Vurig verlangen
Evangelische vernieuwing
Op 31 mei 1995 zoeken een aantal hervormde en gereformeerde predikanten de publiciteit met een 'Evangelisch Manifest'. Daarin geven ze aan dat ze vurig verlangen naar een geestelijke vernieuwing in de traditionele kerken. Ze zijn bewogen met hun kerken die kampen met een ernstig ledenverlies. Ze roepen op tot verootmoediging voor God over de toestand van de kerk.
Ongeveer 150 predikanten uit beide kerken betuigen steun evenals honderden ambtsdragers en gemeenteleden. Er komt een gesprek tussen de brede moderamina van de drie synoden die in SoW-verband met elkaar samenwerken in maart 1996. Er is intussen ook een 'Evangelisch Werkverband binnen de VPKN i.w.' opgericht. De synode geeft te kennen de evangelische beweging binnen de kerk als een legitieme stroming te erkennen. Er zal gezocht worden naar mogelijkheden om invulling te geven aan de verlangens, zoals in het Evangelisch Manifest verwoord.
Eind vorig jaar (1996) verscheen er een publicatie waarin het Manifest volledig staat afgedrukt, maar waarin vooral de thema's eruit aan de orde worden gesteld.
In een inleidend artikel geven ds. P. J. Bakker (geref.) en ds. J. Eschbach (herv.) aan waarom ze als 'Evangelisch Werkverband' zo vurig verlangen naar een evangelische vernieuwing in de traditionele kerken. Somber lijkt het vooruitzicht voor wie de cijfers inclusief de bijbehorende analyses leest die de laatste jaren verschijnen. Naast sociologische oorzaken dienen we vooral te zoeken naar de geestelijke achtergronden van het geconstateerde verval. Openbaring 2 vertolkt een voorname factor: Dit heb Ik tegen u dat ge uw eerste liefde hebt verlaten. De christelijke gemeente wordt voor de oproep tot bekering geplaatst. Anders wordt de kandelaar van het Woord weggenomen. Genoemd Werkverband wil blijven staan binnen de SoW-kerken en daar haar roeping vervullen. Intussen merken ze in hun kerken veel sterielheid en matheid op. SoW is verworden tot een kerkpolitiek gebeuren. Het eist veel werkkracht en energie op die beter aan de feitelijke roeping van de kerk kan worden besteed: het bereiken van ons volk met de bevrijdende boodschap van het Evangelie van de Heere Jezus. SoW als proces wordt niet gediskwalificeerd. Zoeken naar éénheid tussen christenen blijft bijbelse opdracht. Maar organisatorische eenheid kan slechts verwerkelijkt worden als er geestelijke eenheid is. De kerk dreigt aan haar eigen pluraliteit ten onder te gaan. Er is te weinig beseft dat oproepen tot verootmoediging geen afleidingsmanoevres waren. Straks hebben we een organisatorische eenheid met een gigantisch waterhoofd en een steeds verder leeglopende kerk aan het grondvlak, aldus de predikanten Bakker en Eschbach.
Voor geestelijke vernieuwing van de kerk zijn een aantal basispunten geformuleerd:
gebed, verootmoediging, bekering, een vernieuwde werking van Gods Geest, het abc van het geloof opnieuw leren spellen, nieuwe dingen durven doen, creatief omgaan met de structuren.
Enkele basispunten worden nader uitgewerkt. Ds. M. J. Koppe (geref.) werkt het thema 'Verootmoediging en gebed' nader uit en ds. R. J. Perk (herv.) geeft vanuit een persoonlijk relaas aandacht aan geestelijke vernieuwing. A. J. van Heusden (directeur E.A.) schetst in het kort ontstaan een groei van de evangelische beweging, terwijl prof. dr. K. Runia de theologie van deze beweging in kaart tracht te brengen. Laatstgenoemde geeft ook breed tekst en uitleg bij 'De gaven van de Heilige Geest en de gemeente'. Drs. C. R. van Setten geeft in 'Op hoge toon' veel aandacht aan 'De liederencultuur van de evangelische beweging'.
