De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Innerlijke ontvankelijkheid (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Innerlijke ontvankelijkheid (1)

7 minuten leestijd

Laten we meteen maar zeggen: innerlijke ontvankelijkheid, is die er wel? Is de mens ontvankelijk voor het evangelie? Dat zal toch geen enkele lezer willen beweren? De Bijbel is daar duidelijk genoeg over: de mens heeft van nature geen antenne voor het evangelie. Wil het wat met hem worden, dan moet het helemaal van de kant van de Heilige Geest komen. 'Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt, er is er ook niet tot één toe (Rom. 3 : 11-12). De mens is 'dood in de misdaden en de zonden' (Ef. 2:1, Kol. 2 : 13) en wat dood is kan niet ontvankelijk zijn. Niemand kan tot Jezus komen, tenzij dat de Vader hem trekke (Joh. 6 : 44). De Dordtse Leerregels zeggen het aldus: Alle mensen willen noch kunnen tot God terugkeren, noch hun verdorven natuur verbeteren, noch zichzelf tot de verbetering daarvan schikken, zonder de genade van de wederbarende Heilige Geest.' (III/IV, 3). En: Wel is waar, dat na de val van de mens nog enig licht der natuur overgebleven is, waardoor hij enige kennis van God en van de natuurlijke dingen behoudt, en van het onderscheid tussen hetgeen betamelijk en onbetamelijk is (...). Maar zo ver is het vandaar, dat de mens door dit licht van de natuur zou kunnen komen tot de zaligmakende kennis van God, en zich tot Hem bekeren, dat hij ook (...) dit licht niet recht gebruikt.' (III/IV, 4). Laten we er geen misvatting over laten bestaan: innerlijke ontvankelijkheid is er niet. Het is de Heilige Geest Die het moet doen.

De Heilige Geest

Er is echter ook een andere kant: dat er wel innerlijke ontvankelijkheid is. Maar die komt dan niet van de mens zelf, maar van de Heilige Geest. Een voorbeeld daarvan vinden we in Handelingen 13. Paulus en Barnabas zijn tijdens de eerste zendingsreis op het eiland Cyprus en daar vinden ze de stadhouder Sergius Paulus, een verstandige man, die Barnabas en Paulus tot zich roept: hij zoekt zeer het Woord van God te horen (vers 7). Hoe komt Sergius Paulus daartoe? Is dat omdat de afgoden hem geen rust geven? Of heeft hij het Woord van God al eerder gehoord, bijvoorbeeld van de joden (er zijn namelijk synagogen op het eiland, vers 5) en is hij verlangend gemaakt om meer te horen?

We kunnen daarvan alleen maar zeggen: dat is van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest Die Sergius Paulus voor het evangelie ontvankelijk heeft gemaakt, op welke wijze dat dan ook gebeurde. De Heilige Geest kan namelijk voorbereidend werk doen. Hij kan in harten van mensen werken zonder dat we weten hoe. Heeft Jezus dat niet gezegd tot Nikodemus: De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heengaat'. (Joh. 3 : 8). De Heilige Geest werkt in stilte en maakt mensen ontvankelijk.

Timotheüs

Het tweede voorbeeld is Timotheüs. Hij heeft van kinds af de heilige Schriften geweten (2 Tim. 3:15), we kunnen ook zeggen: hij is van kinds af voor de woorden van de schriften ontvankelijk geweest. Ook dat is van de Heilige Geest en niet van Timotheüs zelf. Heel belangrijk is daarbij wat Paulus van Timotheüs' moeder en grootmoeder schrijft: in hen woonde een ongeveinsd geloof (2 Tim. 1:5). Zij hebben Timotheüs op zo'n wijze grootgebracht, dat hij ontvankelijk werd voor het evangelie. De Heilige Geest heeft Timotheüs' moeder en grootmoeder daarvoor gebruikt en heeft de opvoeding gezegend.

De Doop

Uit het voorbeeld van Timotheüs zien we dat bij innerlijke ontvankelijkheid heel belangrijk is hoe kinderen zijn grootgebracht. En daarbij is weer belangrijk te denken aan de Doop. De beloften van de Doop zijn niet automatisch. Maar de Doop wil wel zeggen: Het kind is onder de beademing van de Heilige Geest. Laten we dat niet onderschatten. Het Doopformulier zegt: De Heilige Geest verzekert ons door de Doop, dat Hij bij ons wil wonen, ons tot lidmaten van Christus wil heiligen en ons wil toe-eigenen hetgeen wij in Christus hebben. We mogen grote gedachten van de God van het verbond en van de Heilige Geest hebben. En we mogen er ook om bidden: of de Heilige Geest de opvoeding wil zegenen en ontvankelijke (kinder)harten wil geven, opdat het evangelie weerklank zal vinden.

