Boekbespreking
Dr. S. Paas, De gemeenschap der Heiligen, Uitg. Boekencentrum, 1996, 432 pag., f 62, 50.
Bij wie berust het gezag in de kerk van Christus? Deze vraag vormt de kern van het kerkhistorisch promotie-onderzoek van dr. S. Paas, dat zicht bezighoudt met een diepgaande controverse in de geschiedenis van de Engelse Reformatie tegen het einde van de zestiende eeuw. De gedachten van een tweetal Engelse puriteinen, Henry Barrowe en John Greenwood, staan in deze studie centraal. Zij werden 'separatisten' genoemd, en hebben hun radicale inzichten inzake de verhouding van Kerk en Staat met de dood moeten bekopen. Na jarenlange gevangenisstraf zijn ze in het jaar 1593 als 'opstandelingen' tegen het gezag van de Staat terechtgesteld. Toch was hun strijd een zuiver geestelijke en kerkelijke. Ze hebben zich voortdurend verzet tegen de beschuldigingen dat hun pleidooi voor een strikte losmaking van Kerk en Staat ook maar iets te maken zou hebben met revolutionaire aantasting van het wettige gezag. Zij erkenden dat gezag van harte, maar ontkenden dat er van overheidswege ook maar enige bemoeienis zou mogen zijn met de regering van de Kerk, die immers exclusief Christus' machtsgebied was. In een tijd, waarin de autoriteit van Kerk en Staat nog zoveel onderlinge verwevenheid kende, ontkwamen ze echter niet aan de funeste verdenking van revolutie. In kerkelijke termen werden ze beschuldigd van het voor de samenleving zo gevaarlijke Anabaptisme, dat de Staat principieel als van den boze beschouwde, en van Donatisme, het drijven van een kerk van louter heiligen.
Paas laat in zijn studie vanuit hun geschriften zien, dat het in hun kerkvisie uiteindelijk ging om een consequent teruggrijpen naar de Kerk van het Nieuwe Testament, waar de 'gemeenschap der heiligen' alleen ruimte bood voor de autoriteit van Christus en niet voor (door de wereldlijke overheid gesanctioneerde) bisschoppelijke of presbyteriale gezagsinstanties. Hun verzet was tegen de traditionele liturgie, formulieren en structuren die in de Kerk van Engeland, ook na de Reformatie, nog zo krachtig aanwezig bleven. Daarbij was de strijd het bitterst met de presbyterianen, die geestelijk het dichtst bij hen stonden, maar die kerkelijk een 'valse kerk' tolereerden volgens Barrowe en Greenwood. Hoe dichter bij elkaar hoe feller het conflict. Het is triest en tragisch om te zien dat christenen, die wat het geestelijke leven betreft helemaal niet zo verschillend dachten, als het over de kerkregering ging zulke dodelijke vijanden van elkaar bleken te zijn, zo radicaal van elkaar vervreemd. Zowel presbyterianen als separatisten leefden vanuit het geestelijke erfgoed van de Reformatie. Calvijn was een naam die groot gezag had. Het viel mij opnieuw op welk een belangrijke autoriteit de reformator van Geneve in Engeland heeft gehad, zowel bij de anglicanen, als bij de presbyterianen en zelfs de separatisten. En toch ging men zo radicaal uiteen op het terrein van de gedachten over de regering van de Kerk.
Paas plaatst dit tragische conflict in het kader van de grote cultuuromslag in Europa van het middeleeuwse collectivisme naar het moderne individualisme. Het 'Corpus Christianum', de eenheid des levens in de westerse cultuur, had zijn langste tijd gehad. Toch probeerde men in het spoor van de Reformatie de oude orde te bewaren op een nieuwe wijze. De separatisten zouden, volgens Paas, intuïtief hebben aangevoeld dat dit in een moderne geseculariseerde wereld van de toekomst niet meer mogelijk zou kunnen zijn. De kerk zou alleen als kerk van Christus kunnen volharden en getuigend kunnen staan in de wereld en tegenover de overheid, als ze weer kerk werd zoals in het Nieuwe Testament. Het 'Corpus Christianum' zou immers voorgoed voorbij zijn. Dit kader, waarin het gedateerde kerkelijke conflict wordt 'uitvergroot', maakt het beeld niet direct scherper maar zet wel aan het denken. Ook als men wat de mogelijke waarneming en evaluatie over de teloorgang van het 'Corpus Christianum' betreft niet geheel overtuigd is, geeft deze studie genoeg stof tot nadenken. Ook vandaag is er in kerkelijke verschillen en geschillen nog veel te verhelderen inzake de vragen van de regering van de kerk. In hoeverre kan men zich over het 'constantijnse tijdperk' heen terugtrekken op de Kerk van het Nieuwe Testament? Als is heden ten dage de verhouding van Kerk en Staat van een andere orde als in de zestiende eeuw, de vragen over gezag en structuur binnen de Kerk, van hiërarchie van ambt en gemeente zijn ook in allerlei processen in onze huidige kerkelijke (gereformeerde) context van een hoogste actualiteit. De gegevens die Paas in zijn kerkhistorische studie voor het voetlicht heeft gebracht kunnen ook vandaag van nut zijn bij een blijvende bezinning over de Kerk als 'Gemeenschap der heiligen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's