Knelpunten
Eén van de knelpunten in contacten tussen evangelischen en reformatorischen is veelal de christelijke doop. Dr. G. H. Cohen Stuart die jarenlang als wetenschappelijk adviseur van de Hervormde Kerk in Jeruzalem woonde en werkte, schrijft over 'Toetredingsdoop en bekeringsdoop'. Hij biedt 'Gedachten over differentiëring van de dooppraktijk op grond van de joodse wortels van het christendom'. Uitvoerig schenkt hij aandacht aan het joodse gebruik van het rituele bad, de miqwah. De diverse betekenissen en functies van de miqwah in het jodendom en het Nieuwe Testament laten voldoende ruimte voor een tweetal doopvormen in de christelijke gemeenschap. Je krijgt aldus twee vormen van doop. De toetredingsdoop, hetzij als kind, hetzij als volwassene. Daarnaast dient er ruimte te zijn voor de bekeringsdoop. Dat is geen herdoop, maar een ritueel waarbij zij die reeds tot de gemeente behoren opnieuw hun keus voor God en Zijn dienst onderstrepen. Veelal zal dit gebeuren na een minder actieve tijd in de gemeente of nog erger: na een periode van geheel afgedwaald zijn geweest. Deze vorm van 'doop' mag, aldus Cohen Stuart, op geen enkele wijze verward worden met de 'toetredingsdoop' en mag daarom niet met de trinitarische formule verricht worden. Ook mag de uitdrukking herdoop of wederdoop er niet voor gebruikt worden.
Het gaat alleen om een pastorale tegemoetkoming aan de wens tot ritueel bij een hernieuwd meeleven met de gemeente. Ds. M. J. Koppe gaat vervolgens uitvoerig in op het pastoraal omgaan met vragen rond de doop. Hij noemt o.a. de opvatting van E. W. van der Poll die bij de bevestingsdoop niet spreekt van een streep door je kinderdoop, maar van een streep onder je kinderdoop.
Nog een knelpunt is de kwestie van de gaven van de Geest in de gemeente. Het gaat hier om de charismata, de genadegaven van de Heilige Geest. Prof. Runia schijft een prachtig hoofdstuk over dit onder werp, evenwichtig en uitvoerig. Als hij de vraag opwerpt of deze gaven ook vandaag nog aanwezig zijn in de kerk, dan komt hij tot de volgende overwegingen. In de pinksterbeweging is men geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden, al leggen velen dan wel het accent op de meer spectaculaire gaven zoals het spreken in tongen, genezing en profetie. Dat komt door hun biblicistische omgang met de Schrift. Wat we in de jonge kerk vinden, is zondermeer bindend voor de kerk van alle tijden. Maar Runia vindt dat het N.T. daar geen enkele grond voor biedt. Hij geeft een aantal hermeneutische regels aan die in acht genomen moeten worden. De apostolische kerk heeft inderdaad iets exemplarisch.
We moeten letten op wat de Geest toen en daar heeft gedaan. Maar we vinden nergens de opdracht om de jonge kerk te kopiëren. In nieuwe tijden mogen we nieuwe daden van de Geest verwachten die verband houden met de noden en behoeften van die nieuwe tijden. We mogen niet uitsluiten dat sommige gaven van het N.T. terugkeren. Het geven ervan blijft het privilege van de verhoogde Heer. Onherhaalbaar is en blijft het apostolaat. Omdat de gave van de profetie voor alle tijden van belang is, mogen we verwachten dat deze gave er ook nu is. We moeten openstaan voor nieuwe gaven die de Geest wil schenken omdat ze zo belangrijk zijn voor de gemeente van onze tijd. En tenslotte, alle gaven en uitingen van de Geest die thans geclaimd worden, dienen getoetst te worden aan het profetisch en apostolisch getuigenis van Oud en Nieuw Testament.
