Kruisdrager!
'En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene, met name Simon; deze dwongen zij, dat hij zijn kruis droeg.' (Matth. 27 : 32)
Ook in deze meditatie willen wij een onderdeel van de lijdensgang van Jezus overwegen.
De Heiland wordt meegenomen om gekruisigd te worden. Het is gebruikelijk, dat de kruiselingen de dwarsbalk van het kruis zelf dragen. Deze balk werd op de schouders van de kruiseling gelegd, terwijl de uitgespreide armen met touwen daaraan waren vastgebonden.
Ook Jezus draagt die zware last. Maar op een bepaald ogenblik lijkt het erop, dat het de Heiland teveel wordt. Wat er allemaal in de voorbij gegane uren is gebeurd, heeft de Heere zeker afgemat: de geselslagen, de doornenkroon, de bespottingen, dat heen en weer geleid worden van de hogepriester naar Pilatus, van Pilatus naar Herodes en dan weer naar Pilatus. Zo waarachtig mens is Jezus geworden, dat Hij onder deze last dreigt te bezwijken.
Bovendien hebben de soldaten haast, want voor de avond moet alles aan de kruiselingen voltrokken zijn. Iemand moet helpen, maar wie? Een soldaat? Dat is beneden de waardigheid van een Romein om het verachte kruishout te dragen.
Een tempeldienaar dan? Geen sprake van. Het kruis heeft toch voor de Joden de klank van galg of strop. Het is het teken van het doodvonnis over een misdadiger, erger nog: van de vloek van God. Niemand, die zich vrijwillig aanbiedt om de dwarsbalk te dragen.
Om van de eigenlijke betekenis van het kruis - het dragen van de vloek van God over onze zonden - maar te zwijgen. Wat moet dat voor de Heere zwaar geweest zijn! Niemand is er, die Hem terzijde staat. Ook niemand van de discipelen. Hij heeft de pers alleen getreden, hoe zwaar het Hem ook valt.
Uitleggers van deze tijd denken aan een venijnige poging van de soldaten om Jezus te bespotten. Hij is toch de Koning van de Joden? Dan heeft Hij gevolg nodig. Daar zullen zij voor zorgen.
Zij maken korte metten en dwingen een willekeurige voorbijganger om het kruis te dragen: Simon van Cyrene 'die daar voorbijging' - zo vullen de andere evangelisten aan, - 'die van de akker kwam'. Een buitenlander, die de dwarsbalk achter Jezus aan moet dragen.
Was Simon alleen voor het Paasfeest in Jeruzalem? Dat zou kunnen. Maakte hij een ochtendwandeling? Of was hij op de akker bezig geweest? We weten het niet. Hoe dan ook - hij kwam voorbij en uitgerekend hij wordt gedwongen de dwarsbalk te dragen. In ieder geval is wel duidelijk, dat hij met Jezus niets te maken wil hebben. Hij behoort niet tot de kring van leerlingen van Jezus, maar hij doet ook niet mee met de haat en vijandschap van de anderen. Opeens wordt hij erbij betrokken. Dat zij hem moesten dwingen, bewijst wel, dat hij protesteerde. Toch heeft hij het maar te doen. Het militaire commando kent geen tegenspraak.
Gebeurt dat op onverwachte momenten soms ook niet bij ons, dat we kleur moeten bekennen? Tussen je vrienden op school of onder collega's op kantoor: 'Wat vind jij ervan? Je gaat toch naar de kerk? ' Plotseling worden we bij de arm gegrepen door een lastige vraag of door een uitdagende opmerking. We zouden er wel tussenuit willen gaan, maar dat kan niet. Nu komt het erop aan: ben ik voor of tegen Jezus? Dragen dat kruis!
Bij dat kruisdragen moeten we niet denken aan wat wij doorgaans eronder verstaan: de angst voor morgen, het heimwee naar de ander zonder wie we verder moeten, het verdriet van varkenshouders, die hun dieren in containers zagen afvoeren... Met een puntig gezegde wordt dat allemaal gekenmerkt: elk huis heeft zijn kruis. Dat is hier niet bedoeld, ook al hebben u en ik het er moeilijk genoeg mee en kunnen we het alleen maar dragen door de kracht van Christus. Hier is het kruisdragen een onmiddellijk gevolg van het feit, dat we bij Jezus betrokken worden.
Romeinse soldaten grepen Simon vast en zeiden: Dragen dat kruis.' Zo worden ook wij vastgegrepen: dragen dat kruis van onbegrip voor de bijbelse boodschap bij anderen; dragen die eenzaamheid, omdat de liefde van Christus het leefpatroon van uw gezin doorkruist; dragen die weerstand tegen de dwaasheid van het Evangelie. Dat heeft allemaal te maken met het dragen van de smaad om Christus' wil. Want de Heere heeft het immers al eerder gezegd: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.'(Matth 16 : 24).
Dit alles hangt daarmee samen, dat het kruis van Christus het vloekhout is. Teken en werkelijkheid van het rechtvaardig oordeel van God over de zonde. Dan moeten we zeggen: Zo is het goed. Jezus zonder kruis en Simon eronder. Want de enige, die dat kruis niet verdiend heeft, is Jezus. Simon en wij wel.
Erkennen we dat ook? Het zijn vertrouwde klanken voor ons geworden, maar raakt het ons tot in het klokhuis van ons bestaan? Ten diepste willen we evenals Simon daar niet aan. Toch worden we erbij betrokken. De Heilige Geest heeft veel wegen, maar het is Zijn koninklijke gang om door het Woord van God ons erbij te betrekken. Dan ontdekken we, dat wij de vloek verdiend hebben om onze zonden. Dat is niet het kruis van Christus overnemen of het lijden van Christus overdoen. Het is wel door het licht van Gods Woord en Geest ontdekken en belijden, dat wij onder dat kruis behoren, omdat wij van Gods heilsspoor zijn afgegaan. We krijgen er oog voor, dat Hij ook mijn kruis heeft overgenomen en dat mijn vloek Hem treft. Simon draagt alleen het hout van het kruis. Hij torst niet de toorn van God. Die draagt Jezus. Want het eigenlijke van het kruis - de vloek om onze zonden - heeft Christus nooit overgedragen, maar tot het einde toe Zelf getorst. Vanuit Zijn zondaarsliefde kon en wilde Hij dat niet overdragen om Simon en ons te redden van de eeuwige ondergang.
Wie aan Hem voorbij leeft moet daarom wel weten wat hij doet. Dan hebben we straks zelf de last van de eeuwige vloek te dragen. Dat is de aangrijpende ernst van de lijdensgang van Christus.
Het lijdensevangelie spoort ons des te meer aan om in het geloof al onze verwachting op Christus te stellen. In de navolging van Hem zal smaad u niet bespaard blijven. Dat zeggen we ook tegen allen, die op weg zijn naar de belijdeniszondag. Die drie woorden uit de tweede belijdenisvraag 'door Gods genade' geven moed en kracht om toch voor de naam van onze trouwe Heiland uit te komen.
Hij bidt in de hemel het gebed mee, dat uw ouders, uw familie en de gemeente van toen op uw Doopzondag al voor u hebben gebeden: 'dat u uw kruis vrolijk dragen moge door Hem aan te hangen met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's