Het licht dat jij mag laten schijnen
Signaal '97
Iedereen is bruikbaar
In de gemeente van Peter Masters in Londen (Spurgeon's Tabernacle) bleek het te werken. Toen hij er predikant werd was de gemeente zeer ingezonken. Een kleine groep mensen was er nog over van de eens zo talrijke gemeente. Wie er nu binnenstapt kijkt verbaasd rond. Een bonte menigte van alle leeftijden en uit alle culturen komt er wekelijks bijeen. Op de vraag: 'Maar hoe kan dat? ' antwoordt de predikant: 'Wij hebben geleerd te denken vanuit de gaven. Ieder die zich bij onze gemeente voegt is bruikbaar. Als je goed vloeren kunt dweilen mag je dat doen. Kun je goed koffie zetten, dan ligt daar je taak. Kun je goed leiding geven, dan mag je ergens leiding aangeven...'
Op zondagmiddag komen 700 kinderen naar de zondagsschool, opgehaald met busjes uit de omliggende wijken. Op het nabijgelegen metrostation hangen op zonen feestdagen uitnodigende reclameborden, getekend door een begaafde cartoonist. De tweede dienst op zondag is altijd afgestemd op hen die niet gewend zijn naar een kerk te gaan.
Voor de gemeente is de prediking het hart van de zaak. Maar daarmee alleen ben je er nog niet. 'Dat denken wel veel van mijn collega's, aldus Peter Masters. Maar ondanks hun zuivere prediking lopen hun kerken leeg. Ze gaan aan de werkelijkheid min of meer voorbij. Hun 'romantic preaching' (romantische prediking) staat te ver bij de mensen vandaan.'
Het komt mij voor dat dit een belangrijke ontdekking is. Op verscheidene plaatsen lopen bij ons de kerken nog als vanzelf vol. Maar hoe langer hoe meer zijn er signalen dat de kerkgang terugloopt. En, wat niet minder zorgelijk is: er komen maar zelden nieuwe mensen bij. Bij buitenstaanders maakt de kerk de indruk dat het niet een club is waar je welkom bent en dat daar dingen gebeuren waar je niets aan hebt. Totdat blijkt dat het tegendeel waar is. En je er hartelijk welkom bent, omdat men op je zit te wachten. Omdat je kostbaar en bruikbaar bent in de ogen van God.
Waartoe dienen de gaven?
Waar het om gaat is de ontdekking dat de gemeente een huis is, gebouwd van levende stenen. Waar de gelovigen, samen en afzonderlijk, deel hebben aan Christus en al Zijn schatten en gaven (Heidelb. Catechismus vr. en antw. 55). Over die gaven is lange tijd in de kerk gezwegen. De bijzondere Geestesgaven zouden thuishoren in de begintijd van de kerk. Maar de praktijk van het zendingswerk laat zien dat dat niet zo is. Bijvoorbeeld in Afrika, waar de strijd tegen de machten van de duisternis een dagelijkse werkelijkheid is. Vele (zendings)kerken hebben er een eigen dienst der genezing, waarbij het uitdrijven van demonen een weerkerend onderdeel is. Want telkens moet blijken dat Jezus werkelijk de machten Heer en Meester is.
Maar we hoeven niet eens meer zo ver van huis te gaan. In toenemende mate vertellen jongeren die betrokken zijn bij het Dabarwerk op campings en in de steden, dat ze te maken kregen met jongeren van de satanskerk. Al heel wat keren hebben de teams, als zij met elkaar in gebed gingen, ervaren hoe Christus de machten van de duisternis kan breken.
In zijn boekje De geestelijke gaven voor de opbouw van de gemeente noemt Peter Wagner een lijst met 27 gaven die bedoeld zijn voor de missionaire opbouw van de gemeente. De lijst is niet compleet. Al naar gelang de tijd en de omstandigheden verschillen, kan de Geest uit de volheid van Christus nieuwe gaven schenken. Eerlijk gezegd hoeven dat niet altijd van die spectaculaire dingen te zijn. Wat zouden wij al gezegend zijn als er meer mensen waren die de gave van de wijsheid, het inzicht en de fijngevoeligheid ontvangen...