Gemeenteopbouw
De evangelische vernieuwing van de gemeente voltrekt zich langs de weg van gemeenteopbouw. Ds. F. H. Veenhuizen biedt een uitvoerig schema hoe gemeenteopbouw naar evangelische snit er uitziet. Hoe kunnen we bijdragen aan de vitaliteit en de aantrekkelijkheid, aan de groei en de bloei van de gemeente? Uiteraard krijgt ook Willow Creek uitvoerige aandacht (ds. J. Eschbach). Bovendien geeft Eschbach aan hoe hijzelf jarenlang bezig was èn is om via huiskringen en kleine kernen soms dorre situaties tot nieuw leven te brengen. Hij schreef daar al eerder een boek over: De groeigroep als bouwsteen (1993). Eschbach is van mening dat we gemeentevernieuwing gewoon moeten dóen! We vergaderen in kerkelijk Nederland veel te veel, beleidsplannen worden overal geproduceerd. Maar als het nergens gestalte krijgt in de praxis van ons gemeenteleven, is het met Paulus' woorden te typeren als 'schallend koper en een rinkelende cimbaal'.
Wat ervan leren?
Voordat we kritische kanttekeningen plaatsen bij de initiatieven en ideeën van het Evangelisch Werkverband lijkt het me juister ons af te vragen of er wat te leren valt. De bevlogenheid en gedrevenheid doet weldadig aan temidden van veel formalisme en zelfgenoegzaamheid die onder ons soms valt waar te nemen. Wij hechten sterk aan de bekende ambtelijke structuren in onze gemeenten. Maar lopen we in sommige gevallen niet het risico dat ze gebruikt en daarom misbruikt worden om bestaande toestanden en gewoonten te conserveren, in plaats van bezinnend en toetsend bezig te zijn om door de Geest Gods geleid werkelijk leiding te geven aan onze gemeenten. De ambten zijn er niet om mondige gemeenteleden monddood te maken. Ze zijn er ter toerusting van de gemeente en niet om over de gemeente Gods te heersen.
Lijden wij werkelijk aan de matheid en matigheid van de stand van het geestelijk leven en zijn wij bereid ons biddend af te vragen of we misschien op een of andere manier de werking van Gods Geest blokkeren in de manier waarop we ons gemeente-zijn organiseren?
Of er geen vragen blijven na lezing van het hier besproken boek? De voorgestelde maatregelen betreffende de dooppraxis lijken me praktisch onuitvoerbaar. In feite betekent het een secundair stellen van de kinderdoop. En deze lijkt me nu juist fundamenteel voor een reformatorische kerk. Het heeft immers alles te maken met de visie op de gemeente, op het genadekarakter van het geloof. De ideeën over gemeenteopbouw zijn mij net iets te 'doenerig', hoewel ik er eerlijkheidshalve direct achter zeg dat wij vaak veel te afwachtend en te berustend zijn. Er ligt, dunkt me, een spanning tussen het vrij laten waaien van de Geest èn het ingrijpen van mensen. Hoe houd je er de spanning in zodat je niet in mensenwerk en activisme vervalt èn anderzijds gelaten de dingen in je gemeente maar laat zoals ze zijn uit onterechte vrees voor spanningen.
Uit lezing van dit boek blijkt dat de 'evangelischen' in de SoW-kerken niet zo druk willen zijn als wij met een discussie over de grondslag van de kerk. Maar dat ze eerder praktisch, op het plaatselijk grondvlak, willen werken aan de gezondmaking van het geestelijk leven. Ik zou zeggen: we moeten het éne doen en het andere niet nalaten.
Het initiatief èn deze publicatie verdienen overweging in de sector van de kerk waar men aan Woord en Geest terecht beslissende waarde hecht.
(N.a.v. Hans Eschbach (red.) Vurig Verlangen - Evangelische vernieuwing in de traditionele kerken, uitgave Boekencentrum Zoetermeer, 213 blz, , ƒ 29, 90.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's