De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Driemaal Raad van Kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Driemaal Raad van Kerken

6 minuten leestijd

De Raad van Kerken in Nederland laat regelmatig van zich horen, in opiniërende boodschappen en geschriften. In een week tijds werd ik drie maal getroffen door wat de Raad van Kerken te berde bracht.

Moslims en christenen

In het Hervormd Weekblad werd een artikel uit 'Hervormd Zuid' (kerkblad voor Rotterdam-Zuid) overgenomen, waarin dr. G. H. van de Graaf, voormalig preses van de hervormde synode, aandacht gaf aan een serie voorlichtingsfolders van de Raad van Kerken over 'Moslims en Christenen'. Hij acht de voorlichting over het christendom 'onverantwoord slecht'. Ik citeer letterlijk:

'Dat Jezus (...) niet alleen ter dood gebracht, gekruisigd is, en niet alleen dóór onze zonden, maar ook vóór onze zonden, dat komt in de voorlichting over het christendom zelfs nergens ter sprake. "Goede Vrijdag' wordt noch onder de boodschap, noch onder de kerkelijke vierdagen, ja helemaal nergens vermeld. Evenmin als de verkondiging van Gods genade, verzoening en vergeving!...Dat de Bijbel in het christelijk geloof méér is dan een verhalenboek, namelijk het Woord van God, wordt niet vermeld.'

'Het is één vraag, en een moeilijke - zo besluit dr. Van de Graaf - hóé wij het onze naaste vertellen. Maar daaraan vooraf gaat nog een andere vraag: of wij het aan onze naaste eigenlijk wel willen vertellen'.

Aan deze korte commentaar hebben we niets toe te voegen.

Verzoening

In het verlengde van het bovenstaande ligt een brochure van de Raad van Kerken over Verzoening, aangeduid als 'Visioen en leerproces - methodische handreiking voor georganiseerde groepsgesprekken'. Deze brochure moet ook mede als voorbereiding dienen voor de Tweede Oecumenische Assemblee, die in juni a. s. in Graz wordt gehouden over het thema 'Verzoening: gave van God - bron van nieuw leven' en voor de derde Nederlandse kerkendag op 25 april 1988 over het thema 'Uit op verzoening'. Deze brochure neemt, zo wordt in het 'Woord vooraf gezegd, 'een unieke plaats in in de grote stapel literatuur over de verzoening'. Dit lezende spitst men de aandacht. Direct wordt daar echter aan toegevoegd: 'mensen worden uitgenodigd niet zozeer om te lezen óver verzoening, als wel met verzoening aan de slag te gaan'. Welnu met deze zinsnede is de inhoud (het unieke? ) van de brochure eigenlijk getypeerd.

'En hoe doe je dat, verzoening? ', daar ligt het accent. 'De schepping is onverzoend', zo wordt gezegd. Wat houdt dat theologisch in? Wanneer al over verzoening met God wordt gesproken, geschiedt het in bijzinnen. Zeker er wordt - bijna terloops gezegd - dat God zich door Jezus Christus 'met ons' (algemeen? ) heeft verzoend. Maar verzoening is toch vooral 'activiteit van mensen onderling en naar hun omgeving'. 'Verzoening is niet iets wat vanzelf komt maar waaraan gewerkt moet worden.' De volgorde wordt zelfs letterlijk omgekeerd: verzoening betekent 'het herstel van de oorspronkelijke levensgemeenschap van mensen onderling en van mensen met God als Schepper'. Of ook: 'mensen verzoenen zich met hun God', in plaats dat God Zich verzoent met mensen.

En verder gaat het dan in het boekje over verzoening doen.

Nergens gaat de Schrift open over de verzoening met God, die ook vraagt om de prediking der verzoening, met de oproep van Paulus 'Wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen'.

Verzoening is iets anders dan conflictbeheersing, zo wordt gezegd: 'verzoening gaat verder, dieper'. Hóé dieper? , is de vraag, die rest na lezing van dit boekje, waarin het niet gaat om verzoening door voldoening maar om een program van verzoening in een gebroken wereld.