Opvoeding

Het Doopformulier zegt, in het dankgebed, ook nog iets anders. Het bidt, dat de kinderen christelijk en Godvrezend worden opgevoed en in de Heere Jezus Christus opwassen en toenemen.

Wat is in het grootbrengen van de kinderen belangrijk dat de kinderen opgroeien in de lichtkring van het evangelie, in een gezin, waar de liefde woont, voor de Heere Jezus en voor God en Zijn dienst, en in een warme en liefdevolle omgeving. Juist een kind kan zo ontvankelijk zijn voor de verhalen uit de kleuter- of kinderbijbel, voor het kindergebed en het kinderlied. Laten ouders hun kinderen daarin voorleven en de jonge kinderleeftijd gebruiken om een middel in de handen van de Heilige Geest te zijn dat de kinderharten open gaan en innerlijk ontvankelijk worden. Dat mag ook gebeuren op de christelijke school, de kinderclub en de zondagsschool.

Datzelfde geldt ook de jongeren. Ook hun harten moeten voor het evangelie ontvankelijk gemaakt worden. Dat gebeurt niet in de eerste plaats door allerlei vermanende woorden, maar door een goed woord voor de Heere Jezus, door hen de hoge waarden van het evangelie te laten zien en voor te leven, opdat zij hun hoop op God zullen stellen en Gods daden niet vergeten (Psalm 78 : 7).

Prediking

Ook de prediking mag er toe bijdragen om harten ontvankelijk te maken. De prediking zal in onze tijd eenvoudig moeten zijn, zodat de kinderen en de jongeren het begrijpen. En niet alleen de jongeren, maar ook de ouderen. Ik denk aan wat Maarten Luther ergens schrijft: dat hij de moeder in haar huis, de landman op het veld en de kinderen op straat bespiedde om hun taal te leren om eenvoudig te kunnen preken. Luther schreef ook aan iemand, toen hij al een heel aantal jaren prediker was, om al de boekjes en liedjes en kinderverhalen die men kon vinden, opdat hij zich zou kunnen oefenen zich eenvoudig uit te drukken.

Laten de kerkdiensten kind-(en jeugd-)vriendelijk zijn, zodat onze kinderen en jongeren het er fijn vinden. Niet doordat er afgedaan wordt aan de waarheid van het evangelie. Maar opdat de dienst en de prediking bij hen op de juiste wijze overkomt. Daarbij zal de prediking ook concreet moeten zijn, vanuit de Heilige Schrift woorden aanreikend waarmee mensen verder kunnen in het leven.

Ouderen

Overigens geldt datzelfde ook de ouderen. Juist in onze tijd kan het gebeuren dat mensen innerlijk ontvankelijk zijn voor het evangelie. Ik denk aan mensen die zorg hebben, die eenzaam zijn, die zoekend zijn, mensen in vastgelopen situaties. Kan de Heilige Geest zo niet voorbereidend werken? Wat kan een krachtige bijbelse prediking, recht op de man of vrouw af, mensen dan raken! Daarbij gaat het niet om allerlei stichtelijkheden, maar om de verkondiging van het Woord, dat ook in onze tijd kracht heeft.

Pastoraat

Ook in het pastoraat kunnen er situaties zijn dat mensen ontvankelijk zijn voor het evangelie. Wat is het dan belangrijk om een luisterend oor te hebben en mensen aan te spreken in hun situatie. De boodschap van het evangelie mag niet gebracht worden los van de omstandigheden, waarin mensen verkeren. Maar dient daar gebracht te worden waar mensen op dat moment, in hun levenssituatie, zijn.

Het is bijzonder leerzaam om te zien hoe Jezus omging met mensen. Ieder mens was voor Hem een ander en elke situatie was voor Hem anders. Zo spreekt Hij Nikodemus (Johannes 3) anders aan dan de Samaritaanse vrouw (Johannes 4). Beiden waren ontvankelijk gemaakt voor het evangelie, Nikodemus omdat hij met zijn vraag tot Jezus kwam, en de Samaritaanse vrouw omdat ze een leven leidde dat geen rust gaf. Voor beiden heeft Jezus een woord, dat in hun ontvankelijk hart weerklank vindt en vrucht draagt dat van eeuwigheidswaarde is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Innerlijke ontvankelijkheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's