Dr. Gerardus Kuypers: predikant en hoogleraar (1)
De heer W. Otten te Hilversum maakte een uitgebreide studie van het leven van dr Gerardus Kuypers, onder wiens bediening in Nijkerk in de 18e eeuw de zogeheten Nijkerkse beroeringen plaatsvonden. In drie artikelen geeft de heer Otten een weergave van zijn studie. Het eerste artikel is bijgaand geplaatst. Red.
1. Uit een bescheiden familieregister
Hij werd geboren op 11 oktober 1722 in Mijnsheerenland. Zijn ouders waren ds. Frangois Kuypers (1692-1783) en Anna Onderdewijngaard.
Gerardus trouwde op 14 april 1748 in Woudrichem, 's vaders tweede gemeente, met 'Mevrouwe' Anna Catharina Huysinkvelt (Huis in 't Veld) uit Breda. Uit dit huwelijk zijn ter wereld gekomen:
-Anna, gedoopt 16 februari 1749 te Jutphaas
-Frangois op 6 juni 1751 te Nijkerk, waarschijnlijk overleden vóór de geboorte van:
-Christiaan Francois op 27 augustus 1752 te Nijkerk.
Ds. Gerardus Kuypers hertrouwde op 16 december 1759 te Winschoten met douairière Josina Petronella Sichterman-Alberda (1724-1804). Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
2. Studie Gerardus Kuypers
In Dordrecht heeft hij het gymnasium bezocht. De 16-jarige Gerardus werd op 19 september 1739 als theologisch student te Leiden geregistreerd. Hij heeft gestudeerd bij de hoogleraren:
-P. Burman, geschiedenis en welsprekendheid;
- S. Haverkamp en T. Hemsterhuis, Griekste letteren en oudheden;
- P. van Musschenbroek en Jac. Wittichius, wijsbegeerte.
Voorts volgde hij college bij de professoren J. Alberti, J. en T. H. van den Honert, alsmede Joh. Wesselius.
Gerardus heeft zich vooral toegelegd op de oosterse talen. Onder Albert Schultens promoveerde Kuyper reeds medio 1743 te Leiden op een academisch proefschrift met betrekking tot verscheidene teksten uit het Oude Testament in disputen gehandhaafd en toegelicht.
Twee jaar later publiceerde hij de Ali ben Abi Taleb Carima = de liederen van Ali ben Abi Taleb.
3. Hulpprediker in 's lands hoofdstad
Dr. Gerardus Kuypers is in 1745 hulpprediker in Amsterdam geweest. Tijdens ziekte van ds. Joh. C. de la Moraisière (volgnr. 130 van de predikantenlijst aldaar) heeft hij er kerkdiensten geleid.
Toen proponent Kuypers enige preken had gehouden, was al gebleken, dat hij niet alleen een grote geleerdheid bezat, maar ook een buitengewone gave der welsprekendheid had. Hij was op de leeftijd van 23 jaar gekomen. De overvloed van theologische kandidaten in die tijd was de oorzaak, dat Kuypers ondanks zijn vele en grote talenten niet terstond een beroep had ontvangen.
Onder de klasse van weinig geoefende hervormden ontstond reeds een vrij algemene godsdienstberoering, die bij verstandigen de schromelijkste uitzichten baarde, zo schrijven A. Ypey en I. J. Dermout in hun 'Geschiedenis van de Hervormde Christelijke Kerk in Nederland' (Breda 1827).
De beginselen hiervan werden in 1745 in de hervormde gemeente van Amsterdam opgemerkt tijdens de eerste preek van de proponent. Ook daarna is het opnieuw voorgekomen, dat sommige kerkgangers het godsdienstig gevoel van hun hart niet konden verbergen. Zij hebben dat gevoel gillend uitgeroepen en hun gedachten met verstaanbare woorden uitgeschreeuwd. Velen werden hierdoor opgeroepen om de buitgengewone jonge kanselredenaar te horen. Kuypers zag daarin Gods zegen op zijn werk. Hier werd reeds in het klein gezien, wat te Nijkerk in het groot werd aanschouwd.
Reeds daar vertoonden zich bij zijn hoorders de voorboden van de 'zielsverscheuring, die het luide moest uitschreeuwen', zo zei de Zaltbommelse predikant F. S. Knipscheer in het Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek (deel IX, blz. 564).
4. Predikant te Jutphaas
De kandidaat Gerardus Kuypers, hulpprediker uit Amsterdam, was in 1744 in de classis Gorinchem beroepbaar gesteld. Blijkbaar had hij gehoopt op vertrek naar Sloten (N-H). Een beroep naar die gemeente ontging hem. Het in oktober 1745 van Jutphaas ontvangen beroep werd aangenomen. De beroering in Amsterdam zou daarmee zijn weggeëbd. Gerardus' vader ds. Fr. Kuypers uit Woudrichem heeft op 5 december 1745 zijn bevestiging verricht met de tekst van 1 Korinthe 16 vers 10: 'Zo nu Timotheüs komt, ziet, dat hij buiten vreeze bij u zij, want hij werkt het werk des Heeren, gelijk als ik'.