Maar wat bedoelen we als we spreken over gaven die bestemd zijn voor de opbouw van de gemeente? Is het de bedoeling dat er overal goed draaiende gemeenten ontstaan? Dat er overal 'fijne' gemeenten zijn, waar iedereen het naar de zin heeft? Dat is een ideaal dat zelfs in het Nieuwe Testament niet voor komt. Toch zullen we er naar moeten streven. Anders zouden we zeker de helft van de apostolische brieven uit de Bijbel kunnen schrappen. De opbouw van de gemeente dient missionair te zijn. Opdat de wereld Gods liefde zal erkennen. De samenkomst van de gemeente is niet zozeer een genoeglijk onderonsje, maar is de plek waar de deuren van het heil wijd open staan. Wanneer we dat niet als doel voor ogen zien, wordt het werken in de gemeente een moeizaam en angstig georganiseer, waarbij we op den duur gaan lijden aan geestelijke zelfbemesting en vroeg of laat aan regelzucht ten onder gaan.
Efeze 4
Het is goed er Efeze 4 : 1-13 op na te slaan. Allereerst klinkt daar de roeping om waardig te wandelen, overeenkomstig de roeping waarmee we geroepen zijn. Voorbeeldig leven. Het gaat de apostel om de kwaliteit van de gemeente. Laat ze een illustratie zijn van Gods bedoeling met de wereld. Evangelisatie heeft alles te maken met deze gemeentevisie. Nergens lezen we in de brieven een oproep tot georganiseerde evangelisatie. Een commissie en een Bond voor evangelisatie dienen overbodig te zijn.
Vervolgens benadrukt de apostel de eenheid. Eén Heere, één geloof, één hoop, één doop... Tot zesmaal toe is er sprake van het ene, dat uniek is en de onderlinge samenhang bepaalt. Deze eenheid is zeker geen eentonigheid. En is ook niet eenvormig. Het is de eenheid van de congruentie. De eenheid van de legpuzzel, met zijn duizenden stukjes. De harmonie van het symfonie orkest. Ieder speelt zijn partij om er samen één stuk van te maken.
Daarom kondigt de apostel met veel nadruk aan: Maar... aan elk van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. Na tot zesmaal het ene dat samenbindt onderstreept te hebben, valt het licht op wat ieder afzonderlijk ontvangen mag door de genadegave, die door Christus verleend wordt. Christus deelt uit, naar wat Hij nodig acht. Aan de één veel, aan de ander nog meer.
In dit verband zingt de apostel het loflied op de Hemelvaart van Christus. In de hoogte opgevaren deelt Hij gaven uit aan de mensen. Zoveel als Hij maar wil. Want daartoe heeft Hij de macht en de bevoegdheid door Zijn vernedering heen verworven. Gaven naar 'buiten': apostelen en evangelisten. Gaven naar 'binnen': profeten, herders en leraars. En gaven voor 'binnen' en 'buiten': de bediening, het dienstbetoon, het diaconaat. Alles gericht op een samenhang en zingeving die nergens anders te vinden zijn dan alleen in en door de gemeente van Christus.
Vrucht en gaven
In dit verband is het wellicht goed erop te wijzen dat er onderscheid is tussen de vrucht van de Geest (enkelvoud) en de gaven van de Geest. Over de vrucht van de Geest wordt gesproken in Galaten 5 : 22. Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Aan deze vrucht herkent men de boom. Dit is het signalement van een ieder die door de Geest van God is wedergeboren. In zo'n leven wordt de vrucht van de Geest geplant om uit te groeien tot rijpheid. Hieraan herkent men de kinderen Gods.
Maar daarnaast zijn er de gaven van de Geest. Een veelheid van geestesgaven/ charismata die iemand in staat stellen een bijzondere dienst te verrichten. Zoals de gave van de profetie - het onderscheiden van geesten - het spreken in andere talen - de gezondmaking - het gebed... Of minder opzienbarend: de gave van de gastvrijheid - het helpen - het ongehuwd zijn...
Bij een onderzoek in Duitsland bleek 80% van de gemeenteleden niet te weten welke gave men ontvangen had. Bij een nader onderzoek bleek minder dan 10% de gave van de evangelisatie te bezitten. Het is dus een misvatting om er van uit te gaan dat de hele gemeente 'moet' evangeliseren op de manier van een evangelist. Met het gevolg dat de meesten een schuldgevoel krijgen als het gaat om actieve evangelisatie. Waar het veeleer op aankomt is deze dienst uit te voeren op een manier die past bij de (soms veelkleurige) gaven die de gemeente ontvangen heeft.
