De verkondiging van het Woord (4)
Een preek bestaat niet uit het opgeven van een aantal raadsels waarvan men zelf de oplossing maar moet zien te vinden.
Hoewel de Schrift weliswaar ons niet altijd op alle vragen een antwoord geeft, geeft zij wel door middel van de verkondiging van het Evangelie antwoord op de vraag, hoe men rechtvaardig verschijnen zal voor God. Ten diepste is op deze meest wezenlijke vraag slechts dit antwoord: 'Ziet het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt.'
Calvijn drukt zich anders uit. Hij zegt dat door middel van de prediking het bloed van Jezus Christus op schuldverslagen harten druppelt. Hij zegt het eigenlijk nog kernachtiger. Er drupt niet alleen bloed door middel van de prediking, maar met name tijdens de prediking.
Dit houdt in dat wij de verkondiging van het Woord niet genoeg kunnen waarderen.
Wie een schuldverslagen hart heeft, zal dan ook nooit één dienst des Woords overslaan, tenzij de voorzienigheid Gods hem of haar dit verhindert. Maar is dit laatste niet het geval, zo zal men er altijd zijn.
Van Ruth lezen wij dat haar thuisblijven weinig was. Zo zal het ook met een ieder zijn die om de Heere verlegen raakt. Of - om in het beeld van Ruth te blijven - met iemand die honger heeft.
Door geen enkele omstandigheid laat men zich weerhouden om naar Gods huis te gaan.
De hoogste Autoriteit
Dat het Woord wordt uitgedragen is maar niet een hersenspinsel van één of ander mens. De verkondiging van het Woord geschiedt op gezag van de hoogste Autoriteit. Wie zou ik anders daarmee bedoelen dan Jezus Christus?
Het bevel van Jezus Christus is onder andere te lezen in Markus 16 : 15: En Hij zeide tot hen: gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen.'
Met het Evangelie zijn de apostelen de volkerenwereld ingegaan. Van Paulus lezen wij in Handelingen 28 dat hij het Koninkrijk van God predikte en jongeren en ouderen onderwees dat er één Naam is gegeven onder de hemel door welke wij móeten zalig worden. Paulus deed dit alles zelfs in Rome met alle vrijmoedigheid en onverhinderd. Met andere woorden: Hij schaamde zich niet voor het Evangelie des kruises. Ook stond niemand hem in de weg om het Kruis-evangelie uit te dragen. Aan het bevel van Christus om het Evangelie uit te dragen móet gehoor gegeven worden.
Zowel Bullinger als Calvijn zijn van mening dat dit door geroepen en gezonden dienaren des Woords zal geschieden.
Bullinger zegt: 'Als dit Woord van God (namelijk in de Schrift) vandaag in de kerk wordt gepredikt door predikers, die wettig geroepen zijn, geloven wij dat het Woord van God zelf verkondigd wordt en door de gelovigen ontvangen wordt.'
Inlioud
De opdracht van Christus aan Zijn Kerk is om het Evangelie te verkondigen. Dat wil zeggen dat op een verstaanbare manier zal gezegd worden dat de zonden vergeven zijn van allen die het waarachtig geloof deelachtig zijn. Maar ook de keerzijde zal niet verzwegen mogen worden. Wie niet gelooft, zijn de zonden gehouden.
De verkondiging van het Woord heeft als inhoud: dood en leven, wee en wel, een rijke Christus voor een arm zondaar. Onder een arm zondaar versta ik een jonger of ouder mens die zich in al z'n armoe en gemis voor God ziet staan. En dit als een werk van Gods Geest door het Woord!
Wie zich als zodanig leert kennen, vergaat meestentijds de lust om uitvoerige verhalen te vertellen, hóe arm men wel is.
Wie er zo goed over kan praten, mag zich wel onderzoeken of men werkelijk arm gemaakt is door de Heere.
Vergeet het maar niet: wij zijn van huis uit arglistige mensen.Het komt wel voor dat wij - met name als wij zo goed over onze armoe en gemis kunnen praten - ons rijk praten. Anders gezegd: met onze armoe en Godsgemis denken wij rijke mensen te zijn.
Laat het echter ons eens en voorgoed gezegd zijn dat wij alleen rijk zijn in én met Jezus Christus.
Niet onze armoe, niet onze gevoelens, niet onze bevinding of wat dan ook maakt onze rijkdom uit. Alleen Jezus Christus, de Kassier der armen.
Aan allen
De verkondiging van het Woord houdt geen enkele beperking in. Aan allen mag de Zaligmaker worden aangewezen en aangeprezen als onze enige troost in leven en in sterven.
De verkondiging van het Evangelie gaat dus maar niet uit naar een select gezelschap. Zij is bestemd voor de man die nooit of te nimmer zijn plaats in de kerk leeg zal laten, maar zij mag ook uitgaan naar een junk die in de dope zijn bescherming meent te vinden.
Wij lezen in Johannes 3 dat God alzo lief de wereld heeft gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.
Sommigen willen het woord 'wereld' (kosmos) lezen als de uitverkoren wereld. Zij lezen er alleen de uitverkorenen in. Maar dat betekent dit woord 'wereld' op deze plaats niet. Hier is bedoeld dat God Zijn Zoon heeft gegeven aan de gevallen wereld. Met andere woorden: aan eenieder, de burgerlijk goeden en de burgerlijk slechten, mag de Zoon van God ruim aangeboden worden. Of om het met de Schotse predikers te zeggen: 'De Heere Jezus mag aan ieders voeten worden neergelegd'.