Een boekje als dit is niet alleen een gemiste kans om het hart van de christelijke boodschap vanuit de Schriften te laten zien, het zet naar onze diepste overtuiging mensen binnen de kerk en daarbuiten op het verkeerde been. De consequentie van verzoening wordt eigenlijk voor de verzoening zelf aangezien.

De vrede van Jeruzalem

Brede aandacht kreeg in de pers reeds een geschrift van de Raad van Kerken, getiteld 'De vrede van Jeruzalem', een bijdrage aan bezinning over de toekomstige status van Jeruzalem. Kort en goed komt de nota er op neer, dat geen religieuze argumenten mogen worden gebruikt om aanspraken op grondgebied in het geval van Jeruzalem te rechtvaardigen: 'het meest geëigende recht voor de oplossing van het conflict rond Jeruzalem is het volkenrecht'.

Hoewel wordt aangegeven, dat het hier om een discussienota gaat, waarmee bovendien niet ieder in de Raad instemt - de Hervormde vertegenwoordigers wilden voor deze publicatie geen verantwoordelijkheid dragen - zijn de uitgangspunten, die worden opgevoerd duidelijk. Hierbij vallen de volgende kanttekeningen te plaatsen.
1. Het is met zeggen niet te doen. Men kan wel zeggen, dat geen religieuze elementen mogen worden opgevoerd, maar het probleem Jeruzalem is juist daarom zo lastig, omdat alle partijen hun argumenten om Jeruzalem te bezitten in hoge mate aan de religie ontlenen. Voor de joden is Jeruzalem de historische hoofdstad, centrum van het godsdienstige leven, voor de islam is Jeruzalem één van de heilige steden. De orthodox joodse rabbijn L. B. van der Kamp en de liberaal joodse rabbijn A. Soetendorp hebben dan ook beiden al zeer kritisch op de nota gereageerd.

Als het over de status van Jeruzalem gaat, gaat het om 'een politieke beslissing met juist geweldige religieuze dimensies' (Van der Kamp). 'Jeruzalem is tot in zijn vezels verbonden met religieuze ontwikkelingen gedurende duizenden jaren' (Soetendorp).

2. Hoe komt volkenrecht tot stand? Daarover had ik ooit in het kader van werelddiakonaat een discussie met volkenrechtdeskundige prof. dr. Flinterman. Op de achtergrond van volkenrecht staan mensen met overtuigingen en ideologieën. De Belfourverklaring van de Engelse regering in 1916 zou niet tot stand zijn gekomen als niet op de achtergrond christenen een rol hadden gespeeld, die ervan overtuigd waren, dat de joden naar hun land zouden (moeten) terugkeren.

De Raad van Kerken stelt niet te willen suggereren, dat 'volkenrecht en bijbels recht niets met elkaar te maken hebben', maar brengt dat volkenrecht dan rechtstreeks in verband 'met noties van recht en gerechtigheid, die christenen aan de Heilige Schrift ontlenen' en niet met historisch recht op het land, wat in de joodse religie nauw samenhangt met bijbels recht.

De vraag is of, gegeven deze uitgangspunten, de Raad van Kerken, wanneer hij in 1948 (politiek) mee had moeten beslissen, wel zou hebben geopteerd voor de toekenning van een staat aan de joden. Bij de invulling van 'recht en gerechtigheid' heeft men de jaren door, en nu óók weer in deze brochure, niet de schijn van (pro-palestijnse) politieke vooringenomenheid kunnen vermijden. Het is dan ook verheugend, dat de hervormde vertegenwoordigers in de Raad van Kerken voor deze brochure geen verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Denkkader

Ter afsluiting vraag ik, gegeven het bovenstaande, of de Raad van Kerken, behalve een politieke denktank ook nog een (bijbels-)theologisch denkkader heeft. Van dit laatste geven de onderhavige publicaties geen blijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Driemaal Raad van Kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's