudere lezers onder ons zullen zich nog wel herinneren, hoe in hun jeugd de ruggen gestrekt werden na de middenzang. Vóór de middenzang was er een uitgebreide uitleg van de tekst en de context, maar na de middenzang volgde de toepassing. De meeste gemeenteleden dachten dan: nu komt het eigenlijke, nu komt het echte, nu gaat het om mij heel persoonlijk. Zelf weet ik mij nog wel uit vroeger jaren te herinneren dat het na de middenzang veel stiller in het kerkgebouw was dan ervoor. Was er voor de middenzang nog wel eens gekuch te horen, daarna was het ademloos stil!
Ik sluit niet uit dat deze trant van preken nergens meer gevonden wordt. Uitleg en toepassing zijn nu niet meer zo gescheiden. Zij lopen in de preek nu veeleer in elkaar over.
Wat zéker is: een preek is geen stichtelijk woord. Natuurlijk wil ik daarmee niet zeggen, dat de preek niet mag stichten. Ik denk dat iedere predikant het fijn vindt als hij zo af en toe eens hoort dat het verkondigde Woord een gemeentelid gesticht heeft. Tegen een preek die sticht is geen enkel bezwaar.
Anders wordt het als de preek bestaat uit een aaneenrijging van dierbaarheden, doch waarin de verkondiging van het Woord Gods niet centraal staat.
Een aaneenrijging van allerlei dierbaarheden behoort onder de categorie 'stichtelijke prietpraat'.
Het kan zijn dat iemand deze laatste uitdrukking wat scherp in de oren klinkt. Toch doe ik er niets vanaf, omdat een aaneenrijging van dierbaarheden de verkondiging van het Woord in de schaduw stelt. En opnieuw zeg ik daarvan: wij doen er God mee te kort. Maar er komt nog iets bij wat wij goed in het oog moeten houden. De gemeente wordt zó te kort gedaan. Ten diepste wordt aan de gemeente de rijkdom van het tota scriptura (de gehele Schrift) onthouden. Immers, bij de aaneenrijging van dierbaarheden gaat het toch meestentijds om wat een mens gevoelt of niet gevoelt. Ook daarbij staat meestentijds de christen met zijn gestalten in het middelpunt en wordt Christus van zijn eerste en ereplaats verdrongen.
Een mens kan vele dierbaarheden bezitten! Toch komt het hierop aan of één Persoon ons dierbaar is geworden. Wie zou ik anders bedoelen dan Jezus Christus. De bruid in het Hooglied zegt van Hem: 'Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk'.
Kortom: een aaneenrijging van dierbaarheden kan goed in het gehoor liggen, maar zij zetten ons niet als een zondaar voor God neer. Zij hebben niet het effect dat wij evenals de tollenaar achter in de tempel bidden: 'O God, wees mij, de zondaar, genadig.' Het gevolg is dat nooit die 'vreemde Vrijspraak' in ons leven wordt gevonden. Een vreemde vrijspraak? Jazeker! Of is het niet vreemd en is het geen wonder dat Jezus Christus voor mij volkomen heeft willen betalen? Dat Hij heeft gedragen wat ik moest dragen? Dat Hij heeft betaald wat ik moest betalen? Jezus Christus in mijn plaats! Ik vrijgesproken, omdat Hij aan het vloekhout volkomen voor mij heeft betaald!
Geen wetenschappelijke verhandeling
Ieder mens ventileert graag de wetenschap die hij in de loop der jaren heeft opgedaan. Ook een dominee ontkomt niet altijd aan het gevaar om op de preekstoel een wetenschappelijke verhandeling te houden. Nu zal men mij niet horen zeggen dat dit altijd met opzet gebeurt, opdat de gemeente onder de indruk zal komen van de wetenschappelijke kwaliteiten van haar herder en leraar. Dat zou een hoogmoed zijn die een dienaar des Woords niet past. Neen, het kan ongemerkt gebeuren dat er een stuk wetenschap in de preek naar voren komt die overal thuishoort, doch juist niet in de verkondiging van het Woord.
De theologische wetenschap behoort niet thuis op de preekstoel, maar in de studeerkamer. Daar is de plaats waar wetenschap bedreven wordt en waar zij vertaald wordt voor de preek. Zij wordt er als het ware van groot geld in klein geld klaargemaakt. De dienaar des Woords neemt dus geen wetenschap op de kansel mee.
Wel zeg ik misschien ten overvloede: het is niet verkeerd als een predikant studeert. Het was - naar ik meen - Gunning, die eens moet hebben gezegd: 'Wie niet studeert, is niet bekeerd'. Op dit gezegde zou wel iets af te dingen zijn. Ik denk aan hen die vroeger op grond van singuliere gaven predikant zijn geworden. Onder hen waren 'bekeerde' dominees. Niettemin zou ik de gevleugelde woorden van Gunning in 't algemeen wel willen aanhouden! (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's