Eenieder die Jezus Christus wil ontvangen als zijn Redder kan Hem ontvangen. Over veel mag men inzitten en soms kan men aan veel wanhopen, maar nooit of te nimmer behoeft men eraan te twijfelen óf Jezus Christus gestalte wil nemen in het hart van een 'wereldling'. Hij belooft het in Zijn Woord. Hij wil wonen in het hart van eenieder die zich als 'wereldling' leert kennen. In het hart van 'wereldlingen' (gevallen mensen) maakt Hij plaats voor zichzelf.
Het aanbod der genade is ruim! Dat moet men niet gaan inperken door allerlei 'jamaars'. Laat het Evangelie maar vrij en frank verkondigd worden.
Als dienaren des Woords behoeven wij niet de uitverkiezing te preken. Van hoe groot belang de uitverkiezing is, maar dat hebben wij te laten in de hemel. Wij zijn geroepen om te prediken Jezus Christus en die gekruisigd.
Het moet de dienaren des Woords erom begonnen zijn om allen die aan hun handen zijn toevertrouwd in te winnen voor het heerlijk Koninkrijk van God.
Ik bedoel het niet populair en nog minder vulgair als ik schrijf: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Samenvattend stel ik: hoewel de Schrift geen alverzoening en ook geen algemene verzoening leert, moet en mag het Evangelie als het zaad der wedergeboorte overal en voor eenieder welmenend worden uitgestrooid. De zaadkar (de verkondiging van het Evangelie) kan eerder te weinig zaad bevatten dan te veel.
Waarom het bovenstaande geschreven? Niet om naar deze of gene te wijzen! Dat past mij niet!
Maar wel heb ik dit alles geschreven in de hoop dat niemand zal denken dat men door het Evangelie niet geholpen zou kunnen worden en dat Jezus Christus met hem of haar niet te maken wil hebben. Mensen met schuld denken nog wel eens dat hun schuld te groot is dan dat zij door de Heere Jezus vergeven zou kunnen worden.
Vergeet het niet: geen schuld is te groot of Jezus heeft ervoor betaald. Geen zonde is te groot of zij kan vergeven worden. Er zijn géén grenzen aan Jezus' macht voor elk die wonderen van Hem verwacht. En onder 'elk' moet men werkelijk 'elk' verstaan.
Op Jezus kan men zo aan. Op Zijn beloften kan men zo aan. Van dit laatste staat geschreven dat vast en ongebroken blijft wat uit Zijn mond uitgaat. Alle beloften Gods zijn vast en zeker in Hem. Zij zijn met bloed betaald. Duurder kan niet!
God staat erachter
Wij allen zullen wel weten dat in het Nieuwe Testament meer dan eens wordt gesproken over 'het Woord van God'. Zelfs tot veertig keer toe wordt er gesproken óf over 'het Woord des Heeren' óf over het 'Woord'.
Misschien een enkele keer niet, maar verder gaat het altijd over het Woord dat door de apostelen gepredikt wordt.
Hierbij doet zich een vraag voor. Een vraag die wij niet uit de weg kunnen gaan. Deze vraag luidt: hoe kan het Woord dat door mensen gesproken wordt het Woord van God zijn?
Op deze vraag is er slechts één antwoord te geven: achter die mensen staat God zelf Hij spreekt door hen.
De apostel Paulus was er diep van overtuigd dat God Zijn Woord door hem sprak.
In 1 Thessalonicensen 2 : 13 lezen wij: Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, dat gij aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook in u werkt, die gelooft'.
Omdat de preek is Gods Woord doet zij iets. Men kan van de verkondiging van het Woord zeggen dat zij effectief is. Zij werkt iets uit. De preek is werkzaam. Doch let wel: de verkondiging is alleen werkzaam, omdat God werkt. Hij staat erachter en Hij werkt.
Als ik stel dat de verkondiging van het Woord is Gods Woord, kan men zich de vraag stellen of er in die verkondiging nooit iets van de prediker zelf wordt gevonden. Ik denk niet dat wij dit mogen uitsluiten. Het Woord pur sang vinden wij in de Schriften. Op de kansel kan het daarentegen wel eens zijn dat de verkondiging van het Woord vermengd is met allerlei gedachtespinsels van mensen i.e. predikers.
Het valt niet tegen te spreken dat er in een preek soms meer wordt gezegd dan er in de tekst en de context staat. Ook kan de exegese wel eens geheel mank gaan. Dat gebeurt vooral als er allerlei dogmatische vooronderstellingen in een tekst gelegd worden. Eenvoudig gezegd: men wil bijvoorbeeld één en dezelfde toeleidende weg van God in iedere tekst aflezen. Ik ga hier nu niet verder op in, omdat ik een week geleden vanuit de Schriften heb aangetoond dat de wegen die de Heere met ons gaat verschillend kunnen zijn, hoewel er wel kruispunten worden gevonden waarop wij elkaar ontmoeten en waarop zeker van herkenning sprake is.
Niet alles is altijd in de verkondiging het Woord Gods. Desondanks zien wij toch ook dit gebeuren dat de Heere een rechte slag toebrengt via een kromme stok.
Daarmee wil ik intussen niet zeggen dat een prediker daarvan altijd moet uitgaan. Ook zal hem dit niet mogen brengen tot het omgaan met het Woord Gods als met een mensenwoord. Hij mag nooit of te nimmer de tekst als een kapstok gebruiken, 't Is daarom nodig dat hij voortdurend bidt om verlichting met de Heilige Geest en... studeert. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's