Gerardus deed 's middags intrede in zijn eerste gemeente met de woorden van Exodus 33 vers 12-14, waarin Mozes vraagt de heerlijkheid des HEEREN te zien.
Ergens las ik, dat de predikant in Jutphaas weinig ingang zou hebben gevonden. Daar heeft hij zich met bijzondere ijver toegelegd op de studie. Hij schreef aan zijn vriend J. H. Schultens, in 1744 hoogleraar oosterse talen te Herborn en in 1749 in diezelfde talen te Leiden: "t Oriëntaalse word my soo soet dat ik nagt en dag niets anders doe'.
Kuypers heeft in het bijzonder studie gemaakt van de twaalf kleine profeten. Daarbij bewerkte hij in de Statenvertaling en de commentaren 'ontelbaare en overstaanbare absurde dingen'.
Begin 1749 werd hij gevraagd naar de zgn. Vriezenveense kerk in St. Petersburg (Leningrad) te komen om daar de uit Wetter bij Dortmund vertrekkende predikant J. F. H. Carp op te volgen. Ds. Carp is vanaf 1745 tot 1749 in St. Petersburg geweest. Na de studies in de medicijnen werd hij opperdirecteur van het hospitaal in het nabij Petersburg gelegen Kroonstadt.
Hoewel Kuypers zich ongetwijfeld heeft georiënteerd omtrent de Nederlandse gemeenschap in Rusland, heeft hij gemeend het beroep in 1749 niet te moeten aanvaarden. De gemeente is toen vanaf dat jaar tot 1770 vacant geweest.
Een viertal jaren was hij werkzaam in Jutphaas, een gemeente 'welker grootste hoop was een volk dat met geen lust bevangen was, maar waar hij aan sommigen toch niet te vergeefs gearbeid had'.
Op 14 februari 1749 werd Kuypers in Nijkerk beroepen.
5. Predikant te Nijkerk
Ds. G. Kuypers werd te Nijkerk beroepen als de zgn. jongste voorganger. Zijn ambtgenoot J. J. Roldanus, die in 1734 in Leiden was begonnen met zijn studie voor theologie, werd in zijn derde gemeente Nijkerk vanaf 11 augustus 1743 de 'oudste' predikant. Anno 1761 werd hij in Nijkerk geëmeriteerd. Hij overleed in 1791 te Kampen.
Ds. Roldanus heeft zijn collega op 27 april 1749 in diens nieuwe gemeente bevestigd met een preek over Jesaja 52 vers 8: 'Er is eene stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Zion wederbrengen zal'.
Dr. Kuypers deed op die dag intrede met de teksten 20-22 uit Hosea 2: 'En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhooren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhooren, en die zal de aarde verhooren. En de aarde zal het kooren verhooren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreël verhooren. En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!'
In de Nederlandse kerk is het herderlijke werk van Kuypers vanuit Nijkerk ook elders vermaard geworden, vooral door de bekende en zo verschillend beoordeelde godsdienstberoeringen, die daar in zijn tweede gemeente te voorschijn werden geroepen.
De gemeente heeft haar nieuwe predikant 'eenparig van allen ontvangen met die liefde en agting, welke een volk betoonen kan eenen leeraar, dien zy gelooven aan hen van God op eene wettige wyze te zyn toegekomen'.
Kuypers kende in Nijkerk 'geen eenen mensch van naam' toen hij daar was beroepen. De geestelijke situatie aldaar was bepaald niet rooskleurig. Hij schreef o.m.: "t Was een plaats, eeven als een ander Gerar, daar weinig vreese Gods gevonden wierd'. Voorts is geschreven, dat de godsdienst er bij velen een sterk vormelijk karakter droeg. Zelfs kerkenraadsleden begaven zich, na afloop van de diensten, naar herberg en kolfbaan. Kuypers was een uitstekend kanselredenaar. Hij was geen eenzijdig wetsprediker. Met zijn ontdekkende prediking vond hij ingang bij de gemeente.
6. De Nijkerkse beweging
Gerardus Kuypers heeft men leren kennen als een geestverwant van Wilhelmus Schortinghuis uit Winschoten, die daar in 1700 ter wereld is gekomen en op 50-jarige leeftijd in Midwolde is gestorven.
Schortinghuis werd in 1723 predikant te Weener in Oost-Friesland. Daar is hij onder invloed van zijn ambtsgenoot H. Klugkist gewonnen voor de bevindelijke vroomheid. Dr. B. W. Steenbeek heeft over Schortinghuis een artikel gepubliceerd in deel 1 van het Biografisch Lexicon (Kampen 1978). Schortinghuis sprak de hoop uit, dat het resultaat van zijn boek Het innige christendom (1740) zou zijn 'dat dit handvol koren mogte ruischen als de Libanon'. Eenjaar later kon hij meedelen, dat deze publicatie enigen, volgens hun eigen getuigenis, tot zegen was geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's