Hoe dan?
Maar hoe gaat dit dan in zijn werk? Geeft de Geest je opeens een bepaalde gave? Dat is mogelijk. Het kan ook heel langzaam gaan. Zodat een gave zich hoe langer hoe meer ontwikkelt. Paulus was ook niet in één keer een apostel. Pas vele jaren na zijn bekering wordt hij door Barnabbas 'ontdekt' en voor het dienstwerk van Christus ingeschakeld.
In Vurig verlangen (red. H. Eschbach) schrijft prof. Runia het volgende (pag. 112):
Kan ik mijn eigen charisma ontdekken? Terecht heeft men gewaarschuwd voor te veel introspectie op dit punt. Een mens kan zijn hele volwassen leven doorbrengen met het zoeken naar zijn eigen charisma en al die tijd niets doen! Het is opvallend dat we in het Nieuwe Testament nergens de oproep tegenkomen om ons eigen charisma op te sporen, voordat we kunnen gaan dienen. We worden telkens tot die dienst opgeroepen. Begin maar te dienen en het zou me niet verbazen dat u al dienende uw charisma(ta) ontdekt.
Toch wil ik ook hier enkele opmerkingen maken.
1. Het is vaak makkelijker te ontdekken welke charismata we niet hebben dan welke charismata we wél hebben.
2. Begin er mee om uw natuurlijke begaafdheden te gebruiken en stel ze nadrukkelijk in dienst van God en de gemeente. Langs die weg ontdekken we vaak ons eigen charisma.
3. Luister naar wat uw medegelovigen van u zeggen. Anderen zien ons vaak heel anders en veel beter dan wijzelf. Soms worden we gevraagd bepaalde dingen te doen. Dat kan een vingerwijzing zijn.
4. Leer in de weg van 'trial and error', van mislukking en succes. Als bepaalde taken lukken zou dat een aanwijzing kunnen zijn.
5. Geeft het uzelf voldoening? Dat geldt van het gewone dagelijkse werk, maar ook van de charismata. Volgens sommige mensen staat Gods wil altijd dwars op onze eigen wil, maar dat is slechts een halve waarheid. Soms gaat dit inderdaad op (bijvoorbeeld bij Mozes en Jeremia), maar het is lang niet altijd het geval.
6. Vermijd alle competitie. Als dat een rol speelt bent u hoogstwaarschijnlijk op de verkeerde weg en gaat het niet om een echt charisma. In ieder geval is er dan sprake van een misbruik van de gave, zoals we dat ook in de gemeente van Korinthe tegenkomen. Volgens 1 Kor. 13 zijn de meest spectaculaire charismata niets zonder de liefde.
In Christianity Today kwam ik eens een uitspraak tegen die me zeer geschikt lijkt om (...) mee af te sluiten: 'Learning your gift will take time. Using your gift will take the rest of your life! - Uw gave leren kennen neemt tijd. Uw gave gebruiken vraagt de rest van uw leven.'
Test
In het keuzeprogramma op Signaal '97 op 18 januari 1997 te Ede, waarin het bovenstaande centraal stond, maakten we met ongeveer 100 deelnemende jongeren een beknopte 'gaventest'. Ondanks de globale indeling die in werkelijkheid veel meer verfijning vereist, gaf dit onderzoek toch de volgende uitslag te zien:
50% vond zijn/haar gave vooral op het terrein van diaconaat en dienst. 20% gaf te kennen vooral gaven te hebben op het terrein van onderricht, getuigenis, (artistieke of muzikale) creativiteit of pastorale zorg.
30% bleek het sterkst te zijn in de taak van zendeling(e) of evangelist(e). De bespreking van deze 'test' leverde een boeiende discussie op. Voor enkelen was het een schok te bemerken wat ze absoluut niet en mogelijk toch wél met hun verdere leven moeten doen.
Twee opmerkingen uit de nabespreking wil ik u niet onthouden:
'Is het ontbreken van een bepaalde gave niet evengoed Gods bedoeling? Paulus moest daar immers ook mee leven.'
'Is het niet zo dat mensen met een bijzondere gave zichzelf en anderen op den duur geweldig in de weg kunnen staan? '
IJvert daarom naar de beste gaven; en ik wijs u een weg die nog uitnemender is... (1 Kor. 12 : 31).
D. Ph. C. Looijen, predikant-directeur IZB Amersfoort
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's